Dictaturen associëren we doorgaans met landen zoals Wit-Rusland en Noord-Korea. Maar de laatste jaren zien we ook dictators, of toch iets dat er verdacht goed op lijkt, opduiken in (voormalige) democratieën: Hongarije, Brazilië, Polen, de Verenigde Staten. In mijn college voor de Universiteit van Vlaanderen stel ik de vraag: Kunnen we ook in België afglijden van democratie naar dictatuur?

Democratische achteruitgang

De achteruitgang van de liberale democratie blijft voor onrust zorgen. Zo is er Jair Bolsonaro die de bevolking van Brazilië oproept op straat te komen in protest tegen de hoogste rechtbank van het land, zodat "een nieuwe geschiedenis in Brazilië" geschreven kan worden. Het lijkt wel een kopie van de oproep van Donald Trump die begin 2021 leidde tot de bezetting van het Amerikaanse Parlement. Of neem de Fidesz partij van Viktor Orbán die een wet invoert om het quasi onmogelijk te maken op te komen voor de rechten van LGBTQI+ personen in Hongarije. Waarop de Poolse minister van onderwijs prompt voorstelt om de Hongaarse wet te kopiëren in Polen.

Kunnen we in België afglijden van democratie naar dictatuur?

Dit zijn maar enkele recente voorbeelden van populistische figuren die vijandelijke stappen ondernemen tegen de liberale democratie. Nochtans is het fenomeen niet nieuw. Minstens een decennium lang al wordt de liberale democratie uitgehold door autoritaire populisten. Kan dat ook in België gebeuren? De instinctieve reflex is om hevig "neen" te schudden. Dat soort zaken kunnen wel gebeuren in de rand van Europa, maar toch niet in het democratische hart ervan zeker?

Globale achteruitgang van de liberale democratie

Nochtans moeten we de vraag durven stellen en, vooral, ze ernstig nemen. Want minder dan tien jaar geleden stond Polen nog bekend als een succesverhaal van democratisering in Oost-Europa. Nu, daarentegen, start de Europese Commissie de ene procedure na de andere op tegen het land, wegens systematische ondermijning van de rechtsstaat. En wie had tijdens de Obamajaren in de Verenigde Staten durven denken dat amper vijf jaar later een horde mannen met 'Make America Great Again' petjes het Amerikaanse Capitool, een bastion van de liberale democratie, zou bestormen?

De indrukken gegeven door deze voorbeelden worden bevestigd door de globale data. De drie voornaamste democratie-indexen (V-Dem; IDEA GSoD; EIU Democracy Index) geven aan dat de liberale democratie voor het eerst sinds 1974 achteruitgaat op wereldschaal. In 2020 waren er zo meer landen die afgleden naar autocratie dan landen die er democratisch op vooruitgingen. Volgens de Economist Intelligence Unit is ook België in hetzelfde bedje ziek. Sinds 2014 zou ons land namelijk afgegleden zijn van een volwaardige naar een onvolmaakte democratie. Maar kunnen we ook verder afglijden richting een autoritair regime of dictatuur?

Is onze liberale democratie écht in gevaar?

In België lijkt het gevaar, als het al bestaat, voornamelijk vanuit de hoek van het Vlaams Belang te komen. Deze partij dweept nadrukkelijk met het rechts-populistische gedachtengoed dat Viktor Orbán en consoorten aan de macht heeft geholpen. Een verdwaalde rechtenstudent die als onafhankelijke voor de partij in de Kamer zetelt, poseerde ooit zelfs voor de foto met Orbán. Combineer dit met het gegeven dat het Vlaams Belang in de peilingen met voorsprong de grootste partij in Vlaanderen is geworden, en er is reden genoeg om na te gaan of ze, áls ze daartoe geneigd zou zijn, onze liberale democratie kan bedreigen.

Als professor in het staatsrecht houd ik me niet bezig met het inschatten van het risico dat een politieke partij onze liberale democratie zou willen ondermijnen. Wat me bezighoudt, is een gerelateerde vraag: stel dat het wél zo zou zijn, kan de partij dan slagen in haar hypothetische doelstelling? Of anders gesteld: hoe sterk is onze liberale democratie eigenlijk?

Die vraag kan vanuit verschillende invalshoeken worden bestudeerd. Vanuit de politicologie zou men kunnen nagaan hoe breed gedragen de democratische spelregels zijn onder politieke partijen. Men zou ook kunnen beoordelen hoe sterk of zwak de democratische cultuur in ons land is. Vanuit de sociologie zou men dan weer kunnen nagaan hoeveel belang de bevolking nog hecht aan de liberale democratie. Is een groeiend deel van de bevolking misschien een andere bestuursvorm, zoals een autoritair regime, meer genegen?

Een juridisch antwoord: het anti-concentratie principe

Ik tracht een juridisch antwoord te formuleren op de vraag, door de voornaamste sterktes en kwetsbaarheden van onze grondwettelijke rechtsorde te identificeren. Centraal in de beoordeling staat een 'anti-concentratie principe' dat recent in de internationale literatuur werd voorgesteld.

De logica achter het anti-concentratie principe is relatief eenvoudig. De grootste bedreiging voor de liberale democratie - zo leert de ervaring in landen zoals Venezuela, Polen, India en Hongarije - ontstaat wanneer een populistische figuur of partij erin slaagt de gehele macht naar zich toe te trekken. Nicolás Maduro in Venezuela, de partij Recht en Rechtvaardigheid in Polen, Narendra Modi in India en de Fidesz partij van Orbán in Hongarije moeten de macht niet delen met andere politieke figuren en partijen. Ze regeren alleen. Hierdoor kunnen ze relatief ongehinderd de liberale democratie ondermijnen. Ze kunnen rechters ontslaan, uitspraken van rechtbanken negeren, de media monopoliseren, discriminerende wetgeving aannemen, de kieswetgeving hervormen, enz. zonder veel (effectieve) weerstand te moeten vrezen.

Vanuit staatsrechtelijk oogpunt is een groot deel van het probleem dan ook de concentratie van de macht in één paar handen. Het 'anti-concentratie principe' steunt op een simpele tegenzet: zorg ervoor dat de macht effectief en robuust gespreid blijft, zodat een scenario zoals in Polen of Hongarije vermeden kan worden.

Voldoet de grondwettelijke rechtsorde in België aan dat anti-concentratie principe? Of bestaat de kans dat een partij zoals Vlaams Belang, hypothetisch gezien, ons richting de afgrond van de dictatuur kan duwen? Een begin van antwoord op die vragen krijgt u in mijn college voor de Universiteit van Vlaanderen.

Stijn Smet is professor staatsrecht aan de Universiteit Hasselt.

Dictaturen associëren we doorgaans met landen zoals Wit-Rusland en Noord-Korea. Maar de laatste jaren zien we ook dictators, of toch iets dat er verdacht goed op lijkt, opduiken in (voormalige) democratieën: Hongarije, Brazilië, Polen, de Verenigde Staten. In mijn college voor de Universiteit van Vlaanderen stel ik de vraag: Kunnen we ook in België afglijden van democratie naar dictatuur?De achteruitgang van de liberale democratie blijft voor onrust zorgen. Zo is er Jair Bolsonaro die de bevolking van Brazilië oproept op straat te komen in protest tegen de hoogste rechtbank van het land, zodat "een nieuwe geschiedenis in Brazilië" geschreven kan worden. Het lijkt wel een kopie van de oproep van Donald Trump die begin 2021 leidde tot de bezetting van het Amerikaanse Parlement. Of neem de Fidesz partij van Viktor Orbán die een wet invoert om het quasi onmogelijk te maken op te komen voor de rechten van LGBTQI+ personen in Hongarije. Waarop de Poolse minister van onderwijs prompt voorstelt om de Hongaarse wet te kopiëren in Polen. Dit zijn maar enkele recente voorbeelden van populistische figuren die vijandelijke stappen ondernemen tegen de liberale democratie. Nochtans is het fenomeen niet nieuw. Minstens een decennium lang al wordt de liberale democratie uitgehold door autoritaire populisten. Kan dat ook in België gebeuren? De instinctieve reflex is om hevig "neen" te schudden. Dat soort zaken kunnen wel gebeuren in de rand van Europa, maar toch niet in het democratische hart ervan zeker?Nochtans moeten we de vraag durven stellen en, vooral, ze ernstig nemen. Want minder dan tien jaar geleden stond Polen nog bekend als een succesverhaal van democratisering in Oost-Europa. Nu, daarentegen, start de Europese Commissie de ene procedure na de andere op tegen het land, wegens systematische ondermijning van de rechtsstaat. En wie had tijdens de Obamajaren in de Verenigde Staten durven denken dat amper vijf jaar later een horde mannen met 'Make America Great Again' petjes het Amerikaanse Capitool, een bastion van de liberale democratie, zou bestormen?De indrukken gegeven door deze voorbeelden worden bevestigd door de globale data. De drie voornaamste democratie-indexen (V-Dem; IDEA GSoD; EIU Democracy Index) geven aan dat de liberale democratie voor het eerst sinds 1974 achteruitgaat op wereldschaal. In 2020 waren er zo meer landen die afgleden naar autocratie dan landen die er democratisch op vooruitgingen. Volgens de Economist Intelligence Unit is ook België in hetzelfde bedje ziek. Sinds 2014 zou ons land namelijk afgegleden zijn van een volwaardige naar een onvolmaakte democratie. Maar kunnen we ook verder afglijden richting een autoritair regime of dictatuur? In België lijkt het gevaar, als het al bestaat, voornamelijk vanuit de hoek van het Vlaams Belang te komen. Deze partij dweept nadrukkelijk met het rechts-populistische gedachtengoed dat Viktor Orbán en consoorten aan de macht heeft geholpen. Een verdwaalde rechtenstudent die als onafhankelijke voor de partij in de Kamer zetelt, poseerde ooit zelfs voor de foto met Orbán. Combineer dit met het gegeven dat het Vlaams Belang in de peilingen met voorsprong de grootste partij in Vlaanderen is geworden, en er is reden genoeg om na te gaan of ze, áls ze daartoe geneigd zou zijn, onze liberale democratie kan bedreigen.Als professor in het staatsrecht houd ik me niet bezig met het inschatten van het risico dat een politieke partij onze liberale democratie zou willen ondermijnen. Wat me bezighoudt, is een gerelateerde vraag: stel dat het wél zo zou zijn, kan de partij dan slagen in haar hypothetische doelstelling? Of anders gesteld: hoe sterk is onze liberale democratie eigenlijk? Die vraag kan vanuit verschillende invalshoeken worden bestudeerd. Vanuit de politicologie zou men kunnen nagaan hoe breed gedragen de democratische spelregels zijn onder politieke partijen. Men zou ook kunnen beoordelen hoe sterk of zwak de democratische cultuur in ons land is. Vanuit de sociologie zou men dan weer kunnen nagaan hoeveel belang de bevolking nog hecht aan de liberale democratie. Is een groeiend deel van de bevolking misschien een andere bestuursvorm, zoals een autoritair regime, meer genegen? Ik tracht een juridisch antwoord te formuleren op de vraag, door de voornaamste sterktes en kwetsbaarheden van onze grondwettelijke rechtsorde te identificeren. Centraal in de beoordeling staat een 'anti-concentratie principe' dat recent in de internationale literatuur werd voorgesteld. De logica achter het anti-concentratie principe is relatief eenvoudig. De grootste bedreiging voor de liberale democratie - zo leert de ervaring in landen zoals Venezuela, Polen, India en Hongarije - ontstaat wanneer een populistische figuur of partij erin slaagt de gehele macht naar zich toe te trekken. Nicolás Maduro in Venezuela, de partij Recht en Rechtvaardigheid in Polen, Narendra Modi in India en de Fidesz partij van Orbán in Hongarije moeten de macht niet delen met andere politieke figuren en partijen. Ze regeren alleen. Hierdoor kunnen ze relatief ongehinderd de liberale democratie ondermijnen. Ze kunnen rechters ontslaan, uitspraken van rechtbanken negeren, de media monopoliseren, discriminerende wetgeving aannemen, de kieswetgeving hervormen, enz. zonder veel (effectieve) weerstand te moeten vrezen. Vanuit staatsrechtelijk oogpunt is een groot deel van het probleem dan ook de concentratie van de macht in één paar handen. Het 'anti-concentratie principe' steunt op een simpele tegenzet: zorg ervoor dat de macht effectief en robuust gespreid blijft, zodat een scenario zoals in Polen of Hongarije vermeden kan worden. Voldoet de grondwettelijke rechtsorde in België aan dat anti-concentratie principe? Of bestaat de kans dat een partij zoals Vlaams Belang, hypothetisch gezien, ons richting de afgrond van de dictatuur kan duwen? Een begin van antwoord op die vragen krijgt u in mijn college voor de Universiteit van Vlaanderen.Stijn Smet is professor staatsrecht aan de Universiteit Hasselt.