Het verhaal van Yong Qing Van Hoof, die voor de tweede keer wees werd

© Saskia Vanderstichele
Stijn Tormans
Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Nergens in Vlaanderen liggen een begraafplaats en een voetbalstadion zo dicht bij elkaar als in Mechelen. Bij elke match zingen de supporters van Malinwa luid de hymne You’ll Never Walk Alone – de titel van het lied van Gerry & the Pacemakers staat zelfs in de nok van het stadion gegraveerd.

Aan de overkant van de Ziekebeemdenstraat, op de begraafplaats, is het meestal stil. Behalve vijf maanden geleden, op een zaterdagochtend in juni. Toen werd daar hetzelfde lied gespeeld. Net ervoor had een meisje van tweeëntwintig een indrukwekkende speech gehouden voor haar vader.

‘Liefste papa,

Ik zie je graag en ik ben zo blij dat dat het laatste is wat we tegen elkaar hebben kunnen zeggen. Want ik denk niet dat ik het je vaak genoeg heb gezegd. Maar ik hoop dat ik het wel heb kunnen tonen, want voor niemand anders stond ik elke zaterdag bij het viskraam. Voor niemand anders bleef ik thuis, om voor je te kunnen zorgen. Want jij wilde me niet opnieuw alleen achterlaten en bleef er moedig voor gaan.

Toen ik mama verloor, ben ik ook een stukje papa verloren. Ik was nog maar een kind, maar ook een beetje moeder. Ik had nog zo veel zorgen en vragen. Wat als ik weer wees word, wie zal er dan voor me zijn? Wat met mijn studies? Hoe kan ik ooit het leven beginnen? Hoe kan ik ooit gelukkig worden?

Ik was misschien niet de perfecte dochter, maar wel de beste dochter die ik kon zijn.

Er zal niemand meer zijn als ik thuiskom. Niemand meer die mijn kant kiest. Niemand om trots te zijn, zoals alleen een ouder dat kan. Terwijl ik nog zo hard iemand nodig heb die me troost en zegt dat het wel goed komt. Hier sta ik dan, het moment waarvoor ik altijd gevreesd heb.’

Vijf maanden later. ‘Na die begrafenis’, vertelt Yong Qing, ‘zeiden veel mensen me: “Je papa heeft nog platen gedraaid op mijn trouwfeest.”’

Pol Van Hoof had een hoofd dat je niet gauw vergeet. Een karakterkop, zegt de goegemeente dan. Dat was zelfs regisseurs niet ontgaan: hij speelde bijrollen in tv-series als Buiten de zone en Kulderzipken, en was elk jaar Sint-Rumoldus in de Hanswijkprocessie. Maar Pol was toch vooral bekend als DJ Vadderik. Honderden zaterdagavonden liet hij mensen dansen. Altijd weer eindigde hij met hetzelfde lied: You’ll Never Walk Alone.

Hij kende de tekst maar al te goed: het was een beetje het verhaal van zijn leven. Overdag werkte Pol in een drukkerij. Daar had hij zijn grote liefde, Betty, leren kennen. Ze wilden graag kinderen, maar hoezeer ze ook probeerden, de natuur was onverbiddelijk. Bij wijze van compensatie reisden ze de wereld rond. In Nepal bezochten ze een weeshuis. Ze waren onder de indruk en zwoeren dat ze ook ooit een kind zouden adopteren. Dat deden ze ook: in 2002 kwam een meisje van twee in hun leven. Ze was in een vissersdorp in China op straat gelegd, wellicht omdat ze het verkeerde geslacht had. Iemand had haar opgeraapt en naar een weeshuis gevoerd. Pol en Betty hadden haar, met de hulp van een adoptiebureau, van China naar Mechelen gebracht. Vanaf nu heette ze Yong Qing Van Hoof.

© Saskia Vanderstichele

Yong Qing herinnert zich nog opvallend veel van haar eerste jaren in België. ‘Mijn vader en mijn moeder waren lieve, sociale mensen. Ze deden echt hun best om goede ouders te zijn.’ Elke dag kwam haar vader haar halen op school. Dan gingen ze soms nog een ijsje eten. En daarna fietsten ze naar huis: hij zat vooraan, zij achteraan. Soms nam hij zijn dochter en zijn vrouw mee naar verre oorden: naar Turkije, Griekenland of Egypte, om naar de piramides of het graf van Toetanchamon te gaan kijken. Achteraf plakte hij alle foto’s in een fotoalbum.

De laatste keer deed hij dat in 2010. ‘Toen werd papa ziek’, zegt Yong Qing. ‘Eerst wisten ze niet wat er scheelde. Pas na een jaar volgde de diagnose: hij had een zeldzame vorm van kanker. Maar zelfs dan lieten mijn ouders daar niet zoveel van blijken. Ze wilden dat ik gewoon jong kon zijn, zonder zorgen.’ Alles veranderde op een dag in 2013. Yong Qing stond op het balkon van hun appartement in Mechelen. Beneden zag ze haar moeder in de auto huilen. ‘Ik wist niet wat er aan de hand was. “Ik ben hervallen”, zei ze. “Ik heb weer borstkanker.”’

Daarna ging het allemaal snel. Enkele maanden later, net voor ze op schoolreis naar Parijs zou vertrekken, vertelde haar moeder haar dat er geen hoop meer was: ‘Ik ga dood.’ Yong Qing herinnert zich niets meer van de Eiffeltoren. En ook niets van de maanden erna. ‘Het is allemaal één zwart gat.’

Op de begrafenis van haar moeder heeft ze geen traan gelaten, die waren toen allemaal allang op. Niemand vroeg: ‘Hé Yong Qing, wat is er met jou aan de hand?’

De klop, zegt ze, kwam pas later. Net als het besef dat ze dat jaar niet alleen haar moeder verloren had, maar ook haar fijne vader. ‘Papa en ik konden helemaal niet over de dood van mama praten. Het was taboe om het daarover te hebben. Hij wilde niet dat ik thuis iets verplaatste, alles moest blijven liggen zoals het was zoals in de tijd dat mama nog leefde. Ik mocht alleen stofzuigen.’

De dagen van DJ Vadderik waren allang voorbij. ‘Mijn vader zat vast in zijn verdriet’, zegt Yong Qing. ‘Hij nam niet meer deel aan het leven. Eigenlijk had hij in therapie moeten gaan, maar daar keek hij op neer.’ Haar vader was een man van bouwjaar 1948: die huilen niet en zoeken nooit hulp. Zij deed dat wel. In het geniep ging ze naar de psycholoog. Op een dag kwam het toch uit. ‘Mijn vader begreep er niets van. “Waarom moet jij nu naar de psycholoog?” vroeg hij. “Je kunt dat toch allemaal tegen mij zeggen?”’

‘“Papa,” zei ik dan, “we hebben het net over jou.”’

‘Het contact tussen ons werd almaar stroever. Natuurlijk had zijn ziekte er ook iets mee te maken. Hij kon steeds minder. Ik voelde zijn onmacht, maar hij projecteerde ze op mij: “Doe dit, doe dat.”’

Ongewild werd ze zijn mantelzorger. ‘Ik moest niet alleen voor hem zorgen, maar ook het huishouden rechthouden. Daarnaast moest ik studeren en in het weekend werken om later mijn studie te betalen. Het werd te veel. Ook op school kon ik niet praten over mijn situatie. In die periode verloor ik veel vrienden. “Het is te zwaar om met jou om te gaan”, zeiden ze vaak. Dat snapte ik wel, al kwetste het. Ik was ook nog maar zestien.’

In 2017 onderging haar vader een openhartoperatie. Terwijl hij in het ziekenhuis revalideerde, ging zij een paar maanden bij familie in Denemarken wonen. ‘Eerst vertrek je met een schuldgevoel, want je wilt je papa niet achterlaten. Maar eigenlijk heeft het me heel goed gedaan.’ Ze kon weer even jong zijn, zegt ze.

Haar vader keerde terug naar huis. En zij ook. ‘Ik ben voor hem blijven zorgen’, zegt ze. ‘Het laatste jaar ben ik zelfs niet meer op kot geweest omdat ik constant voor hem in de weer was. Soms zei ik: “Komaan papa, we gaan eens wandelen.” Maar dat wilde hij niet.’ Hij was in Mechelen altijd DJ Vadderik geweest, de man die anderen liet dansen. ‘En nu zat hij in een rolstoel. Zo wilde hij zich niet tonen. Terwijl het net moedig en sterk is om dat wel te doen. Maar zo zag hij dat niet.’

Begin dit jaar schreef Yong Qing een brief aan de wereld op Facebook: ‘Het doet pijn om te zien hoe weinig bezoek mijn vader krijgt. En als er eens iemand komt, vragen ze: “Hoe gaat het met je papa?” Nooit: “Hoe hou jij het vol? Hoe kun jij geholpen worden?” (…) Al twaalf jaar ben ik een onzichtbare zorgverlener. Ik heb het recht om eindelijk erkend te worden. Het mag en moet ook over mij gaan, want waar was al die jaren de hulp die ik nodig had?’

Haar noodkreet kreeg veel harten en likes, maar met haar vader bleef het bergaf gaan. ‘Elke avond zat ik aan zijn bed in het ziekenhuis. Tegen zijn beste vriend zei hij: “Het is gedaan met mij.” Maar vreemd genoeg ontkende hij dat tegen mij. “Je bent zijn oogappel”, zei de dokter. “Hij wil je beschermen en je niet weer in de steek laten.” Hij wilde mij vooral niet teleurstellen, denk ik. Toch was het absurd: we wisten allebei dat hij doodging, maar we konden er niet over praten. Elke keer als ik over de begrafenis of over een leven zonder hem begon, zei hij: “Daar moet je niet aan denken. Het komt allemaal wel goed.” Het laatste wat hij zei was: “Je mag niet rijden.” Dat herhaalde hij alleen maar, omdat ik met mijn voorlopige rijbewijs naar het ziekenhuis gereden was.’

Een kind adopteren wil ze niet. Toch niemand die van de andere kant van de wereld komt.

Toen zei zij: ‘Ik zie je graag, papa.’

Op 6 juni stierf Pol Van Hoof in het ziekenhuis van Bonheiden. Van de begrafenisondernemer kreeg Yong Qing een brochure van de stad Mechelen: ‘Wat bij een overlijden?’ Maar daar had ze niet veel aan toen ze alle papieren en formulieren invulde. ‘Ik weet wel dat er een verzekering bestaat om je te laten bijstaan, maar daar hadden wij het geld niet voor.’ Soms schudde ze het hoofd. ‘Bij de regeling over erfbelasting, bijvoorbeeld. Iemand die voor haar eenentwintigste haar beide ouders verliest, hoeft geen erfbelasting te betalen op de gezinswoning. Maar ik was net tweeëntwintig geworden – wat is in godsnaam het verschil? Ik begrijp wel dat die regel geldt voor mensen die werken, maar de meeste jongeren van tweeëntwintig studeren nog. Je moet bijna een lening aangaan om dat te betalen. Dat kan ik niet, want ik studeer nog en heb geen inkomen.’

Ze was ook ontgoocheld in de KU Leuven. ‘Ik vroeg of ik mijn examens kon uitstellen en extra tijd kon krijgen, want ik wilde niet nog meer tijdsdruk. Maar dat kon niet geregeld worden omdat de deadline al verlopen was voordat ik bij mijn psychiater kon langsgaan.’

Uiteindelijk zakte ze voor al haar examens. ‘Nooit meegemaakt. Anders ben ik altijd zo’n goede studente.’ Toch had ze dit academiejaar een les geleerd: in dit land bestaat er weinig mededogen met jonge wezen.

‘Ik maakte me vooral zorgen over de begrafenis’, zegt Yong Qing. ‘Ik wilde mijn papa een mooie, bescheiden begrafenis geven. Daarvoor had ik elke maand een paar tientallen euro’s opzijgelegd. Dat was natuurlijk veel te weinig. Toen zei een vriend: “Organiseer een crowdfunding.” Dat vond ik een goed idee.’

Ze dacht wel aan haar vader. ‘Hij had het vast afgekeurd. “Stel je toch niet zo aan”, zou hij gezegd hebben. Hij was daar veel te trots voor.’ Ze deed het toch. ‘Bij de dood van mijn moeder had ik geen hulp gevraagd. Die fout wilde ik niet opnieuw maken.’

Op Facebook schreef ze: ‘Ik vind het zelf een enorm moeilijke stap om mij op deze manier zo kwetsbaar op te stellen, maar zelfs met al het geld van de wereld haal ik mijn ouders niet terug.’

Haar bericht werd massaal gedeeld, de crowdfunding was een groot succes. ‘Dat heeft mij veel deugd gedaan’, zegt Yong Qing. ‘Ik ben alle mensen die gedoneerd hebben ontzettend dankbaar. Uiteindelijk heb ik meer dan 10.000 euro ingezameld. Veel meer dan ik ooit had kunnen denken.’

Al kwamen er ook een paar haatmails. ‘Sommigen vonden het schandalig dat ik daarvoor een crowdfunding organiseerde. Via via hadden ze gehoord dat mijn papa acteur was. Dus, redeneerden ze, die zal wel veel geld verdiend hebben. Terwijl dat maar een hobby was. Anderen zeiden dan weer: “Mijn ouders zijn ook overleden. Ik heb dat toen niet gekregen.”’

Op de dag van de begrafenis trok ze haar mooiste zwarte jurk aan. Uit de platencollectie van haar vader haalde ze niet alleen You’ll Never Walk Alone, maar ook Here Comes the Sun, omdat hij zo’n Beatlesfan was. Zo trok ze naar de begraafplaats aan de Ziekebeemdenstraat, net als tweehonderd andere mensen.

‘De eerste maanden na de begrafenis had ik veel verdriet’, zegt Yong Qing. ‘Daarna was ik boos op hem omdat hij zo koppig was en niet wilde praten over zijn dood. Hij had me het huis kunnen schenken en zo veel problemen kunnen vermijden. Maar ook dat gevoel ging weer voorbij. Als je boos bent op iemand, kun je hem ook niet missen, hè. Ik mis vooral mijn oude papa, de man die niet ziek was. Maar die was ik allang kwijt.’

Thuis ligt er nog altijd een fotoalbum, dat haar vader gemaakt had nadat ze naar Egypte waren gegaan in 2010. Hij, haar moeder en zij: gezond en gelukkig bij het graf van Toetanchamon. ‘Ik heb er onlangs nog eens naar gekeken’, zegt ze. ‘Het is goed dat die foto’s bestaan. Door alle ellende vergeet ik soms wat voor fijne ouders ik ooit heb gehad.’

Daarna volgde de dip. Ze komt nu op adem in een psychiatrisch centrum in Duffel. ‘”Ik zit nu bij de gekke mensen”, zeg ik tegen mijn vrienden. (lacht) Ik vind het belangrijk om daar open over te zijn. Als iedereen er normaal over doet, voelen anderen die in de problemen zitten zich niet zo alleen.’

Tijdens haar grafrede in juni zei Yong Qing: ‘Papa en mama, jullie hebben geen opgever geadopteerd.’

Straks, als de zon weer schijnt, wil ze haar studie handelsingenieur afwerken. En daarna zou ze graag journalist worden. Ook al had haar vader gewaarschuwd dat je ‘met journalisten de straat kunt vegen’.

Ze woont nog altijd in het appartement van haar ouders: het uitzicht op de Sint-Romboutskathedraal is intact, maar de rest van de woonst heeft ze opgeruimd. ‘Ik heb ook veel van hun spullen weggegooid. Ik wil opnieuw beginnen.’ Een leeg huis weer vullen: met haar meubels, haar herinneringen, haar verhalen.

Zelfs de enorme cd-collectie van haar vader gaat ze verkopen. Of ze eerst nog naar You’ll Never Walk Alone gaat luisteren, weet ze nog niet. Misschien naar de eerste strofe, de nostalgie is voor later.

When you walk through a storm

Hold your head up high

And don’t be afraid of the dark,

At the end of a storm

There’s a golden sky

And the sweet silver song of a lark

© Saskia Vanderstichele

Een tijd geleden ontmoette ze Liam. ‘Hij is het beste wat me kon overkomen’, zegt ze. Ooit wil ze met haar liefde trouwen en samen kinderen op de wereld zetten. Liever vroeg dan laat zelfs, want ze wil geen oude moeder zijn. Hoeveel kinderen ze willen, weten ze nog niet. Bij voorkeur twee, misschien drie, maar geen vier.

Als het niet lukt, zal ze geen kind adopteren, zoals haar ouders. Toch niemand die van de andere kant van de wereld komt. ‘Adoptie wordt heel vaak voorgesteld als een glamourverhaal: we redden een kindje dat elders geen kansen heeft. Daar denk ik dus anders over. Ik weet wel dat er strenge regels bestaan rond adoptie. Maar dan nog: mijn ouders waren gewoon te oud om een kind te adopteren. Mijn moeder was 48 toen ik hier aankwam, mijn vader 52. Er was echt een generatiekloof tussen ons – ik noem de zus van mijn vader zelfs oma. Mijn moeder had bovendien kanker gehad, maar had dat verzwegen tegen het adoptiebureau omdat ze zo graag kinderen wilde.’

‘Ook op school was het niet altijd makkelijk. Ik ben vroeger vaak gepest om mijn huidskleur. Ik wilde zo graag zijn zoals de anderen. “Maar jij bent niet zoals wij”, riepen de anderen. “Jij bent een Chinees.” Terwijl ik geen woord Chinees spreek en helemaal niets ken van de Chinese cultuur. Ik ben zoals een banaan: geel vanbuiten, wit vanbinnen. “Waar hoor ik dan wel?” heb ik me vaak afgevraagd.’

Ze is niet de enige die zich dat afvraagt, zegt ze. In 2002 kwam ze naar België in het gezelschap van andere Chinese meisjes. Allemaal jonge kleuters toen, allemaal jonge twintigers nu. ‘We houden soms een reünie. Dan merk ik telkens weer dat zij met hetzelfde racisme te maken hebben gehad. Ze hebben ook dezelfde nachtmerries, dezelfde angst om opnieuw achtergelaten te worden. En allemaal vragen we ons af wat er gebeurd zou zijn als we niet geadopteerd waren geweest. Mensen in mijn omgeving zeggen vaak: “Je hebt een beter leven gekregen.” Typisch westers om dat te denken. Misschien was ik in China ook gelukkig geworden, dat weet ik niet.’

Ze weet ook niet of haar biologische ouders in China nog leven. En hoe het dorp eruitziet waar ze op straat werd gelegd.

Ze heeft het weleens opgezocht op Google Maps maar ze zag niets – die Chinezen altijd met hun geheime gedoe. Zelfs op de satellietkaarten heeft ze het dorp niet gevonden. ‘Tot mijn achttiende kreeg ik wel een nieuwjaarskaart uit het weeshuis waar ik mijn eerste twee jaren heb doorgebracht.’

Er stonden niet alleen wensen op, maar ook haar naam. Ik vraag haar wat die betekent in het Nederlands. ‘Altijd zonnig’, antwoordt ze. Al voegde haar vader er vaak aan toe: ‘Met een paar donderwolken.’

Ze lacht en veegt een verloren traan weg. ‘Ik was misschien niet de perfecte dochter, maar wel de beste dochter die ik kon zijn.’

Yong Qing Van Hoof zal nooit meer tweeëntwintig zijn.

PS. Een paar dagen later zit er een gedicht van Yong Qing in de mailbox. Het heet: 6/6

de tijd vertroebelt dagen, maanden,

jaren seconden uren in de wind

vandaag was ik nog bij jullie

en gisteren was ik nog een kind

dan wens ik alles terug te draaien

en wordt morgen even weer geleden

dan delen we de toekomst samen

en niet alleen het terminaal verleden

maar eenzaam dromen duizelt me

zo vliegen de momenten aan me voorbij

ik word toeschouwer van mijn eigen leven

en herbeleef ik alles van te dichtbij

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content