Hoe acuut is het probleem?
...

Hoe acuut is het probleem? Jacques Van Keymeulen: In september zijn er in Gent 95 studenten gestart in de richting taal- en letterkunde, met Nederlands als hoofdtaal. In 2004, toen ik professor werd, zaten er in de aula nog 200 eerstejaarsstudenten. Vergeet ook niet dat die 95 eerstejaars niet allemaal zullen uitstromen, gemiddeld valt 30 tot 40 procent af. Hoe verklaart u die tanende populariteit? Van Keymeulen: Opleidingen taalkunde genieten minder aanzien dan vroeger. Logisch als je bedenkt dat leerlingen in het secundair onderwijs voortdurend te horen krijgen dat STEM-richtingen de sleutel tot succes zijn. Daarbij komt dat ook het beroep van leraar veel aan prestige heeft ingeboet. Vroeger waren de combinaties Nederlands-Engels en Nederlands-Duits erg populair omdat ze uitzicht boden op een carrière in het onderwijs. Wiskundeleraar is al langer een knelpuntberoep. Het vak wordt vaak niet meer door wiskundigen maar door omgeschoolde ingenieurs of biologen gegeven. Gaat het met Nederlands dezelfde kant op? Van Keymeulen: In sommige scholen is het al zover. Het is verre van ideaal. Het is niet omdat je Nederlands spreekt, dat je ook Nederlands kunt geven. Een goede leerkracht Nederlands is een filoloog, een intellectueel met een goede taalbeheersing en een grondige kennis van de grammatica, de letterkunde en de geschiedenis van het Nederlands. Iemand met een visie op fenomenen zoals dialecten en tussentaal, ook. Uit onderzoek van de Odisee Hogeschool naar de taalbeheersing onder eerstejaars blijkt dat ze woorden zoals empathie en impliceren niet meer kennen. Heeft dat jullie in de pen gejaagd? Van Keymeulen: Nee, het onderzoek van Odisee is interessant maar niet sluitend: er is geen materiaal om met vroegere generaties te kunnen vergelijken. Dat is precies wat we met onze hartenkreet hopen te bereiken. Onderzoek de problematiek en neem maatregelen. Een goede taalbeheersing is noodzakelijk voor iedere intellectuele opleiding. Het wordt tijd dat de academische en de politieke overheden dat beseffen. Heeft dat nog zin? In de toekomst communiceert de elite toch in het Engels? Van Keymeulen: Daar ben ik niet zo zeker van. Dat ingenieurs of bètawetenschappers in het Engels publiceren, lijkt me logisch. Maar ik zie niet in waarom romanisten, hispanisten of neerlandici dat zouden doen.