Ze leefden al lang in hem, zegt kardinaal Jozef De Kesel over de gedachten die hij heeft neergeschreven in Geloof & godsdienst in een seculiere samenleving. De aandachtige lezer voelt dat. Het boekje is beknopt en toch kloek. In het eerste deel analyseert de aartsbisschop van Mechelen- Brussel hoe het christendom haar in West-Europa eens zo dominante rol is kwijtgeraakt. In het tweede deel ontvouwt hij zijn idee over hoe de kerk zich moet herpositioneren. De Kesels antwoord kan verrassend overkomen: 'We mogen deze moderne samenleving niet veroordelen omdat ze niet meer homogeen christelijk is. We mogen en moeten haar in haar seculariteit en pluraliteit van harte aanvaarden.'
...

Ze leefden al lang in hem, zegt kardinaal Jozef De Kesel over de gedachten die hij heeft neergeschreven in Geloof & godsdienst in een seculiere samenleving. De aandachtige lezer voelt dat. Het boekje is beknopt en toch kloek. In het eerste deel analyseert de aartsbisschop van Mechelen- Brussel hoe het christendom haar in West-Europa eens zo dominante rol is kwijtgeraakt. In het tweede deel ontvouwt hij zijn idee over hoe de kerk zich moet herpositioneren. De Kesels antwoord kan verrassend overkomen: 'We mogen deze moderne samenleving niet veroordelen omdat ze niet meer homogeen christelijk is. We mogen en moeten haar in haar seculariteit en pluraliteit van harte aanvaarden.' Cynici zullen zeggen dat de realiteit u daartoe dwingt. De kerken zitten allang niet meer vol.De Kesel: Mochten de kerken echt leeglopen, zoals ik al veertig jaar lees, dan zou elke kerk vandaag leeg zijn. Dat is niet het geval. Het is niet omdat niet meer elke kerk elke week vol zit, dat er nergens nog kerkgangers zijn. Hier in Mechelen bijvoorbeeld hebben de Chaldeeërs twee parochies, elke week met volle kerken. In de basiliek van Koekelberg zit elke zondag 700 man. Bovendien kun je toch niet tegelijkertijd vaststellen dat we in een seculiere samenleving zitten en je blijven verwonderen over het feit dat de kerken niet vol zitten? Dat is toch tegenstrijdig? Waarom vindt u dat de kerk de seculiere samenleving niet alleen moet aanvaarden, maar zelfs van harte moet omarmen?De Kesel: Omdat in de seculiere samenleving de religieuze mens het best tot zijn of haar recht kan komen. Ze garandeert en stimuleert pluralisme en diversiteit. In 2015 bezocht ik in Irak kardinaal Louis Raphaël I Sako, patriarch van de Chaldeeën, wiens diepe overtuiging het is dat Irak een lekenstaat moet zijn. Anders zijn de christenen daar niks. Religieuze samenlevingen zijn gevaarlijk. Bent u nu voor onze ogen van uw geloof aan het vallen?De Kesel: (lacht) Laat dit duidelijk zijn: wanneer ik spreek over de herpositionering van de kerk in de seculiere samenleving, bedoel ik niet dat de gelovige moet seculariseren. Ik maak een onderscheid tussen aanwezigheid, missionering zo u wilt, van de kerk in de samenleving enerzijds en de christianisering van die samenleving anderzijds. Een religieuze samenleving verdraagt moeilijk andere geloofsovertuigingen. Dat is gevaarlijk, ik wil de samenleving dus helemaal niet opnieuw kerstenen. De seculiere samenleving is de betere weg van de toekomst. Tegelijk zeg ik klaar en duidelijk dat de seculiere samenleving zich nooit kan opwerpen als vervanger van religie. Want dan wordt ze dictatoriaal, wordt ze secularisme. Het is ook niet omdat de scheiding van kerk en staat niet meer ter discussie kan worden gesteld, dat de kerk zich moet aanpassen aan alle vanzelfsprekendheden van een seculiere cultuur. Zo aanvaard ik niet de idee van de privatisering van de religie. Die raakt het hart en de zin zelf van het christelijke geloof en van de religieuze overtuiging. Legt u dat eens uit?De Kesel: Volgens het secularisme is het enige wat nog de totale emancipatie en vrijheid van de mens in de weg staat, de godsdienst. Als die maar weg is, dan treden wij het rijk van de vrijheid binnen. Dat is extremisme, gelukkig denken weinigen zo. Wat wel een brede stroming is, is die van de privatisering van de religie. Men zegt dat de mens religieus mag zijn, maar dat zulks geen enkele impact mag of kan hebben op het maatschappelijke leven. Dat staat in schril contrast met wat fundamenteel is in de herpositionering van het christendom: de kerk is intiem verbonden met het lot van de mensheid, zoals werd geschreven in het Tweede Vaticaans Concilie. De solidaire verhouding van de kerk met de wereld vind ik zo belangrijk. De kerk is geen wereld naast de wereld. Religie is níét maatschappelijk irrelevant. Wat bedoelt u daarmee?De Kesel: Lees het evangelie, kijk naar elke authentieke gelovige: daaruit spreekt altijd een verantwoordelijkheid voor de samenleving. Mijn geloof helpt mij een verantwoordelijke burger te zijn. Dat is de reden waarom monseigneur Sako het virulent verwerpt wanneer men de christenen in Irak een minderheid noemt. 'Wij zijn Irakezen,' zegt hij, 'burgers van dit land, en daarnaast ook christenen.' Ook daarin overstijgt religie het kader van de secularisering. Het enige wat secularisering zegt, is: u bent vrij. Maar vrij om wat te doen? Het antwoord op die vraag vind je in religie. Niet exclusief, uiteraard, ook een ongelovige geeft zin aan zijn bestaan. Maar als christen zeg ik onomwonden: ik vind mijn maatschappelijke engagement in belangrijke mate in mijn geloof. Niet enkel in Irak, ook in Marokko vond u inspiratie. Uw ontmoeting met Vincent Landel, de aartsbisschop van Rabat, is een mooie passage in het boek.De Kesel: Die man heeft veel indruk op me gemaakt. Hij is voorzitter van de inrichtende macht van een aantal scholen waarin directeurs, leraars en leerlingen allen moslim zijn en er geen godsdienstles mag worden gegeven. Wat is de zin dan wel van die katholieke scholen, vroeg ik. Hij zei: 'We zijn als christenen ook burgers van dit land en het is voor ons een manier om onze bijdrage te leveren aan de opbouw van een meer menselijke en broederlijke samenleving.' Toen ik doorvroeg waarom je als kerk aanwezig zou willen zijn in een land waar de pastorale mogelijkheden zo beperkt zijn, zei hij iets wat mij zeer heeft getroffen. ' Pour montrer qu'il y a un autre chemin vers Dieu.' Hij bedoelde niet: om de moslims te tonen dat wij gelijk hebben en zij ongelijk. Wel dat het niet goed is voor een land als er op religieus gebied slechts één mogelijkheid bestaat. U fileert nogal scherp het vrijheidsbegrip in de moderne, seculiere cultuur. U zult het niet eens zijn met de Franstalige liberaal Georges-Louis Bouchez, volgens wie vrijheid op nummer één staat? 'Niet veiligheid, gezondheid, fiscale fraude of de planeet redden', zei hij in De Standaard.De Kesel: (schudt het hoofd)Nee. Vrijheid is geen absolute waarde. De Franse revolutie draaide toch niet om liberté alleen, maar ook om égalité en fraternité, gelijkheid en broederlijkheid? Wat u citeert, dat is de zwakte van het secularisme. Alsof de zin van mijn handelen enkel ligt in de vrijheid ervan. In zo veel mogelijk vrij te zijn. En dat al datgene wat u beperkt, zo veel mogelijk weg moet. (licht verontwaardigd) Dat is het leven niet, hè. Juist de beperkingen die wij aanvaarden, geven zin. Natuurlijk zijn ouders van een gehandicapt kind beperkt, maak zoiets mee, alsjeblieft. Maar net hoe zij daarmee omgaan, zal hun leven zin geven. Vrijheid is niet je eigen zin doen, dat is de banalisering van vrijheid. Vrijheid heeft altijd te maken met verantwoordelijkheid. Dat leert de pandemie ons toch? Iedereen verlangt naar meer vrijheid. De meesten beseffen nog dat we ook nog verantwoordelijk zijn. Er sterven nog steeds mensen in onze ziekenhuizen, hè. Deze pandemie is een periode waarin veel van uw kernwaarden op het voorplan kwamen. De waarde van mensenlevens werd afgewogen, het recht op erediensten opgeschort, kwetsbaren werden nog maar eens harder geraakt. Toch is de kerk al bij al nogal stil gebleven.DE KESEL: (denkt lang na) Dat is een moeilijke vraag. Het is mijn diepe overtuiging dat wij niet moeten oproepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Dat doe je alleen wanneer het algemeen belang in het gedrang is, niet enkel voor je eigen rechten, kijk naar Mahatma Gandhi. Maar u hebt gelijk: ook over vrijheid moeten wij ons uitspreken, al ligt voor mij de nadruk op solidariteit en broederlijkheid. Ik hoop dat dat ook blijft hangen na de pandemie, eerder dan dat banale begrip van vrijheid. Paus Franciscus noemt de wereld ons gemeenschappelijk huis. Dat dat meer dan schone woorden zijn, maar gewoon de werkelijkheid, is wel gebleken. Het virus erkent grenzen noch staten.Waarom vergelijkt u in uw boek de situatie van de kerk met die van een migrant?De Kesel: Ik maak het onderscheid tussen integratie en assimilatie. Wie naar hier komt, moet zich aanpassen aan onze situatie. Zich integreren. Christenen moeten dat ook doen in de seculiere samenleving. Maar zich assimileren, wat betekent dat je je eigen wortels en identiteit verloochent om deel te mogen uitmaken van de samenleving? Nee, daar verzet ik me tegen. Dat is wat je ziet in religieuze samenlevingen, waar dissidentie niet wordt aanvaard. Het is toch doodjammer dat christenen of joden vertrekken uit bepaalde landen waar de islam de culturele religie is? Uit uw boek blijkt uw hekel aan proselitisme of bekeringsdrift.De Kesel: Absoluut. Een christen mag getuigen over zijn geloof, maar elke vorm van pastoraal die een verborgen agenda heeft, verwerp ik. Als mensen komen voor een doop of een huwelijk en zij hebben het gevoel dat zij maar beter kunnen zeggen wat zij denken dat ik wil dat zij zeggen, dan is het een verloren zaak. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is voor de herpositionering van de kerk dat zij oprecht is in haar ontmoeting. Ze moet open staan voor zoekende mensen en hen goed ontvangen. Niet als een soort cliënt of als potentiële gelovige. De ontmoeting heeft zin in zichzelf, ze dient er niet toe om mensen in te lijven. 'Maar dan komen ze niet naar de mis', hoor ik dan. (werpt handen in de lucht) Dat is niet mijn zaak, het is Gods werk. Zoals paus Franciscus het zegt in navolging van Benedictus XVI: 'De kerk groeit niet door proselitisme maar door aantrekkingskracht.' Dat klopt. Ik wil openheid scheppen, perspectief en vertrouwen. Ik doe het met groot realisme, ik maak me geen illusies meer, maar ook met groot vertrouwen. Waar haalt u dat vertrouwen?De Kesel: Enerzijds uit mijn diepe overtuiging dat de mens een religieus wezen is. Religie is een universeel, antropologisch fenomeen. De mens is een vragend, zoekend en dus, denk ik, religieus wezen. Niet per se christelijk of islamitisch of joods, wel religieus. Anderzijds uit mijn eigen geloof, uiteraard. Ik ben er echt van overtuigd dat het christendom niet niets is. Wanneer bent u tot die overtuiging gekomen?DE KESEL: Dat is moeilijk te zeggen. (denkt na) Er was geen momentaan moment, geen bekeringservaring. Mijn geloof is, denk ik, gaandeweg altijd maar dieper en dieper en dieper gegaan. Ik kom uit een christelijk gezin, koos in 1965 om priester te worden, las in de jaren 1970 wat de lutherse predikant Dietrich Bonhoeffer schreef. Zijn gevangenisbrieven hebben een enorme indruk op mij gemaakt.Wat heeft u doen twijfelen aan uw geloof?DE KESEL: Uiteraard heb ik intellectuele twijfel gekend, tot op de dag van vandaag. Is het niet allemaal een illusie? Ik geloof in God. Het is mijn diepe overtuiging, maar ik beleef het niet als een evidentie, niet zonder vragen en twijfel. Geloof dat geen enkele twijfel kent, dat vraagt een zekerheid die je van gelovigen niet mag vragen.Wat ik echter nooit heb gehad, is existentiële twijfel: het gevoel te hebben dat de grond onder je voeten wegzakt, dat het allemaal niks is. In die twijfel is mijn geloof altijd een fundament geweest.Rik Torfs zei eens dat hij blij is dat hij kán geloven.DE KESEL: Dat begrijp ik. Ik zal iemand die zegt dat hij niet gelooft, nooit bekijken alsof hij het achtste wereldwonder is. Ik kan mij dat perfect indenken.