1. Verkiezingen

'Als er tegen september geen oplossing is, komen de mensen ruiten van het parlement ingooien.'
...

Iedereen in de Wetstraat lijkt er nu van overtuigd: de regering-Wilmès II is geen lang leven meer beschoren. Eindelijk, het heeft lang geduurd. Te lang.De regering-Wilmès II kwam op een vunzige manier tot stand, zoals hier bijna twee maanden geleden al werd geschreven. We citeren nog eens columnist Guy Tegenbos: 'Ik volg de politiek al veertig jaar, en heb nog nooit zo veel leugens, bedrog, postjesjagerij en gekonkel gezien in één week tijd', schreef hij in de krant De Standaard.De regering-Wilmes II is zwak, want veel meer dan enkele beslissingen nemen op basis van wat virologen adviseren, doet ze niet. Ze steunt slechts op drie partijen, MR, Open VLD en CD&V, samen goed voor maar 38 van de 150 Kamerzetels. Onder druk van de corona-uitbraak kreeg deze regering de steun van nog zes andere partijen, SP.A, Groen, PS, CDH, Ecolo en DéFi. Deze regering werd geboren dankzij het dodelijke coronavirus en heeft zich de afgelopen weken alleen maar in leven kunnen houden dankzij dat coronavirus.Maar nu het gevaar van het coronavirus wat afneemt en er belangrijke beslissingen moeten worden genomen over de relance van de economie en de samenleving, willen steeds meer partijen daarover echt meebeslissen. Dat kan alleen maar als je ook echt in de regering zit. De gedoogsteun voor Wilmès II neemt dan ook zienderogen af. Alleen de MR hoopt dat de huidige toestand zo lang mogelijk zal duren, en dat is begrijpelijk: deze regering telt 13 ministers (inclusief de premier), waarvan de MR er maar liefst zeven levert. Dat is niet slecht voor een partij die 14 van de 150 Kamerzetels heeft. Natuurlijk wil MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez dat zo houden.De meeste partijvoorzitters hebben nu al gezegd, of tenminste duidelijk te verstaan gegeven, dat er tegen september een echte, volwaardige regering moet zijn. Hoe die er moet komen, is onduidelijk. Daarbij gaat het over de werkmethode. Wie neemt het initiatief? Want de koning kan momenteel geen (in)formateur aanwijzen, aangezien de regering-Wilmès II het vertrouwen kreeg. Maar bovenal is er nog steeds de knoop die sinds de verkiezingsuitslag van 26 mei maar niet ontward raakt: welke partijen willen samen een meerderheid vormen? De patstelling is één jaar na de verkiezingen nog steeds even groot.Komen er dan nieuwe verkiezingen in september? Er wordt steeds drukker over gespeculeerd. De vraag is wie de verkiezingen zal uitlokken. Gaat PS-voorzitter Paul Magnette dat riskeren? Hij leek erop te zinspelen toen hij vorig zondag op de Franstalige televisie verklaarde: 'Met het vragen van de mening van de burgers is niets mis, want we zullen belangrijke beslissingen moeten nemen voor de komende tien, twintig jaar. In september een regering hebben, dat is het doel.'Nieuwe verkiezingen lijken inderdaad steeds meer onvermijdelijk. Maar wie zal er dan winnen? De kans bestaat dat de extreme partijen, het Vlaams Belang en de PVDA, in deze coronatijden nog meer succes zullen boeken. En dat de andere partijen nog stemmen en zetels verliezen. Dan zou het land in een totale politieke impasse storten. Het is de prijs die we dreigen te betalen omdat België jarenlang kapot werd hervormd zonder de problemen fundamenteel aan te pakken. Dat dit midden in de coronacrisis valt, drijft die kostprijs nog hoger op.'Op vrij korte termijn kunnen 180.00 werknemers hun baan verliezen', zo blijkt uit een enquête van de Nationale Bank en de werkgeversorganisaties. Tel daarbij op dat 70.000 zelfstandigen geloven dat het (zeer) waarschijnlijk is dat hun zaak failliet gaat, dan staan 250.000 banen op de tocht als gevolg van de coronacrisis. Als dat inderdaad gebeurt, zal de werkloosheidsgraad bijna verdubbelen naar 10 procent.Over één zaak lijken zowat alle economen het eens: de coronacrisis haalt ongemeen hard uit. De Leuvense econoom André Decoster becijferde op zijn blog (andredecoster.be) dat als de Belgische economie dit jaar krimpt met 7,2 procent, zoals de Europese Commissie voorspelt en wat in lijn ligt met wat de Nationale Bank en het Planbureau denken, dit vrij ongezien is. Sinds 1846 kende we alleen in de oorlogsjaren 1917, 1918, 1940 en 1942 een grotere terugval.Maar zal de economische terugval wel beperkt blijven tot pakweg 7 of 8 procent? Volgens BNP Paribas Fortis wordt het véél erger: de 'Belgische economie krimpt in 2020 met 11,1 procent', zo voorspelde ze in de loop van de week. Tot nu toe rekende de bank met een krimp van 7,1 procent maar ze is van gedacht veranderd: 'We zijn veel pessimistischer geworden over een snelle normalisering van de economische toestand', verklaarde Koen De Leus, hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis. 'Tot nu voorspelden we dat de crisis eind dit jaar geen significante impact meer zou hebben op de economische activiteit. Nu verwachten we een blijvende impact tot eind dit jaar en tot er een vaccin is.'Als de donkere voorspelling van BNP Paribas Fortis uitkomt, belandt 2020 in het lijstje van professor Decoster in de top drie van de grootste economische krimpen na 1918 (min 18,7 procent), 1917 (min 13,8 procent) en ex aequo met 1940 (min 11,4 procent).De volgende cruciale vraag is dan wat er volgend jaar gebeurt met de economie, zoals we deze week in Knack al schreven. Hoe veerkrachtig is die? Zal de Belgische economie in 2021 inderdaad groeien met 6,7 procent, zoals de Europese Commissie voorspelt (ook de Nationale Bank en het Planbureau gaan uit van een forse opleving)? Als onze economie volgend jaar inderdaad zo sterk opveert, komt 2021 op plaats zes in de rangschikking van de 'beste jaren'. In de top vijf vinden we drie jaren terug uit de heropbouw na de Eerste Wereldoorlog: 1919, 1920 en 1922.Maar zal onze economie zo sterk opveren? Ook daar twijfelt BNP Paribas Fortis aan. Eerst dacht het nog dat de economie volgend jaar met 7,6 procent zou groeien, nu gaat het uit van 4,3 procent. Dan tuimelt 2021 helemaal uit de top tien van beste groei-jaren. Dat zou ronduit dramatisch zijn, want met die lage groei zal de werkloosheid niet vlug hersteld zijn. Met gevolgen voor alles en iedereen, van de overheidsfinanciën over de welvaart tot onze eigen portemonnee. De inkomensverdeling blijft in ons land vrij stabiel: 45 procent van het totale bruto-inkomen gaat naar de 20 procent van de meest verdienende gezinnen. Maar het vermogen wordt wel ongelijker: in 2014 was 59 procent van het nettovermogen in handen van de 20 procent rijkste gezinnen, in 2017 was dat 64 procent. De vermogensongelijkheid is in ons land gestegen, en dat is opmerkelijk want tot nu toe heette het steeds dat de ongelijkheid in ons land niet toeneemt. Dat alles blijkt uit een enquête die om de drie jaar in Europa wordt gehouden over de financiële situatie van de huishoudens. Er wordt dan gepeild naar hun inkomen, vermogen en schulden. De gegevens van 2017 werden afgelopen week bekend via de Nationale Bank, die de enquête in België uitvoert.De vraag is wat er zal gebeuren met de coronacrisis. Zal de ongelijkheid nog toenemen? Zeker is dat de coronacrisis gevolgen zal hebben op het inkomen en het vermogen van de Belgen. Vooral gezinnen met veel schulden en waarvan één of beide partners werkloos worden, lopen een verhoogde kans financiële problemen te krijgen. Aan de andere kant zullen de rijken hun vermogen zien afnemen, zeker als dat voor een groot deel in aandelen was belegd, want die koersen daalden allemaal sterk in de coronacrash van de beurs. Het is dus niet zeker dat de ongelijkheid door de coronacrisis zal toenemen. Dat de armoede zal toenemen staat wel vast.