Wie zijn De desperado's van de Vlaamse poëzie?
...

Wie zijn De desperado's van de Vlaamse poëzie? Jan Decleir: Dat is ook voor mij een vraagteken. Dit project begon in 2019. Toen vroeg Theater Aan Zee in Oostende om tijdens Apéro Poëzie enkele gedichten voor te lezen. Dat wilde ik graag doen in het bijzijn van Delphine Lecompte. Zij is een bijzonder boeiende schrijfster die haar werk ook sterk voordraagt. Haar spannende gedichten ademen humor, vrijheid en ontwapenende eerlijkheid. En ze brengen je aan het twijfelen. Ik nodigde mijn maat Roland Van Campenhout uit, en Gerda Dendooven maakte beelden bij de woorden. Het beviel zo goed dat we besloten op tournee te gaan. Delphine bedacht de titel. Ik wilde haar, op het podium, vragen wat ze bedoelt met 'desperado's'. Zelf voel ik me allerminst desperaat. Lecompte mogelijk wel. Zij schrapt door ziekte haar agenda van 2021. Decleir: Zij zal afwezig zijn. Maar haar werk is een van de motoren van de avond. Ik lees gedichten voor en een verhaal uit haar jongste roman, Beschermvrouwe van de verschoppelingen. Deze tournee is van alles, maar ook een liefdesverklaring aan haar: deze lieve, ontroerende, grappige en o zo ranzige vrouw. Welk werk brengt u nog? Decleir: Werk van mensen die ik bewonder. Het wordt, onbedoeld, een tijdreis. We vertrekken bij De grote hond en de kleine kat van Albert Verwey. Via Karel van de Woestijne, Felix Timmermans, de zussen Loveling en Paul van Ostaijen komen we bij Tom Lanoye - ik lees voor uit zijn Ten Oorlog - en Hugo Claus, wiens werk net als dat van Lecompte vol liefde en humor zit. Wellicht lees ik ook iets van Pjeroo Roobjee. Hij bewerkte voor Olympique Dramatique Ballyturk van Enda Walsh. In februari gaan we in première. Claus, Roobjee en Lanoye waren en zijn intens begaan met het theater. Dat is een zegen die steeds zeldzamer wordt. Helaas. U vergeet uzelf. Decleir: (lachje) Ik zal inderdaad meer doen dan gedichten voordragen. Ik vertel hoe het me tot nu toe vergaan is. En ik breng eigen vertalingen van twee sonnetten van Shakespeare. Mijn vrouw en ik houden van spelen. Er is een doos Scrabble in huis, maar dat doe ik niet. Wat wij wel graag doen, is een ernstige poging ondernemen om een sonnet van Shakespeare naar het Nederlands om te zetten. Dat kan héél lang duren. Hebt u een lievelingsgedicht? Decleir: (lange stilte) Misschien zijn dit enkele van mijn lievelingsregels. (draagt zacht Timmermans' De kern van alle dingen voor, nvdr) De kern van alle dingen/ is stil en eindeloos/ Ons lied is kort en broos/ En donker zingt mijn bloed/ Van heimwee zwaar doorwogen/ Ik zeil langs regenbogen/ Gods stilte tegemoet. Waar komt uw liefde voor poëzie vandaan? Decleir: Van Dirk, mijn broer zaliger. Hij was vier jaar ouder dan ik. Hij las me gedichten voor. Ik genoot en imiteerde hem. Het ging me minder om de inhoud, ik werd verliefd op alle klanken. Weet u, momenteel lees ik teksten in van Panamarenko voor het boek Panamarenko van Jo Coucke. Daar las ik wat we willen doen als De desperado's van de Vlaamse poëzie. We willen geen zieltjes winnen of de wereld verbeteren, ook al zou de poëzie dat kunnen omdat ze uitnodigt om de wereld anders, gevoeliger, liefdevoller te bekijken en te beoordelen. Wij willen doen wat Panamarenko schreef: 'Poëzie is je tien seconden ontdoen van de macht.' Daar gaan we voor, maar voor veel langer dan tien seconden.