'Wat kunnen wij christendemocraten nog betekenen?', vroeg Kamerlid Eric Van Rompuy (CD&V) zich onlangs af in Knack, na zeer slechte peilingen voor zijn partij: CD&V is nog goed voor 14 procent, de helft van N-VA. De Vlaamse christendemocraten zijn bovendien hun predicaat 'eerste uitdager van de N-VA' kwijt, want ook Open VLD, SP.A, Vlaams Belang en Groen schommelen rond hetzelfde aantal stemmen. 'Sinds ik in 1977 nationaal voorzitter van de CVP-Jongeren werd, heb ik nooit zo'n gevoel van machteloosheid gehad als vandaag', aldus nog Van Rompuy.
...

'Wat kunnen wij christendemocraten nog betekenen?', vroeg Kamerlid Eric Van Rompuy (CD&V) zich onlangs af in Knack, na zeer slechte peilingen voor zijn partij: CD&V is nog goed voor 14 procent, de helft van N-VA. De Vlaamse christendemocraten zijn bovendien hun predicaat 'eerste uitdager van de N-VA' kwijt, want ook Open VLD, SP.A, Vlaams Belang en Groen schommelen rond hetzelfde aantal stemmen. 'Sinds ik in 1977 nationaal voorzitter van de CVP-Jongeren werd, heb ik nooit zo'n gevoel van machteloosheid gehad als vandaag', aldus nog Van Rompuy. De aftakeling van de CD&V is al lang bezig. Fons Verplaetse, eregouverneur van de Nationale Bank en mede-architect van de sociaal-economische hervormingsplannen van Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene, berekende het ooit: rekening houdend met de wijziging van het aantal Kamerzetels in 1995 verloren de Vlaamse christendemocraten sinds 1978 niet minder dan 22 zetels. De kiezer beloonde de saneringen van de regeringen-Martens en -Dehaene niet. Ook daarna ging het bergaf. Volgens de peilingen dreigt CD&V in 2019 nog eens 5 zetels te verliezen. Dan houdt ze er in de Kamer slechts 13 over op een totaal van 150. 'Dramatisch', zo omschrijft Verplaetse de situatie. Binnen de federale regering-Michel kon CD&V nog maar weinig van de eigen punten realiseren, maar ze slaagde er wel in om heel wat voorstellen van de andere regeringspartijen te blokkeren. Haar vice-premier Kris Peeters wordt niet voor niets omschreven als 'de meester-saboteur van de regering-Michel'. Op financieel-economisch vlak probeert CD&V amechtig nog twee trofeeën binnen te halen: een meerwaardebelasting en een vergoeding voor de Arco-gedupeerden. Maar de coalitiepartners zijn niet geneigd om veel toe te geven. De helft van de Belgische bevolking vindt dat de winst uit de verkoop van aandelen belast moet worden, zo bleek uit een enquête die vorige week in dit blad verscheen. Opmerkelijk is dat 38 procent van de zelfstandigen en 41 procent van degenen die verklaren te beleggen toch voorstander zijn van zo'n meerwaardebelasting. CD&V eist ze al langer, maar coalitiepartner Open VLD stelde onlangs nog maar eens haar veto want ze wil van geen nieuwe belasting weten. Ook N-VA is tegen een belasting die 'vooral door de Vlamingen zou worden betaald'. Dan is er nog het dossier van de vergoeding van de Arco-coöperanten. In het regeerakkoord is afgesproken dat de gedupeerden voor 40 procent vergoed worden. Daarvoor moet de regering 600 miljoen euro vinden. Open VLD noch N-VA zijn erg happig om die factuur door te sturen naar de belastingbetaler. Toch dringt CD&V aan op een regeling. De Arco-coöperanten zijn potentiële CD&V-stemmers - sommigen zouden het 'kiesvee' noemen. Omdat de Vlaamse regeringspartijen er maar bleven over bakkeleien, trok premier Charles Michel (MR) zowel het Arco-dossier als dat van de meerwaardebelasting naar zich toe. Het is wachten wanneer hij met voorstellen voor de dag komt, maar het is twijfelachtig of CD&V in beide dossiers haar slag volledig thuis haalt. Dat zal mogelijke kiezers uit de christelijke arbeidsbeweging teleurstellen. Ondertussen verklaren staatssecretaris Pieter De Crem en kamerlid Hendrik Bogaert luidop dat CD&V zich minder links moet opstellen. Ook al werden ze teruggefloten door hun voorzitter, ze verwoorden de wrevel die leeft bij de traditionele rechtervleugel van CD&V - voor zover die al niet uitweek naar N-VA. Hoe dan ook, gedurende de eerste helft van de legislatuur ruzieden CD&V en N-VA voortdurend met elkaar. En sinds hun partijvoorzitters midden april de vredespijp rookten, komt de onenigheid binnen de CD&V naar boven. Toen CD&V in 1999 een oplawaai kreeg en nog maar 22 procent van de stemmen haalde, citeerde toenmalig voorzitter Marc Van Peel uit Jesaja: 'Het geknakte riet zal hij niet breken'. Bij de laatste verkiezingen haalden de Vlaamse christendemocraten nog 18 procent van de stemmen. Het palmares van CD&V tijdens de regering-Michel oogt tot nu toe erg mager, het intern gekrakeel is rampzalig, de peilingen zijn onrustwekkend. Dat een CD&V-boegbeeld als Kris Peeters in Antwerpen niet onder de partijvlag naar de gemeenteraadsverkiezingen durft te trekken is een veeg teken. Het geknakte riet is gebroken. De existentiële vraag van Erik Van Rompuy komt niets te vroeg: wat kunnen de christendemocraten nog betekenen?