"Recordaantal vacatures in de kinderopvang." Dat stond afgelopen week te lezen in verschillende media. Het afgelopen jaar waren er maar liefst 4.000 vacatures voor kinderbegeleider, zo'n 1.000 meer dan vorig jaar. "Stevenen we af op een crisis?" Wel, ik denk dat we er al volop inzitten. Kinderbegeleider is al jaren een knelpuntberoep. De nood aan opvang voor baby's en peuters is hoog en de instroom van kinderbegeleiders onvoldoende. Daarnaast stromen ook heel wat kinderbegeleiders sneller uit de sector. Uitgeblust, opgebrand. Ze voelen zich ondergewaardeerd of hadden andere verwachtingen op hun droomjob geprojecteerd. Ze willen kunnen spelen, knuffelen, liedjes zingen, wandelen, verhaaltjes vertellen, samen brabbelen, vertroetelen. Kortom ze willen kunnen bezig zijn met de kinderen en niet enkel gedwongen worden in een hels ritme van verluieren, eten geven, kindjes te slapen leggen en weer opnieuw.

Momenteel staan 814 vacatures open. De crisis is hier. En het is er een crisis die we van ver zagen aankomen.

Wat is het probleem?

Er is een tekort aan kinderbegeleiders én aan kwalitatieve opvangplaatsen.

Door een stijgende nood aan opvang moeten er dringend meer kinderopvangplaatsen bijkomen. Dat heeft te maken met het feit dat veel meer ouders beroep doen op professionele opvang. Informele opvang (bij oma, opa of een tante) is jaar na jaar significant gedaald. Meer mensen werken en ze werken bovendien langer dan pakweg 30 jaar geleden. Dat is een goede zaak. Als samenleving moeten we meegroeien met de noden die er maatschappelijk zijn. Meer mensen aan het werk wil ook zeggen meer inkomsten voor de overheid om méér essentiële dienstverlening en basisnoden te vervullen. Probleem is dat de afgelopen jaren er ondermaats geïnvesteerd is in kinderopvang. Om snel meer kindjes naar de opvang te kunnen krijgen heeft de CD&V-minister van Welzijn de opvangratio in 2014 gauwtjes verhoogd. Dat betekent dat waar er voor 2014 één begeleider was voor 6.5 kindjes de minister toen besliste om voor 1 begeleider 8 kindjes toe te laten. 'Meer met minder', u herinnert zich het riedeltje van de afgelopen jaren wel. Besparen en snoeien om te bloeien...Het gaat zelfs verder. Twee begeleiders mogen samen 18 baby's en peuters opvangen. Je moet geen opvangspecialist of professor pedagogie te zijn om te weten dat als iemand 8 à 9 kindjes tegelijk moet verzorgen dit een directe impact heeft op de kwaliteit van die opvang. Die lage kwaliteit heeft niets te maken met de capaciteiten of de motivatie van de kinderbegeleiders, maar alles natuurlijk met de wijze waarop de Vlaamse minister kinderopvang in Vlaanderen organiseert. Vlaanderen hanteert de hoogste opvangratio van heel Europa. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat om de beste kwaliteit van opvang te garanderen je een ratio van 1 op 4 mag hanteren. In Vlaanderen is dat dus dubbel zoveel.

Kinderbegeleider is al jaren een knelpuntberoep: deze crisis zagen we van ver aankomen.

Een andere tendens is dat er de laatste en komende jaren een grote uitstroom is van onthaalouders. In de jaren tachtig, door de arbeidsparticipatie van vrouwen, kwam er een grote uitbreiding aan opvangplaatsen omdat langdurig werkloze vrouwen actief aangespoord werden onthaalouder te worden. Deze grote groep is met pensioen aan het gaan. Dat veroorzaakt natuurlijk opnieuw druk op het aantal plaatsen. De plaatsen die met andere woorden de laatste jaren in de groepsopvang zijn bijgecreëerd betekenen geen nettogroei, maar houden een status quo in.

Je voelt het al. Langs alle kanten wordt de druk op kinderbegeleiders opgevoerd. Waardoor de aantrekkelijkheid en goesting voor de job daalt. Heel veel kinderbegeleiders houden het snel na hun start voor bekeken. En stromen uit naar een andere job waar ze hoger gewaardeerd worden en voor de zware uren ook meer betaald krijgen. De jobsatisfactie is te laag want de tijd en ruimte om te doen waar kinderbegeleiders goed in zijn ontbreekt. Ze kunnen niet zorgen, spelen, voorlezen, vertroetelen, ontdekken, lachen, wandelen, babbelen.

Er zijn minstens dubbel zoveel investeringen nodig. Méér opvangplaatsen en méér begeleiders die werken aan een lagere opvangratio.

Waarom is het een probleem?

Kwalitatieve kinderopvang is van cruciaal belang voor onze samenleving. Het stelt ouders in staat om een job uit te oefenen of zich te verbeteren in het leven. Daar worden we als samenleving alleen maar rijker van. Maar ook, zo berekende Nobelprijswinnaar voor economie James Heckman, elke euro die je investeert in de vroege levensjaren van een kind, verdient zich in de loop van het latere leven tot achtmaal terug. Een goede ontwikkeling in de eerste levensjaren heeft niet alleen een grote invloed op de gezondheid van het kind, maar ook op onze samenleving. Later ervaren kinderen minder schoolse problemen, minder aandachts- en gedragsproblemen, minder schooluitval, meer hoogopgeleiden, betere en stabiele jobs en zo opnieuw méér inkomsten voor de overheid (in plaats van uitgaven ter compensatie van schoolverlaters, arbeidsbemiddeling, psychologische problemen,...). Sterke kinderopvang bouwt aan een meer rechtvaardige en gelijke samenleving met minder sociale onveiligheid. U hoort het: kinderopvang is een topinvestering met een machtig (maatschappelijk) rendement.

Samengevat, in de eerste levensjaren zijn de hersenen van kinderen kleine sponzen. In geen enkele andere levensfase gaat leren, imiteren en opnemen zo vlot en vanzelf. Ze slaan alles wat rond hen gebeurt op voor de toekomst, ook al kunnen ze zich van dat alles niets herinneren. Ze plukken levenslang de vruchten van de stimulansen in de eerste levensjaren. Daarom is het belangrijk om kinderen in de baby- en peuterfase met veel zorg en aandacht te begeleiden, zodat ze zich kunnen ontwikkelen tot gezonde, zelfbewuste, sociale en veerkrachtige kinderen

Wat is de oplossing?

We moeten kinderopvang dringend erkennen als essentieel voor onze samenleving. Kinderbegeleiders verdienen meer collega's, een hoger loon en beter arbeidsvoorwaarden. Ze verdienen meer ruimte in het takenpakket om, met voldoende tijd en vertrouwen, de beste zorg te kunnen geven aan kinderen. Ze verdienen een opvangratio waarbij ze zich op hun gemak voelen en met speelse creativiteit en bijzondere zorgzaamheid kunnen inspelen op de noden van ieder uniek kind.

"Recordaantal vacatures in de kinderopvang." Dat stond afgelopen week te lezen in verschillende media. Het afgelopen jaar waren er maar liefst 4.000 vacatures voor kinderbegeleider, zo'n 1.000 meer dan vorig jaar. "Stevenen we af op een crisis?" Wel, ik denk dat we er al volop inzitten. Kinderbegeleider is al jaren een knelpuntberoep. De nood aan opvang voor baby's en peuters is hoog en de instroom van kinderbegeleiders onvoldoende. Daarnaast stromen ook heel wat kinderbegeleiders sneller uit de sector. Uitgeblust, opgebrand. Ze voelen zich ondergewaardeerd of hadden andere verwachtingen op hun droomjob geprojecteerd. Ze willen kunnen spelen, knuffelen, liedjes zingen, wandelen, verhaaltjes vertellen, samen brabbelen, vertroetelen. Kortom ze willen kunnen bezig zijn met de kinderen en niet enkel gedwongen worden in een hels ritme van verluieren, eten geven, kindjes te slapen leggen en weer opnieuw. Momenteel staan 814 vacatures open. De crisis is hier. En het is er een crisis die we van ver zagen aankomen. Er is een tekort aan kinderbegeleiders én aan kwalitatieve opvangplaatsen.Door een stijgende nood aan opvang moeten er dringend meer kinderopvangplaatsen bijkomen. Dat heeft te maken met het feit dat veel meer ouders beroep doen op professionele opvang. Informele opvang (bij oma, opa of een tante) is jaar na jaar significant gedaald. Meer mensen werken en ze werken bovendien langer dan pakweg 30 jaar geleden. Dat is een goede zaak. Als samenleving moeten we meegroeien met de noden die er maatschappelijk zijn. Meer mensen aan het werk wil ook zeggen meer inkomsten voor de overheid om méér essentiële dienstverlening en basisnoden te vervullen. Probleem is dat de afgelopen jaren er ondermaats geïnvesteerd is in kinderopvang. Om snel meer kindjes naar de opvang te kunnen krijgen heeft de CD&V-minister van Welzijn de opvangratio in 2014 gauwtjes verhoogd. Dat betekent dat waar er voor 2014 één begeleider was voor 6.5 kindjes de minister toen besliste om voor 1 begeleider 8 kindjes toe te laten. 'Meer met minder', u herinnert zich het riedeltje van de afgelopen jaren wel. Besparen en snoeien om te bloeien...Het gaat zelfs verder. Twee begeleiders mogen samen 18 baby's en peuters opvangen. Je moet geen opvangspecialist of professor pedagogie te zijn om te weten dat als iemand 8 à 9 kindjes tegelijk moet verzorgen dit een directe impact heeft op de kwaliteit van die opvang. Die lage kwaliteit heeft niets te maken met de capaciteiten of de motivatie van de kinderbegeleiders, maar alles natuurlijk met de wijze waarop de Vlaamse minister kinderopvang in Vlaanderen organiseert. Vlaanderen hanteert de hoogste opvangratio van heel Europa. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat om de beste kwaliteit van opvang te garanderen je een ratio van 1 op 4 mag hanteren. In Vlaanderen is dat dus dubbel zoveel. Een andere tendens is dat er de laatste en komende jaren een grote uitstroom is van onthaalouders. In de jaren tachtig, door de arbeidsparticipatie van vrouwen, kwam er een grote uitbreiding aan opvangplaatsen omdat langdurig werkloze vrouwen actief aangespoord werden onthaalouder te worden. Deze grote groep is met pensioen aan het gaan. Dat veroorzaakt natuurlijk opnieuw druk op het aantal plaatsen. De plaatsen die met andere woorden de laatste jaren in de groepsopvang zijn bijgecreëerd betekenen geen nettogroei, maar houden een status quo in.Je voelt het al. Langs alle kanten wordt de druk op kinderbegeleiders opgevoerd. Waardoor de aantrekkelijkheid en goesting voor de job daalt. Heel veel kinderbegeleiders houden het snel na hun start voor bekeken. En stromen uit naar een andere job waar ze hoger gewaardeerd worden en voor de zware uren ook meer betaald krijgen. De jobsatisfactie is te laag want de tijd en ruimte om te doen waar kinderbegeleiders goed in zijn ontbreekt. Ze kunnen niet zorgen, spelen, voorlezen, vertroetelen, ontdekken, lachen, wandelen, babbelen.Er zijn minstens dubbel zoveel investeringen nodig. Méér opvangplaatsen en méér begeleiders die werken aan een lagere opvangratio. Kwalitatieve kinderopvang is van cruciaal belang voor onze samenleving. Het stelt ouders in staat om een job uit te oefenen of zich te verbeteren in het leven. Daar worden we als samenleving alleen maar rijker van. Maar ook, zo berekende Nobelprijswinnaar voor economie James Heckman, elke euro die je investeert in de vroege levensjaren van een kind, verdient zich in de loop van het latere leven tot achtmaal terug. Een goede ontwikkeling in de eerste levensjaren heeft niet alleen een grote invloed op de gezondheid van het kind, maar ook op onze samenleving. Later ervaren kinderen minder schoolse problemen, minder aandachts- en gedragsproblemen, minder schooluitval, meer hoogopgeleiden, betere en stabiele jobs en zo opnieuw méér inkomsten voor de overheid (in plaats van uitgaven ter compensatie van schoolverlaters, arbeidsbemiddeling, psychologische problemen,...). Sterke kinderopvang bouwt aan een meer rechtvaardige en gelijke samenleving met minder sociale onveiligheid. U hoort het: kinderopvang is een topinvestering met een machtig (maatschappelijk) rendement. Samengevat, in de eerste levensjaren zijn de hersenen van kinderen kleine sponzen. In geen enkele andere levensfase gaat leren, imiteren en opnemen zo vlot en vanzelf. Ze slaan alles wat rond hen gebeurt op voor de toekomst, ook al kunnen ze zich van dat alles niets herinneren. Ze plukken levenslang de vruchten van de stimulansen in de eerste levensjaren. Daarom is het belangrijk om kinderen in de baby- en peuterfase met veel zorg en aandacht te begeleiden, zodat ze zich kunnen ontwikkelen tot gezonde, zelfbewuste, sociale en veerkrachtige kinderenWe moeten kinderopvang dringend erkennen als essentieel voor onze samenleving. Kinderbegeleiders verdienen meer collega's, een hoger loon en beter arbeidsvoorwaarden. Ze verdienen meer ruimte in het takenpakket om, met voldoende tijd en vertrouwen, de beste zorg te kunnen geven aan kinderen. Ze verdienen een opvangratio waarbij ze zich op hun gemak voelen en met speelse creativiteit en bijzondere zorgzaamheid kunnen inspelen op de noden van ieder uniek kind.