De Turkse inval in Noord-Syrië zet de discussie rond de berechting van IS-strijders, die worden vastgehouden in de regio door Koerdische strijdkrachten, weer op scherp. Volgens Paul Van Tigchelt, topman van het Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreiging (OCAD), moeten de strijders naar hier worden gebracht. Minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) gooit het over een andere boeg. Hij heeft zelfs geld veil om een speciale internationale rechtbank op te richten in Irak om de 50-tal Belgen te berechten.

Voor Kamerlid Jessika Soors (Groen), voormalig deradicaliseringsambtenaar in Vilvoorde, komt de discussie gewoonweg te laat. 'We weten al lang dat de situatie instabiel is, experts trekken al jaren aan de alarmbel. Alleen heeft de regering vijf jaar lang besloten om niets te doen en brengt ze zo onze veiligheid in gevaar', zegt ze aan Knack. 'Nog vóór de Turkse inval in Syrië heb ik al benadrukt dat er geen langetermijnvisie is. Dit leest als een kroniek van een aangekondigd fiasco.'

Hoe moet ons land dan omgaan met de IS-strijders?

Jessika Soors: Voor mijn partij zijn er twee vuistregels: de berechting van IS-strijders moet snel en correct gebeuren en er moeten garanties zijn voor onze veiligheid hier in België. Dat betekent dat wij te allen tijde moeten weten waar de strijders zijn en in welke omstandigheden ze hun straf uitzitten. In elk geval komt de oproep van De Crem om een rechtbank in de regio op te richten te laat. Nu bestaat het risico dat we de controle over de strijders zullen verliezen, wat catastrofaal zou zijn.

Betekent dat dan dat we hen wel moeten repatriëren?

Soors: Wie ben ik om de conclusie van Van Tigchelt en het OCAD in vraag te stellen? Als dat zijn formele aanbeveling is, dan moeten we dat verder onderzoeken. Hoe dan ook is de repatriëring van IS-strijders geen doel op zich. Nogmaals: de strijders moeten voor hun misdaden gestraft en opgesloten worden en de nationale veiligheid moet gegarandeerd zijn.

De repatriëring van IS-strijders is geen doel op zich.

Volgens De Crem is er 'geen draagvlak' voor berechting in België.

Soors: Er is zeker geen draagvlak voor IS-strijders op vrije voeten. Ik heb alle begrip voor de ongerustheid bij de mensen. Mijn eigen broer werkte tijdens de aanslagen van 22 maart 2016 op de luchthaven van Zaventem en hielp mee met het evacueren van slachtoffers. Niemand wil dat opnieuw meemaken. Maar de regering moet ons allemaal duidelijk maken dat ze haar best doet om onze veiligheid te garanderen. We moeten ons niet verliezen in schijnoplossingen die goed klinken, maar niet werken. We moeten luisteren naar experts, zoals die van het OCAD.

Akcakale, op de grens tussen Turkije en Syrië, op 9 oktober 2019. © AP/Isopix

Wat betekent het nieuwe front in Noord-Syrië voor Islamitische Staat?

Soors: Het risico bestaat dat IS gebruikt maakt van het strijdgewoel om zich te hergroeperen en successen te boeken. Daardoor kan hun aantrekkingskracht voor geradicaliseerde mensen in België stijgen. Dat mogen we niet laten gebeuren.

We moeten ons niet laten meeslepen in de spelletjes van Erdogan.

Hoe moet België reageren op het gedrag van Turks president Erdogan?

Soors: We kunnen economische sancties tegen Turkije kunnen inzetten. In die zin is het hoopvol dat Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) heeft beslist om de levering van goederen die mogelijk militair gebruikt kunnen te bevriezen. Onze Ecolo-Groen fractie deed gisteren een soortgelijke oproep bij minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR). Ook als lid van de VN-Veiligheidsraad moet België haar verantwoordelijk opnemen en pleiten voor een humanitaire corridor om maximaal burgerslachtoffers te vermijden. We moeten ons alleszins niet laten meeslepen in de spelletjes van Erdogan, die de situatie nu al instrumentaliseert door te dreigen met een nieuwe vluchtelingencrisis.