De (s)preekstoel van Knack.be
De (s)preekstoel van Knack.be
Knack.be maakt ruimte voor religie en levensbeschouwing
Opinie

27/01/19 om 15:10 - Bijgewerkt om 15:12

'Leerling die het vak godsdienst volgt in het katholiek onderwijs, zal kunnen groeien als mens'

Godsdienstleraar en lid van de denktank Logia Wim Verbeeck is het niet eens met het pleidooi om het vak godsdienst facultatief te maken.

'Leerling die het vak godsdienst volgt in het katholiek onderwijs, zal kunnen groeien als mens'

© istock

Omdat een belangrijk deel van de bevolking zich niet meer identificeert met de katholieke levensbeschouwing, zou het, aldus Leni Franken opportuun zijn om het vak godsdienst facultatief te maken. Ongetwijfeld is het eerste deel van de redenering correct. Velen nemen afstand van het katholieke denken, en stellen zich terecht vragen bij de rol van de katholieke sfeer in de samenleving. Tegelijk vraagt Franken een herwaardering van de levensbeschouwelijke geletterdheid, wat uiteraard een erg zinvolle competentie is, zeker in tijden waarin extremisme de kop op steekt.

Delen

Leerling die het vak godsdienst volgt in het katholiek onderwijs, zal kunnen groeien als mens.

Kortweg is mijn stelling de volgende: indien ik als leraar godsdienst de voorbije twintig jaar de levensbeschouwelijke geletterdheid die mevrouw Franken wil zien, niet centraal zou hebben gesteld in mijn lessen, dan zou ik nu geen leraar godsdienst meer kunnen zijn. Maar, zo vraagt u terecht, waarom dan starten vanuit de katholieke godsdienst? Wel, omdat het starten vanuit een bepaalde religie of levensbeschouwing, in casu de rooms-katholieke godsdienst, een vorm van learning in religion is, en dat werkt.

Een neutraal buitenperspectief, learning about religion, werkt om verschillende redenen niet. Ten eerste bestaat het niet. Je kan, buiten encyclopedische kennis, geen neutraal perspectief aanbieden binnenin levensbeschouwelijke vorming omdat de leraar, de leerling en de leerstof in dit vak de facto onlosmakelijk met mekaar verbonden zijn. Ten tweede biedt een zogenaamd objectief standpunt aan de leraar en de leerling de mogelijkheid om zich letterlijk van de leerstof te distantiëren, waardoor het verwezenlijken van de levensbeschouwelijke competenties op de helling komt te staan.

Wat is de kracht van de tradities in de lijn van Abraham (ik vermijd de termen jodendom, christendom, islam, atheïsme ed.)? De mondelinge en schriftelijke traditie die aan deze religies of levensbeschouwingen verbonden is, omvat archetypes van verhalen die het menselijk bestaan altijd al vorm gegeven hebben. Zo kent men David versus Goliath, Achilles versus Borgias, Dawud versus Djalut, Nietzsche tegen de geest der zwaarte, ik tegen de soms slopende routine en de snijdende, scherpe kanten van het leven. Leer deze archetypes aan, en je leert dat we verbonden zijn. Zelfs de moderne fysica weet dat we verbonden zijn: allen zijn we sterrenstof.

Er zijn talloze voorbeelden van zulke archetypische verhalen, maar weet dat wanneer een leerling in de godsdienstles kennis maakt met David en Goliath, leert over wat wij allemaal meemaken in het leven. Hierdoor verwerft deze leerling een vorm van levensbeschouwelijke geletterdheid die bovendien wijst op de feitelijke verbondenheid van mensen. Met andere woorden, een leerling die het vak godsdienst volgt in het katholiek onderwijs, zal kunnen groeien als mens, wat ook zijn levensbeschouwelijke visie is.

Delen

Het spreekt voor zich dat een leerling evenzeer levensbeschouwelijke competenties verwerft wanneer die starten vanuit een andere traditie.

Voor iemand mij van een overdreven favoritisme ten opzichte van de christelijke godsdienst beschuldigt, toch even dit. Het spreekt voor zich dat een leerling evenzeer levensbeschouwelijke competenties verwerft wanneer die starten vanuit een andere traditie. Je kan beginnen bij de atheïst Nietzsche en zijn strijd tegen de Geest der zwaarte, om dan uit te komen bij Dawud versus Djalut. De kunstmatige scheiding van de levensbeschouwelijke vakken heeft al lang niets meer te maken met wat er de facto in de klas gebeurt. Het gaat zeker ook om de belangen van de onderwijskoepels en allen die hiermee verbonden zijn, lees, het gaat ook om macht. Vraag is of de woordenstrijd in de media rond levensbeschouwelijke vorming, vaak vertrekkend vanuit foutieve premissen die reeds lang achterhaald zijn in de klas, de leerling enig goed doen? Wat mij betreft niet.

Wim Verbeeck is leraar godsdienst in het secundair onderwijs, doctor in de wijsbegeerte en lid van de denktank Logia.