1. Werkloosheidsuitkering voor politici

'Uittredingsvergoedingen politici lopen op tot 22 miljoen'
...

De stembusgang van 26 mei heeft heel wat slachtoffers gemaakt. In het Vlaams Parlement zijn 56 politici niet meer verkozen, of ze verklaarden dat ze niet langer zitting willen hebben. Samen hebben ze recht op bijna 9,5 miljoen euro aan uittredingsvergoedingen, berekende zakenkrant De Tijd. In de Kamer zijn er 72 politici die niet terugkeren. Zij hebben samen recht op bijna 13 miljoen euro. Dat maakt dat alleen al in het Vlaams Parlement en de Kamer meer dan 120 politici samen recht hebben op ruim 22 miljoen euro.De Vlaams Parlementsleden kunnen maximaal 234.000 euro krijgen. In dat geval zijn bijvoorbeeld Rik Daems (Open VLD), Jo Vandeurzen (CD&V), Jan Peumans (N-VA), Renaat Landuyt (SP.A) en Bart Caron (Groen). Kamerleden krijgen maximaal 468.000 euro, zoals Eric Van Rompuy (CD&V), Dirk Vandermaelen (SP.A) en Dirk Van Mechelen (Open VLD).Over deze uitkeringsvergoedingen ontstond wat commotie, ook al werden ze nog niet zo lang geleden hervormd. De vraag ligt voor de hand: waarom moeten politici zo'n riante vergoeding krijgen, die veel hoger ligt dan de hoogste werkloosheidsvergoeding, als ze vrijwillig opstappen of niet herverkozen worden?Arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) deed eind vorig jaar een concreet voorstel: als een politicus niet terugkeert, zijn er twee mogelijkheden. Ofwel gaat hij of zij met pensioen en dan is een bijkomende vergoeding niet nodig. Ofwel is de politicus nog niet pensioengerechtigd en dan krijgt hij een werkloosheidsuitkering van 1700 euro per maand. Dat komt overeen met de hoogste uitkering voor werkloze werknemers. Als de ex-politicus een andere job vindt (bijvoorbeeld als hij burgemeester wordt), valt de uitkering weg. En het bedrag vermindert met de tijd, net als bij werknemers.Politici die zelf ontslag nemen in de loop van hun termijn, krijgen van Baert tóch deze uitkering, want 'het niet krijgen van de uitkering mag geen reden zijn om te blijven zitten, zeker niet als de kans bestaat om een veelbelovende opvolger te lanceren', aldus Baert. 'Als de politieke klasse het vertrouwen van de burger wil terugwinnen, is dat een goed alternatief voor de huidige uittredingsvergoedingen.'In Nederland zijn de regering en de sociale partners (werkgevers- en werknemersorganisaties) erin geslaagd een pensioenakkoord te sluiten. De wettelijke pensioenleeftijd wordt bij onze noorderburen tot 2023 bevroren op 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt die leeftijd in twee jaar tijd stapsgewijs naar 67 jaar in 2024. En na 2024 stijgt de pensioenleeftijd mee met de levensverwachting: telkens de levensverwachting met een jaar toeneemt, moet er acht maanden langer worden gewerkt.De sociale consensus in Nederland steekt schril af met die in ons land. De wettelijke pensioenleeftijd in ons land bedraagt 65 jaar. Vanaf 2025 komt de wettelijke pensioenleeftijd op 66 jaar te liggen, vanaf 2030 op 67 jaar, zo besliste de regering-Michel. De gemiddelde effectieve pensioenleeftijd in ons land (de leeftijd waarop Belgen écht stoppen met werken) lag volgens de OESO in 2017 voor mannen op 61,7 jaar, voor vrouwen op 60,1 jaar.Omdat de effectieve leeftijd zo erg afwijkt van de wettelijke pensioenleeftijd, kan het vastleggen van de wettelijke pensioenleeftijd een symbooldiscussie lijken, maar toch is het belangrijk omdat de wettelijke pensioenleeftijd een richting en een doel aangeeft. In Nederland is er duidelijk meer besef bij de regering én sociale partners dat er langer moet worden gewerkt om de stijgende vergrijzingskosten (pensioenen en kosten gezondheidszorg) te kunnen blijven betalen. Hoe dat bij ons moet gebeuren, is onduidelijk. Wij blijven het vraagstuk voor ons uitschuiven terwijl de vergrijzingsfactuur oploopt. Bij ons zijn er zelfs partijen, zoals SP.A, Vlaams Belang en PVDA-PTB, die de wettelijke pensioenleeftijd op 65 jaar willen houden. Én dan ook nog een minimumpensioen van 1500 euro in het vooruitzicht stellen. Dat komt neer op negationisme van de vergrijzingsproblematiek.Het was niet de eerste keer dat de Nationale Bank de banken oproept tot bezinning en wellicht ook niet de laatste keer. De persmededeling die ze eerder deze week rondstuurde is duidelijk: 'Op de vastgoedmarkt blijven Belgische banken - mede gedreven door de lagerenteomgeving en de scherpe concurrentie op hun kernmarkten - hypothecair krediet verstrekken tegen zeer lakse kredietvoorwaarden en dikwijls tegen rentetarieven en -marges die niet stroken met de inherente risico's en hun kapitaalkosten.' Heel eenvoudig gezegd: de banken verlenen te makkelijk leningen en als de rente ooit aantrekt en/of de prijzen van het vastgoed dalen, zal dat banken in de problemen brengen.In 2000 hadden de Belgische banken voor 50 miljard aan hypotheekleningen verleend aan Belgische gezinnen, vorig jaar was dat 200 miljard. Zoals Patrick Claerhout, de bankenspecialist van ons zusterblad Trends, schreef, is dat 'voor de financiële stabiliteit geen goede zaak. De banken laden hun balans vol met kredieten die toegekend zijn tegen erg lage rentetarieven en -marges. Nog enkele jaren en ze zitten opgezadeld met kredietportefeuilles die een ondermaats rendement genereren en op termijn hun winstgevendheid bedreigen. Aan de hypotheekleningen zijn bovendien hoge risico's verbonden. Het uitgeleende bedrag overschrijdt in liefst 40 procent van de gevallen 90 procent van de aankoopsom. Dat is ronduit ongezond. Meer dan een kwart van de globale balans van de Belgische banken is blootgesteld aan de vastgoedmarkt, terwijl vastgoed aan de basis ligt van de meeste bankcrisissen.'Claerhout besluit dan ook terecht dat de bankiers 'enkele lessen van de crisis van 2008 al lang lijken vergeten te zijn. Ze nemen weer duchtig risico's en bekijken de zaken op de korte termijn. Volumegroei in kredieten moet de rendabiliteit van het lopende jaar op peil houden. Als de zaken in de toekomst ontsporen, kan de overheid het maar oplossen. Cynischer dan een bankier wordt het niet.'Herlees de analyse in Knack over 'de volgende regering zal moeten saneren. Hebt u de partijen daar in deze verkiezingscampagne al iets over horen zeggen?' van 22 mei, de vooravond van de verkiezingen, en vervang 7,3 miljard door 10 miljard.De titel van de analyse luidde 'Kiezersbelediging' en de conclusie blijft dezelfde: 'De voorbij weken hebben politieke partijen zich uitgesloofd om de kiezers te verleiden met cadeautjes allerhande, van werkweken van 32 uur mét loonbehoud over gratis doktersbezoek tot het terugdraaien van de pensioenleeftijd van 67 naar 65 jaar. Nooit werd gezegd hoe die zouden worden betaald en nog minder werd verteld waar straks de miljarden vandaan zullen komen om voor de zoveelste keer onze overheidsfinanciën op orde te brengen. Toch wordt van ons verwacht dat we zondag in het stemhokje onze democratische plicht vervullen.'Die democratische plicht hebben we vervuld en het resultaat is bekend.