Op 8 maart 1979, precies 40 jaar geleden, hielden tienduizenden Iraanse vrouwen in Teheran een protestmars tegen de vrouwvijandige plannen en uitspraken van ayatollah Khomeini, die toen amper drie weken aan de macht was. Kate Millet, een prominente Amerikaanse vrouwenrechtenactiviste die de acties van de Iraanse vrouwen voluit steunde, noemde de demonstratie ooit haar 'mooiste feministische ervaring.'

Ik was drie en herinner mij er niks van maar als ik nu de foto's en de filmbeelden zie, kan ik de mars inderdaad alleen maar beschouwen als één van de hoogtepunten in de geschiedenis van de vrouwenbeweging. De slogans die de vrouwen toen meedroegen, raken me ook vandaag nog diep in het hart, omdat ik maar al te goed weet en aan den lijve heb ondervonden wat voor ellende er nog zou volgen.

Laten we de bevrijding van de Iraanse vrouwen niet opnieuw ondermijnen.

Het ging nochtans goed met de vrouwenrechten in Iran. De 'wet ter bescherming van het gezin' had grotendeels een einde gemaakt aan de archaïsche, door de islam geïnspireerde wetgeving die vrouwen in verschillende opzichten discrimineerde. Iraanse vrouwen behoorden tot de meeste vrije in de regio. Maar dat veranderde allemaal na de islamitische revolutie. Khomeini had enkele maanden voordien, toen hij nog in ballingschap leefde in Parijs, nochtans gezegd dat vrouwen vrij waren om hun kledij te kiezen, als die maar niet in strijd was met de 'openbare kuisheid'. Algauw bleek dat hij over die kuisheid zo zijn eigen ideeën had.

Ayatollah Khomeini beloofde bij zijn terugkeer in Iran wel meer dingen. Dat de kopstukken van de sjah (de voormalige koning) niet opgehangen zouden worden bijvoorbeeld. Ze zouden voortaan ten dienste staan van het volk en niet langer de knechten van Amerika zijn. Vier dagen nadat Khomeini de macht in handen had genomen, liet hij vier commandanten van de sjah veroordelen na een kort schertsproces in de kelder van zijn verblijf. De bloedige executie volgde onmiddellijk, op het dak van de woning, en Khomeini was er zelf bij. Daarna had hij de handen vrij om zich aan zijn belangrijkste taak te wijden: de onderdrukking van de vrouwen.

De definitieve oplossing van het 'vrouwenprobleem' was volgens hem de invoering van de sharia, de islamitische wetgeving. Maar daarvoor moest hij eerst het terrein vrijmaken. Het begon met een opmerking dat de overheidsgebouwen waren verworden tot een 'bordeel' waar de vrouwen 'naakt' rondlopen. Khomeini wilde dat alle vrouwen in overheidsdienst voortaan verplicht zouden worden om een hijab te dragen, een hoofddoek die alle haren bedekt. 'Draag een hoofddoek of je hoofd krijgt een slag' scandeerden zijn aanhangers.

De Iraanse vrouwen reageerden krachtig en massaal, met de mars op 8 maart als hoogtepunt. De eerste slag hadden ze gewonnen. Ayatollah Taleghani, de tweede man van de Islamitische Republiek, zei dat Khomeini het niet zo bedoeld had. De tijd was blijkbaar nog niet rijp voor de sharia en het onderdrukken van vrouwen.

Hoe komt het dan dat de vrouwen in Iran nu toch al veertig jaar het leven leiden van tweederangsburgers, en op alle vlakken gediscrimineerd worden?

Hoe komt het dan dat de vrouwen in Iran nu toch al veertig jaar het leven leiden van tweederangsburgers, en op alle vlakken gediscrimineerd worden? Omdat met name linkse intellectuelen, ook vrouwen, van meet af aan kritiek hadden op de mars. Sommigen waren zelfs bereid om een hoofddoek te dragen, zolang het land maar uit de greep van het imperialisme zou blijven. Om een contrarevolutie te voorkomen, moesten alle 'revolutionaire' krachten solidair zijn in hun strijd tegen de kapitalistische, imperialistische vijand. De economie primeerde, in het bijzonder de klassenstrijd, en in de arbeidersklasse had je vrouwen met en zonder hoofddoek.

Pas wanneer het proletariaat de productiemiddelen in handen had, zo redeneerde links, zou de culturele bovenbouw van het systeem, dus ook religie, vanzelf in lijn komen met de aard van de bevolking. De hoofddoek was een bourgeoisprobleem, zo heette het in de door linkse intellectuelen bevolkte media en universiteiten. Daar hoefden revolutionairen zich niet mee bezig te houden. De communisten verdedigden toen zelfs de grootschalige terechtstellingen in naam van de revolutie, niet wetende dat ze een jaar later zelf aan de beurt zouden zijn.

Ook buiten Iran stapten veel intellectuelen, feministen en politici mee in het linkse verhaal. De Franse filosoof Michel Foucault noemde de islamitische revolutie 'een derde weg', tussen communisme en kapitalisme, die weleens de redding van de mensheid zou kunnen zijn, de weg van spiritualiteit. Behalve voor homo's als hijzelf dan, die in Iran koudweg worden afgemaakt.

Volgens Andrew Young, de toenmalige VS-ambassadeur bij de Verenigde Naties en een van de leiders van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, was Khomeini 'een heilige revolutionair'. William Sullivan, de Amerikaanse ambassadeur in Iran, omschreef de ayatollah als een Iraanse Ghandi. Anthony Parsons, de Britse ambassadeur, verklaarde trots te zijn dat hij een revolutie kon bijwonen op het niveau van de Franse revolutie in 1789 en de Oktoberrevolutie in 1917.

Voor Khomeini vormden die linkse en internationale steunbetuigingen de ideale gelegenheid om de activisten en organisatoren van 8 maart te isoleren. Hij schafte de wet ter bescherming van het gezin af, en ontnam de vrouwen zo niet alleen de rechten die ze verworven hadden maar maakte er ook vele werkloos. De vrouwen verloren hun stem, ze mochten niet eens meer zingen. De hoofddoek werd definitief verplicht in openbare functies.

Drie jaar later was alle weerstand gebroken. Executies waren nog altijd aan de orde van de dag. Eindelijk kon Khomeini zijn plan om de vrouwen te onderdrukken voltooien. De sharia werd de nieuwe wet, de vrouwen verloren definitief hun eer en al hun rechten. De hoofddoek werd overal in Iran verplicht, ook op straat.

Vrouwen werden nu dagelijks vernederend. Zonder toestemming van hun mannelijke voogd mochten ze het huis niet meer verlaten, laat staan werken studeren of reizen. De huwelijksleeftijd werd verlaagd tot negen jaar, waarbij de voogd het kind kon uithuwelijken. Vrouwen konden enkel nog scheiden in uitzonderlijke gevallen, mannen op elk moment. Na de scheiding ging de voogdij van het kind naar de vader, en na diens dood zelfs naar zijn familie.

Alsof dat nog niet erg genoeg was, kreeg de Hezbollah, de militie van de islamitische partij, de vrije hand om vrouwen op straat fysiek aan te vallen als ze zonder hijab het huis hadden verlaten. De speciaal daarvoor opgerichte zedenpolitie nam hun taak over. Nergens waren de vrouwen nog veilig. Auto's werden aangehouden en als de hoofddoek iets te veel naar achter was geschoven, werd de auto in beslag genomen. Als de vrouw geschminkt was, werd ze verplicht om de schmink te verwijderen met een zakdoek die de agenten haar aanreikten. Daar zat vaak een scheermesje in, opdat de vrouw zich in de lip zou snijden. Andere vrouwen werden opgepakt en kregen als straf een punaise in het voorhoofd. Met dat soort genadeloze gruweldaden werd de weerstand van de mensen geleidelijk gebroken. Er bleef de Iraanse vrouwen geen ander alternatief dan zich te onderwerpen aan de discriminatie en de vernederingen.

Belangrijke politieke gevangenen

Maar de oorlog tussen de vrouwen en het islamitische regime duurt voort, ook na al die jaren, en vrouwen spelen nog altijd een cruciale rol in het verzet tegen de ayatollahs. De belangrijkste politieke gevangenen in Iran zijn dappere vrouwen als Nasrin Sotoudeh, die van het Europees Parlement de Sacharovprijs heeft gekregen, Narges Mohammadi en vele anderen die al jaren in de cel zitten. Vrouwen namen het voortouw in de manifestaties van de groene beweging en in de opstand van januari vorig jaar, 'the girls of revolution street'. Op gevaar voor eigen leven zetten ze hun hoofddoek af, hangen hem aan een stok en verspreiden zo hun boodschap. Tot de politie hen oppakt en ze door de rechtbank veroordeeld worden, soms tot 20 jaar gevangenis. En toch houden die vrouwen vast aan de overtuiging dat hun strijd voor gelijkwaardigheid en volwaardig burgerschap ooit beloond zal worden.

Ik neem op deze Vrouwendag mijn hoed af voor de Iraanse vrouwen die veertig jaar geleden op straat kwamen in Teheran, en alle vrouwen die hun gedachtegoed sindsdien in ere hebben gehouden. Ze verdienen onze volle steun. Flirten met het regime van de ayatollahs is immoreel en in strijd met onze westerse waarden. Laten we de bevrijding van de Iraanse vrouwen niet opnieuw ondermijnen uit een misplaatst respect voor de 'culturele eigenheid' van de Islamitische Republiek. De strijd van de Iraanse vrouwen is levendiger dan ooit, en geloof me, er komt een dag dat ze die zullen winnen.

Op 8 maart 1979, precies 40 jaar geleden, hielden tienduizenden Iraanse vrouwen in Teheran een protestmars tegen de vrouwvijandige plannen en uitspraken van ayatollah Khomeini, die toen amper drie weken aan de macht was. Kate Millet, een prominente Amerikaanse vrouwenrechtenactiviste die de acties van de Iraanse vrouwen voluit steunde, noemde de demonstratie ooit haar 'mooiste feministische ervaring.' Ik was drie en herinner mij er niks van maar als ik nu de foto's en de filmbeelden zie, kan ik de mars inderdaad alleen maar beschouwen als één van de hoogtepunten in de geschiedenis van de vrouwenbeweging. De slogans die de vrouwen toen meedroegen, raken me ook vandaag nog diep in het hart, omdat ik maar al te goed weet en aan den lijve heb ondervonden wat voor ellende er nog zou volgen.Het ging nochtans goed met de vrouwenrechten in Iran. De 'wet ter bescherming van het gezin' had grotendeels een einde gemaakt aan de archaïsche, door de islam geïnspireerde wetgeving die vrouwen in verschillende opzichten discrimineerde. Iraanse vrouwen behoorden tot de meeste vrije in de regio. Maar dat veranderde allemaal na de islamitische revolutie. Khomeini had enkele maanden voordien, toen hij nog in ballingschap leefde in Parijs, nochtans gezegd dat vrouwen vrij waren om hun kledij te kiezen, als die maar niet in strijd was met de 'openbare kuisheid'. Algauw bleek dat hij over die kuisheid zo zijn eigen ideeën had.Ayatollah Khomeini beloofde bij zijn terugkeer in Iran wel meer dingen. Dat de kopstukken van de sjah (de voormalige koning) niet opgehangen zouden worden bijvoorbeeld. Ze zouden voortaan ten dienste staan van het volk en niet langer de knechten van Amerika zijn. Vier dagen nadat Khomeini de macht in handen had genomen, liet hij vier commandanten van de sjah veroordelen na een kort schertsproces in de kelder van zijn verblijf. De bloedige executie volgde onmiddellijk, op het dak van de woning, en Khomeini was er zelf bij. Daarna had hij de handen vrij om zich aan zijn belangrijkste taak te wijden: de onderdrukking van de vrouwen.De definitieve oplossing van het 'vrouwenprobleem' was volgens hem de invoering van de sharia, de islamitische wetgeving. Maar daarvoor moest hij eerst het terrein vrijmaken. Het begon met een opmerking dat de overheidsgebouwen waren verworden tot een 'bordeel' waar de vrouwen 'naakt' rondlopen. Khomeini wilde dat alle vrouwen in overheidsdienst voortaan verplicht zouden worden om een hijab te dragen, een hoofddoek die alle haren bedekt. 'Draag een hoofddoek of je hoofd krijgt een slag' scandeerden zijn aanhangers. De Iraanse vrouwen reageerden krachtig en massaal, met de mars op 8 maart als hoogtepunt. De eerste slag hadden ze gewonnen. Ayatollah Taleghani, de tweede man van de Islamitische Republiek, zei dat Khomeini het niet zo bedoeld had. De tijd was blijkbaar nog niet rijp voor de sharia en het onderdrukken van vrouwen. Hoe komt het dan dat de vrouwen in Iran nu toch al veertig jaar het leven leiden van tweederangsburgers, en op alle vlakken gediscrimineerd worden? Omdat met name linkse intellectuelen, ook vrouwen, van meet af aan kritiek hadden op de mars. Sommigen waren zelfs bereid om een hoofddoek te dragen, zolang het land maar uit de greep van het imperialisme zou blijven. Om een contrarevolutie te voorkomen, moesten alle 'revolutionaire' krachten solidair zijn in hun strijd tegen de kapitalistische, imperialistische vijand. De economie primeerde, in het bijzonder de klassenstrijd, en in de arbeidersklasse had je vrouwen met en zonder hoofddoek. Pas wanneer het proletariaat de productiemiddelen in handen had, zo redeneerde links, zou de culturele bovenbouw van het systeem, dus ook religie, vanzelf in lijn komen met de aard van de bevolking. De hoofddoek was een bourgeoisprobleem, zo heette het in de door linkse intellectuelen bevolkte media en universiteiten. Daar hoefden revolutionairen zich niet mee bezig te houden. De communisten verdedigden toen zelfs de grootschalige terechtstellingen in naam van de revolutie, niet wetende dat ze een jaar later zelf aan de beurt zouden zijn.Ook buiten Iran stapten veel intellectuelen, feministen en politici mee in het linkse verhaal. De Franse filosoof Michel Foucault noemde de islamitische revolutie 'een derde weg', tussen communisme en kapitalisme, die weleens de redding van de mensheid zou kunnen zijn, de weg van spiritualiteit. Behalve voor homo's als hijzelf dan, die in Iran koudweg worden afgemaakt. Volgens Andrew Young, de toenmalige VS-ambassadeur bij de Verenigde Naties en een van de leiders van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, was Khomeini 'een heilige revolutionair'. William Sullivan, de Amerikaanse ambassadeur in Iran, omschreef de ayatollah als een Iraanse Ghandi. Anthony Parsons, de Britse ambassadeur, verklaarde trots te zijn dat hij een revolutie kon bijwonen op het niveau van de Franse revolutie in 1789 en de Oktoberrevolutie in 1917. Voor Khomeini vormden die linkse en internationale steunbetuigingen de ideale gelegenheid om de activisten en organisatoren van 8 maart te isoleren. Hij schafte de wet ter bescherming van het gezin af, en ontnam de vrouwen zo niet alleen de rechten die ze verworven hadden maar maakte er ook vele werkloos. De vrouwen verloren hun stem, ze mochten niet eens meer zingen. De hoofddoek werd definitief verplicht in openbare functies. Drie jaar later was alle weerstand gebroken. Executies waren nog altijd aan de orde van de dag. Eindelijk kon Khomeini zijn plan om de vrouwen te onderdrukken voltooien. De sharia werd de nieuwe wet, de vrouwen verloren definitief hun eer en al hun rechten. De hoofddoek werd overal in Iran verplicht, ook op straat. Vrouwen werden nu dagelijks vernederend. Zonder toestemming van hun mannelijke voogd mochten ze het huis niet meer verlaten, laat staan werken studeren of reizen. De huwelijksleeftijd werd verlaagd tot negen jaar, waarbij de voogd het kind kon uithuwelijken. Vrouwen konden enkel nog scheiden in uitzonderlijke gevallen, mannen op elk moment. Na de scheiding ging de voogdij van het kind naar de vader, en na diens dood zelfs naar zijn familie.Alsof dat nog niet erg genoeg was, kreeg de Hezbollah, de militie van de islamitische partij, de vrije hand om vrouwen op straat fysiek aan te vallen als ze zonder hijab het huis hadden verlaten. De speciaal daarvoor opgerichte zedenpolitie nam hun taak over. Nergens waren de vrouwen nog veilig. Auto's werden aangehouden en als de hoofddoek iets te veel naar achter was geschoven, werd de auto in beslag genomen. Als de vrouw geschminkt was, werd ze verplicht om de schmink te verwijderen met een zakdoek die de agenten haar aanreikten. Daar zat vaak een scheermesje in, opdat de vrouw zich in de lip zou snijden. Andere vrouwen werden opgepakt en kregen als straf een punaise in het voorhoofd. Met dat soort genadeloze gruweldaden werd de weerstand van de mensen geleidelijk gebroken. Er bleef de Iraanse vrouwen geen ander alternatief dan zich te onderwerpen aan de discriminatie en de vernederingen.Maar de oorlog tussen de vrouwen en het islamitische regime duurt voort, ook na al die jaren, en vrouwen spelen nog altijd een cruciale rol in het verzet tegen de ayatollahs. De belangrijkste politieke gevangenen in Iran zijn dappere vrouwen als Nasrin Sotoudeh, die van het Europees Parlement de Sacharovprijs heeft gekregen, Narges Mohammadi en vele anderen die al jaren in de cel zitten. Vrouwen namen het voortouw in de manifestaties van de groene beweging en in de opstand van januari vorig jaar, 'the girls of revolution street'. Op gevaar voor eigen leven zetten ze hun hoofddoek af, hangen hem aan een stok en verspreiden zo hun boodschap. Tot de politie hen oppakt en ze door de rechtbank veroordeeld worden, soms tot 20 jaar gevangenis. En toch houden die vrouwen vast aan de overtuiging dat hun strijd voor gelijkwaardigheid en volwaardig burgerschap ooit beloond zal worden. Ik neem op deze Vrouwendag mijn hoed af voor de Iraanse vrouwen die veertig jaar geleden op straat kwamen in Teheran, en alle vrouwen die hun gedachtegoed sindsdien in ere hebben gehouden. Ze verdienen onze volle steun. Flirten met het regime van de ayatollahs is immoreel en in strijd met onze westerse waarden. Laten we de bevrijding van de Iraanse vrouwen niet opnieuw ondermijnen uit een misplaatst respect voor de 'culturele eigenheid' van de Islamitische Republiek. De strijd van de Iraanse vrouwen is levendiger dan ooit, en geloof me, er komt een dag dat ze die zullen winnen.