Morgen is het World Homeless Day, een dag die bijzonder veel aandacht verdient. De problematiek is namelijk groot, niet alleen in steden, maar ook in landelijke gemeenten. Vandaag vestigen we graag de aandacht op kinderen en jongeren in deze precaire situatie. Ze zijn in de fleur van hun leven, maar tegelijk staat dat leven op zijn kop omdat ze geen plek hebben die ze thuis kunnen noemen. En ze zijn talrijk, want maar liefst 1 op 5 van de volwassen dak- en thuislozen in ons land is tussen de 18 en 25 jaar. Dat blijkt uit de daklozentelling die in 2020 georganiseerd werd door de Koning Boudewijnstichting, de KU Leuven en de Université de Liège.

De klassieke beeldvorming van daklozen als oudere mannen op straat, moet dus dringend op de schop. Het gaat evengoed over jongeren die uit huis gezet zijn, in kraakpanden, garages of caravans wonen of over mensen die gedurende korte periodes bij vrienden slapen om dan weer verder te trekken, de zogenaamde sofaslapers. Het gaat bijvoorbeeld ook om kinderen en jongeren uit gezinnen met precair verblijfsrecht, of jonge mensen op de drempel van volwassenheid die zelf een precair verblijfsrecht hebben.

Klassieke beeldvorming van daklozen als oudere mannen op straat, moet dringend op de schop.

Dak- en thuisloosheid is geen recente problematiek, maar toch wordt de situatie steeds erger. In Brussel bijvoorbeeld is het aantal dak- en thuislozen tussen 2018 en 2020 met maar liefst 28% gegroeid. Oplossingen blijven helaas ontoereikend. Ze situeren zich meestal op lokaal niveau, terwijl ook een sterk bovenlokaal beleid noodzakelijk is. Het is daarom zeker goed dat er al een Vlaams actieplan ter bestrijding en voorkoming van dak- en thuisloosheid is, dat het agentschap Opgroeien met inspraak van jongeren aan de slag gaat en dat er een nieuw federaal plan in de maak is. Toch is er zowel op vlak van preventie als bestrijding van dakloosheid nog veel werk aan de winkel en moet de stem van dak- of thuisloze kinderen en jongeren meer dan ooit gehoord worden. Hoewel er geen wonderoplossing is die dak- en thuisloosheid meteen uit de wereld kan helpen, zijn er wel een aantal beloftevolle pistes om deze problematiek aan te pakken.

Allereerst is er het principe van 'Housing First, waarbij elke jongere prioritair een dak boven het hoofd krijgt, een aanpak die de deur opent naar de woonmarkt voor jongeren in een kwetsbare situatie. Housing First gaat er van uit dat problemen beter aangepakt kunnen worden wanneer elke jongere kan starten vanuit een eigen woonst en sociale rechten beter uitgeput kunnen worden mét een adres. Nog al te vaak redeneert men namelijk eerst aan de slag te moeten gaan met eventuele andere problemen zoals gedragsproblematieken, verslavingen en werkloosheid, voordat een jongere een eigen plek kan krijgen. Binnen Housing First is bovendien intensieve begeleiding op maat een noodzaak, waarin ruimte moet zijn voor ontmoeting in hun leefwereld en traumaverwerking. Het schrijnende tekort aan betaalbare woningen en de ellenlange wachtlijsten voor sociale woningen steken hier echter een stok tussen de wielen en leggen een grote hypotheek op het recht op wonen van jongeren. We hebben daarom dringend nood aan een ambitieus woonbeleid dat de wachtlijsten inkort met een hoger bouwritme voor sociale woningen en gerichte investeringen in de private huurmarkt. Zo moeten bijvoorbeeld private verhuurders gestimuleerd om kwaliteitsvolle woningen aan een betaalbare prijs te verhuren. Naast een duurzaam en structureel plan voor de lange termijn is er ook behoefte aan tijdelijke, creatieve en pragmatische oplossingen. Enkele voorbeelden? Creatief aan de slag gaan met leegstand zoals in het model 'Wonen met Kansen', vaste aanspreekpunten aanbieden voor jongeren bij OCMW's en sociale verhuurkantoren en cohousing van jongeren niet ontmoedigen door het verminderen van uitkeringen.

Naast dit Housing First-principe moet er ook meer ingezet worden op preventie en dus het voorkomen van dak en-thuisloosheid. Er zijn namelijk heel wat risicofactoren die ervoor zorgen dat jongeren zonder dak boven hun hoofd eindigen, zoals conflicten in huis, relationeel geweld, verslavingen, geen toegang tot onderwijs of de arbeidsmarkt... Die risicofactoren kunnen preventief aangepakt worden via onder andere drie belangrijke principes: gezinsondersteuning, drempels binnen het onderwijs wegwerken en meer inzetten op geestelijke gezondheid. Zo kan begeleiding op maat voor elk gezin dat te kampen heeft met conflicten of geweld ervoor zorgen dat jongeren niet op straat belanden of de nood voelen om thuis weg te gaan. Zo kan het wegwerken van drempels voor anderstaligen binnen het onderwijs en extra begeleiding bij de overgang van secundair naar hoger onderwijs later hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten. En zo kan toegankelijkere mentale hulp en een lagere (financiële) drempel naar de geestelijke gezondheidszorg ervoor zorgen dat mentale problemen voorkomen worden, waardoor ook verslavingsproblematieken zullen dalen.

Dit is uiteraard een werk van lange adem. We zijn er niettemin van overtuigd dat een geëngageerd werkveld en een bovenlokaal beleid dat luistert naar de stem van jongeren en rekening houdt met deze preventieve en curatieve oplossingen, een wezenlijk verschil maakt voor de vele kinderen en jongeren die recht hebben op een plek die ze thuis kunnen noemen.

Sander Vanmaercke en Liselotte Reyntjens zijn stafmedewerker bij Caritas Vlaanderen.

Deze bijdrage werd mee ondertekend door: Kristof Daems (Betonne Jeugd vzw), Sarah Lampen (Betonne Jeugd vzw), Laurens Troch (Kaizen), Sarah El Massaoudi (Samenlevingsopsbouw Antwerpen stad vzw), Wouter Vanclooster (vzw Oranjehuis - Back On Track), Heidi Degerickx (Algemeen coördinator van Netwerk tegen Armoede), Anneline Geerts ( Uit de Marge), Lynn Simons (Uit de Marge), Ikrame Kastit (Uit de Marge), Pieter Monsart (vzw Jong), Leen Ackaert (Kinderrechtencommissariaat) en Liselotte Vanheukelkom (JES).

Morgen is het World Homeless Day, een dag die bijzonder veel aandacht verdient. De problematiek is namelijk groot, niet alleen in steden, maar ook in landelijke gemeenten. Vandaag vestigen we graag de aandacht op kinderen en jongeren in deze precaire situatie. Ze zijn in de fleur van hun leven, maar tegelijk staat dat leven op zijn kop omdat ze geen plek hebben die ze thuis kunnen noemen. En ze zijn talrijk, want maar liefst 1 op 5 van de volwassen dak- en thuislozen in ons land is tussen de 18 en 25 jaar. Dat blijkt uit de daklozentelling die in 2020 georganiseerd werd door de Koning Boudewijnstichting, de KU Leuven en de Université de Liège. De klassieke beeldvorming van daklozen als oudere mannen op straat, moet dus dringend op de schop. Het gaat evengoed over jongeren die uit huis gezet zijn, in kraakpanden, garages of caravans wonen of over mensen die gedurende korte periodes bij vrienden slapen om dan weer verder te trekken, de zogenaamde sofaslapers. Het gaat bijvoorbeeld ook om kinderen en jongeren uit gezinnen met precair verblijfsrecht, of jonge mensen op de drempel van volwassenheid die zelf een precair verblijfsrecht hebben. Dak- en thuisloosheid is geen recente problematiek, maar toch wordt de situatie steeds erger. In Brussel bijvoorbeeld is het aantal dak- en thuislozen tussen 2018 en 2020 met maar liefst 28% gegroeid. Oplossingen blijven helaas ontoereikend. Ze situeren zich meestal op lokaal niveau, terwijl ook een sterk bovenlokaal beleid noodzakelijk is. Het is daarom zeker goed dat er al een Vlaams actieplan ter bestrijding en voorkoming van dak- en thuisloosheid is, dat het agentschap Opgroeien met inspraak van jongeren aan de slag gaat en dat er een nieuw federaal plan in de maak is. Toch is er zowel op vlak van preventie als bestrijding van dakloosheid nog veel werk aan de winkel en moet de stem van dak- of thuisloze kinderen en jongeren meer dan ooit gehoord worden. Hoewel er geen wonderoplossing is die dak- en thuisloosheid meteen uit de wereld kan helpen, zijn er wel een aantal beloftevolle pistes om deze problematiek aan te pakken. Allereerst is er het principe van 'Housing First, waarbij elke jongere prioritair een dak boven het hoofd krijgt, een aanpak die de deur opent naar de woonmarkt voor jongeren in een kwetsbare situatie. Housing First gaat er van uit dat problemen beter aangepakt kunnen worden wanneer elke jongere kan starten vanuit een eigen woonst en sociale rechten beter uitgeput kunnen worden mét een adres. Nog al te vaak redeneert men namelijk eerst aan de slag te moeten gaan met eventuele andere problemen zoals gedragsproblematieken, verslavingen en werkloosheid, voordat een jongere een eigen plek kan krijgen. Binnen Housing First is bovendien intensieve begeleiding op maat een noodzaak, waarin ruimte moet zijn voor ontmoeting in hun leefwereld en traumaverwerking. Het schrijnende tekort aan betaalbare woningen en de ellenlange wachtlijsten voor sociale woningen steken hier echter een stok tussen de wielen en leggen een grote hypotheek op het recht op wonen van jongeren. We hebben daarom dringend nood aan een ambitieus woonbeleid dat de wachtlijsten inkort met een hoger bouwritme voor sociale woningen en gerichte investeringen in de private huurmarkt. Zo moeten bijvoorbeeld private verhuurders gestimuleerd om kwaliteitsvolle woningen aan een betaalbare prijs te verhuren. Naast een duurzaam en structureel plan voor de lange termijn is er ook behoefte aan tijdelijke, creatieve en pragmatische oplossingen. Enkele voorbeelden? Creatief aan de slag gaan met leegstand zoals in het model 'Wonen met Kansen', vaste aanspreekpunten aanbieden voor jongeren bij OCMW's en sociale verhuurkantoren en cohousing van jongeren niet ontmoedigen door het verminderen van uitkeringen. Naast dit Housing First-principe moet er ook meer ingezet worden op preventie en dus het voorkomen van dak en-thuisloosheid. Er zijn namelijk heel wat risicofactoren die ervoor zorgen dat jongeren zonder dak boven hun hoofd eindigen, zoals conflicten in huis, relationeel geweld, verslavingen, geen toegang tot onderwijs of de arbeidsmarkt... Die risicofactoren kunnen preventief aangepakt worden via onder andere drie belangrijke principes: gezinsondersteuning, drempels binnen het onderwijs wegwerken en meer inzetten op geestelijke gezondheid. Zo kan begeleiding op maat voor elk gezin dat te kampen heeft met conflicten of geweld ervoor zorgen dat jongeren niet op straat belanden of de nood voelen om thuis weg te gaan. Zo kan het wegwerken van drempels voor anderstaligen binnen het onderwijs en extra begeleiding bij de overgang van secundair naar hoger onderwijs later hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten. En zo kan toegankelijkere mentale hulp en een lagere (financiële) drempel naar de geestelijke gezondheidszorg ervoor zorgen dat mentale problemen voorkomen worden, waardoor ook verslavingsproblematieken zullen dalen. Dit is uiteraard een werk van lange adem. We zijn er niettemin van overtuigd dat een geëngageerd werkveld en een bovenlokaal beleid dat luistert naar de stem van jongeren en rekening houdt met deze preventieve en curatieve oplossingen, een wezenlijk verschil maakt voor de vele kinderen en jongeren die recht hebben op een plek die ze thuis kunnen noemen. Sander Vanmaercke en Liselotte Reyntjens zijn stafmedewerker bij Caritas Vlaanderen. Deze bijdrage werd mee ondertekend door: Kristof Daems (Betonne Jeugd vzw), Sarah Lampen (Betonne Jeugd vzw), Laurens Troch (Kaizen), Sarah El Massaoudi (Samenlevingsopsbouw Antwerpen stad vzw), Wouter Vanclooster (vzw Oranjehuis - Back On Track), Heidi Degerickx (Algemeen coördinator van Netwerk tegen Armoede), Anneline Geerts ( Uit de Marge), Lynn Simons (Uit de Marge), Ikrame Kastit (Uit de Marge), Pieter Monsart (vzw Jong), Leen Ackaert (Kinderrechtencommissariaat) en Liselotte Vanheukelkom (JES).