1. Lichtzinnig

'België wordt met Italië de slechte leerling van Europa. We hebben geen ruimte om een recessie of een rentestijging op te vangen.'

Pierre Wunsch, gouverneur van de Nationale Bank, persconferentie 16 december

Het begrotingstekort loopt tegen 2022 op tot 14 miljard, zo waarschuwde de gouverneur van de Nationale Bank, Pierre Wunsch. Dat is nóg een paar miljard meer dan tot nu toe werd gedacht. De eerste oorzaken zijn de dalende voorafbetalingen van de vennootschapsbelasting en de taxshift, die geen shift of verschuiving was maar wel een cut, een vermindering van de belastingen. Dat is dus volledig toe te schrijven aan het beleid van de regering-Michel.

Daarnaast groeit het tekort nu ook duidelijk omdat de uitgaven als gevolg van de vergrijzing toenemen, met stijgende gezondheidskosten en pensioenen. Daar hebben de regeringen die de voorbije twintig jaar aan de macht waren, van paars-groen onder premier Verhofstadt tot en met de regering-Michel, onvoldoende maatregelen voor genomen en het land niet op voorbereid.

Pierre Wunsch, gouverneur van de Nationale Bank., BELGA
Pierre Wunsch, gouverneur van de Nationale Bank. © BELGA

Het gevolg is dat België bij ongewijzigd beleid het op één na hoogste tekort zal hebben van alle landen van de eurozone. Alleen Italië doet het nóg slechter. En de Belgische schuldgraad, die nu nipt onder de psychologische drempel van 100 procent van het bruto binnenlands product (bbp) ligt, zou er weer duidelijk boven klimmen. Het gevolg is dat we geen ruimte hebben om een krimp van de economie of een stijging van de rente op te vangen. 'En vroeg of laat komen die er', aldus nog gouverneur Wunsch.

We hebben geen ruimte om een krimp van de economie of een stijging van de rente op te vangen.

Tegen deze achtergrond loopt de vorming van een federale regering. Het was vóór de verkiezingen al niet duidelijk hoe de partijen het Belgische begrotingstekort dachten te verminderen, en bijna zeven maanden na de verkiezingen weten we dat nog altijd niet. Er zijn wél allerlei plannen om nog meer geld uit te geven. Dat zal het tekort alleen nog maar doen toenemen. Het illustreert de lichtzinnigheid waarmee onze politici politiek bedrijven.

2. Lichtzinnig bis

' De banencreatie vertraagt.'

Pierre Wunsch, gouverneur van de Nationale Bank, persconferentie 16 december

Tijdens de regering-Michel kwamen er in vijf jaar tijd 316.000 banen bij. Dat is gemiddeld 63.200 jobs per jaar. Professor economie Gert Peersman (UGent) berekende al eerder voor Knack dat dit eigenlijk een ondermaatse prestatie was en dat we met dat cijfer onder het Europees gemiddelde liggen.

Het aantal jobs zal minder snel toenemen, en dat heeft grote gevolgen voor de Vlaamse en Waalse regering.

Volgens de Nationale Bank zullen er de volgende drie jaar gemiddeld 34.100 banen per jaar bijkomen. Dat is dus pakweg de helft van de voorbije jaren. De vertraging van de banencreatie wijt de Nationale Bank aan een lagere economische groei, de snellere stijging van de loonkosten en de krapte van de arbeidsmarkt.

Dat het aantal jobs minder snel zal toenemen heeft grote gevolgen. Zowel de Vlaamse als Waalse regering wil de werkzaamheidsgraad met 5 procentpunten verhogen: het aantal mensen tussen 20 en 64 dat werkt ligt in vergelijking met andere landen te laag en moet stijgen. De voorspiegelde stijging van de werkzaamheidsgraad door de Waalse en Vlaamse regering was al niet erg realistisch, met de vooruitzichten van de Nationale Bank zijn ze ronduit onhaalbaar.

Bij de vorming van de federale regering houdt men het best rekening met de vertraging van de banencreatie.

Volgens de Nationale Bank zullen er de volgende jaren dus gemiddeld 34.100 banen per jaar bijkomen, maar volgens zakenkrant De Tijd moeten er in ons land elk jaar 50.000 banen worden gecreëerd om de werkzaamheidsgraad de volgende ambtstermijn met 5 procentpunten te verhogen. En die verhoging van de werkzaamheidsgraad is de sleutel voor het beleid van onze regeringen: als meer mensen werken, hoeft de overheid minder geld uit te keren en komt er meer geld binnen via de belastingen.

De plannen van de Waalse en de Vlaamse regering staan dan ook op de helling. En ook bij de vorming van de federale regering houdt men het best rekening met de vertraging van de banencreatie. Maar hoort u daar iemand over tijdens deze formatiebesprekingen? Ook dit is een illustratie van de lichtzinnigheid waarmee onze politici politiek bedrijven.

3. Koopkracht

'De koopkracht zal toenemen met ongeveer 5 procent per persoon.'

Pierre Wunsch, gouverneur van de Nationale Bank, persconferentie 16 december

Dit jaar steeg de koopkracht volgens de Nationale Bank met 2,2 procent. Dat is vrij stevig. De stijging is te danken aan de klim van de reële lonen, het gevolg van de sterke aangroei van het aantal jobs en de werkgelegenheid, en de taxshift, waardoor we wat minder hoefden af te geven aan de fiscus.

Een Belg zal in 2022 5 procent meer kunnen uitgeven dan in 2018.

De volgende jaren zal de stijging van de koopkracht lager liggen, zo'n 1 procent per jaar. Dat betekent dat de koopkracht tussen 2019 en 2022 met 5 procent zal stijgen. Een Belg zal in 2022 dus 5 procent meer kunnen uitgeven dan in 2018. Dat is een veel grotere stijging dan de vorige jaren.

Het zijn belangrijke cijfers om te onthouden als de vakbonden het nog eens hebben over 'de daling van onze koopkracht' en de gele hesjes op straat komen voor meer koopkracht.

4. Venster

'Ik wil de Open VLD leiden.'

Bart Tommelein, verschillende media, 18 december

Dat Bart Tommelein kandidaat zou zijn om Gwendolyn Rutten op te volgen als voorzitter van de Open VLD is geen verrassing. De timing van zijn bekendmaking is dat wel. Het moet zijn dat de verdeeldheid binnen de Vlaamse liberalen wel heel erg groot is. En die verscheurdheid draait rond deze vraag: moet de Open VLD deelnemen aan een paars-groene regering of niet? De partijtop is voorstander, bij de basis hoor je een heel andere geluid.

Het belooft nog lang onrustig te blijven bij de Open VLD.

Tommelein heeft nog niet duidelijk gemaakt wat hij ervan vindt. De enige bekende tegenkandidaat tot nu toe, Francesco Vanderjeugd, is tegen deelname aan Paars-Groen. Het belooft dan ook nog lang onrustig te blijven bij de Open VLD, want de verkiezingen worden pas in maart gehouden. En wie weet wie zich nog kandidaat zal stellen om voorzitter te worden? Vincent Van Quickenborne? Egbert Lachaert? En wat doet Gwendolyn Rutten?

Bart Tommelein, kandidaat-voorzitter Open VLD., BELGA
Bart Tommelein, kandidaat-voorzitter Open VLD. © BELGA

Vorige week stond op deze plek: 'De vorming van een federale regering werd een hele tijd bemoeilijkt door voorzittersverkiezingen, eerst bij de PS en daarna bij de CD&V en de MR. (...) Nu duidelijk is dat Joachim Coens en Georges-Louis Bouchez de voorzitters zijn voor respectievelijk de CD&V en de MR, konden de onderhandelingen eindelijk serieus van start gaan. Maar slechts voor even, want in maart zijn er normaal gezien voorzittersverkiezingen bij de Open VLD. We mogen verwachten dat de strijd om dat voorzitterschap al in februari zal losbarsten. En dat het een strijd zal worden is duidelijk. Gwendolyn Rutten is niet onbesproken en veel liberalen voelen zich geroepen om haar op te volgen, van Francesco Vanderjeugd tot Bart Tommelein. Het belooft daar spannend te worden.'

Kan de Open VLD in een regering stappen zonder dat duidelijk is wie de volgende partijvoorzitter zal zijn?

Dat Tommelein zijn kandidatuur nu al bekendmaakt, impliceert dat de strijd om het voorzitterschap bij de Open VLD veel eerder zal losbarsten. Dat betekent ook dat het tijdsvenster voor het vormen van een federale regering nóg kleiner is geworden en misschien zelfs helemaal dicht is.

Want kan de Open VLD in een regering stappen zonder dat duidelijk is wie de volgende partijvoorzitter zal zijn? Kan er een regering worden gevormd met de Vlaamse liberalen als men niet weet of de volgende voorzitter die regering wel goedgezind is of ze juist zal bekampen? Kan er verder worden onderhandeld met Gwendolyn Rutten als men niet weet of er voor haar na de voorzittersverkiezingen nog wel een prominente rol is weggelegd?

Na de voorzittersverkiezingen bij de PS, de MR en de CD&V legt de voorzittersverkiezing bij de Open VLD nu een zware hypotheek op de vorming van een federale regering.

5. Touw

'Vlaams preventiebeleid: Beke schroeft alle besparingen terug.'

Knack.be, 18 december

Kan iemand nog het beleid van de Vlaamse minister van Welzijn, Wouter Beke (CD&V), volgen? Eerst beslist hij tot een hele reeks besparingen, onder andere op de Zelfmoordlijn, het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie en het Vlaams Instituut Gezond Leven. Die besparingen vloeken met zijn eigen beloftes en botsten op veel onbegrip. Enkele dagen later schroeft de minister een reeks besparing terug, maar niet voor bijvoorbeeld Sensoa, het Tropisch Instituut en de Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW).

Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V)., BELGA
Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V). © BELGA

Aan al die besluiten van minister Beke is geen touw aan vast te knopen. Zulke onbehouwen beslissingen breken elke minister vroeg of laat zuur op. Zeker als het een christendemocraat betreft die verantwoordelijk is voor Welzijn.

Het begrotingstekort loopt tegen 2022 op tot 14 miljard, zo waarschuwde de gouverneur van de Nationale Bank, Pierre Wunsch. Dat is nóg een paar miljard meer dan tot nu toe werd gedacht. De eerste oorzaken zijn de dalende voorafbetalingen van de vennootschapsbelasting en de taxshift, die geen shift of verschuiving was maar wel een cut, een vermindering van de belastingen. Dat is dus volledig toe te schrijven aan het beleid van de regering-Michel.Daarnaast groeit het tekort nu ook duidelijk omdat de uitgaven als gevolg van de vergrijzing toenemen, met stijgende gezondheidskosten en pensioenen. Daar hebben de regeringen die de voorbije twintig jaar aan de macht waren, van paars-groen onder premier Verhofstadt tot en met de regering-Michel, onvoldoende maatregelen voor genomen en het land niet op voorbereid.Het gevolg is dat België bij ongewijzigd beleid het op één na hoogste tekort zal hebben van alle landen van de eurozone. Alleen Italië doet het nóg slechter. En de Belgische schuldgraad, die nu nipt onder de psychologische drempel van 100 procent van het bruto binnenlands product (bbp) ligt, zou er weer duidelijk boven klimmen. Het gevolg is dat we geen ruimte hebben om een krimp van de economie of een stijging van de rente op te vangen. 'En vroeg of laat komen die er', aldus nog gouverneur Wunsch.Tegen deze achtergrond loopt de vorming van een federale regering. Het was vóór de verkiezingen al niet duidelijk hoe de partijen het Belgische begrotingstekort dachten te verminderen, en bijna zeven maanden na de verkiezingen weten we dat nog altijd niet. Er zijn wél allerlei plannen om nog meer geld uit te geven. Dat zal het tekort alleen nog maar doen toenemen. Het illustreert de lichtzinnigheid waarmee onze politici politiek bedrijven.Tijdens de regering-Michel kwamen er in vijf jaar tijd 316.000 banen bij. Dat is gemiddeld 63.200 jobs per jaar. Professor economie Gert Peersman (UGent) berekende al eerder voor Knack dat dit eigenlijk een ondermaatse prestatie was en dat we met dat cijfer onder het Europees gemiddelde liggen.Volgens de Nationale Bank zullen er de volgende drie jaar gemiddeld 34.100 banen per jaar bijkomen. Dat is dus pakweg de helft van de voorbije jaren. De vertraging van de banencreatie wijt de Nationale Bank aan een lagere economische groei, de snellere stijging van de loonkosten en de krapte van de arbeidsmarkt.Dat het aantal jobs minder snel zal toenemen heeft grote gevolgen. Zowel de Vlaamse als Waalse regering wil de werkzaamheidsgraad met 5 procentpunten verhogen: het aantal mensen tussen 20 en 64 dat werkt ligt in vergelijking met andere landen te laag en moet stijgen. De voorspiegelde stijging van de werkzaamheidsgraad door de Waalse en Vlaamse regering was al niet erg realistisch, met de vooruitzichten van de Nationale Bank zijn ze ronduit onhaalbaar.Volgens de Nationale Bank zullen er de volgende jaren dus gemiddeld 34.100 banen per jaar bijkomen, maar volgens zakenkrant De Tijd moeten er in ons land elk jaar 50.000 banen worden gecreëerd om de werkzaamheidsgraad de volgende ambtstermijn met 5 procentpunten te verhogen. En die verhoging van de werkzaamheidsgraad is de sleutel voor het beleid van onze regeringen: als meer mensen werken, hoeft de overheid minder geld uit te keren en komt er meer geld binnen via de belastingen. De plannen van de Waalse en de Vlaamse regering staan dan ook op de helling. En ook bij de vorming van de federale regering houdt men het best rekening met de vertraging van de banencreatie. Maar hoort u daar iemand over tijdens deze formatiebesprekingen? Ook dit is een illustratie van de lichtzinnigheid waarmee onze politici politiek bedrijven.Dit jaar steeg de koopkracht volgens de Nationale Bank met 2,2 procent. Dat is vrij stevig. De stijging is te danken aan de klim van de reële lonen, het gevolg van de sterke aangroei van het aantal jobs en de werkgelegenheid, en de taxshift, waardoor we wat minder hoefden af te geven aan de fiscus. De volgende jaren zal de stijging van de koopkracht lager liggen, zo'n 1 procent per jaar. Dat betekent dat de koopkracht tussen 2019 en 2022 met 5 procent zal stijgen. Een Belg zal in 2022 dus 5 procent meer kunnen uitgeven dan in 2018. Dat is een veel grotere stijging dan de vorige jaren.Het zijn belangrijke cijfers om te onthouden als de vakbonden het nog eens hebben over 'de daling van onze koopkracht' en de gele hesjes op straat komen voor meer koopkracht.Dat Bart Tommelein kandidaat zou zijn om Gwendolyn Rutten op te volgen als voorzitter van de Open VLD is geen verrassing. De timing van zijn bekendmaking is dat wel. Het moet zijn dat de verdeeldheid binnen de Vlaamse liberalen wel heel erg groot is. En die verscheurdheid draait rond deze vraag: moet de Open VLD deelnemen aan een paars-groene regering of niet? De partijtop is voorstander, bij de basis hoor je een heel andere geluid.Tommelein heeft nog niet duidelijk gemaakt wat hij ervan vindt. De enige bekende tegenkandidaat tot nu toe, Francesco Vanderjeugd, is tegen deelname aan Paars-Groen. Het belooft dan ook nog lang onrustig te blijven bij de Open VLD, want de verkiezingen worden pas in maart gehouden. En wie weet wie zich nog kandidaat zal stellen om voorzitter te worden? Vincent Van Quickenborne? Egbert Lachaert? En wat doet Gwendolyn Rutten?Vorige week stond op deze plek: 'De vorming van een federale regering werd een hele tijd bemoeilijkt door voorzittersverkiezingen, eerst bij de PS en daarna bij de CD&V en de MR. (...) Nu duidelijk is dat Joachim Coens en Georges-Louis Bouchez de voorzitters zijn voor respectievelijk de CD&V en de MR, konden de onderhandelingen eindelijk serieus van start gaan. Maar slechts voor even, want in maart zijn er normaal gezien voorzittersverkiezingen bij de Open VLD. We mogen verwachten dat de strijd om dat voorzitterschap al in februari zal losbarsten. En dat het een strijd zal worden is duidelijk. Gwendolyn Rutten is niet onbesproken en veel liberalen voelen zich geroepen om haar op te volgen, van Francesco Vanderjeugd tot Bart Tommelein. Het belooft daar spannend te worden.'Dat Tommelein zijn kandidatuur nu al bekendmaakt, impliceert dat de strijd om het voorzitterschap bij de Open VLD veel eerder zal losbarsten. Dat betekent ook dat het tijdsvenster voor het vormen van een federale regering nóg kleiner is geworden en misschien zelfs helemaal dicht is.Want kan de Open VLD in een regering stappen zonder dat duidelijk is wie de volgende partijvoorzitter zal zijn? Kan er een regering worden gevormd met de Vlaamse liberalen als men niet weet of de volgende voorzitter die regering wel goedgezind is of ze juist zal bekampen? Kan er verder worden onderhandeld met Gwendolyn Rutten als men niet weet of er voor haar na de voorzittersverkiezingen nog wel een prominente rol is weggelegd?Na de voorzittersverkiezingen bij de PS, de MR en de CD&V legt de voorzittersverkiezing bij de Open VLD nu een zware hypotheek op de vorming van een federale regering.Kan iemand nog het beleid van de Vlaamse minister van Welzijn, Wouter Beke (CD&V), volgen? Eerst beslist hij tot een hele reeks besparingen, onder andere op de Zelfmoordlijn, het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie en het Vlaams Instituut Gezond Leven. Die besparingen vloeken met zijn eigen beloftes en botsten op veel onbegrip. Enkele dagen later schroeft de minister een reeks besparing terug, maar niet voor bijvoorbeeld Sensoa, het Tropisch Instituut en de Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW). Aan al die besluiten van minister Beke is geen touw aan vast te knopen. Zulke onbehouwen beslissingen breken elke minister vroeg of laat zuur op. Zeker als het een christendemocraat betreft die verantwoordelijk is voor Welzijn.