Je kunt er in Venetië niet naast kijken. Luc Tuymans is in town. Al bij de aankomst op de luchthaven zie je affiches en lichtreclames voor zijn tentoonstelling La Pelle ('de huid'). Ook bussen en vaporetti, de Venetiaanse watertrams, voeren volop reclame voor de tentoonstelling met 99 schilderijen, waaronder veel gloednieuw werk. La Pelle blijft meer dan negen maanden open, tot januari 2020, en loopt dus ook tijdens de Biënnale, het grootste kunstevenement ter wereld. Er zal veel, zeer veel volk naar Luc Tuymans komen kijken.
...

Je kunt er in Venetië niet naast kijken. Luc Tuymans is in town. Al bij de aankomst op de luchthaven zie je affiches en lichtreclames voor zijn tentoonstelling La Pelle ('de huid'). Ook bussen en vaporetti, de Venetiaanse watertrams, voeren volop reclame voor de tentoonstelling met 99 schilderijen, waaronder veel gloednieuw werk. La Pelle blijft meer dan negen maanden open, tot januari 2020, en loopt dus ook tijdens de Biënnale, het grootste kunstevenement ter wereld. Er zal veel, zeer veel volk naar Luc Tuymans komen kijken. Het is een overdonderende tentoonstelling. Niet alleen qua omvang - Tuymans heeft het monumentale Palazzo Grassi aan het Canal Grande helemaal ingepalmd - maar ook inhoudelijk. La Pelle grijpt naar de keel: Tuymans schetst een diepzwart, deprimerend beeld van onze wereld met opnieuw oprukkend fascisme en antisemitisme, fake news, het Amerika van Donald Trump, nucleaire dreiging en klimaatrampen. Ook de gruwel van de Tweede Wereldoorlog blijft dwingend aanwezig. Is er dan geen hoop, vraagt u zich ongetwijfeld af. Toch wel: er zit schoonheid in de schilderijen, al is het een perverse schoonheid. Tuymans laat ook zien wat een virtuoos schilder en meester in kleurnuances hij is, al heeft hij die virtuositeit en dat rijke kleurenpalet pas schoorvoetend toegelaten in zijn werk. Van bij het betreden van het Palazzo Grassi wordt de bezoeker op het verkeerde been gezet. In het atrium wordt hij verwelkomd door een monumentale, gloednieuwe mozaïek van 10 bij 10 meter. Enerzijds is dat werk van Tuymans zo vakkundig geïntegreerd in het 18e-eeuwse stadspaleis dat het lijkt alsof de schitterende mozaïek met zijn groenmarmeren omlijsting er altijd al is geweest. Anderzijds toont hij het uitvergrote beeld van Schwarzheide, een schilderij van Tuymans uit 1986, dat zijn titel ontleent aan een naziconcentratiekamp. Maar wie dat schilderij niet kent, voelt sowieso dat er iets niet klopt: dit is een ingreep van een hedendaagse kunstenaar in een eeuwenoud paleis. Ontwrichting: het is een van de strategieën van Tuymans. Wat verderop, aan de voet van de monumentale, barokke staatsietrap en onder statige fresco's, hangt het strakke portret van Albert Speer, nazi-architect en vertrouweling van Hitler. Speer sluit schijnbaar sereen de ogen, onder andere voor de Endlösung - de Holocaust - waarvan hij naar eigen zeggen niet op de hoogte was. Secrets, de titel van dit kleine werk in grijstinten uit 1990, verwijst naar de geheimen die een portret in zich draagt: wat vertelt of verbergt een geschilderd gezicht? De toeschouwer is gewaarschuwd: hij of zij moet aandachtig en langzaam kijken. Beelden zijn verraderlijk en bedrieglijk. Het is een thema dat van het begin af aan in het werk van Tuymans zit. Meer dan twee jaar geleden heeft François Pinault - miljardair, tycoon, kunstcollectioneur en eigenaar van luxemodemerken als Gucci en Yves St. Laurent en van veilinghuis Christie's - zelf het initiatief genomen voor de tentoonstelling, vertelt Luc Tuymans. 'Pinault is de grootste verzamelaar van mijn werk: hij bezit een 25-tal schilderijen.' De tentoonstelling heet La Pelle, Italiaans voor 'de huid'. Dat is ook de titel van een boek van Curzio Malaparte, een aangebrande figuur. Hebt u dat als provocatie bedoeld? Luc Tuymans: Ja. Malaparte had een Italiaanse moeder en een Duitse vader. Dat laatste is niet onbelangrijk. (Malaparte is trouwens een pseudoniem, het tegengestelde van 'Bonaparte', nvdr). Zijn parcours is nogal hobbelig: aanhanger van Mussolini, daarna in ongenade gevallen, dan gewerkt voor de Duitsers aan het Oostfront als verbindingsofficier, daarna journalist en gaan heulen met de Amerikanen. Zijn villa op het eiland Capri wilde hij schenken aan de Chinese volksrepubliek, maar dat is uiteindelijk nooit gebeurd. Er zit iets megalomaans in die man. Zijn modernistische villa is gebruikt als setting voor de film Le Mépris die Jean-Luc Godard in 1963 maakte. Toen ik die onlangs opnieuw zag, was ik bijna gechoqueerd: dat soort epische film zal nooit meer gemaakt worden. De jonge Brigitte Bardot spreekt zinnen uit waar ze geen reet van snapte, de dialogen slaan nergens op maar de beelden zijn onvergetelijk. Daarna ben ik alles van Malaparte gaan lezen. La Pelle is zeker geen onvergetelijk boek. Kaputt is veel beter. De indrukwekkende schoorsteenmantel uit de villa van Malaparte heb ik geschilderd. Die hangt in de tentoonstelling. Het campagnebeeld van de tentoonstelling is een schreeuwende vrouw. Waar verwijst dat beeld naar? Tuymans: Ik heb het werk in 2017 geschilderd en het heet ook 2017. ( lacht) De vrouw op mijn schilderij bestaat niet echt: het is de projectie op een pop. Het beeld komt uit de Braziliaanse thrillerserie 3%, een dystopie die ergens in de toekomst gesitueerd is. Arme mensen kunnen zich verrijken als ze slagen in een aantal tests. Zo kunnen ze tot de betere klasse gaan behoren die ver weg woont. Maar zoals de titel aangeeft, slaagt slechts drie procent daarin. De meesten worden koudweg geëlimineerd. Bij een van die tests moet men raden wat er gebeurd is met de vrouw met de opengesperde mond: die weet net dat ze vergiftigd is. Ik heb de titel 2017 ook gekozen omdat het een jaar is waarin nogal wat verbijsterende dingen zijn gebeurd: die aap van een Trump die verkozen werd, de naweeën van de brexit. Toch is de tentoonstelling niet expliciet politiek: schilderijen met bekende figuren als Condoleezza Rice en Patrice Lumumba ontbreken. Tuymans: Al snel hadden we het idee om een tentoonstelling te maken die meer onderhuids zou werken: daar verwijst de titel La Pelle ook naar. Dus meer understatement dan politieke statements en duidelijk herkenbare figuren zoals Condoleezza Rice, koning Boudewijn en Patrice Lumumba. Ik wilde de werken over kolonialisme trouwens niet tonen omdat het Palazzo Grassi zich daar niet toe leent. Bovendien heb ik die werken al in het Belgisch paviljoen laten zien (in de expo Mwana Kitoko op de Biënnale van Venetië in 2001, nvdr). Wat er wel in zit: Albert Speer als een etalagepop, Schwarzheide en Our New Quarters (een schilderij gebaseerd op een prentbriefkaart die gevangenen van het concentratiekamp Theresienstadt naar huis moesten sturen om de schijn op te houden dat het een 'modelkamp' was, nvdr). Het grondpatroon zit erin: geheugen, geschiedenis en macht. En de bedrieglijkheid van het beeld. Dat is een thema eigen aan mijn werk: de twijfel aan wat je ziet en de vraag naar de betekenis van wat je ziet. Je moet twee keer kijken voor je weet wat je gezien hebt. Er is nog een reden waarom ik geen verwijzingen naar de kolonisatie in de tentoonstelling wilde. Men zit te knutselen aan Europa, dat nu als een lappendeken uit elkaar aan het vallen is. Ik wil het daarom echt over Europa hebben: als een Chinees mijn tentoonstelling bezoekt, wordt hij geconfronteerd met de kunst van de blanke man. (schatert) Pas op, niet vanuit het idee van white supremacy maar net het omgekeerde: ik toon hoe nefast en rampzalig onze situatie is. De zwakheid van de tentoonstelling is misschien dat de toeschouwers het 'schoon' gaan vinden. Dat is het complete cynisme van deze tentoonstelling: wie dit mooi vindt, heeft er geen fluit van gesnapt. De mensen zouden met een hoofd vol problemen naar buiten moeten gaan. Ach, als ze het wreed schoon vinden, is dat ook goed. Ik hoop alleen dat de mensen goed zullen kijken. Er zitten veel verrassingen in La Pelle. Tuymans: Het is een persoonlijke keuze: bezoekers met een bepaald verwachtingspatroon zullen bedrogen uitkomen. Ik wil het over het beeld en de schilderkunst hebben. Er zit veel ruimte tussen de werken zodat de bezoekers aandachtig en geconcentreerd kunnen kijken. Er is geen chronologie, maar we hebben de werken zo opgehangen dat er spanning in zit, van begin tot eind. Er is een beknopte gids bij de tentoonstelling, waarin de werken en hun bronnen kort geduid worden. Je moet je publiek niet onderschatten maar ook niet overschatten. Uw schilderijen bieden een duidelijk tegenwicht tegen de protserigheid van het stadspaleis. En tegelijk integreren ze zich. Merkwaardig of niet? Tuymans: Mijn werk staat haaks op deze stad en gaat in tegen Venetiaanse schilders als Tintoretto, Giorgione en Titiaan. Maar vreemd genoeg functioneert het perfect in dit gebouw, dat eerst van Fiatbaas Gianni Agnelli was en dan van Pinault. Een symbool van macht en rijkdom. Tintoretto hier tonen, is normaal. Maar mijn werk is compleet anders. Ik was ook verrast dat mijn schilderijen hun monumentaliteit behielden. Dat was een geruststelling. Ik had alles wel op computer uitgewerkt, maar als de werken hier écht aankomen, maakt dat toch een verschil. Mijn werk dialogeert met het gebouw, maar het botst er ook mee. Er ontstaat een wankel evenwicht, ik kan het zelf niet helemaal bevatten. Ik merk wel dat dit soort ruimtes beter is voor mijn werk dan de 'white box'. Dat is ook voor mij een aangename verrassing. Uw schilderijen ondergraven de macht en de esthetiek van de macht. Kan de heer Pinault dat appreciëren? Tuymans: Ik denk dat hij dat begrijpt. Intrinsiek. Pinault verzamelt mijn werk al meer dan 20 jaar, vanuit een zeker respect. En het klikt ook tussen ons, zonder al te veel woorden. Hij is een selfmademan die niet vergeten is waar hij vandaan komt: een houtvester uit Bretagne. En hij koestert een wrok tegenover Parijs omdat hij zijn museumproject op het Île Seguin nooit kon realiseren. Daar sta ik met hem op één lijn. Pinault heeft nog een rekening te vereffenen met Parijs: zijn kunstproject in de Bourse de Commerce wordt zijn ultieme wraak. U stelt nu tentoon in Venetië, maar het is niet meteen een stad die u koestert. Ooit noemde u Venetië 'een niet-functionerend stadje'. Tuymans: Venetië is een perverse stad. Het was ooit een ongelooflijk rijke stadstaat. Kijk naar het Dogepaleis, dan besef je pas hoeveel geld die snaken hadden. Nu is Venetië een prentbriefkaart, maar als symbool van het oude Europa zinkt het weg in de lagune. Anderzijds geef ik toe dat ik vooringenomen was. Ik heb als arrogante Antwerpenaar mijn mening moeten herzien. Er wordt hard en efficiënt gewerkt. La Pelle zal een van mijn belangrijkste tentoonstellingen zijn, het zal misschien het grootste publiek trekken dat ik ooit zal bereiken, en de ironie van het lot is dat het hier in Venetië plaatsvindt. Toter Gang is een nieuw werk uit 2018: een monumentale zware, gesloten poort gevat in een lichtbundel. Het werk ademt dreiging. Wat stelt het voor? Tuymans: Het is een van de tunnels onder Berchtesgaden, de bunker van Hitler. De Tweede Wereldoorlog en het nazisme blijven u fascineren? Tuymans: In Frankrijk, Europa en de hele wereld zie je dat ontstellende antisemitisme weer de kop opsteken. We hadden toch nooit verwacht dat dergelijke fenomenen zich zouden herhalen? Er is natuurlijk een jonge generatie die geen voeling meer heeft met wat er toen is gebeurd. Door de sociale media zitten mensen bovendien in hun bubbel: ze denken alle kennis binnen handbereik te hebben, maar dat is het kortetermijngeheugen en bevat nauwelijks analyse. Al die elementen leiden tot onwetendheid en puur vergeten. De Hitlergroet wordt weer uitgebracht in scholen. Als grap of wat dan ook, maar het is de verkeerde grap. Dat soort populisme steekt dus weer de kop op, terwijl de geschiedenis intussen toch bewezen heeft hoe verkeerd het wel was. En de fascinatie voor die periode blijft bestaan, ook in Italië. Daarom blijft het een basisgegeven in mijn werk. (grijnst:) Maar ik wil daar niets mee bewijzen. 9/11 en Amerika zitten ook in de tentoonstelling. Tuymans: Still Life uit 2002 is een politiek geladen en kritisch werk op groot formaat: zo'n 3,5 bij 5 meter. Ik heb dat banale stilleven (vruchten en een kan water in vage pastelkleuren, nvdr) op dat formaat gemaakt na 9/11 omdat ik vond dat die aanslagen toen, onmiddellijk na de feiten, niet geschilderd kónden worden. Bovendien vond ik dat ongepast. In de plaats heb ik de totale banaliteit op monumentaal formaat geschilderd. In 2005 heb ik het wel geprobeerd met Demolition, een schilderij dat ik graag in Venetië had gehad maar het Museum of Modern Art in New York vond de bruikleenperiode te lang. Het toont een stofwolk die je helemaal verblindt en is gebaseerd op de afbraak van een gebouw in Chicago. Strikt genomen heeft dat niets met 9/11 te maken. Maar ik heb dat werk getoond in 2005 bij David Zwirner in New York en toen maakte men daar wel meteen de associatie met de aanslag op de Twin Towers. Als u nu terugblikt op dertig, veertig jaar schilderen, wat valt u dan op? Tuymans: Wat mij nu opvalt, is de manier waarop een aantal iconische schilderijen die dertig jaar oud zijn, beginnen te werken. Doordat de olieverf nu echt helemaal droog is, beginnen die oude schilderijen zoals De wandeling uit 1989 en Heillicht uit 1991 een patina te krijgen. Soms lijkt het alsof ze aan diepte winnen. Het verschil tussen de oude en de zeer recente werken wordt heel duidelijk. Het toeval wil dat er intussen al twee delen van mijn catalogue raisonné zijn uitgekomen. Eind dit jaar volgt deel drie, dat tot 2018 gaat. In totaal is het een feitelijk overzicht van wat ik tot nu toe heb gemaakt: dat is nog vreemder dan deze tentoonstelling. Heb ik dat allemaal gedaan, vraag ik me dan af? Op zich werkt deze tentoonstelling als een soort eindspel. In de stijl van: zo ga ik niet meer schilderen. Wat bedoelt u met 'eindspel'? Sluit u met deze tentoonstelling een periode af? Tuymans: Ja en nee. Ik ben vorig jaar zestig geworden. Een aantal zaken komen niet meer terug. Het wordt tijd om de legacy voor te bereiden en te consolideren. De catalogue raisonné is daar een onderdeel van, het zijn drie vuistdikke boekdelen. Gedrukt, want ik geloof alleen wat zwart op wit staat. Ook La Pelle is een deel van die consolidatie: aan deze tentoonstelling is twee jaar gewerkt. Dat is een culminatiepunt. Tegelijk eindigt het hier níét. Er komt een tentoonstelling in museum De Pont in Tilburg: die opent op 29 juni en zal dus gelijk met La Pelle lopen. Daar zijn 45 werken te zien waaronder tien zeer recente én enkele oude schilderijen die nooit eerder getoond zijn. In 1995 heb ik al eens een tentoonstelling gemaakt in De Pont. Deze nieuwe expo heet The Return en is de afscheidstentoonstelling van directeur Hendrik Driessen. Het is ook zijn wens. Gerechtvaardigd, omdat De Pont snel en in de diepte heeft verzameld. Dan komt er een tentoonstelling in Hongkong bij galerie David Zwirner. Maar die is uitgesteld tot maart 2020 omdat ik in mei aan mijn voet moet worden geopereerd. Er zijn ligamenten doorgescheurd, een gevolg van een aandoening die ik van mijn vader heb geërfd: platvoeten. Maar ik wilde me niet laten opereren vóór Venetië: ik zag het niet zitten om me in Venetië in een rolstoel te moeten verplaatsen. Dat is onmogelijk met al die bruggetjes. Daarom loop ik nu op sneakers, niet meteen een schoeisel dat ik normaal zou dragen. Maar zo is de pijn draaglijk. Ik heb dus inmiddels zo'n zeshonderd werken geschilderd. Dan denk ik weleens: er staat toch een oeuvre, dat is mijn plezier. Toch wordt de druk groter om nog scherper te worden. Dat zullen we dan wel zien. Maar ik besef dat ik zo'n omvangrijk oeuvre niet nog eens kan maken: daar heb ik de tijd niet meer voor. En daar heb ik ook vrede mee. Enfin, criticasters kan ik met mijn oeuvre van 600 werken de bek snoeren. Er heeft bij mij altijd wel het idee van wraak meegespeeld. Wraak? Op wie of wat? Tuymans: Dat heeft met mijn jeugd te maken. Ik ben als kind zwaar gepest door de leerlingen van mijn klas. Ik heb altijd gedacht: jullie zullen nog wel zien. En daar ben ik nu mee bezig. Als je ouder wordt, is het belangrijk om je woede goed te beheersen. Maar woedend blijf ik. Milder of waardig ouder worden, is geen optie voor mij. Integendeel, ik word alleen nog woedender. Vindt u schilderkunst nog altijd de meest adequate vorm om uw woede en kritiek uit te drukken? Tuymans: Op termijn wel. (schaterlacht) Ik heb ooit ook films gemaakt, maar terugkijkend blijf ik erbij dat schilderkunst krachtiger is. Schilderkunst is zo ingebed in de westerse samenleving, heeft zo'n geschiedenis en zo'n iconisch gehalte. Toen ik voor de eerste keer El 3 de mayo van Goya in het Prado in Madrid zag (de executie van Spaanse opstandelingen door Franse troepen in 1808, nvdr), werd ik gewoon weggeblazen. Dat heb je met veel schilderijen: er is die picturale kracht, gekoppeld aan de fysieke aanwezigheid van het werk. Goya is voor mij een van de eerste politieke kunstenaars, op de breuklijn tussen de oude meesters en de moderniteit. Goya heeft het ook allemaal alleen gedaan, tijdens zijn leven hield de verlichting op aan de Pyreneeën. Daarnaast is er ook de agressiviteit van Courbet, bijna vitrioolachtig geschilderde landschappen. Die vóél je gewoon. Kijk naar Van Eyck, ga in Padua naar Giotto kijken. Het beeld dat geschilderd is, heeft toch een andere impact en betekenis. Niet dat het geschilderde beeld immanent politiek is, maar het bezit een stille kracht en diepere betekenissen. Ik vergelijk het graag met het deep web of dark web, dat onder het wereldwijde web verstopt zit. Dat deep web onttrekt zich aan het zicht en kan moeilijk gevonden worden door gewone zoekmachines. Schilderkunst is anders dan film. Pas op: regisseurs als David Lynch of Alfred Hitchcock vertrekken ook vanuit een grote visuele intelligentie. Ik wist niet goed wat mij overkwam toen ik de eerste keer Blue Velvet van Lynch zag. Hij schildert nu opnieuw, ik weet niet of dat een goed idee is. Toch zijn er ook duidelijke parallellen tussen schilderkunst en film. Beide vertrekken vanuit de benadering van een beeld, terwijl je met fotografie een beeld 'neemt' (Tuymans vertrekt steeds van eigen foto's, die hij meestal met zijn smartphone neemt, nvdr). Bij film en schilderkunst is die benadering en behandeling van het beeld gelijklopend. Je kunt monteren, kadreren, inzoomen, bewerken, oplichten, details weglaten. U schildert elk doek in maximaal 24 uur. Dat is niet veranderd? Tuymans: Dat blijft zo. Elk werk zit vooraf in mijn hoofd en is doordacht. Er zijn weinig verrassingen, maar schilderijen kunnen mislukken. The Cook heb ik proberen te maken in 1989, maar dat lukte toen niet. Dat is pas veel later wel gelukt. Die 24 uur is een maximale aandachtsboog. Ik wil voor mezelf ook de spanning behouden, mijn intentionele kracht niet verliezen. Ik kan een schilderij niet half afwerken en de dag daarna terugkomen en dan voortwerken. Ik kan niet stoppen, het is zeer compulsief. Het móét eruit. Er zijn schilders die helemaal anders werken: Kerry James Marshall (Afro-Amerikaanse schilder en generatiegenoot van Tuymans, nvdr) werkt heel technisch, laag na laag. Dat is mijn ding niet, ik kan dat niet opbrengen. Ik verveel me ook veel te snel. Pas op, het kan ook snel gaan. Dan maak ik een schilderij in vier à vijf uur. Turtle, een monumentaal werk, heb ik in zeven uur geschilderd. Maar hoe langer het duurt, des te slechter het meestal is voor het schilderij. Een Tuymans herken je van ver. Is er dan zoiets als een Tuymans-stijl? Want u hebt, zeker vroeger, gezegd dat u geen stijl nastreefde. Tuymans: Die stijl heb ik zelf niet gewild of bedacht. Maar na 600 schilderijen is er iets organisch gegroeid. Ik wilde tegen een bepaalde esthetiek ingaan, wilde dingen schrappen, maar heb dan toch weer zaken toegelaten. Die Zeit uit 1988 is bijvoorbeeld nog met gereduceerde kleuren, bijna grafisch en schraal geschilderd. Dat doe ik nu niet meer. Ik laat me nu soms gaan. (schaterlacht) Je moet deze tentoonstelling ook zien wanneer de zon schijnt, met dat typische Venetiaanse licht. Er is niets beter dan daglicht om alle kleurnuances te laten uitkomen, ik werk ook in mijn Antwerpse atelier met daglicht. Dat is heel belangrijk. Is Luc Tuymans een politiek kunstenaar? Tuymans: Nee. Kijk, natuurlijk is het leven politiek, elke daad die je in je leven stelt, is politiek. Kunst is dat in se niet, maar natuurlijk is het kunstwerk het gevolg van een handeling. Een kunstwerk kan op een bepaald moment dan ook een politieke betekenis hebben. Het antwoord is eigenlijk: ik schilder omdat ik niet fucking naïef ben. Schilders maken een zeker symbolisch kapitaal aan. Schilderijen hebben culturele en economische waarde. Maar tegenwoordig is de kunstwereld zo ingrijpend veranderd dat het nog weinig gaat over inhoud. Ik wil met deze tentoonstelling ook weerstand bieden tegen de jonge verzamelaars die zich laten adviseren door consultants. Meer en meer wordt kunst beschouwd als speculatie en als een onderdeel van de rubriek lifestyle. Dat is niet de reden waarom ik kunstenaar ben geworden. Daarom is het belangrijk wat ik hier in Venetië kan doen: de meeste mensen die zullen komen kijken, zijn geen verzamelaars. Daarom probeer ik deze tentoonstelling ook zo goed mogelijk te doen. Ik wil iets afleveren waar ik achter sta en ik hoop dat de bezoeker - al gaat het maar om tien op de duizend - er iets van zal meedragen.