Soprane Elise Caluwaerts en filosoof Johan Braeckman: ‘Doe geen dingen omdat je denkt dat ze je gelukkig zullen maken’

Stockbeeld © Getty Images

Naar aanleiding van zijn boek Passie wil auteur Rudolf Hecke weten wat Bekende Vlamingen in vuur en vlam zet. Dit keer zet hij soprane Elise Caluwaerts en filosoof Johan Braeckman tegenover elkaar voor een gesprek.

Hoe passioneel zijn jullie?

Elise Caluwaerts: Ik hoor van veel mensen dat ik heel passioneel ben. Dat moet wel, anders kun je geen operazangeres zijn. Want opera ís passie.

Johan Braeckman: Ik denk wel dat ik passioneel ben. Maar ik vind het niet gemakkelijk om dat over mezelf te zeggen. Je bent niet altijd de beste observator of analist van je eigen kundigheid. En vooral niet van je tekorten.

Het woord passie schrikt soms af omdat het eerder emotie oproept dan ratio.

Caluwaerts: Passie is overgave. Je kunt het zo intens en heftig beleven dat het te veel wordt. Maar net dat is zo schoon.

Braeckman:Ik ben niet iemand van extreme hoogtes en laagtes. Ik probeer al te heftige passie te vermijden. Iemand die een passionele moord pleegt, is ook zeer passioneel maar dat is niet bepaald wenselijk. Het zit in de mens om zeer passioneel te zijn, maar ook om rede, evenwicht en balans na te streven.

Hoe werd er thuis gereageerd op jullie ambitie om respectievelijk zangeres en filosoof te worden?

Caluwaerts: Toen ik mijn moeder zei dat ik naar het conservatorium wilde, raadde ze me aan om toch minstens piano te doen. Stiekem hoopten mijn ouders dat ik er na een jaar de brui aan zou geven en rechten zou studeren. Maar ik hield vol. Ik was het derde kind: dan zijn ouders al wat moe van het dwingen. Dat heeft in mijn voordeel gespeeld.

Braeckman: Mijn vader, grootvader en overgrootvader waren boomkwekers. Dat was mijn ding niet. Toen ik te kennen gaf dat ik filosofie wilde studeren, hadden ze er geen probleem mee. Dat is het verschil met kinderen van wie de ouders allebei een hoger gekwalificeerde job hebben. Die koesteren grote verwachtingen die lang niet altijd ingelost worden. Mijn ouders wilden in de eerste plaats dat hun kinderen tevreden waren met het leven dat ze leidden. Ik hoefde niet per se hoog op de maatschappelijke ladder te eindigen.

Gaan studie en kennis vaak niet ten koste van authenticiteit?

Caluwaerts: Studeren en mijn passie hebben nooit gebotst. Wij zijn streng opgevoed. Ik mocht nooit kijken naar Familie of Thuis terwijl heel de school dat wel deed. Ik stond ook elke dag een uur vroeger op. Om zes uur begon ik piano te spelen en daarna ging ik naar school. Opera is niets zonder techniek. Wanneer je echt goed wilt worden als klassiek muzikant, moet je gigantisch veel eigenschappen combineren. Je moet meester zijn over je lichaam en geest, stressbestendig zijn en tegen vermoeidheid kunnen. En je moet onder druk beter kunnen presteren. Al die eigenschappen verenigen en je dan nog kwetsbaar kunnen opstellen op een podium: het is aan weinigen gegeven.

Braeckman: Als je aan de universiteit cursussen moet blokken die niet boeiend of kwalitatief zijn, worden je creativiteit en authenticiteit natuurlijk beknot. Al kan het ook aan jezelf liggen. Het is mogelijk dat je de kwaliteit niet ziet of domweg niet goed genoeg bent. Studeren is voor mij geen werk, laat staan dat het me zou beknotten.

Hoe belangrijk is variatie bij het botvieren van uw talent?

Caluwaerts: Ik wil niet vastlopen in mijn eigen vaargeul. Ik freelance omdat ik zo overal appeltjes kan plukken. Veel van de zaken die ik naast het zingen doe, zijn voortgekomen uit het feit dat ik ooit model was. Maar niets van dat alles evenaart zingen.

Braeckman: Als je als professor op je vijfendertigste voor het eerst een cursus geeft, heb je die tegen je vijfenveertigste onder de knie. Het gevaar schuilt erin dat je dan nog twintig jaar op dezelfde manier blijft lesgeven. Ik ben jaren met Charles Darwin bezig geweest: doctoraat, hoorcolleges, lezingen, een boek over geschreven. Maar ik heb een medewerker die er nog meer van afweet – hij weet bij wijze van spreken of Darwin bloemkool of broccoli heeft gegeten op 2 oktober 1862. Zo ver ga ik niet. Op een bepaald moment neemt de belangstelling voor iets af. Ik prijs me gelukkig daarvoor, want meestal gaat dat gepaard met iets nieuws.

‘De media hebben een zeer kleine fichebak. Daardoor praten mensen al eens over zaken waar ze geen verstand van hebben. Dat doe je beter niet.’

Een hybride uitoefening van uw passie kan ook leiden tot naijver of door collega’s gezien worden als een gebrek aan sérieux.

Caluwaerts: Wat opera betreft, sta ik op sérieux. Als je kijkt naar programma’s als The Voice Kids en je hoort een kind van zes dat O mio babbino caro zingt, mis je wat de componisten ermee bedoeld hebben. Het is leuk voor mensen die er niets van afweten en best knap voor een kindje van zes, maar er zit geen diepgang in.

Braeckman: Als men al jaloers op me is of op me neerkijkt, gebeurt dat achter mijn rug om. Dan raakt het mij niet. Je moet in de eerste plaats goed zijn in je job. Als je in de media komt, wekt dat soms negatieve reacties op in de academische wereld. Ik zoek die dingen niet op, maar er zijn mensen die wel te vaak op zulke uitnodigingen ingaan. Bovendien hebben de media een zeer kleine fichebak. Daardoor praten mensen al eens over zaken waar ze geen verstand van hebben. Dat doe je beter niet.

Is je talent ontwikkelen een opdracht?

Caluwaerts: Ik denk dat het voor iedereen een levensopdracht is. Te veel mensen zijn bang om hun creativiteit aan te spreken.

Braeckman: Je moet de discipline hebben om het te doen als je het kan. Hoeveel mensen zijn er niet die hardop zeggen: ‘Ik zou dat ook wel kunnen maar het komt er nu even niet van?’ Dat is nonsens. Als het in jou zit, moet je het doen. Al de rest is prietpraat.

‘Het is niet omdat je artiest bent dat je moet creperen, toch?’

Zullen we het even hebben over het ‘onzichtbare werk’ van kunstenaars en of dat door de samenleving ondersteund moet worden?

Caluwaerts: Het snoeien in projectsubsidies! Het is niet omdat je artiest bent dat je d’office moet creperen, toch? De regering moet ermee stoppen kunstenaars automatisch als entrepreneurs te beschouwen. Want dat zijn ze niet allemaal. Kunstenaar zijn is een dagtaak. Ik kan het combineren met ondernemen, maar niet iedereen heeft dat in zich. We kunnen niet allemaal de hele tijd sterk zijn. Een kunstenaar draagt een grote gevoeligheid in zich. Die moet naar waarde geschat worden. Want wij houden de mensen een spiegel voor. Een samenleving heeft dat nodig.

Braeckman: Een wiskundige doet vaak zaken waar de samenleving niet van snapt waarvoor ze dienen. Kunst is in die zin vergelijkbaar met wetenschap. Wat moet de overheid betalen voor ‘onzichtbaar werk’ van een kunstenaar of wetenschapper? Mij gaat het om de concrete vraag: wat hebben wij ervoor over? Ik sta niet eens stil bij uitspraken als ‘ze zouden beter gaan werken zoals iedereen’. Die zijn uitermate negatief. Wie dat zegt, snapt de waarde van kennis, kunst, of schoonheid niet. Eigenlijk is het een discussie over het bestaansminimum. Ik denk dat een bepaald bedrag voor beginnende kunstenaars en wetenschappers, gedurende tien jaar of zo, geen slecht systeem zou zijn. Dan kan er na die periode een balans opgemaakt worden. Je mag natuurlijk niet verwachten dat je dat geld krijgt om de hele tijd te wachten op inspiratie.

Als advocaat van de duivel zou ik kunnen inbrengen dat ‘honger’ een welkome filter is om het kaf van het koren te scheiden.

Caluwaerts: Als jij wilt afzien voor je passie en dat beschouwt als een proef, dan is dat jouw weg. Die kun je niemand anders opleggen. Niet iedereen is gemaakt om met zo veel onzekerheid te leven. Je kunt niet verwachten dat iedereen zo weerbaar is. Het gaat uiteindelijk toch ook over persoonlijk geluk?

Moet passie dan per se naar geluk leiden?

Braeckman: Het is fout om dingen te doen omdat je denkt dat ze je gelukkig zullen maken. Je moet ze doen omdat ze je boeien, omdat je nu eenmaal iets moet doen met je tijd. Als neveneffect ervan kun je wel geluk ervaren.

‘Each man kills the thing he loves’, schreef Oscar Wilde. De Duitse cineast Rainer Werner Fassbinder dacht er ook zo over. Kan op geluk ook de vernietiging van geluk als een evenwaardige sensatie volgen?

Caluwaerts: De donkerte kan aan je trekken, maar ik heb dat niet in mij. Ik wil dingen opbouwen. Dat romantische beeld van kapotmaken? Nee, echt niet.

Braeckman: Ik zou niet weten waarom je iets moet kapotmaken. Je moet wel op zoek gaan naar iets nieuws, je kunt niet dezelfde plaat blijven maken of hetzelfde boek schrijven. Dan bereik je ook je publiek niet meer. In de wetenschap geldt hetzelfde. Als je niet langer gelezen wordt, besta je niet meer. Maar dat wil niet zeggen dat je alles wat voorafging hoeft te vernietigen.

Sommige creatieve mensen willen bewust uit balans leven om te creëren. Zelfdestructie als inspiratiebron, zeg maar.

Braeckman: Dat is hun keuze. Maar ze overlijden ook jong. Denk maar aan Fassbinder, Serge Gainsbourg of Charles Baudelaire. Jezelf verliezen in een te passioneel leven, flirten met drugs en alcohol: ik ben blij dat ik daar gespaard ben van gebleven. Het zou tijdverlies geweest zijn. Er zijn altijd mensen die de grenzen opzoeken. Mensen die zeggen: ‘Ik ga even de Mount Everest beklimmen.’ Dat zit niet in mij. Mijn passie drijft me naar intellectuele zaken, en daarin kun je ook heel diep gaan. Het vergt eveneens opoffering en het kan ook je mensbeeld door elkaar schudden, maar ik zal er niet aan doodgaan. Want ik heb me laten wijsmaken dat er op de Mount Everest nogal veel lijken liggen.

Maar als mensen dat willen doen, dan mogen ze dat. Je kunt zelfs zeggen dat we de menselijke evolutie voor een deel aan hen te danken hebben. De meeste ontdekkingsreizigers kwamen ook niet terug, maar dankzij hen hebben we wel de wereld in kaart gebracht. Ik voer het dagelijkse gevecht om te doen wat ik wíl doen. Goethe had gelijk toen hij schreef: ‘In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.’ Je moet talent en discipline hebben, en controle over je passie. Je hoeft niet alles achterna te lopen.

‘Wie wil er nu een relatie met iemand die zich volledig voor je wegcijfert? Dan kun je evengoed iemand betalen als knecht.’

Dwingt passie jullie niet in een solitair bestaan?

Caluwaerts: Als je solist bent en daarvoor de wereld rondreist, kun je niet anders dan opofferingen maken. Mijn familie moet veel accepteren. En geen enkele van mijn relaties heeft het overleefd. Ook dat moet gezegd worden.

Braeckman: Er zijn ook mensen die dat soort relatie juist ideaal vinden. Die het fijn vinden dat je niet constant op elkaars lip zit. Natuurlijk is het zwaar als je met iemand samen bent die niet zo in elkaar zit. Het zijn niet de extremen die elkaar aantrekken. Dat is een fout beeld. Het zijn de mensen die op dezelfde manier denken die bij elkaar passen. Mensen die dezelfde passies delen. Het alternatief is iemand die zich volledig voor je wegcijfert, maar wie wil er nu zo’n relatie? Dan kun je evengoed iemand betalen als knecht.

Verwijt men u soms dat u egoïstisch leeft?

Braeckman: Wat is egoïsme? Ik heb zeer bewust geen kinderen. Nog altijd zijn er mensen die dat egoïstisch vinden, terwijl het voor mij eerder een vorm van altruïsme is. Als ik mij financieel of op een andere manier inzet voor kinderen, is het voor die van anderen. Ik ben niet kinderloos omdat er al zo veel mensen op de wereld zijn, maar omdat ik mijn tijd voor mezelf wil hebben. Ik ben een workaholic.

Bestaat het goede leven?

Braeckman: Daar zijn al veel invullingen van gegeven. Voor mij is het in grote lijnen – ik baseer me op wat Aristoteles zei – een leven dat naar eudaimonia streeft, dat fulfilment teweegbrengt. Je haalt eruit wat erin zit, op een positieve manier. Want ook een sadist kan eruit halen wat erin zit, hè. Ik heb het over fulfilment gekoppeld aan het effect dat je hebt op mensen, nu en in de toekomst. Dat is voor mij de waardigste menselijke eigenschap: je kunnen inzetten voor anderen, ook al is er geen enkele garantie dat je er iets voor terugkrijgt. Er zijn mensen die zeggen: ‘Ja maar je doet het dan toch voor jezelf, voor het goede gevoel?’ Tja, dan kun je natuurlijk níéts meer doen. Het goede doen en tezelfdertijd jezelf geselen, dat zou belachelijk zijn.

Hebben jullie soms spijt?

Caluwaerts: Ik probeer actief zo te leven: uitgaan van de intentie en niet van het effect van je daden. Als je uitgaat van de impact die je op andere mensen hebt, dan geef je hen te veel macht over jou. Als de dingen niet goed uitdraaien of kwetsend zijn voor de ander, ondanks je goede intenties, dan moet je gewoon sorry zeggen en ook jezelf vergeven. Missen is menselijk.

Braeckman: Spijt en schuld zijn sociale emoties die wij hebben omdat we evolutionair in sociale interactie zijn met onze medeorganismes. Die negatieve emoties kunnen nuttig zijn om een fout te herstellen of om ze niet opnieuw te maken. Maar het zijn vooral mooie voorbeelden van emoties die je handelen niet mogen beheersen. Verteerd worden door een schuldgevoel schiet zijn doel voorbij. Net zoals chronische pijn. Pijn is nuttig, als je geen pijn ervaart dan leef je niet lang. Maar chronische pijn is een soort misfiring van je brein.

Kun je door filosofie te studeren bij jezelf in therapie gaan?

Braeckman: Behoorlijk wat studenten die aan een studie filosofie beginnen hebben er een fout beeld van. Ze denken dat het te maken heeft met heel persoonlijke problemen, existentiële kwesties. Sommigen balanceren op de rand van het suïcidale — filosofie trekt die mensen aan. Maar als universitaire studie geeft de filosofie geen antwoorden op die kwesties. Een diploma filosofie behalen betekent dat je in vier jaar tijd een kleine vijftig vakken moet leren, waarvan het overgrote deel niet zal aansluiten bij jouw passies en verwachtingen.

Bent u bang voor het moment dat uw passie aangetast wordt door fysieke of geestelijke belemmeringen?

Caluwaerts: Ik heb die angst al sinds het begin van mijn studie. Maar zoals met alles moet je je daarover zetten. Een stem behoudt zelden haar maximale capaciteit. Het hangt er ook van af hoe goed je gezorgd hebt voor je instrument. En daar wordt het oneerlijk: mannen hebben veel meer spiermassa. Hun stemmen blijven dus langer goed. Als vrouw kun je dat ook bereiken, maar dan moet je wel stevig aan je spieren werken. Daarom loop ik elke dag een halfuur. Op die manier hoop ik, op pakweg mijn 68e, nog altijd te kunnen zingen.’

‘Mensen die in de hemel geloven realiseren zich niet hoe onnoemelijk saai de oneindigheid zou zijn.’

Is de eindigheid van het leven een zegen of vloek?

Braeckman: Een zegen. Niet alleen de eindigheid van het leven, maar ook de deadline. Als je een zee van tijd hebt, komt de afronding er niet. Tijdslimieten werken voor mij. Mensen die in de hemel geloven realiseren zich niet hoe onnoemelijk saai de oneindigheid zou zijn.

Caluwaerts: Ik vind de eindigheid vreselijk. Ik kan me niets beters voorstellen dan voluit te leven en het is heel jammer dat het moet stoppen. Ik vind het ook verschrikkelijk dat het einde van het leven vaak zo hard is. Mijn vader is vorig jaar gestorven, nadat hij tien jaar heel ziek was geweest. Hij was er van bij het begin erg aan toe. Om de zes maanden werd ik gebeld om afscheid te komen nemen. Dan onderbrak ik een tournee en vloog naar huis. Het is moeilijk onder woorden te brengen hoe je zelfs de vijftiende keer niet denkt: alweer. Nee, je denkt terug aan hoe je als kind op zijn schouders zat, en bij hem uithuilde op je zestiende. Toen de morfine niet meer op kon tegen zijn pijn, zei hij: ‘Het enige wat jij moet zijn, schat, is gelukkig.’ Hij had de kracht om niet ten prooi te vallen aan verbittering en donkerte.

Is dat het mooiste cadeau dat je kunt geven aan je kinderen: niet als een verbitterd mens sterven? Kan dat een opdracht zijn?

Braeckman: In hoeverre heb je daar controle over? Ik ben het met je eens dat je je kinderen zo’n bitterheid niet mag aandoen. Maar bitterheid en geklaag kunnen zich meester van je maken, zoals een depressie dat ook kan. Ik hou me ook bezig met levenseindekwesties. Ik stel vast dat als mensen die terminaal zijn kiezen voor euthanasie, dat ook voor de nabestaanden doorgaans heel positief is. Waarmee ik niet wil zeggen dat mensen het daarom moeten doen, maar het helpt achterblijvers wel om achteraf — of op het moment zelf al — te begrijpen dat hun geliefde autonoom heeft beslist over zijn levenseinde. Er is hem of haar pijn en leed bespaard gebleven. Ook niet te onderschatten: euthanasie creëert een moment waarop je nog afscheid kunt nemen. Dat gebeurt al eens met een glas champagne, met lievelingsmuziek, plezante anekdotes. De persoon gaat wel dood, maar iedereen begrijpt dat alle alternatieven slechter zijn.

Wat met het leven na de dood?

Caluwaerts: Ik denk dat, als er na onze dood energie overblijft, die ook blijft. Dat is de eerste wet van de thermodynamica. Die bewijst niet dat er na de dood nog een bewustzijn is, maar twijfel is gerechtvaardigd.

Braeckman: Ik ben er totaal klaar mee voor mijzelf. Ons wacht het eeuwige niets. De dood is het einde en dat is oké, we zullen er ook geen last van hebben. Niemand heeft er ooit last van gehad dat hij of zij voor de geboorte een oneindigheid van tijd niet had bestaan. Je moet er dus het beste van maken tijdens je leven. Het biedt troost aan nabestaanden als een gestorven geliefde voldoende lang heeft geleefd en ook iets goeds met zijn leven gedaan heeft. Een ‘mislukt’ leven is iets heel anders. ‘Mijn vader was een misdadiger, een slecht mens’, stel je voor! Alleen al daarom heb je de plicht om een goed leven te leiden. Als je doodgaat, moeten je geliefden daar vrede mee kunnen nemen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content