De klimaatconferentie van afgelopen weekend bevestigde het nog maar eens: klimaatverandering is overal voelbaar en de situatie wordt steeds meer kritiek. Het recente noodweer en de vele overstromingen in de Ardennen zijn maar een klein voorproefje van wat er ons te wachten staat als we te laat in actie schieten. Hernieuwbare energie zal een belangrijke rol vervullen in de strijd tegen klimaatverandering, maar ook de elektrificatie van de maatschappij en de industrie is hierbinnen niet weg te denken. We hebben dus groene stroom nodig, en veel. Concreet betekent dit: meer zonnepanelen en zonneboilers, meer windmolens en windparken, meer elektrische wagens en fietsen, enzovoort.

Maar dan duikt er een ander probleem opnieuw op. Een probleem dat zich deels situeert in het onderwijs. Want om de uitbouw van een fossielvrije toekomst en koolstofarme maatschappij te verzekeren én de klimaatverandering aan te pakken, hebben we stielmannen en stielvrouwen nodig. Goede stielmannen en goede stielvrouwen, en daar wringt het schoentje. Want het meest recente cijfermateriaal (2021) van de STEM-monitor bevestigt dat de instroom van leerlingen in de STEM-richtingen van het TSO en BSO stagneert of blijft dalen.

Klimaatverandering aanpakken? Daar zullen we technische profielen voor nodig hebben.

Dit is slecht nieuws voor onze industriesector, want wat ik hieruit afleid is dat er steeds minder technisch geschoolden op de arbeidsmarkt terechtkomen. En dit op het moment dat de vraag naar wetenschappelijke en technische beroepsprofielen steeds luider weerklinkt en met de toenemende elektrificatie alleen maar in crescendo zal gaan. Ook bij ATS botsen we op dit probleem.

Om STEM-richtingen aantrekkelijker te maken werden al verschillende initiatieven georganiseerd in Vlaanderen. Maar al deze acties ten spijt, het aantal leerlingen dat kiest voor de meer technische arbeidsmarktgerichte opleidingen in TSO en BSO blijft dalen. Hoe komt dit? Pakken we het probleem wel juist aan? Snapt onze samenleving de nood aan deze technisch geschoolden niet? Ik pleit voor een herwaardering van het technisch beroep.

In Vlaanderen maken we nog steeds het onderscheid tussen 'laagopgeleiden' en 'hoogopgeleiden'. Dit klinkt niet bepaald sexy voor jongeren die loodgieter of elektricien willen worden, want wie wil nu bestempeld worden als 'laagopgeleid'? We willen steeds 'hoger' opgeleid zijn en vergeten het belang van technische opleidingen die daardoor naar de achtergrond worden geschoven. Beter zou zijn om het steeds te hebben over theoretische en praktische opleidingen. Beiden zijn immers even belangrijk.

In de zoektocht naar een oplossing voor het probleem besloot ATS al samen te werken met vzw SODAplus. Samen met deze organisatie willen we schoolverlaters met behulp van vakantiejobs en stageplaatsen warm maken voor een stiel als elektrisch installateur. Deze toekomstige - mogelijks klimaat-reddende - technici krijgen vaak al een job aangeboden alvorens ze de schoolbanken verlaten. Het bereiken van deze witte raven wordt alsmaar moeilijker, maar het SODA-project is een mooi initiatief dat al een stap in de goede richting neemt. Een initiatief dat we nodig hebben. De tijd om te wachten tot de andere initiatieven eindelijk aanslaan, hebben we namelijk niet. En intussen daalt het aantal STEM-leerlingen in het TSO & BSO en stijgt de nood. Het klimaat wacht niet.

We zullen er niet in slagen om de klimaatverandering terug te dringen zonder de nodige stielmannen en stielvrouwen. Een ommezwaai is nodig. We hebben concrete en vooral hands-on initiatieven nodig die bedrijven helpen om de juiste mensen aan te werven.

Want als je het mij vraagt zijn deze mensen onze toekomst naar een koolstofvrije samenleving. Broodnodig, alleen beseffen ze dat zelf waarschijnlijk nog niet.

Hendrik Aelbrecht is co-CEO bij ATS. ATS is multidisciplinare technologiegroep gespecialiseerd in het creëren van duurzame, innovatieve en efficiënte productie- en werkomgevingen. Dit doen ze door het realiseren van totaalprojecten in elektro, mechatronica en HVAC voor een waaier aan sectoren.

De klimaatconferentie van afgelopen weekend bevestigde het nog maar eens: klimaatverandering is overal voelbaar en de situatie wordt steeds meer kritiek. Het recente noodweer en de vele overstromingen in de Ardennen zijn maar een klein voorproefje van wat er ons te wachten staat als we te laat in actie schieten. Hernieuwbare energie zal een belangrijke rol vervullen in de strijd tegen klimaatverandering, maar ook de elektrificatie van de maatschappij en de industrie is hierbinnen niet weg te denken. We hebben dus groene stroom nodig, en veel. Concreet betekent dit: meer zonnepanelen en zonneboilers, meer windmolens en windparken, meer elektrische wagens en fietsen, enzovoort.Maar dan duikt er een ander probleem opnieuw op. Een probleem dat zich deels situeert in het onderwijs. Want om de uitbouw van een fossielvrije toekomst en koolstofarme maatschappij te verzekeren én de klimaatverandering aan te pakken, hebben we stielmannen en stielvrouwen nodig. Goede stielmannen en goede stielvrouwen, en daar wringt het schoentje. Want het meest recente cijfermateriaal (2021) van de STEM-monitor bevestigt dat de instroom van leerlingen in de STEM-richtingen van het TSO en BSO stagneert of blijft dalen. Dit is slecht nieuws voor onze industriesector, want wat ik hieruit afleid is dat er steeds minder technisch geschoolden op de arbeidsmarkt terechtkomen. En dit op het moment dat de vraag naar wetenschappelijke en technische beroepsprofielen steeds luider weerklinkt en met de toenemende elektrificatie alleen maar in crescendo zal gaan. Ook bij ATS botsen we op dit probleem. Om STEM-richtingen aantrekkelijker te maken werden al verschillende initiatieven georganiseerd in Vlaanderen. Maar al deze acties ten spijt, het aantal leerlingen dat kiest voor de meer technische arbeidsmarktgerichte opleidingen in TSO en BSO blijft dalen. Hoe komt dit? Pakken we het probleem wel juist aan? Snapt onze samenleving de nood aan deze technisch geschoolden niet? Ik pleit voor een herwaardering van het technisch beroep. In Vlaanderen maken we nog steeds het onderscheid tussen 'laagopgeleiden' en 'hoogopgeleiden'. Dit klinkt niet bepaald sexy voor jongeren die loodgieter of elektricien willen worden, want wie wil nu bestempeld worden als 'laagopgeleid'? We willen steeds 'hoger' opgeleid zijn en vergeten het belang van technische opleidingen die daardoor naar de achtergrond worden geschoven. Beter zou zijn om het steeds te hebben over theoretische en praktische opleidingen. Beiden zijn immers even belangrijk. In de zoektocht naar een oplossing voor het probleem besloot ATS al samen te werken met vzw SODAplus. Samen met deze organisatie willen we schoolverlaters met behulp van vakantiejobs en stageplaatsen warm maken voor een stiel als elektrisch installateur. Deze toekomstige - mogelijks klimaat-reddende - technici krijgen vaak al een job aangeboden alvorens ze de schoolbanken verlaten. Het bereiken van deze witte raven wordt alsmaar moeilijker, maar het SODA-project is een mooi initiatief dat al een stap in de goede richting neemt. Een initiatief dat we nodig hebben. De tijd om te wachten tot de andere initiatieven eindelijk aanslaan, hebben we namelijk niet. En intussen daalt het aantal STEM-leerlingen in het TSO & BSO en stijgt de nood. Het klimaat wacht niet. We zullen er niet in slagen om de klimaatverandering terug te dringen zonder de nodige stielmannen en stielvrouwen. Een ommezwaai is nodig. We hebben concrete en vooral hands-on initiatieven nodig die bedrijven helpen om de juiste mensen aan te werven. Want als je het mij vraagt zijn deze mensen onze toekomst naar een koolstofvrije samenleving. Broodnodig, alleen beseffen ze dat zelf waarschijnlijk nog niet. Hendrik Aelbrecht is co-CEO bij ATS. ATS is multidisciplinare technologiegroep gespecialiseerd in het creëren van duurzame, innovatieve en efficiënte productie- en werkomgevingen. Dit doen ze door het realiseren van totaalprojecten in elektro, mechatronica en HVAC voor een waaier aan sectoren.