De Europese Unie wil tegen 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 55 procent terugdringen ten opzichte van de uitstoot in 1990. Dat is goedgekeurd door de 27 Europese lidstaten. Ook ons land ondertekent. Tegenover dat engagement zal een fiks Europees budget staan. Van het covid-herstelfonds en de middelen uit de Green Deal zullen honderden miljarden voorzien worden voor klimaat.

Ook Vlaanderen toont initiatief. Op 8 december 2020 maakten ministers Bart Somers en Zuhal Demir hun Energie- en Klimaatpact voor lokale besturen bekend. Het gaat onder meer over 6 miljoen bomen, 150.000 extra collectieve energiebesparende renovaties en één participatief hernieuwbaar energieproject per 500 inwoners tegen 2030. Dat is hoog gemikt.

Voordelen van lokaal klimaatbeleid

In de afgelopen jaren heeft de helft van de Vlaamse steden en gemeenten de Europese Burgemeestersconvenant ondertekend. Daarin verbinden ze zich ertoe om de CO2-uitstoot tegen 2030 met 40% te verminderen. Voor lokale besturen gaat klimaatbeleid om veel meer dan het verminderen van de CO2-uitstoot. Niet voor niets zijn zij wereldwijd de aanjagers van het klimaatbeleid. Ze beseffen dat hun inwoners en bedrijven veel te winnen hebben bij klimaatinspanningen: lagere energierekeningen, beter wooncomfort, jobs en economische activiteit, mooie, groene en aangename straten en pleinen.

Klimaatambities lokale besturen: maak elektriciteit goedkoper en fossiele brandstoffen duurder.

Met de aanscherping van de Europese doelstellingen, is de verwachting dat ook de doelstellingen in de Europese Burgemeestersconvenant naar boven zullen worden bijgesteld. Steden als Antwerpen en Gent hebben daar niet op gewacht. Gent beperkt zich niet tot de Burgemeestersconvenant en heeft haar klimaatplan uitgebreid met voeding, consumptie en circulaire economie. Het Antwerpse stadsbestuur legt in haar klimaatplan de lat op 55% CO2-reductie tegen 2030, in lijn met de EU. Anderen staan te trappelen om te volgen.

Maar het behalen van die 55% - en het binnenhalen van de immense EU-fondsen die voor klimaatbeleid voorzien zijn - is verbonden aan één voorwaarde. Het Vlaamse energiebeleid moet grondig worden hervormd. Anders zal het niet lukken. In haar klimaatplan rekent het Antwerps stadsbestuur daar expliciet op.

Een goed voorbeeld is het warmtebeleid. Verwarming vormt een van de belangrijkste bronnen van CO2-emissies, vooral door de verbranding van fossiel aardgas en stookolie. Voor veel lokale besturen is werken op fossielvrij verwarmen dan ook prioriteit nummer één. Maar de weg is nog lang. Om klimaatneutraal te zijn tegen 2050 moeten er 100.000 woningen per jaar grondig worden gerenoveerd.

Het goede nieuws? De klimaatvriendelijke alternatieven voor verwarming bestaan al: warmtenetten en warmtepompen. Warmtenetten transporteren restwarmte van de industrie naar gebouwen en andere bedrijven. Onder andere in Gent, Roeselare, Oostende, Mortsel en Antwerpen worden warmtenetten aangelegd of uitgebreid. Warmtepompen, in combinatie met groene stroom uit zon of wind, brengen groene warmte uit bodem of lucht binnen in gebouwen. De laatste jaren is die technologie marktrijp geworden.

De overgang naar warmtenetten en warmtepompen zal gepaard gaan met enorme investeringen: massaal isoleren van gebouwen, installatie van warmtepompen en de aanleg van warmtenetten. Binnen de Europese Green Deal is gebouwenrenovatie één van de prioriteiten. De EU spreekt van een heuse Renovatiegolf.

Het slechte nieuws? Verwarming met warmtenetten en warmtepompen is momenteel veel duurder dan verwarming met fossiele, vervuilende technieken. De reden daarvoor is onder meer de onevenwichtige verdeling van lasten en heffingen op de energiefactuur. Twee derde van de elektriciteitsprijs bestaat uit distributie- en transportnet-tarieven, heffingen en BTW. Bij aardgas is dat minder dan de helft, en bij stookolie maar één derde. Probeer dan maar eens een doorbraak te realiseren als lokaal bestuur.

Om de transitie van vervuilende, fossiele verwarming te realiseren moet de Vlaamse regering alvast deze maatregel nemen: verschuif in de energiefactuur de lasten van elektriciteit naar aardgas en stookolie. Dat kan kostenneutraal en geleidelijk. Daarbij moet de overheid voldoende sociaal flankerende maatregelen voorzien om de transitie haalbaar te maken voor iedereen. Zonder die verschuiving zullen de grote investeringsprojecten simpelweg nooit worden opgestart. Lasten en heffingen moeten de energietransitie ondersteunen, niet afremmen.

Duurzame verwarming is maar één voorbeeld. Hetzelfde geldt voor zonnepanelen en energiedelen, windmolens en energieopslag, natuur en mobiliteit. Voor al die domeinen leggen Somers en Demir hoge ambities op aan de lokale besturen én liggen er vanuit de Europese Unie enorme investeringsbedragen klaar. Maar het is de Vlaamse regering zelf die de sleutels in handen heeft.

Tine Heyse (Groen) is Gents klimaatschepen en voorzitter van het Europees netwerk van klimaatsteden Climate Alliance.

De Europese Unie wil tegen 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 55 procent terugdringen ten opzichte van de uitstoot in 1990. Dat is goedgekeurd door de 27 Europese lidstaten. Ook ons land ondertekent. Tegenover dat engagement zal een fiks Europees budget staan. Van het covid-herstelfonds en de middelen uit de Green Deal zullen honderden miljarden voorzien worden voor klimaat. Ook Vlaanderen toont initiatief. Op 8 december 2020 maakten ministers Bart Somers en Zuhal Demir hun Energie- en Klimaatpact voor lokale besturen bekend. Het gaat onder meer over 6 miljoen bomen, 150.000 extra collectieve energiebesparende renovaties en één participatief hernieuwbaar energieproject per 500 inwoners tegen 2030. Dat is hoog gemikt.In de afgelopen jaren heeft de helft van de Vlaamse steden en gemeenten de Europese Burgemeestersconvenant ondertekend. Daarin verbinden ze zich ertoe om de CO2-uitstoot tegen 2030 met 40% te verminderen. Voor lokale besturen gaat klimaatbeleid om veel meer dan het verminderen van de CO2-uitstoot. Niet voor niets zijn zij wereldwijd de aanjagers van het klimaatbeleid. Ze beseffen dat hun inwoners en bedrijven veel te winnen hebben bij klimaatinspanningen: lagere energierekeningen, beter wooncomfort, jobs en economische activiteit, mooie, groene en aangename straten en pleinen. Met de aanscherping van de Europese doelstellingen, is de verwachting dat ook de doelstellingen in de Europese Burgemeestersconvenant naar boven zullen worden bijgesteld. Steden als Antwerpen en Gent hebben daar niet op gewacht. Gent beperkt zich niet tot de Burgemeestersconvenant en heeft haar klimaatplan uitgebreid met voeding, consumptie en circulaire economie. Het Antwerpse stadsbestuur legt in haar klimaatplan de lat op 55% CO2-reductie tegen 2030, in lijn met de EU. Anderen staan te trappelen om te volgen.Maar het behalen van die 55% - en het binnenhalen van de immense EU-fondsen die voor klimaatbeleid voorzien zijn - is verbonden aan één voorwaarde. Het Vlaamse energiebeleid moet grondig worden hervormd. Anders zal het niet lukken. In haar klimaatplan rekent het Antwerps stadsbestuur daar expliciet op.Een goed voorbeeld is het warmtebeleid. Verwarming vormt een van de belangrijkste bronnen van CO2-emissies, vooral door de verbranding van fossiel aardgas en stookolie. Voor veel lokale besturen is werken op fossielvrij verwarmen dan ook prioriteit nummer één. Maar de weg is nog lang. Om klimaatneutraal te zijn tegen 2050 moeten er 100.000 woningen per jaar grondig worden gerenoveerd.Het goede nieuws? De klimaatvriendelijke alternatieven voor verwarming bestaan al: warmtenetten en warmtepompen. Warmtenetten transporteren restwarmte van de industrie naar gebouwen en andere bedrijven. Onder andere in Gent, Roeselare, Oostende, Mortsel en Antwerpen worden warmtenetten aangelegd of uitgebreid. Warmtepompen, in combinatie met groene stroom uit zon of wind, brengen groene warmte uit bodem of lucht binnen in gebouwen. De laatste jaren is die technologie marktrijp geworden.De overgang naar warmtenetten en warmtepompen zal gepaard gaan met enorme investeringen: massaal isoleren van gebouwen, installatie van warmtepompen en de aanleg van warmtenetten. Binnen de Europese Green Deal is gebouwenrenovatie één van de prioriteiten. De EU spreekt van een heuse Renovatiegolf.Het slechte nieuws? Verwarming met warmtenetten en warmtepompen is momenteel veel duurder dan verwarming met fossiele, vervuilende technieken. De reden daarvoor is onder meer de onevenwichtige verdeling van lasten en heffingen op de energiefactuur. Twee derde van de elektriciteitsprijs bestaat uit distributie- en transportnet-tarieven, heffingen en BTW. Bij aardgas is dat minder dan de helft, en bij stookolie maar één derde. Probeer dan maar eens een doorbraak te realiseren als lokaal bestuur.Om de transitie van vervuilende, fossiele verwarming te realiseren moet de Vlaamse regering alvast deze maatregel nemen: verschuif in de energiefactuur de lasten van elektriciteit naar aardgas en stookolie. Dat kan kostenneutraal en geleidelijk. Daarbij moet de overheid voldoende sociaal flankerende maatregelen voorzien om de transitie haalbaar te maken voor iedereen. Zonder die verschuiving zullen de grote investeringsprojecten simpelweg nooit worden opgestart. Lasten en heffingen moeten de energietransitie ondersteunen, niet afremmen. Duurzame verwarming is maar één voorbeeld. Hetzelfde geldt voor zonnepanelen en energiedelen, windmolens en energieopslag, natuur en mobiliteit. Voor al die domeinen leggen Somers en Demir hoge ambities op aan de lokale besturen én liggen er vanuit de Europese Unie enorme investeringsbedragen klaar. Maar het is de Vlaamse regering zelf die de sleutels in handen heeft. Tine Heyse (Groen) is Gents klimaatschepen en voorzitter van het Europees netwerk van klimaatsteden Climate Alliance.