De studie naar de werklast bij leerkrachten is eindelijk verschenen. Hieruit blijkt dat leerkrachten gemiddeld 46 uur werken per lesweek en nog steeds 17u en 23 minuten per vakantie. Vooral het woord 'gemiddeld' roept al vragen op. Volgens de gemiddelden behoort ons onderwijs immers nog steeds tot de wereldtop. Iedereen met een portie gezond verstand en zonder oogkleppen weet echter al dat het niveau van ons onderwijs in een neerwaartse spiraal zit.

Leerkrachten komen veel te weinig toe aan lesgeven: dat is het grote pijnpunt van ons onderwijs.

Ik ga mij niet uitspreken over de validiteit van het behaalde gemiddelde. Het onderwerp over de inzet (of het gebrek ervan) van leerkrachten is namelijk te zeer gepolariseerd: criticasters blijven leerkrachten toch beschouwen als gepatenteerde nietsnutten terwijl de leerkrachten (of toch deel van hen) hun tomeloze inzet blijven benadrukken. Deze discussie is een non-debat. Er kan immers op geen enkele volkomen objectieve wijze aangetoond worden dat iedere individuele leerkracht effectief 46 uur per lesweek werkt.

Net zo min kan men objectief aantonen dat iedere individuele leerkracht slechts een beperkt aantal uren per week werkt. Al kent iedereen uiteraard wel voorbeelden van ijverige leerkrachten die steeds weer nieuwe elementen aanbrengen in hun lespraktijk en zelfs hun weekend of vakantie opofferen om studie-uitstappen voor te bereiden of van vegeterende leerkrachten die op de klok de seconden aftellen en bij het belsignaal naar huis spurten. Beide categorieën zijn aanwezig in het onderwijs, net zoals zij aanwezig zijn in tal van werksituaties.

De essentie van dit onderzoek is, volgens mij, echter de vaststelling dat leerkrachten slechts een beperkt aandeel van hun tijd bezig zijn met de essentie van hun taak: lesgeven (32 procent van de tijd in het secundair tot 38 procent van de tijd in het basisonderwijs). Daar ligt het grote pijnpunt van ons onderwijs. Onze leerkrachten komen eenvoudigweg niet meer (voldoende) toe aan datgene waarvoor ze zijn opgeleid (al valt ook over de kwaliteit van de lerarenopleiding een hartig woordje te zeggen): het overbrengen van kennis en vaardigheden. Quasi alles waar de maatschappij problemen mee heeft wordt immers afgeschoven naar de scholen en komt bijkomend op het bord van de leerkrachten terecht.

De grote administratieve planlast blijft een van de grootste problemen in het onderwijs.

De grote administratieve planlast blijft een van de grootste problemen in het onderwijs. Leerkrachten moeten tegenwoordig, bij wijze van spreken, al een verslag in drievoud opmaken wanneer zij een nieuw krijtje willen gebruiken. Ons onderwijs gaat eenvoudigweg ten onder aan een educatief wantrouwen: bij iedere beslissing die leerkrachten nemen, moeten zij zich vandaag verantwoorden. Een leerling de klas uitsturen? Men mag zich uitgebreid gaan verantwoorden bij de directie. Denken bepaalde directeurs misschien dat leerkrachten voor hun plezier leerlingen de klas uitsturen? Balorig gedrag bestraffen? Men mag de leerlingenbegeleiding uitvoerig briefen waarom dergelijke beslissing genomen werd en men moet reflecteren over de gemoedstoestand van de bestrafte leerling.

Denkt men ook eens aan de gemoedstoestand van de betrokken leerkracht? Lesgeven met een persoonlijke toets los van de richtlijnen in het leerplan? De pedagogische begeleiding ligt al op de loer om met priemende blik en een vermanend vingertje tevoorschijn te springen. Hebben de pedagogische begeleiders misschien de educatieve waarheid in pacht? Geen papieren bewijs op welke wijze aan de eindtermen gewerkt werd? De doorlichting haalt net niet het grof geschut boven. Is een waslijst aan afgevinkte eindtermen dan synoniem voor kwalitatief, degelijk onderwijs? Dan zwijg ik nog over de dictatuur van de elektronische leeromgevingen zoals Smartschool...

Verloren legislatuur

Deze vaststelling is ook een regelrechte kaakslag voor het beleid van Onderwijsminister Hilde Crevits. Zij lanceerde in 2016 immers haar befaamde 'Operatie Tarra' om de planlast in het onderwijs terug te dringen. Ruim twee jaar later moeten we dus vaststellen dat deze operatie een volledige slag in het water geworden is en geen enkele concrete en vooral positieve impact (gehad) heeft op de werksituatie van onze leerkrachten. Het zoveelste voorbeeld van een verloren legislatuur voor het onderwijs...

Ook de onderwijskoepels blinken op hun beurt (nog maar eens) uit in wereldvreemdheid. Naar aanleiding van deze resultaten stellen zij namelijk dat er 'een onderzoek moet komen naar wat echt tot de kerntaken van een leerkracht behoort'. Zelfs een vijfjarige kan deze vraag beantwoorden.

Ondanks ronkende en hoogdravende verklaringen vanuit koepels en beleid blijven de verantwoordelijken het professionalisme van leerkrachten ontkennen. De algemene betutteling heeft ons onderwijs in een wurggreep en draagt mee bij tot de ontegensprekelijk neerwaartse spiraal van ons educatief systeem. Zolang beleid, koepels en schoolbesturen onze leerkrachten niet als echte onderwijsprofessionals beschouwen, is een echte oplossing voor dit probleem onmogelijk.

Een educatieve omslag

De fout van ons huidige educatief systeem ligt niet enkel bij het geïnstitutionaliseerde wantrouwen tegenover onze leerkrachten, maar evenzeer bij de opdrachtbreuk die in lesuren uitgedrukt wordt. Ik bepleit daarom om de leerkrachten enerzijds opnieuw echt centraal te plaatsen in het pedagogisch proces zodat zij samen met de leerlingen opnieuw de centrale as vormen in het onderwijs, zoals ik ook schrijf in mijn boek 'Scholen laten schitteren' (Beefcake Publishing).

Daarnaast bepleit ik de invoering van een 'omvattende jaaropdracht' naar analogie met het Nederlandse systeem van de 'Normjaartaak'. De taakbelasting voor iedere leerkracht met een fulltime aanstelling bedraagt 1600 uur op jaarbasis of een werktijd van wekelijks 42 uur verdeeld over 38 werkweken. Dit takenpakket is opgebouwd uit volgende delen (bij een deeltijdse opdracht a rato): 900 uur lesgeven (56.25% van de totaalopdracht), 300 uur lesgebonden taken zoals voorbereiding, verbeterwerk (18.75% van de totaalopdracht), 160 uur persoonlijke bijscholing (10% van de totaalopdracht) en 240 uur schoolgerelateerde taken zoals vakgroepoverleg, personeelsvergaderingen... (15 % van de totale opdracht).

Stijn Van Hamme, Scholen laten schitteren, Uitgeverij Beefcake Publishing, 88p., 20 euro., R.V.
Stijn Van Hamme, Scholen laten schitteren, Uitgeverij Beefcake Publishing, 88p., 20 euro. © R.V.

Zo lang we deze educatieve omslag niet maken, zal de non-discussie over taakbelasting en het afschuiven van niet-gerelateerde taken op het onderwijs blijven doorgaan. Dit zal de negatieve spiraal waarin ons onderwijs gevangen zit (teloorgang van het niveau en de massale uitstroom van leerkrachten) in stand blijven houden en nog versterken. Noem het ijdele hoop, maar ik geloof oprecht dat een dergelijke omslag een pak problemen in ons onderwijs kan oplossen.

Tot slot wil ik mij nog richten tot de Onderwijsminister, beleidsverantwoordelijken uit de onderwijskoepels, pedagogisch begeleiders, doorlichters, schoolbesturen, directies en leerlingenbegeleiders: stop alstublieft met het in vraag stellen van het professionalisme van onze leerkrachten. Wanneer jullie eindelijk ophouden met de overdreven betutteling, en jullie (zonder twijfel ongewild) wantrouwen opzij zetten, zullen onze leerkrachten opnieuw kunnen schitteren als de educatieve professionals de zij zijn. De leerkrachten zijn ons vertrouwen meer dan waard.

Stijn Van Hamme (1985) stapte na het behalen van zijn licentiaatsdiploma Romaanse Talen in het onderwijs. Hij gaf les in verschillende vakken aan leerlingen van de eerste, tweede en derde graad van het secundair onderwijs in verscheidene scholen in Vlaanderen, zowel in aso, tso als bso. Daarnaast was hij gedurende enige tijd lector in het hoger onderwijs. Sinds september 2015 werkt hij als praktijkassistent aan de UGent, waar hij Frans geeft in de opleiding Bestuurskunde en Publiek Management.

De studie naar de werklast bij leerkrachten is eindelijk verschenen. Hieruit blijkt dat leerkrachten gemiddeld 46 uur werken per lesweek en nog steeds 17u en 23 minuten per vakantie. Vooral het woord 'gemiddeld' roept al vragen op. Volgens de gemiddelden behoort ons onderwijs immers nog steeds tot de wereldtop. Iedereen met een portie gezond verstand en zonder oogkleppen weet echter al dat het niveau van ons onderwijs in een neerwaartse spiraal zit. Ik ga mij niet uitspreken over de validiteit van het behaalde gemiddelde. Het onderwerp over de inzet (of het gebrek ervan) van leerkrachten is namelijk te zeer gepolariseerd: criticasters blijven leerkrachten toch beschouwen als gepatenteerde nietsnutten terwijl de leerkrachten (of toch deel van hen) hun tomeloze inzet blijven benadrukken. Deze discussie is een non-debat. Er kan immers op geen enkele volkomen objectieve wijze aangetoond worden dat iedere individuele leerkracht effectief 46 uur per lesweek werkt. Net zo min kan men objectief aantonen dat iedere individuele leerkracht slechts een beperkt aantal uren per week werkt. Al kent iedereen uiteraard wel voorbeelden van ijverige leerkrachten die steeds weer nieuwe elementen aanbrengen in hun lespraktijk en zelfs hun weekend of vakantie opofferen om studie-uitstappen voor te bereiden of van vegeterende leerkrachten die op de klok de seconden aftellen en bij het belsignaal naar huis spurten. Beide categorieën zijn aanwezig in het onderwijs, net zoals zij aanwezig zijn in tal van werksituaties.De essentie van dit onderzoek is, volgens mij, echter de vaststelling dat leerkrachten slechts een beperkt aandeel van hun tijd bezig zijn met de essentie van hun taak: lesgeven (32 procent van de tijd in het secundair tot 38 procent van de tijd in het basisonderwijs). Daar ligt het grote pijnpunt van ons onderwijs. Onze leerkrachten komen eenvoudigweg niet meer (voldoende) toe aan datgene waarvoor ze zijn opgeleid (al valt ook over de kwaliteit van de lerarenopleiding een hartig woordje te zeggen): het overbrengen van kennis en vaardigheden. Quasi alles waar de maatschappij problemen mee heeft wordt immers afgeschoven naar de scholen en komt bijkomend op het bord van de leerkrachten terecht.De grote administratieve planlast blijft een van de grootste problemen in het onderwijs. Leerkrachten moeten tegenwoordig, bij wijze van spreken, al een verslag in drievoud opmaken wanneer zij een nieuw krijtje willen gebruiken. Ons onderwijs gaat eenvoudigweg ten onder aan een educatief wantrouwen: bij iedere beslissing die leerkrachten nemen, moeten zij zich vandaag verantwoorden. Een leerling de klas uitsturen? Men mag zich uitgebreid gaan verantwoorden bij de directie. Denken bepaalde directeurs misschien dat leerkrachten voor hun plezier leerlingen de klas uitsturen? Balorig gedrag bestraffen? Men mag de leerlingenbegeleiding uitvoerig briefen waarom dergelijke beslissing genomen werd en men moet reflecteren over de gemoedstoestand van de bestrafte leerling. Denkt men ook eens aan de gemoedstoestand van de betrokken leerkracht? Lesgeven met een persoonlijke toets los van de richtlijnen in het leerplan? De pedagogische begeleiding ligt al op de loer om met priemende blik en een vermanend vingertje tevoorschijn te springen. Hebben de pedagogische begeleiders misschien de educatieve waarheid in pacht? Geen papieren bewijs op welke wijze aan de eindtermen gewerkt werd? De doorlichting haalt net niet het grof geschut boven. Is een waslijst aan afgevinkte eindtermen dan synoniem voor kwalitatief, degelijk onderwijs? Dan zwijg ik nog over de dictatuur van de elektronische leeromgevingen zoals Smartschool...Deze vaststelling is ook een regelrechte kaakslag voor het beleid van Onderwijsminister Hilde Crevits. Zij lanceerde in 2016 immers haar befaamde 'Operatie Tarra' om de planlast in het onderwijs terug te dringen. Ruim twee jaar later moeten we dus vaststellen dat deze operatie een volledige slag in het water geworden is en geen enkele concrete en vooral positieve impact (gehad) heeft op de werksituatie van onze leerkrachten. Het zoveelste voorbeeld van een verloren legislatuur voor het onderwijs...Ook de onderwijskoepels blinken op hun beurt (nog maar eens) uit in wereldvreemdheid. Naar aanleiding van deze resultaten stellen zij namelijk dat er 'een onderzoek moet komen naar wat echt tot de kerntaken van een leerkracht behoort'. Zelfs een vijfjarige kan deze vraag beantwoorden.Ondanks ronkende en hoogdravende verklaringen vanuit koepels en beleid blijven de verantwoordelijken het professionalisme van leerkrachten ontkennen. De algemene betutteling heeft ons onderwijs in een wurggreep en draagt mee bij tot de ontegensprekelijk neerwaartse spiraal van ons educatief systeem. Zolang beleid, koepels en schoolbesturen onze leerkrachten niet als echte onderwijsprofessionals beschouwen, is een echte oplossing voor dit probleem onmogelijk.De fout van ons huidige educatief systeem ligt niet enkel bij het geïnstitutionaliseerde wantrouwen tegenover onze leerkrachten, maar evenzeer bij de opdrachtbreuk die in lesuren uitgedrukt wordt. Ik bepleit daarom om de leerkrachten enerzijds opnieuw echt centraal te plaatsen in het pedagogisch proces zodat zij samen met de leerlingen opnieuw de centrale as vormen in het onderwijs, zoals ik ook schrijf in mijn boek 'Scholen laten schitteren' (Beefcake Publishing).Daarnaast bepleit ik de invoering van een 'omvattende jaaropdracht' naar analogie met het Nederlandse systeem van de 'Normjaartaak'. De taakbelasting voor iedere leerkracht met een fulltime aanstelling bedraagt 1600 uur op jaarbasis of een werktijd van wekelijks 42 uur verdeeld over 38 werkweken. Dit takenpakket is opgebouwd uit volgende delen (bij een deeltijdse opdracht a rato): 900 uur lesgeven (56.25% van de totaalopdracht), 300 uur lesgebonden taken zoals voorbereiding, verbeterwerk (18.75% van de totaalopdracht), 160 uur persoonlijke bijscholing (10% van de totaalopdracht) en 240 uur schoolgerelateerde taken zoals vakgroepoverleg, personeelsvergaderingen... (15 % van de totale opdracht).Zo lang we deze educatieve omslag niet maken, zal de non-discussie over taakbelasting en het afschuiven van niet-gerelateerde taken op het onderwijs blijven doorgaan. Dit zal de negatieve spiraal waarin ons onderwijs gevangen zit (teloorgang van het niveau en de massale uitstroom van leerkrachten) in stand blijven houden en nog versterken. Noem het ijdele hoop, maar ik geloof oprecht dat een dergelijke omslag een pak problemen in ons onderwijs kan oplossen.Tot slot wil ik mij nog richten tot de Onderwijsminister, beleidsverantwoordelijken uit de onderwijskoepels, pedagogisch begeleiders, doorlichters, schoolbesturen, directies en leerlingenbegeleiders: stop alstublieft met het in vraag stellen van het professionalisme van onze leerkrachten. Wanneer jullie eindelijk ophouden met de overdreven betutteling, en jullie (zonder twijfel ongewild) wantrouwen opzij zetten, zullen onze leerkrachten opnieuw kunnen schitteren als de educatieve professionals de zij zijn. De leerkrachten zijn ons vertrouwen meer dan waard. Stijn Van Hamme (1985) stapte na het behalen van zijn licentiaatsdiploma Romaanse Talen in het onderwijs. Hij gaf les in verschillende vakken aan leerlingen van de eerste, tweede en derde graad van het secundair onderwijs in verscheidene scholen in Vlaanderen, zowel in aso, tso als bso. Daarnaast was hij gedurende enige tijd lector in het hoger onderwijs. Sinds september 2015 werkt hij als praktijkassistent aan de UGent, waar hij Frans geeft in de opleiding Bestuurskunde en Publiek Management.