Wordt het een V-recessie, een forse economische terugval gevolgd door een even flink herstel? Of wordt het toch een W? Of een U? Of een L, een diepe val en jarenlang in het slop blijven zitten? Volgens de meeste voorspellingen wordt het een V-recessie. De Nationale Bank en het Planbureau menen dat het Belgische bbp (bruto binnenlands product, wat we met zijn allen aan goederen en diensten voortbrengen) in 2020 met 8 procent zal dalen, maar voorzien een knap herstel met 8,6 procent in 2021. KBC spreekt van een achteruitgang met 9,5 procent dit jaar en een remonte met 12,3 procent volgend jaar.
...

Wordt het een V-recessie, een forse economische terugval gevolgd door een even flink herstel? Of wordt het toch een W? Of een U? Of een L, een diepe val en jarenlang in het slop blijven zitten? Volgens de meeste voorspellingen wordt het een V-recessie. De Nationale Bank en het Planbureau menen dat het Belgische bbp (bruto binnenlands product, wat we met zijn allen aan goederen en diensten voortbrengen) in 2020 met 8 procent zal dalen, maar voorzien een knap herstel met 8,6 procent in 2021. KBC spreekt van een achteruitgang met 9,5 procent dit jaar en een remonte met 12,3 procent volgend jaar. De Europese Commissie, die haar vooruitzichten vorige week presenteerde, ziet de Belgische economie met 7,2 procent krimpen, gevolgd door een herstel met 6,7 procent. Daarmee zouden we het iets beter doen dan het gemiddelde voor de eurozone, dat neerkomt op een diepere duik (7,75 procent) gevolgd door een een minder kwiek herstel (6,25 procent). De coronarecessie wordt vaak vergeleken met de crisis tijdens de oorlogsjaren, maar klopt dat wel? Econoom André Decoster (KU Leuven) zocht het uit op zijn blog (andredecoster.be). Hij keek naar het Belgische bbp sinds 1846 en berekende dat per inwoner, want het aantal inwoners is intussen natuurlijk fel aangegroeid. De krimp van 7,2 procent van het bbp wordt zo een krimp van 7,6 procent per inwoner. En dan blijkt dat deze coronarecessie inderdaad uitzonderlijk zwaar is. De huidige economische terugval is bijvoorbeeld niet te vergelijken met de terugval die we in 2009 doormaakten, in de nasleep van de financiële crisis. Toen ging de economie met 2,8 procent achteruit. En hij is al helemaal niet te vergelijken met de recessie van 1975, die volgde op de oliecrisis van 1973-'74: die bedroeg 'maar' 1,6 procent. Een grotere terugval kenden we alleen in de oorlogsjaren 1917, 1918, 1940 en 1942. Met een prognose van min 7,6 procent wordt 2020 het op vier na slechtste jaar sinds 1846 (zie tabel). En hoe zit het met het voorspelde herstel in 2021? Ook dat zocht Decoster uit. Als de economie volgend jaar opveert met 6,2 procent bbp per inwoner, komt ze op plaats zes in de rangschikking van de 'beste jaren'. In de top vijf vinden we drie jaren terug uit de heropbouw na de Eerste Wereldoorlog: 1919,1920 en 1922. Wat betekent dat alles in termen van koopkracht? Ook dat ging Decoster na. In 2019 bedroeg het bbp 38.625 euro per inwoner, in 2020 zal dat nog 35.680 euro zijn. We zullen dus bijna 3000 euro per inwoner minder produceren. Eigenlijk zelfs 3300 euro, want zonder het coronavirus zou de economie dit jaar nog wel wat gegroeid zijn. In één jaar tijd zal onze welvaart terugvallen tot op het niveau van tien jaar geleden. Zo fel terug in de tijd gekatapulteerd worden, we maakten dat tot nu toe alleen mee tijdens de twee wereldoorlogen. Op basis van Decosters berekeningen kun je twee zaken besluiten. Eén: de inzinking die we nu meemaken is voor deze generatie ongezien - daarbij vergeleken zijn de oliecrisis en de financiële crisis zachte rimpelingen. Twee: ook de terugval van het welvaartsniveau is ongezien, maar gebeurt wel vanaf een hoog peil. Want terwijl de welvaart tussen de twee wereldoorlogen niet toenam, is ze sinds de jaren vijftig wél spectaculair gegroeid. De coronarecessie is dus geen krimp maar een dreun. Laten we hopen dat de economen gelijk krijgen en dat het verlies dit jaar niet nóg groter wordt. En dat in 2021 een even spectaculair herstel volgt. Een V, dus.