De vzw stapte in 2015 naar de rechter om de Belgische overheden te dwingen de gemaakte beloftes rond de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te respecteren. De klagers menen dat de overheden de mensen- en kinderrechten schenden omdat ze de engagementen die ze opnamen op Europees en op mondiaal niveau niet respecteren en zo de burgers in gevaar brengen. Klimaatzaak eist voor de rechtbank een koerswijziging van de overheden: een reductie van broeikasgasemissies van minstens 42 procent in 2025, van minstens 55 procent in 2030, beide tegenover het referentiejaar 1990, en een netto nuluitstoot in 2050. Voor elk jaar vertraging vragen ze een boete van 1 miljoen euro.

De Belgische staat en de drie gewesten vinden dat het verzoek onontvankelijk moet worden verklaard, vanwege een probleem inzake de scheiding der machten. Hun advocaten toonden ook aan dat België zijn engagementen rond het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen wel respecteert en dat het land de opgelegde quota zal halen.

De vzw stapte in 2015 naar de rechter om de Belgische overheden te dwingen de gemaakte beloftes rond de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te respecteren. De klagers menen dat de overheden de mensen- en kinderrechten schenden omdat ze de engagementen die ze opnamen op Europees en op mondiaal niveau niet respecteren en zo de burgers in gevaar brengen. Klimaatzaak eist voor de rechtbank een koerswijziging van de overheden: een reductie van broeikasgasemissies van minstens 42 procent in 2025, van minstens 55 procent in 2030, beide tegenover het referentiejaar 1990, en een netto nuluitstoot in 2050. Voor elk jaar vertraging vragen ze een boete van 1 miljoen euro. De Belgische staat en de drie gewesten vinden dat het verzoek onontvankelijk moet worden verklaard, vanwege een probleem inzake de scheiding der machten. Hun advocaten toonden ook aan dat België zijn engagementen rond het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen wel respecteert en dat het land de opgelegde quota zal halen.