Het is niet allemaal uw schuld: hoe groot is de rol van toeval in de opvoeding van kinderen?

© Getty
Dirk Draulans
Dirk Draulans Redacteur bij Knack

De ontwikkeling van kinderen is meer dan een mix van nature en nurture. Meer dan 30 procent van wat iemand wordt, is bepaald door een vorm van toeval. Een nieuw boek over de vader van Hitler stemt tot nadenken.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Het nieuwe boek Hitlers vader van de Oostenrijkse historicus Roman Sandgruber is behoorlijk fascinerend. Er waren al biografieën van zo ongeveer iedereen uit Adolf Hitlers dichtste kringen, maar nog niet van zijn vader, Aloïs. De ondertitel van het boek luidt: ‘Hoe een zoon een dictator werd’. En op de achterflap staat te lezen: ‘Steeds weer vragen wij ons af: hoe kon een kind uit Oberösterreich, een mislukkeling en autodidact, opklimmen tot een van de meest gevreesde dictators uit de Europese geschiedenis?’ Het boek impliceert dat je uit het leven van de vader van alles kunt afleiden om de levenswandel van de zoon te verklaren.

Toevalligheden in de ontwikkeling van je hersenen kunnen mee je persoonlijkheid bepalen.

Aloïs moet geen innemende persoonlijkheid geweest zijn: ‘Geen prettige familievader en staatsburger: thuis een patriarch, in dienst een pedant, eigengereid in het openbaar en een wrede despoot tegenover zijn kinderen.’ Hij was een buitenechtelijk kind – het is niet bekend wie zijn vader was –, werkte zich vanuit een lage sociale klasse op tot douanehoofd, maar echt tevreden met zijn leven was hij niet. Hij verhuisde geregeld, en ook relationeel leidde hij een woelig bestaan.

Zijn derde vrouw, Klara, was een liefhebbende moeder die haar zoon Adolf verwende, tot lichte ergernis van haar stiefkinderen. ‘Tirannieke vaders en liefhebbende moeders zijn niet uniek in de geschiedenis’, schrijft Sandgruber. ‘Dat Adolf Hitlers moorddadige en gewelddadige politieke koers hieruit zou kunnen worden afgeleid, is niet te bewijzen. Er zijn echter wel enkele aanwijzingen. De zelfoverschatting en het niet willen aanvaarden van de meningen en ervaringen van anderen zien we ook al duidelijk bij zijn vader, evenals de neiging tot autodidactische vorming en een minachting voor elk academisch en schools gezag. De neiging tot geweld getuigt van parallellen tussen de opvoedingsstijl van de vader en het politieke handelen van de zoon.’

Extreme mishandeling

Natuurlijk is het interessant om te vernemen hoe iemand die zo’n grote en vernietigende impact op de wereldgeschiedenis heeft gehad, is grootgebracht. Maar moderne wetenschappelijke inzichten illustreren dat het belang van ouderschap op de ontwikkeling van kinderen niet mag worden overschat, tenzij in gevallen van extreme mishandeling of misbruik. Het is moeilijk in te schatten of de hardhandige aanpak van vader Aloïs onder die noemer valt. Hitler lijkt zijn vader nooit te zijn afgevallen, ook niet nadat hij tot de hoogste echelons was opgeklommen.

De jonge Adolf Hitler. Hij zat op een school met vooral scholieren uit hogere sociale klassen, waaronder steenrijke Joodse jongens. © National

‘Voor Hitlers gedrag als dictator en voor zijn onverantwoordelijke en misdadige beslissingen vormen zijn kinder- en jeugdjaren een belangrijke sleutel’, schrijft Sandgruber. ‘Niet alleen voor zijn taal en retoriek en zijn smaak voor kunst werd de basis gelegd in zijn jeugd, maar ook voor zijn nationalistische vreemdelingenhaat, zijn vijandigheid tegenover de kerk, zijn antisemitische vernietigingsdenken en zijn racistische doelstellingen. De diepe indrukken die zijn achtergrond, zijn familie en zijn economische, sociale en culturele omgeving op hem hadden gemaakt, zijn hem zijn hele leven bijgebleven. Hitler had een sterke neiging om van ideeën, doelstellingen en besluiten, wanneer ze eenmaal waren gevormd, voor de rest van zijn leven niet meer af te wijken.’

Er is al eeuwenlang debat over de dichotomie tussen nature en nurture, tussen biologie en opvoeding in het bepalen van wat een kind wordt. Gedetailleerde studies met de modernste technologieën wijzen uit dat ongeveer de helft van de verschillen tussen kinderen in een gezinscontext aan genetische variatie kan worden toegeschreven – de genen zijn een mix van die van beide ouders. Maar volgens een recent verslag in het vakblad New Scientist betekent dat niet dat de andere helft aan opvoeding te wijten is. Maximaal 17 procent van de verschillen zou opvoedingsgerelateerd zijn – in sommige studies was het zelfs 0 procent. Wie je bent als ouder is belangrijker voor wat je kinderen worden dan wat je doet.

‘De nieuwste visie over de ontwikkeling van kinderen is slecht nieuws voor iedereen die zijn kinderen naar zijn eigen beeld wil kneden’, concludeerde het blad, dat erop wijst dat op die manier wel wat druk van de schouders van ouders wordt gehaald, want hun opvoeding is minder verantwoordelijk voor het eventuele ‘mislukken’ van hun kinderen dan de goegemeente doorgaans aanneemt (ze zijn dan natuurlijk ook minder verantwoordelijk voor hun eventuele succes). Mochten Hitlers ouders lang genoeg geleefd hebben om te zien wat hun zoon ervan bakte, en zich zouden hebben afgevraagd hoe ze in godsnaam zoiets op de wereld hadden kunnen zetten, zou de moderne wetenschap hen deels van hun verantwoordelijkheid hebben kunnen ontslaan.

Alois Schicklgruber De moderne wetenschap zou Hitlers ouders deels vrijpleiten.
Alois Schicklgruber De moderne wetenschap zou Hitlers ouders deels vrijpleiten. © Gamma-Keystone via Getty Images

Toeval en willekeur

Een eenvoudig rekensommetje op basis van de wetenschappelijke cijfers leert dat meer dan 30 procent van de verschillen tussen kinderen niet verklaard kan worden door genen of opvoeding. Wat speelt dan wel nog mee? Toeval en willekeur, op verschillende niveaus. Het gaat dikwijls om relatief kleine en ogenschijnlijk banale gebeurtenissen, maar ook om toevallige ontmoetingen met goede leraars of slechte vrienden, niet al te erge ziekteperiodes in de kindertijd of de eerste romantische ervaringen. Ze kunnen onze persoonlijkheid meer kneden dan de inspanningen (of het gebrek daaraan) van onze ouders.

Daarom zijn sommige aspecten uit het leven van Adolf Hitler misschien relevanter om zijn ontwikkeling te begrijpen dan de gedetailleerde karakterschets van de immer ontevreden vader Aloïs. Zo beschrijft Sandgruber hoe de jonge Hitler onder de indruk was van een verblijf in een klooster, met zijn pracht en praal en zijn rituelen. Hij schrijft dat de jonge Hitler al gefascineerd was door oorlogen, zoals die tussen Frankrijk en Duitsland en de Boerenoorlogen in Zuid-Afrika. Hitler had ook een oudere halfbroer die een kleine crimineel werd en in de gevangenis belandde, wat hij verafschuwde.

Intrigerend is wat Sandgruber meldt over de middelbare school waarin Hitler in het Oostenrijkse stadje Linz terechtkwam. Het was een school met overwegend scholieren afkomstig uit maatschappelijke klassen die hoger waren dan wat Hitler gewend was. Hij ontmoette er Joodse jongens uit hyperrijke families, met wie hij blijkbaar al conflicten had. Het is prikkelend om dat te linken aan moderne inzichten over de effecten van ongelijkheid op het welbevinden van mensen. Hoe meer mensen het gevoel krijgen dat ze het minder goed hebben dan anderen in hun leefomgeving, hoe moeilijker ze het hebben om hun eigen situatie te aanvaarden.

De nieuwste visie over de ontwikkeling van kinderen is slecht nieuws voor wie ze naar zijn eigen beeld wil kneden.

Het wetenschappelijk topvakblad Nature analyseerde onlangs gegevens over 21 miljard vriendschappen op Facebook. Daarin wordt een link gelegd tussen de kans om aan een lage sociaaleconomische status te ontsnappen, en het vinden van vrienden uit hogere sociale klassen tijdens je schooltijd. Zo’n vriendschap kan later uitmonden in een stijging van het gemiddelde inkomen met 20 procent. ‘De sterkte van iemands persoonlijke sociale netwerk zou een van de voornaamste krachten zijn in de vorming van iemands ontwikkeling, gezondheid en economische succes’, besloot het blad.

Zwakke connecties

In dat andere topvakblad, Science, verscheen een al even indrukwekkende analyse van het netwerk van 20 miljoen gebruikers van LinkedIn. Die bevestigde een vijftig jaar oude stelling, gebaseerd op offline gegevens dus, dat mensen doorgaans een betere job vinden als gevolg van een toevallige ontmoeting dan als reactie op advertenties of spontane sollicitaties. Die toevallige, zogenaamd ‘zwakke connecties’ zijn bijvoorbeeld vrienden van vrienden. Ze spelen een grotere rol wanneer je je loopbaan omgooit dan je familie of je vaste vrienden, omdat ze je makkelijker op een spoor zetten dat je anders niet zou exploreren. Zwakke connecties verbreden je blik, omdat ze andere facetten in je verhaal brengen dan wat je kent uit je naaste omgeving.

In de LinkedIn-studie werden 2 miljard nieuwe connecties tussen mensen gekoppeld aan meer dan een half miljoen jobveranderingen. Daaruit bleek dat connecties met slechts één gemeenschappelijke vriend makkelijker tot een jobswitch leiden dan connecties met meer dan 25 gemeenschappelijke vrienden. Het optimum lag ergens in het midden. Het meeste succes haalde iemand uit connecties met tien gemeenschappelijke vrienden: ze verdubbelden de kans om een nieuwe baan te vinden in vergelijking met de echt zwakke connecties. Je mag dus toch niet té veel van de andere verschillen om die ertoe te brengen een grote stap te zetten. Het is de gulden middenweg tussen sociale afstand en gelijkgezindheid.

Het inzicht sluit aan bij bevindingen uit de sociale psychologie, die stellen dat mensen de neiging hebben om zich meer in te zetten voor anderen als ze iets met hen gemeen hebben. Dat mag zelfs iets vaags zijn, zoals dezelfde verjaardag hebben of dezelfde voornaam. Sterke connecties waren ook belangrijk bij het zoeken naar een job, maar dat zijn ze vooral bij het verwerken van tegenslagen – zoals: niet aangenomen worden voor de baan waar je je zinnen op had gezet. Een goed netwerk heeft veel facetten.

Roman Sandgruber, Hitlers vader, Hollands Diep, 352 blz., 24,99 euro.
Roman Sandgruber, Hitlers vader, Hollands Diep, 352 blz., 24,99 euro. © National

In het boek over Hitlers vader staat weinig te lezen over eventuele vriendschappen van Hitler in zijn jonge jaren. Wel citeert historicus Sandgruber Hitler zelf, die gezegd zou hebben dat een van zijn Joodse leraren Duits hem ooit had toegebeten dat hij ‘nooit zou leren een brief goed te schrijven, nooit zou leren een zin goed uit te spreken’. Een verrassende opmerking, aangezien Hitlers successen later sterk gebaseerd waren op zijn taal en retoriek. Die hadden volgens Sandgruber vanaf het begin een ‘magische kracht en een bijna massahypnotische werking’, vooral omdat hij een ‘zacht Zuid-Duits-Oostenrijks accent’ had dat zich onderscheidde van de Pruisische hardheid en de Berlijnse ‘grote bek’. Het was ‘vreemd en aantrekkelijk tegelijk’.

94 klonen

Misschien was dat uitgesproken taalgevoel toe te schrijven aan een van de toevalstreffers waar New Scientist de aandacht op vestigde in het kader van iemands persoonlijke levensgeschiedenis. Want toevalligheden kunnen ook een gevolg zijn van al dan niet willekeurige veranderingen in een ander belangrijk netwerk: dat van de cellen in onze hersenen, die eindeloos veel en voortdurend wijzigende verbindingen met elkaar vormen. ‘Willekeurige fluctuaties van moleculen in onze ontwikkelende hersenen kunnen een rol spelen in hoe ze finaal georganiseerd worden’, schreef het blad. ‘Ze kunnen mee bepalen hoe extrovert we worden, hoe intelligent we zijn en hoeveel veerkracht we hebben.’

Wetenschappers hebben de manier waarop onze genen onze hersenen vormen al omschreven als ‘een recept voor het maken van een cake, met instructies die allemaal een beetje vaagheid in zich hebben, zodat het resultaat nooit hetzelfde is’. Cellen in ontwikkelende hersenen delen zich voortdurend, migreren naar andere plekken en specialiseren zich in welbepaalde functies, maar daar zit zo veel speling op dat ze totaal verschillende resultaten kunnen opleveren.

Zo zijn er altijd kleine gedrags- en andere verschillen tussen de leden van een eeneiige tweeling, hoewel ze genetisch een identieke kopie van elkaar zijn. New Scientist beschreef het geval van een vrouw die 25.000 euro betaalde om haar gestorven kat te laten klonen. Het nieuwe beestje was een exacte fysieke kopie van zijn voorganger, maar het bleek een compleet ander karakter te hebben.

Het doet denken aan het visionaire boek The Boys from Brazil van de Amerikaanse schrijver Ira Levin uit 1976. Daarin ontdekt een Joodse nazi- jager pogingen van gevluchte nazi’s om Hitler te klonen. Niet minder dan 94 klonen van Hitler waren ondergebracht in families die zo veel mogelijk op die van Hitler zelf leken. Omdat zijn vader op 65-jarige leeftijd stierf toen Hitler 13 was – een gebeurtenis waarvan niet duidelijk is hoe ze hem beïnvloedde – laten de kloonplanners de vaders van de klonen op hun 65e vermoorden. Op het einde van het verhaal vermoordt een van de dertienjarige Hitlerklonen de gevluchte en beruchte nazi-arts Josef Mengele, die de organisator van de plannen was. De kloon was helemaal geen nieuwe Hitler-in-de-maak die de nazi’s opnieuw zou gaan leiden. Hij was een jongeling die zijn vader graag zag en zijn eigen leven uitbouwde, ‘ondanks’ zijn genen. Genen zijn maar een deel van ons verhaal.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content