Het gesprek is nog geen uur ver en alweer galmt een fors verwijt door het prachtige kantoor van de voorzitter van het Vlaams Parlement. 'Ik geloof níéts van die uitleg dat het cumuleren van mandaten de politiek vooruithelpt. Een burgemeester van Antwerpen die ook in de Kamer zit, of een schepen in Aalst zoals Karim Van Overmeire, die tegelijk Vlaams volksvertegenwoordiger wil zijn: die doen in het parlement toch geen ballen?(tegen zijn zoon) Mag ik dat niet zeggen, Wim? Het is nochtans zo. De cumulatie van zo veel verkozenen heeft geleid tot een degradatie van de parlementaire stiel. Ik heb gisteren nog de bespreking gevolgd van het decreet van de rampenplannen. Die tekst hangt met spuug en paktouw aan elkaar. Dan denk ik: Vlaamse volksvertegenwoordigers, doe jullie werk fatsoenlijk. Jullie verdienen verdorie vijfduizend euro in de maand.'
...

Het gesprek is nog geen uur ver en alweer galmt een fors verwijt door het prachtige kantoor van de voorzitter van het Vlaams Parlement. 'Ik geloof níéts van die uitleg dat het cumuleren van mandaten de politiek vooruithelpt. Een burgemeester van Antwerpen die ook in de Kamer zit, of een schepen in Aalst zoals Karim Van Overmeire, die tegelijk Vlaams volksvertegenwoordiger wil zijn: die doen in het parlement toch geen ballen?(tegen zijn zoon) Mag ik dat niet zeggen, Wim? Het is nochtans zo. De cumulatie van zo veel verkozenen heeft geleid tot een degradatie van de parlementaire stiel. Ik heb gisteren nog de bespreking gevolgd van het decreet van de rampenplannen. Die tekst hangt met spuug en paktouw aan elkaar. Dan denk ik: Vlaamse volksvertegenwoordigers, doe jullie werk fatsoenlijk. Jullie verdienen verdorie vijfduizend euro in de maand.' Wim Peumans kreunt zachtjes. Hij is de auteur van de zorgvuldig geresearchte biografie van zijn vader en legt uit: 'Ik heb mijn best gedaan om zo veel mogelijk persoonlijke aanvallen uit het boek te laten. Ik wilde vermijden dat de pers alleen zou inzoomen op de ruzies.' Wim is het vierde en jongste kind van de parlementsvoorzitter. 'Mijn echtgenoot heeft me gesuggereerd om dat boek te schrijven. Ik twijfelde: een boek over je vader, kan dat wel?' Uiteindelijk gaf het verlangen de doorslag om de afwezige vader - die iedere politicus is - beter te leren kennen. 'Al was het wel een beetje ongemakkelijk om de brieven te lezen die je vader en je moeder aan elkaar schreven toen ze jong waren.' In het archief vond Wim Peumans ook een brief terug die hij als tienjarig kind had geschreven naar zijn papa toen die op werkreis naar Portugal vertrok. Voor een afscheidsknuffel had die blijkbaar geen tijd gevonden. En ook al laat hij vallen dat hij 'andere politieke opvattingen' heeft dan zijn vader, toch ontdekte Wim een aantal onvermoede gelijkenissen. Hij behaalde in Leuven een doctoraat in de antropologie, trok vervolgens een jaar naar de universiteit van Johannesburg en gaf zijn leven daarna een totaal andere wending door in Maastricht een coöperatieve winkel te openen. Maastricht is de geboortestad van Jan Peumans. Hij interesseerde zich ook voor de derdewereldproblematiek. In de 'Wereldscholen' leerde de jonge Jan Peumans een linkse, inspirerende priester kennen: Jef Ulburghs, die later nog parlementslid werd voor de SP en Agalev. In 1988, als kabinetsmedewerker op Ontwikkelingssamenwerking, was Peumans verantwoordelijk voor het dossier van de verdeling van voorbehoedsmiddelen in Afrika. Daarvoor had hij jarenlang gewerkt in sociale organisaties in Nederlands Limburg, waar men zich bekommerde om drugsverslaafden en vrouwen die abortus overwogen: wie toen in België die woorden uitsprak, riskeerde gevolgd te worden door de Bijzonder Opsporingsbrigade (BOB). Toch is diezelfde Jan Peumans een van de bekendste politici van de N-VA, een Vlaams-nationalistische partij die volgens voorzitter Bart De Wever per definitie rechts en conservatief moet zijn, want dat is de 'grondstroom' van Vlaanderen. Hoe Jan Peumans zich kon opwerken tot ondervoorzitter van de N-VA én voorzitter van het Vlaams Parlement, is een van de soms contradictorische lijnen in deze biografie. Door zijn zangerige accent en zijn bescheiden postuur wordt Jan Peumans vaak opgevoerd als het archetype van de bescheiden provinciaal. Dat is gezichtsbedrog. Zeker, Jan Peumans komt uit Herderen, een Haspengouws dorpje in het hart van het ich-mich-dich-land. Dat neemt niet weg dat hij hoogst 'on-Limburgs' is. Peumans is ambitieus, trots, koppig, rad en zelfs stout van tong. Als het moet is hij ook brutaal in zijn optreden. Vraag dat maar aan de Limburgse bestendige deputatie. In 2003, in de nasleep van de Antwerpse Visa-crisis, zette Peumans de provinciale bonzen in hun hemd door bekend te maken dat de Limburgse deputatie jaarlijks een flinke 50.000 euro aan representatiekosten aanrekende. Toen hij vragen stelde over het nut van een dienstreis naar Berlijn, had gouverneur Hilde Houben-Bertrand (CD&V) geen beter antwoord klaar dan: 'Wat moeten we dan wel doen? Beperkt blijven werken onder de kerktoren en geen bijkomende verruiming van inzichten opdoen?' Of vraag het aan communicatieman Noël Slangen, die door het harde oppositiewerk van Peumans een pak contracten met de Vlaamse regering verloor. Naar aanleiding van de ruzie met Peumans werd Slangen veroordeeld wegens smaad en eerroof. In de jaren zeventig leidde Peumans de eerste protesten tegen de aanleg van nieuwe 'expreswegen' door de Zuid-Limburgse mergelstreek. Daarbij reed hij de lokale CVP-bonzen in de wielen. Een van hen kwam tot bij de woning van Peumans gereden en riep hem toe: 'Wie met modder gooit, heeft zelf geen propere handen.' Peumans' levensverhaal begint eigenlijk acht jaar vóór zijn eigen geboorte in 1951. In 1943 werd zijn oom, Jules Peumans, op de speelplaats van de gemeenteschool in Herderen neergeschoten toen hij daar als leraar surveilleerde. De daders hoorden bij het verzet, Jules Peumans was lid van het Vlaams Nationaal Verbond (VNV). De 'zwarten' gingen op hun beurt op jacht naar de schuldige 'witten' en deden dat niet zachtzinnig. Zo deelde de 'moord op Peumans' het dorp definitief in twee kampen op. BRT-journalist Maurice De Wilde wijdde er in de jaren tachtig een prangende aflevering aan in zijn serie De tijd der vergelding. De beelden van de zonen van Jules Peumans - dokter Willy en (de latere VB-politicus) Renaat Peumans - twee volwassen mannen die dertig jaar na de fatale schoten nog altijd de grootste moeite hadden om hun tranen te verbijten, lieten het tv-publiek niet onberoerd. Die link met de collaboratie is Peumans blijven achtervolgen. Zijn verkiezingsaffiches werden met hakenkruisen beklad. Toen hij in 1983 voor het eerst schepen werd in de fusiegemeente Riemst, siste een gemeentelijk diensthoofd hem toe: 'De vijfde colonne treedt binnen.' Een collega zei: 'Voortaan zit er een Duitser aan de kas.' Ook Peumans' kinderen kregen in de jaren negentig nog dergelijke verwijten te horen, zo getuigt zoon Wim. Jan Peumans woont nog altijd in Herderen - 'omdat ik er kon bouwen op grond van mijn vader'. Maar de oud-burgemeester heeft voor zijn dorpsgenoten een wrange bekentenis in petto: 'Als men mij vraagt: "Heb u zich altijd welkom gevoeld in Herderen?", dan is het antwoord: nee. Ik heb nooit graag in Herderen gewoond.' De liefde voor de geboortegrond, eigen aan veel nationalisten, was bij Peumans een klein decennium voor zijn geboorte al stukgeschoten. Tegelijk wist Jan Peumans als kind al dat de familie 'Vlaamsgezind' was. Dat was geen geheim. Hij werd meegenomen naar Vlaamse marsen en betogingen in Leuven, Antwerpen en Brussel. Het Vlaams-Nationaal Zangfeest en de IJzerbedevaart waren 'verplichte zangoefeningen' voor de hele familie, en 'België barst' stond centraal in het politieke denken van zijn vader. 'Mijn pa las 't Pallieterke, ik niet. Voor hem was alles wat in 't Pallieterke stond de waarheid. Ook als ze later iets over mij schreven wat níét waar was, geloofde pa het toch.' Jan Peumans ging al vanaf het vierde leerjaar op internaat, bij de kruisheren in Maaseik. Daar wakkerden een aantal flamingante paters zijn Vlaams-nationalisme verder aan. 'Een van de kruisheren placht te zeggen: "Als de Belgische staat hier op de grond ligt, ik zou erop pissen." Dat citaat staat niet in het boek omdat we niet honderd procent zeker zijn wie die woorden sprak.' In het college werd Jan een halve rebel. Ondanks het uitdrukkelijke verbod van de paters liet hij een baard staan - lang vóór hij zich een partijkaart aanschafte, had Jan Peumans al een 'Volksuniebaardje'. Aan de Leuvense universiteit belandde de jonge student Jan Peumans zelfs bij Alle Macht aan de Arbeiders (AMADA), de radicaalmaoïstische voorloper van de PVDA-PTB. Peumans benadrukt dat hij maar een paar weken lid is gebleven: 'Het werd ons verboden te lachen.' Zoon Wim bestempelt die passage als een cruciale periode. 'Vader was al Vlaams-nationalist, maar toen kreeg hij interesse voor sociale thema's en progressieve standpunten die hem tot de politicus hebben gemaakt die hij vandaag nog altijd is.' Wim las de brieven die zijn vader rond 1971 schreef en bekeek de foto's van toen: 'Jan draagt werkschoenen en een eenvoudige tenue. Hij heeft een ruige bos zwart haar en dito baard. Op foto's uit deze periode heeft hij wel wat weg van - hoe kan het ook anders - Karl Marx.' Zijn liefde voor het marxisme beleed Jan Peumans ook op papier: 'Er is maar één verstandige filosoof voor mij en dat is Karl Marx. En hij krijgt er nog van langs ook. Communisme is smeerlapperij, dat is de opinie van de rechtsen en andere reactionairen.' Andere brieffragmenten illustreren vooral hoezeer de socioculturele waarden van de jonge Jan Peumans verschillen van die van Bart De Wever en de generatie die vandaag de N-VA leiding geeft: zij zijn conservatief, droegen vaak een pet van het Katholiek Vlaams Hoog Studentenverbond (KVHV) en stonden van jongs af aan argwanend tegenover het multiculturele discours. Jan Peumans niet. 'We dronken geen alcohol, organiseerden geen cantussen, niets van die flauwekul. Ik was tegen dopen en al dat soort onzin.' Hij schreef over 'Turkse gastarbeiders': 'Dat woordje "gast" is een hypocriet, schijnheilig, vuil en vulgair woord dat wij geciviliseerde burgers van de welvaartsstaat hebben uitgevonden om degenen die het vuile werk doen in plaats van ons, te klasseren.' De studententijd van zijn vader typeert Wim Peumans als volgt: 'Thé dansants waren uit den boze: dat vond Jan burgertruttige bedoeningen voor rijkeluiszoontjes. Wat Jan en zijn vrienden wel graag doen, is tot de vroege uurtjes hevig discussiëren in de faculteitsbar Politika Kaffee. Binnen deze kritische vriendenkring gaan ze tekeer tegen alles wat misloopt in de samenleving.' Ook in de liefde waren de zeden minder streng geworden. Jan Peumans: 'Als student woonde ik al samen met Marie-Jeanne (Palmans, zijn echtgenote, nvdr), en er waren nog geen voorbehoedsmiddelen. Dus was zij in Leuven al zwanger. In het dorp kende iedereen ons als het plaatselijke hippiekoppel, met de kinderen in de korf achter op de fiets.' In die jaren rolde Jan Peumans in de politiek. Het Belang van Limburg ontdekte hem als woordvoerder van een of andere actiegroep en was onder de indruk van zijn nochtans bijzonder linkse taal: 'Jan Peumans van de werkgroep Leefmilieu Riemst ging er hard en militant tegenaan [...] en wees erop dat met het cement dat uit de mergel wordt gewonnen, zinloze betonprojecten (autowegen, verbredingswerken aan kanalen en havens) worden opgezet waarmee de open ruimten nog eens worden verkleind en/of versneden. Hij sloot ieder compromis uit en kondigde aan dat boeren en ecologisten samen de strijd zullen voortzetten tegen nieuwe pogingen om het Mergelland aan te tasten.' Zo kwam Jan Peumans in contact met een jonge Volksunie-politicus die de hele provincie op zijn kop zette door de aanleg van de A-24 te blokkeren, volgens hem 'een aanslag op Limburg'. Jaak Gabriels, de coming man van de Volksunie, was de Kennedy van Limburg. In 1976 doorbrak hij in Bree de aloude CVP-hegemonie en werd zelf burgemeester. In 1982 greep een andere jonge VU'er, Johan Sauwens, de sjerp in Bilzen. De Limburgse VU'ers hadden een eigen politiek recept ontwikkeld. Aan de gemeenteraadsverkiezingen namen ze niet deel als VU. Ze vermeden het stigma van de collaboratie door zich Nieuw of Verjonging te noemen. Ze vervingen de gele kleur van de VU door iets wat op groen leek. Ze bespeelden zacht-progressieve thema's als milieu en verkeersveiligheid, maar namen ook deel aan de Vlaamse 'wandelingen' in de Voerstreek. Ze lieten zich overal zien en steunden op een uitgebreid dienstbetoon. En vooral: ze werkten keihard, ook in het parlement. Peumans, die toen de politiek secretaris van Gabriels was, herinnert zich nog een boze brief van Kamervoorzitter Jean Defraigne, een Waalse liberaal: 'Mijnheer Gabriels, als elk van de 214 volksvertegenwoordigers elk jaar duizend vragen stelt, zoals u, weet u dan wat onze diensten te doen zouden hebben?' Jan Peumans, nog altijd trots: 'Ik schreef de schriftelijke vragen van Jaak, ik hield ook de pen vast van zijn interpellaties en wetsvoorstellen. Het eerste decreet over archeologie is van mijn hand.' Peumans werd opgeslorpt door de politiek. Vanaf de jaren tachtig werd hij in zijn gemeente Riemst politiek actief, maar omdat hij altijd met een kluitje in het riet werd gestuurd bij het opstellen van de Kamerlijsten, gooide hij zich op de provincieraad. 'Wij gaven pétrol in de provincieraad. Yves Lambrix van Het Belang van Limburg heeft honderden artikels over mij uit die tijd teruggevonden.' Bij de eerste successen kwamen ook de eerste tegenslagen, en het begin van persoonlijke vetes. In de latere hoofdstukken van Een zachte anarchist overheerst daardoor een zekere 'eelt-op-mijn-zielsfeer'. Jaak Gabriels verruilde de VU al in 1992 voor de VLD van Guy Verhofstadt. Peumans steunde de nieuwe en jonge voorzitter Bert Anciaux. Hoewel Anciaux en Peumans allebei progressieve flaminganten waren, moest de tweede al snel niets hebben van de eerste: 'Bert sprong voortdurend van het ene op het andere paard. De partij leed onder een potpourri aan standpunten. Het ging met de VU onder Bert de verkeerde kant uit.' Peumans aarzelde dan ook niet om bij de splitsing van de partij de kant te kiezen van Geert Bourgeois en zijn keurige, klassieke Vlaams-nationalistische lijn. Zo belandde hij bij de N-VA. Vanaf het ogenblik dat Bart De Wever in die jonge partij de sterke man was, werd de Limburgse veteraan een Fremdkörper in eigen rangen. Peumans dacht in 2009 nog Vlaams minister te mogen worden, maar De Wever koos voor 'een talent' uit Antwerpen, Philippe Muyters. Het voorzitterschap van het Vlaams Parlement was een troostprijs. Het bleek een bevrijding. Jan Peumans kreeg de positie om - toch van tijd tot tijd - te zeggen wat hij dacht en vond. Soms haalde hij als een echte N-VA'er uit naar het hof, naar België of naar de repressie in Catalonië. Vaak ergerde hij zich aan de koers van zijn partij. Soms zei hij dat ook. Soms zweeg hij. Met zijn afscheid in zicht neemt hij steeds minder een blad voor de mond. Peumans wordt opnieuw razend als hij terugdenkt aan de manier waarop zijn goede vriend Huub Broers, de burgemeester van Voeren, in 2014 zijn senatorschap heeft moeten doorgeven aan ex-VRT-nieuwsanker Jan Becaus. Bij die herinnering gaat het aantal decibels onheilspellend de hoogte in: 'Huub Broers heeft zich laten ompraten om zich geen kandidaat meer te stellen als senator door Ben Weyts. Weyts kwam af met Jan Becaus. Ik hoor ook onze partijvoorzitter nog zeggen hoe belangrijk Becaus wel was omdat zijn senatorschap de N-VA extra uitstraling zou geven. (grijpt naar zijn koffie:) Dit lege kopje hier heeft méér uitstraling dan Jan Becaus. Huub heeft zijn hele leven gegeven aan Voeren en de zaak van de Vlamingen. Becaus doet zó veel: (maakt met zijn vingers een nul). Heeft Becaus ooit een afdeling geleid? Heeft hij ooit een conflict helpen oplossen? Doet Becaus iets, behalve vergaderingen bijwonen in de Senaat? Daarvoor strijkt hij zijn centen op .' (maakt met zijn hand een gebaar naar zijn binnenzak)Blijkbaar heeft Jan Peumans de laatste tijd vaker op zijn lippen gebeten dan men dacht, ook in de eigen partij. Dat blijkt ook uit de getuigenis in het boek van kabinetschef Henk Cuypers. Als ex-VU'er en voormalig militant van het Taal Aktie Comité is Cuypers een Vlaams-nationalist buiten verdenking. Maar Cuypers zegt, zwart op wit: 'De Volksunie was een andere partij dan de N-VA: socialer, met linkse en rechtse strekkingen. Zeker de laatste jaren is de N-VA, vooral in haar discours, opgeschoven naar rechts. Soms zie ik het verschil met het Vlaams Belang niet.' Ook Jan Peumans heeft zich al laten ontvallen 'dat hij zijn partijkaart inlevert de dag dat Theo Francken voorzitter wordt'. Maar omdat hij weet dat die uitspraak de N-VA zou schaden, heeft hij die niet publiek herhaald. Op het einde van het interview, na het ophalen van zo veel herinneringen aan zijn jonge jaren, wijst Jan Peumans naar zoon Wim: 'Hij is nu wat zijn vader ooit is geweest: een groene. Eerlijk gezegd: in het Vlaams Parlement is Groen opnieuw de partij waarmee ik vandaag de beste contacten heb. De groene fractievoorzitter, Björn Rszoska, is een vriend. Hij is een republikein en een flamingant.' Zoon Wim: 'In het boek zegt mijn vader dat hij zich bij de N-VA vandaag minder goed in zijn vel voelt dan vroeger. Ook die uitspraak heb ik minder fel neergeschreven dan hoe ze werd uitgesproken. Maar naar een andere partij gaan, zal mijn vader nooit doen. Daarvoor heeft hij een te grote hekel aan overlopers.'