De afgelopen vijf jaar is de koopkracht van een gemiddeld gezin in ons land met 1000 euro gestegen, maar als onze koopkracht de evolutie van onze buurlanden had gevolgd, zou dat ruim 2300 euro zijn geweest. Dat concludeert econoom Gert Peersman (UGent), die op verzoek van Knack de resultaten van de regering-Michel vergeleek met die van onze buurlanden en de rest van Europa.

Op het eerst gezicht kan de regering-Michel mooie economische prestaties voorleggen. Tijdens haar regeerperiode groeide onze economie met 6,3 procent en kwamen er 254.000 extra jobs bij. Door een beleid van loonmatiging verbeterde onze concurrentiekracht, onze koopkracht ging reëel met 4,3 procent vooruit en het begrotingstekort werd met twee derde afgebouwd.

Maar als je die cijfers vergelijkt met de verwezenlijkingen in onze buurlanden en de andere landen van de eurozone, krijg je een ander beeld. Peersman deed deze oefening, met als resultaat een presentatie van meer dan 80 bladzijden. Zijn conclusie is hard: 'Qua groei behoren we tot de slechtste van de klas, er zijn minder jobs bij gekomen dan we mochten verwachten, de loonmatiging heeft niet geleid tot meer jobs en de prijzen zijn zelfs abnormaal gestegen, ons begrotingstekort is onvoldoende afgebouwd en zal de volgende jaren zelfs opnieuw toenemen, en onze koopkracht is veel minder toegenomen dan elders in Europa.'

Peersman plakt er een concreet bedrag op: 'De koopkracht van een gemiddeld gezin in België is onder de regering-Michel met meer dan 1000 euro gestegen. Als wij dezelfde evolutie hadden gekend als het Europese gemiddelde, zou onze koopkracht met ruim 2300 euro gestegen zijn. Met andere woorden: in vergelijking met die andere landen zijn we zeker de helft van de koopkrachtstijging misgelopen.