"System change, not climate change!". Die kreet weergalmde vorige week door het Europees parlement, bij een bezoek van een groep klimaatactivisten. Je hoort de slogan ook vaak bij betogingen en protestacties. Afhankelijk van wat deze erg gedreven jongeren met die "systeemverandering" concreet bedoelen, sta ik daar vierkant achter of ben ik er visceraal tegen.

Als het die systeemverandering betekent dat we naar een systeem moeten waarin we afstand nemen van het gebruik van fossiele brandstoffen (steenkool, olie en gas), dan staat wat mij betreft het licht op groen, op voorwaarde dat de overgang op een beredeneerde aanpak berust en niet op wilde kreten en goedkope slogans. De redenen om afscheid te nemen van het model dat gebaseerd is op verbranding van fossiele brandstoffen zijn legio (en niet enkel klimaat-gerelateerd) en absoluut verdedigbaar.

Klimaatbeleid: wat innovatie zal brengen is deels onbekend terrein, maar je moet er wel vertrouwen in hebben.

Abrupte, ondoordachte ingrepen leiden echter tot economische en maatschappelijke ontreddering en finaal ook tot een niet te verantwoorden verarming, vooral voor de minst bedeelden onder ons. Fiscale maatregelen, wijzigingen in de regulering en vooral technologische vernieuwing kunnen de overgang van het huidige regime naar een drastische vermindering van fossiele brandstoffen mogelijk maken, zonder een hoop economische- en sociale ellende.

Ik ben dus voor. Maar mijn "ja" slaat om in een radicaal "njet" als daarmee bedoeld wordt dat het systeem van de verstandig gereguleerde en bijgestuurde vrije markteconomie van tafel moet.

Sommige klimaatactivisten maken er helemaal geen geheim van dat zo'n omslag wel degelijk de échte bedoeling is. De Canadese activiste Naomi Klein bijvoorbeeld is heel expliciet: Zij ziet doortastende klimaatactie vooral als een middel tot die grote maatschappelijke omslag. In die argumentatie stap ik niet mee, integendeel. Ik zou diverse ideologische- en historische redenen kunnen aanhalen waarom een drastische verloochening van de vrijemarktprincipes steevast miserie en achteruitgang produceert, maar dat is zelfs niet nodig. Om argumenten pro vrije markt te vinden, volstaat het om te focussen op de klimlaatproblematiek zelf.

Wijlen William Baumol publiceerde in 2002 het boek The Free-Market Innovation Machine (Princeton UP). De titel van dit boek vat het uitstekend samen: geen enkel regime is zo in staat om vooruitgang via innovatie en technologische vooruitgang te produceren dan die vrije markteconomie. Het feit dat de mensheid er de voorbije decennia op nagenoeg alle parameters (levensduur, geletterdheid, gemiddeld inkomen, gezondheid, ...) er aanzienlijk tot fenomenaal op vooruitging, heeft heel veel met die "free-market innovation machine" te maken.

Wat die innovatie gaat brengen is per definitie voor een flink stuk onbekend terrein . (Anders zou het geen innovatie zijn.) Maar je moet er natuurlijk wel vertrouwen in hebben. Zoals we innovatie in andere beleidsdomeinen kansen geven en stimuleren, zo moeten we dat hier ook doen. Enkele sporen van de omslagroute zijn al herkenbaar, zoals bijvoorbeeld koolstofrecuperatie, waterstof als nieuwe energiebron, biotechnologie, autonome verplaatsingen en zelfs nieuwe toepassingen in de sfeer van kernenergie. Er zitten gegarandeerd nog positieve ontwikkelingen inzake klimaat en milieu in de innovatiepijplijn, onder de waterlijn. Onderschat onze wetenschappers niet. Doordacht beleid om die ontwikkelingen en inspanningen te stimuleren is de grootste bijdrage die vanuit de politiek op Vlaams-, en Europees niveau kan geleverd worden. Zo kan die free-market innovation machine op volle toeren draaien. Steek geen stokken in die machine, want dan valt hij stil.