Op 15 mei start voor de Antwerpse correctionele rechtbank een proces over de export van chemicaliën naar Syrië. 'De douane dagvaardt drie Vlaamse bedrijven, één gedelegeerd bestuurder en één zaakvoerder', zegt persrechter Roland Cassiers. 'Het gaat om A.A.E. Chemie Trading uit Kalmthout, een groothandel in chemische producten voor industrieel gebruik; Anex Customs uit Hoevenen, een zakenkantoor dat administratieve diensten leverde tot het in 2017 failliet ging; en Danmar Logistics, een logistiek bedrijf uit Stabroek.'
...

Op 15 mei start voor de Antwerpse correctionele rechtbank een proces over de export van chemicaliën naar Syrië. 'De douane dagvaardt drie Vlaamse bedrijven, één gedelegeerd bestuurder en één zaakvoerder', zegt persrechter Roland Cassiers. 'Het gaat om A.A.E. Chemie Trading uit Kalmthout, een groothandel in chemische producten voor industrieel gebruik; Anex Customs uit Hoevenen, een zakenkantoor dat administratieve diensten leverde tot het in 2017 failliet ging; en Danmar Logistics, een logistiek bedrijf uit Stabroek.' Volgens de douane hebben de drie bedrijven de vereiste vergunningen niet voorgelegd bij de uitvoer van grote hoeveelheden chemische stoffen naar Syrië en Libanon. Cassiers: 'A.A.E. Chemie Trading was telkens de opdrachtgever. De andere firma's fungeerden als tussenpersoon bij de transporten. In 24 zendingen tussen mei 2014 en december 2016 zijn volgens de dagvaarding 168 ton isopropanol, 219 ton aceton, 77 ton methanol en 21 ton dichloormethaan uitgevoerd.' Sinds juli 2013 is voor de export van die chemische stoffen naar Syrië een vergunning vereist. EU-lidstaten mogen zo'n vergunning niet afleveren als zij 'redelijke gronden hebben om aan te nemen' dat de geëxporteerde goederen 'zouden kunnen worden gebruikt voor binnenlandse repressie' of voor de 'vervaardiging van producten' die daarvoor kunnen dienen. Lees: dat de chemicaliën gebruikt kunnen worden bij de aanmaak van chemische wapens. Om die reden weigerde de Controle Strategische Goederen van de Vlaamse overheid in oktober 2016 al eens een exportvergunning voor chemicaliën met bestemming Syrië, goed voor een bedrag van 1,9 miljoen euro. In de dagvaarding staat dat de douane vaststelde dat de vereiste vergunningen niet waren voorgelegd nadat de chemicaliën uitgevoerd waren. Dat roept uiteraard vragen op: had de douane de export niet proactief moeten controleren, gelet op de gevoeligheid van het thema? De exportvergunningen zijn precies door Europa in het leven geroepen om te voorkomen dat Syrië de hand kan leggen op bepaalde chemische stoffen. Hoe kwam de douane de export op het spoor? 'De douane maakt altijd risicoanalyses van de uitvoer van bepaalde producten naar bepaalde landen', zegt Francis Adyns, woordvoerder van de FOD Financiën. 'De risico's worden afgewogen aan de hand van de beschikbare informatie en de selecties gebeuren op basis van de gegevens vermeld op de elektronische aangifte. Op grond van die controles zijn door de douane inbreuken vastgesteld op de wet betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen. De vastgestelde feiten maakten het voorwerp uit van een strafrechtelijk douaneonderzoek en de vervolging werd eind maart ingeleid bij de correctionele rechtbank.' Volgens Adyns werden passende vergunningen, met name een voorafgaande machtiging bij de uitvoer, niet aan de douane voorgelegd. Adyns: 'De onregelmatige uitvoer van goederen onderworpen aan vergunningen kan worden bestraft met een gevangenisstraf van 4 maanden tot 5 jaar, al is het natuurlijk aan de rechter om de straf te bepalen. En ook de Staatsveiligheid is in kennis gesteld van de vastgestelde inbreuken.' De Staatsveiligheid is immers bevoegd voor de strijd tegen proliferatie - de verspreiding van massavernietigingswapens. Op internationale fora spreekt België zich steeds nadrukkelijk uit tegen chemische wapens. In 1917 vond in Ieper de eerste aanval met gifgas (yperiet) plaats. Naar aanleiding van de honderdste verjaardag van die gebeurtenis betreurde minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) 'dat chemische wapens vandaag nog altijd worden gebruikt, in het bijzonder in Syrië'. En begin maart ontvingen Reynders en zijn collega van Defensie Steven Vandeput (N-VA) in Brussel de algemeen directeur van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), Ahmet Üzümcü. 'Ontwapening en non-proliferatie zijn traditionele speerpunten van de Belgische diplomatie', schreef Reynders toen. 'Ook de strijd tegen straffeloosheid bij het gebruik van chemische wapens staat hoog op de agenda. (...) België veroordeelt het gebruik van chemische wapens door het regime en de rebellengroepen in Syrië. Het zijn oorlogsmisdaden die moeten worden bestraft.' Een van de vier uitgevoerde chemicaliën springt in het oog: isopropanol. De kleurloze, ontvlambare chemische verbinding komt onder meer voor in ontsmettings- en schoonmaakmiddelen en in farmaceutische toepassingen. Je kunt het goedje op tal van websites met schoonmaakmiddelen en make-up gewoon online bestellen. 6,45 euro voor een liter isopropanol van 99,9%. 'Dit product wordt als "gevaarlijk" beschouwd in het buitenland', waarschuwt een Britse website wel. 'Bel even op voorhand als je het overzees wilt laten leveren.''Isopropanol is een belangrijk ingrediënt voor de aanmaak van sarin, een chemische stof die je gebruikt in de finale productiefase', zegt Jean-Pascal Zanders, expert chemische wapens bij adviesbureau The Trench. 'De complexiteit is dat je eerst methylfosfonzuurdifluoride moet aanmaken, en dat moet laten reageren met isopropanol-alcohol om sarin te krijgen.' Op 4 april 2017 werd het Syrische stadje Khan Sheikhoun door de overheid bestookt met saringas, een van de meest dodelijke chemische wapens. Volgens toxicoloog Jan Tytgat (KU Leuven) gaat het overlijden ten gevolge van sarin gepaard met een pijnlijke eindstrijd. 'Diarree, urinevloed, vernauwde pupillen, spasmen die je het gevoel geven te stikken, braken, tranenvloed en speekselproductie: het slachtoffer raakt snel verlamd, stikt en overlijdt. De dodelijke dosis van sarin voor volwassenen wordt geschat op minder dan 1 milligram.' Net als alle andere chemische wapens is het gebruik van sarin verboden sinds het Chemische Wapenverdrag van 1993. De OPCW, die toeziet op de naleving van dat verdrag, liet samples uit en rondom de inslagkrater in Khan Sheikhoun onderzoeken. Laboranten stelden vast dat bij de aanmaak van het sarin onder meer isopropanol was gebruikt. Vraag is: waar haalde Syrië die isopropanol? In oktober 2013 trad het land immers toe tot het Chemische Wapenverdrag. 'Daarop moest het zijn voorraden isopropanol vernietigen', zegt Zanders. Volgens het OPCW liquideerde Syrië daarop een stock van 133 ton isopropanol. Zanders: 'Probleem is dat isopropanol een commercieel product is dat in grote hoeveelheden verhandeld wordt.' Frankrijk waarschuwde in een officieel rapport dat het 'sinds 2014 vaststelde dat Syrië pogingen ondernam om tientallen tonnen isopropanol te verwerven'. Persrechter Cassiers van de Antwerpse rechtbank preciseert dat volgens de dagvaarding de 168 ton isopropanol tussen 22 mei 2014 en 29 december 2016 in acht transporten naar Syrië en Libanon is uitgevoerd: drie zendingen van telkens 23,68 ton naar Libanon, de overige zendingen (in totaal 96 ton) naar Syrië. A.A.E. Chemie zelf bevestigt (zie kader) dat het isopropanol in een concentratie van 95% of meer exporteerde naar Syrië, met name naar gekende private handelspartners waar het al twintig jaar handel mee drijft. 'Geen van die bedrijven blijkt op enige verdachte lijst te staan', reageert A.A.E. Chemie. Ook de douane wil niet gezegd hebben dat de geëxporteerde isopropanol mogelijk is gebruikt bij de aanmaak van chemische wapens. Francis Adyns: 'Isopropanol wordt onder andere gebruikt als oplosmiddel in de verf- en vernisindustrie, als ontsmettingsmiddel in de gezondheidszorg en als koelmiddel. De douane beschikt over geen enkele inlichting van ander gebruik dan voor de verfindustrie. De uitvoer vond reeds een decennium lang plaats naar eenzelfde vast klantenbestand.' Persrechter Cassiers van zijn kant benadrukt het vermoeden van onschuld en dat 'de feiten zijn nog niet bewezen zijn verklaard'. Knack kwam het douaneonderzoek op het spoor omdat we begin februari vragen stelden over de export van isopropanol. Het Britse onderzoeksbureau Bellingcat en de Duitse non-profit Syrian Archive hadden immers in de Comtrade- databank van de Verenigde Naties ontdekt dat België na 2013 als enige EU-lidstaat nog isopropanol en/of propanol (beide stoffen vallen onder dezelfde goederencode) naar Syrië had geëxporteerd.