Waar psychologen, patiëntenverenigingen en experts van begin af aan voor waarschuwden, wordt bevestigd: het plan van minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) voor de terugbetaling van eerstelijnspsychologen is een slag in het water. Vlak voor de start van de 10-daagse van de Geestelijke Gezondheid blijkt dat maar liefst drie kwart van het sowieso al beperkte budget blijven liggen is. De meeste psychologen schreven zich niet in voor het project. Niet uit gebrek aan goodwill, wel op basis van terechte inhoudelijke kritieken. Dat De Block hier op geen enkel moment oor naar had, doet vermoeden dat het plan vooral een (goedkope) stunt was in aanloop naar de verkiezingen van mei, eerder dan een reële ambitie om een antwoord te bieden op de problemen in de geestelijke gezondheidszorg.

Die problemen zijn nochtans wel reëel. In de lente van 2016 was de conclusie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) nog overduidelijk: 'Het huidige aanbod van psychologische zorg voldoet niet aan de behoeften'. Zij stipten hierbij het ontbreken van een volwaardige terugbetaling door de ziekteverzekering aan, een probleem waar het plan van De Block echter geen antwoord op biedt. In plaats van de geestelijke gezondheidszorg toegankelijker te maken, creëerde het alleen maar extra drempels.

Laten we werk maken van een volwaardige terugbetaling van psychologische hulpverlening.

Dat is in de eerste plaats het gevolg van een budgettaire keuze. Voor haar plan voorzag de minister het schamele bedrag van 22,5 miljoen euro. Peanuts, vergeleken met de 324 tot zelfs 473 miljoen euro die volgens een studie van de Socialistische Mutualiteiten nodig zouden zijn om tot een kwalitatief aanbod van eerstelijns psychologische zorg te komen.

Met zo'n beperkt budget moest men dus wel zeer selectief zijn in wie en wat terugbetaald zou worden. Zo ging De Block, zonder duidelijk wetenschappelijk bewijsmateriaal, selecteren op leeftijd en diagnose. De terugbetaling kan bijvoorbeeld enkel voor mensen tussen 18 en 65 jaar, terwijl een recente grootschalige studie van de KUL nog aantoonde dat psychische problemen alarmerend veel voorkomen bij jongeren. Slechts een beperkt aantal aandoeningen komt in aanmerking en men koos eerder ad random voor lichte depressie, lichte angststoornissen en een licht alcoholprobleem. Deze selectie is trouwens niet zonder risico: om te vermijden dat de patiënt een terugbetaling misloopt en de volle pot moet betalen bij de psycholoog, zou een huisarts sneller een van deze aandoeningen kunnen diagnosticeren, wat de weg naar adequate zorg bemoeilijkt.

De terugbetaling geldt ook slechts voor een beperkt aantal sessies (4 tot 8). Het KCE stelt inderdaad dat voor de meerderheid van de patiënten 5 sessies volstaan, maar ook dat sommigen een meer specifieke of langdurige behandeling nodig hebben. Deze laatste groep blijft met het plan van De Block in de kou staan.

De patiënt moet ook verplicht langs de huisarts om daar zijn of haar verhaal te doen, maar die laatste kan helaas niet doorverwijzen naar een eerstelijnspsycholoog die reeds (in loondienst) ingebed is in hun eigen multidisciplinaire setting zoals een wijkgezondheidscentrum: enkel zelfstandige psychologen of orthopedagogen komen in aanmerking voor de terugbetaling.

Maak werk van een degelijk terugbetalingssysteem

De nood aan psychologische hulp is nochtans groot. De cijfers liegen er niet om. Ongeveer een derde van de Belgische bevolking geeft aan psychische problemen te ondervinden. Gigantische cijfers zijn dat. Toch zetten weinigen onder hen ook de stap naar professionele hulpverlening. Door het taboe dat nog steeds sterk heerst. Maar ook de kostprijs van een psychologisch consult vormt een enorm obstakel. Voor een gesprek bij een zelfstandig psycholoog betaal je zonder terugbetaling 50 tot 70 euro. Wie kan dat betalen, naast alle andere noodzakelijke kosten zoals een stijgende energiefactuur en huurprijs?

Er is dus nood aan een degelijk terugbetalingssysteem, voor alle leeftijden, voor alle aandoeningen en voor alle sessies die een psycholoog nodig acht. En dat is perfect betaalbaar. Als tenminste de juiste politieke keuzes worden gemaakt. Zo gaat de farmaceutische industrie vandaag aan de haal met tientallen miljoenen van onze nationale ziekteverzekering voor de terugbetaling van antidepressiva. Uit een rondvraag van de socialistische mutualiteit blijkt nochtans dat 95 procent van de artsen minder medicatie zou voorschrijven, indien de psycholoog terugbetaald zou worden. Samengevat: minder pillen slikken door meer te praten.

Een voorbeeld: het antidepressivum Cymbalta® (duloxetine) werd in ons land in 2017 voorgeschreven aan meer dan 115.000 patiënten en kostte het Riziv meer dan 12 miljoen euro. Nochtans zegt de laatste evidence-based richtlijn van het National Institute for Health and Care Excellence in verband met behandeling van depressie dat Cymbalta géén toegevoegde waarde heeft in de eerste lijn en vooral meer bijwerkingen dan winst oplevert ten opzichte van bijvoorbeeld psychologische begeleiding. Antidepressiva kosten de gemeenschap heel wat geld. De 8 meest kostende terugbetaalde antidepressiva, die geslikt worden door 1 miljoen patiënten, kostten het Riziv samen 68 miljoen euro (cijfers 2017).

Maar er zijn in farma land ook andere quick wins te rapen die geld kunnen vrijmaken voor de geestelijke gezondheidszorg. Zo pleiten we met Geneeskunde voor het Volk en PVDA al jaren voor de invoering van het kiwimodel. Dat is een systeem waarin via openbare aanbestedingen de laagst mogelijke prijzen voor geneesmiddelen afgedwongen worden. Het federaal Planbureau berekende recent dat zelfs een lightversie heel wat geld in het laatje brengt: toegepast op de honderd meest voorgeschreven geneesmiddelen waarvan het patent verlopen is, levert dat het Riziv een besparing op van maar liefst 325 miljoen euro. Een bedrag dat rechtstreeks naar de terugbetaling van psychologische begeleiding kan gaan. Vergelijk dat eens met de 22,5 miljoen van De Block?

Pak de onderliggende stoornis aan die ongelijkheid heet

'Als de omstandigheden zo bepalend zijn voor de mens, laat ons dan die omstandigheden meer menselijk maken', citeerde mede-oprichter van GVHV dokter Dirk Van Duppen onlangs nog de woorden van Nobelprijswinnaar José Saramago tijdens zijn lezing op Manifiesta. Moeten we echt steeds meer mensen 'corrigeren' zodat ze kunnen meedraaien in deze dolgedraaide neoliberale maatschappij? Of moeten we eerder het systeem corrigeren op maat van de mensen? Blijven we een hyperflexibele arbeidsmarkt verdedigen in functie van de winst van enkelen, of kiezen we eindelijk voor echt werkbaar werk? Houden we vast aan de verhoging van de pensioenleeftijd en het schrappen van de landingsbanen, of zetten we in op het recht op rust voor ouderen aan het einde van hun loopbaan, en geven we tegelijk jongeren kan op een vaste job? Jagen we langdurig zieken verder op om ze zo snel mogelijk weer op de arbeidsmarkt te krijgen, of helpen we hen om terug een plaats in onze maatschappij te vinden?

Om geestelijke gezondheidsproblemen aan te pakken, moet een laagdrempelige toegang tot de zorg verzekerd worden. Maar om de gezondheid van de bevolking te herstellen en ieders welzijn te bevorderen, moeten de problemen inderdaad ook bij de wortel aangepakt worden.

Dit inzicht begint ook meer en meer door te dringen in de wetenschappelijke wereld. Lees de aanbevelingen van de Belgische Hoge Gezondheidsraad er maar eens op na, in haar wetenschappelijke publicatie van november 2017 over de aanpak van burn-out: 'Burn-out voorkomen of behandelen moet immers ook verlopen via een wijziging van het maatschappijmodel, in plaats van enkel te steunen op aanpassingsoplossingen, medicatie of psychologiseren' . Ook de bijzonder rapporteur van de VN stelt in een baanbrekend rapport van eerder dit jaar 'dat maatregelen om ongelijkheid en discriminatie aan te pakken veel effectiever zijn voor de bestrijding van geestelijke gezondheidsproblemen, dan de nadruk die de afgelopen dertig jaar gelegd werd op medicatie en therapie'.

Laat ons dus werk maken van een volwaardige terugbetaling van psychologische hulpverlening. Dat is mogelijk. Maar tegelijk moeten we ook onze aandacht richten op de onderliggende ziekmakende stoornis die ongelijkheid heet.