Alternatieve kinderopvang: waarom we wat meer als De Planckaerts moeten gaan leven

Château Planckaert. © VRT
Trui Engels Journalist Knack.be

‘It takes a village to raise a child’, luidt het gezegde. Maar waar is dat dorp als je het nodig hebt? Pedagoge Lynn Geerinck haalt gezinnen van hun eiland af en brengt hen samen. ‘Onze kinderopvang is niet goed afgestemd op de menselijke natuur.’

Hoe doen al die andere ouders dat? Aan wie vertrouwen zij hun kinderen toe? Wie helpt hen bij de noodopvang? En waar luchten ze hun hart? Heel wat ouders worstelen vandaag met de opvoeding en de opvang van hun kinderen. Ze hebben vaak amper nog een naburig netwerk om hen bij te staan. ‘Als moeder voelde ik me soms geïsoleerd omdat mijn leeftijdsgenoten niet in dezelfde situatie zaten’, zegt pedagoge Lynn Geerinck. ‘De laatste decennia hebben gezinnen zich teruggetrokken in hun huizen, waar ze het “wiel van de opvoeding” opnieuw proberen uit te vinden. De positieve zwangerschapstest is nog niet koud, of ze gaan al op een crèchewachtlijst staan. Voor hobby’s en de school moeten ze maanden van tevoren inschrijven. Of straffer: een tentje opslaan aan de schoolpoort. Het is niet zo simpel om als jonge ouder je weg te vinden in die jungle.’

U pleit voor een spreekwoordelijke ‘village’ of clanvorming rond het kind, met verschillende generaties die ouders ondersteunen met advies. Moeten we zoals De Planckaerts, bekend van reality-tv-programma’s, gaan leven?

Lynn Geerinck: Dat ideaal is niet voor iedereen weggelegd. We hebben niet allemaal een village dat er gewoon ís als je naar buiten stapt. Ik pleit voor een ondersteuningsnetwerk dat kinderen een rijke belevingswereld bezorgt en hen zaken meegeeft die ze bij de eigen ouders soms niet vinden. Denk aan een interessante buurvrouw met een passie voor vogels, de trainer van de sportschool, de enthousiaste medewerkster in de buitenschoolse opvang, de jonge monitor bij de jeugdbeweging. Een kind moet verschillende potjes hebben waar het iets uit kan halen. Ook als dat potje wat afwijkt van de norm, zoals een grootouder die niet per se de opvoedingsstijl van de ouder volgt. Kinderen kunnen van kleins af aan dat onderscheid maken. Bij die ene grootouder mag er meer dan thuis. Of omgekeerd. Dat verschil mag er zijn. Zo leren ze zich verhouden tot verschillende contexten, wat hen in hun latere leven zal helpen.

Helikopterouders bezondigen zich aan overbescherming en gunnen hun kinderen nog een actieradius van maximaal 100 meter om in te spelen.

U brengt ouders met elkaar in contact via zogenaamde village-dates. Hoe werkt dat?

Geerinck: Nadat ik een boek over het belang van informele netwerken had geschreven, kreeg ik heel vaak de vraag: ‘Maar hoe vind ik mijn village?’ Daarom heb ik dat project opgestart. Als je je via mijn website aanmeldt, match ik jou met een WhatsAppgroep van gelijkgestemde ouders in jouw regio. Inmiddels zijn er 45 groepen in heel Vlaanderen met meer dan 1000 deelnemers, vooral moeders. Vervolgens is het aan de ouders om elkaar hulp, ondersteuning of simpelweg gezelschap te bieden. Dat levert een stroom aan berichten op. Er worden opvoedingstips uitgewisseld, te kleine kleertjes herverdeeld of play dates afgesproken. In zo’n groep zijn er telkens ook enkele ‘trekkers’ die af en toe een samenkomst op poten zetten. Maar wil je gewoon vragen of iemand meegaat naar de speeltuin, kan dat ook. Er zijn geen vaste regels of afspraken. Ook grootouders of andere geïnteresseerden mogen zich inschrijven. Wie van kinderen houdt en verbinding met anderen wil, is welkom.

Ouders organiseren nu ook al hun eigen crèche omdat de dienstverlening in de kinderopvang faalt. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Geerinck: Het professionele zorgsysteem blijft noodzakelijk. Kwaliteitsvolle kinderopvang neemt heel wat stress weg bij ouders, zodat ze met een gerust hart kunnen werken of studeren. Ik ben geen voorstander van de vermaatschappelijking van de zorg. De overheid speelt een essentiële rol in de uitbouw van goede formele zorg. Helaas schiet ze tegenwoordig tekort voor de opvang van baby’s en peuters.

Een kwaliteitsvolle kinderopvang in de eerste duizend dagen van het leven van een kind is ontzettend belangrijk, stelt u. Waarom?

Geerinck: Een kind richt zich van nature op hechtingsfiguren. Onder de leeftijd van vier jaar zijn dat er maar een handvol: de beide ouders, een grootouder, een onthaalmoeder. Belandt je baby in een crèche waar de kinderverzorgers aan de lopende band vervangen worden, dan krijgt hij zo veel nieuwe gezichten te zien dat de hechting verstoord raakt. Dat zien we nu gebeuren in kinderdagverblijven. We stellen heel jonge kinderen te veel bloot aan te veel wisselende gezichten. Pas in een veilige en vertrouwde omgeving ontwikkelen baby’s in de eerste maanden en jaren hun sociale, emotionele, cognitieve en morele vaardigheden. De organisatie van onze kinderopvang is niet goed afgestemd op de menselijke natuur. In hele grote gezinnen zorgen de grootste kinderen mee voor de kleinste en raken de kleintjes geïnspireerd door hun oudere broers en zussen. Wat doen wij? Twee begeleiders voor maar liefst 18 baby’s en peuters, die allemaal in een levensfase zitten die heel ego-gericht is. Ik hoop dat we op termijn evolueren naar een natuurlijkere aanpak en keuzes durven te maken. Investeren in de zorg van kinderen betekent gezonde volwassenen later. De samenleving plukt daar uiteindelijk de vruchten van.

Ouders moeten volgens u hun kinderen ook ‘een vaccin tegen het leven’ geven. Kunt u dat eens uitleggen?

Geerinck: Jongvolwassenen verlaten het ouderlijke huis en beginnen met de eigen kinderen weer van nul. Dat leidt tot een enorme microfocus op het kind. Helikopterouders bezondigen zich aan overbescherming en gunnen hun kinderen nog een actieradius van maximaal 100 meter om in te spelen. In de jaren zeventig was dat 9000 meter. We nemen hen heel veel bewegings- en ontwikkelingsvrijheid af. Kinderen onder hun stolp vandaan halen brengt misschien een stukje controleverlies met zich mee, maar het leven is niet zonder risico. Kinderen mogen best wennen aan het feit dat ze in hun leven ook mindere momenten zullen meemaken. Negatieve ervaringen kunnen – in beperkte mate – zelfs een positieve rol spelen. Het leven is geen ponykamp. Bovendien heb je als ouder nog steeds een poortwachtersfunctie en bepaal je zelf hoever de village kan gaan. En dat is bij iedereen anders. Er bestaat geen gouden handleiding.

Lynn Geerinck, Goed Omringd, uitgegeven bij Borgerhoff & Lamberigts, 192 blz., 24,99 euro

Bouw uw eigen ‘dorp’

Durf mensen in de buurt op te zoeken en aan te spreken, nog voor u echt hulp nodig hebt. Neem deel aan georganiseerde activiteiten en maak afspraken.

Werk aan uw schoolpoortcontacten. Leer de ouders van de vriendjes van uw kind beter kennen en wissel telefoonnummers uit. Nodig hen mee uit wanneer vriendjes komen spelen.

Stuur kinderen de wijde wereld in. Besef dat kinderen geen bezit zijn van de ouders, opgesloten in een kerngezin, waarin iedereen nu eenmaal verder moet met elkaar.

Wees er zelf ook voor een ander. Voelt u dat iemand het moeilijk heeft maar niet meteen om hulp vraagt, probeer dan te helpen door een carpool of kraamkost aan te bieden.

Ga digitaal. Via www.lynngeerinck.be kunt u zich aanmelden voor een village-date en wordt u gratis ondergebracht in een WhatsAppgroep in uw buurt.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content