Isopropanol-schandaal: hoe een grondstof voor gifgas door de handen van de Belgische douane glipte

© BelgaImage
Kristof Clerix
Kristof Clerix is redacteur bij Knack

De douane vervolgt drie Vlaamse bedrijven voor de correctionele rechtbank van Antwerpen omdat ze geen passende vergunningen hebben voorgelegd bij de export van chemische producten van België naar Syrië. Een exportvergunning voor isopropanol 95% is verplicht omdat het goedje gebruikt kan worden om zenuwgas te maken.

Op 15 mei start voor de Antwerpse correctionele rechtbank een proces over de export van chemicaliën naar Syrië. ‘De douane dagvaardt drie Vlaamse bedrijven, één gedelegeerd bestuurder en één zaakvoerder’, zegt persrechter Roland Cassiers. ‘Het gaat om A.A.E. Chemie Trading uit Kalmthout, een groothandel in chemische producten voor industrieel gebruik; Anex Customs uit Hoevenen, een zakenkantoor dat administratieve diensten leverde tot het in 2017 failliet ging; en Danmar Logistics, een logistiek bedrijf uit Stabroek.’

Volgens de douane hebben de drie bedrijven de vereiste vergunningen niet voorgelegd bij de uitvoer van grote hoeveelheden chemische stoffen naar Syrië en Libanon. Cassiers: ‘A.A.E. Chemie Trading was telkens de opdrachtgever. De andere firma’s fungeerden als tussenpersoon bij de transporten. In 24 zendingen tussen mei 2014 en december 2016 zijn volgens de dagvaarding 168 ton isopropanol, 219 ton aceton, 77 ton methanol en 21 ton dichloormethaan uitgevoerd.’

Sinds juli 2013 is voor de export van die chemische stoffen naar Syrië een vergunning vereist. EU-lidstaten mogen zo’n vergunning niet afleveren als zij ‘redelijke gronden hebben om aan te nemen’ dat de geëxporteerde goederen ‘zouden kunnen worden gebruikt voor binnenlandse repressie’ of voor de ‘vervaardiging van producten’ die daarvoor kunnen dienen. Lees: dat de chemicaliën gebruikt kunnen worden bij de aanmaak van chemische wapens. Om die reden weigerde de Controle Strategische Goederen van de Vlaamse overheid in oktober 2016 al eens een exportvergunning voor chemicaliën met bestemming Syrië, goed voor een bedrag van 1,9 miljoen euro.

Op 4 april 2017 werd het stadje Khan Sheikhoun bestookt met saringas. Bij de aanmaak van het gas was isopropanol gebruikt

Gevangenisstraf tot 5 jaar

In de dagvaarding staat dat de douane vaststelde dat de vereiste vergunningen niet waren voorgelegd nadat de chemicaliën uitgevoerd waren. Dat roept uiteraard vragen op: had de douane de export niet proactief moeten controleren, gelet op de gevoeligheid van het thema? De exportvergunningen zijn precies door Europa in het leven geroepen om te voorkomen dat Syrië de hand kan leggen op bepaalde chemische stoffen.

Hoe kwam de douane de export op het spoor? ‘De douane maakt altijd risicoanalyses van de uitvoer van bepaalde producten naar bepaalde landen’, zegt Francis Adyns, woordvoerder van de FOD Financiën. ‘De risico’s worden afgewogen aan de hand van de beschikbare informatie en de selecties gebeuren op basis van de gegevens vermeld op de elektronische aangifte. Op grond van die controles zijn door de douane inbreuken vastgesteld op de wet betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen. De vastgestelde feiten maakten het voorwerp uit van een strafrechtelijk douaneonderzoek en de vervolging werd eind maart ingeleid bij de correctionele rechtbank.’

Volgens Adyns werden passende vergunningen, met name een voorafgaande machtiging bij de uitvoer, niet aan de douane voorgelegd. Adyns: ‘De onregelmatige uitvoer van goederen onderworpen aan vergunningen kan worden bestraft met een gevangenisstraf van 4 maanden tot 5 jaar, al is het natuurlijk aan de rechter om de straf te bepalen. En ook de Staatsveiligheid is in kennis gesteld van de vastgestelde inbreuken.’ De Staatsveiligheid is immers bevoegd voor de strijd tegen proliferatie – de verspreiding van massavernietigingswapens.

Op internationale fora spreekt België zich steeds nadrukkelijk uit tegen chemische wapens. In 1917 vond in Ieper de eerste aanval met gifgas (yperiet) plaats. Naar aanleiding van de honderdste verjaardag van die gebeurtenis betreurde minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) ‘dat chemische wapens vandaag nog altijd worden gebruikt, in het bijzonder in Syrië’. En begin maart ontvingen Reynders en zijn collega van Defensie Steven Vandeput (N-VA) in Brussel de algemeen directeur van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), Ahmet Üzümcü. ‘Ontwapening en non-proliferatie zijn traditionele speerpunten van de Belgische diplomatie’, schreef Reynders toen. ‘Ook de strijd tegen straffeloosheid bij het gebruik van chemische wapens staat hoog op de agenda. (…) België veroordeelt het gebruik van chemische wapens door het regime en de rebellengroepen in Syrië. Het zijn oorlogsmisdaden die moeten worden bestraft.’

Ontsmettings- en schoonmaakmiddelen

Een van de vier uitgevoerde chemicaliën springt in het oog: isopropanol. De kleurloze, ontvlambare chemische verbinding komt onder meer voor in ontsmettings- en schoonmaakmiddelen en in farmaceutische toepassingen. Je kunt het goedje op tal van websites met schoonmaakmiddelen en make-up gewoon online bestellen. 6,45 euro voor een liter isopropanol van 99,9%. ‘Dit product wordt als “gevaarlijk” beschouwd in het buitenland’, waarschuwt een Britse website wel. ‘Bel even op voorhand als je het overzees wilt laten leveren.’

Didier Reynders (met Ahmed Üzümcü van het OPCW en Steven Vandeput): 'De strijd tegen straffeloosheid bij het gebruik van chemische wapens staat hoog op de agenda.'
Didier Reynders (met Ahmed Üzümcü van het OPCW en Steven Vandeput): ‘De strijd tegen straffeloosheid bij het gebruik van chemische wapens staat hoog op de agenda.’© Jean-Pol Schrauwen

‘Isopropanol is een belangrijk ingrediënt voor de aanmaak van sarin, een chemische stof die je gebruikt in de finale productiefase’, zegt Jean-Pascal Zanders, expert chemische wapens bij adviesbureau The Trench. ‘De complexiteit is dat je eerst methylfosfonzuurdifluoride moet aanmaken, en dat moet laten reageren met isopropanol-alcohol om sarin te krijgen.’

Op 4 april 2017 werd het Syrische stadje Khan Sheikhoun door de overheid bestookt met saringas, een van de meest dodelijke chemische wapens. Volgens toxicoloog Jan Tytgat (KU Leuven) gaat het overlijden ten gevolge van sarin gepaard met een pijnlijke eindstrijd. ‘Diarree, urinevloed, vernauwde pupillen, spasmen die je het gevoel geven te stikken, braken, tranenvloed en speekselproductie: het slachtoffer raakt snel verlamd, stikt en overlijdt. De dodelijke dosis van sarin voor volwassenen wordt geschat op minder dan 1 milligram.’

Net als alle andere chemische wapens is het gebruik van sarin verboden sinds het Chemische Wapenverdrag van 1993. De OPCW, die toeziet op de naleving van dat verdrag, liet samples uit en rondom de inslagkrater in Khan Sheikhoun onderzoeken. Laboranten stelden vast dat bij de aanmaak van het sarin onder meer isopropanol was gebruikt.

Vraag is: waar haalde Syrië die isopropanol? In oktober 2013 trad het land immers toe tot het Chemische Wapenverdrag. ‘Daarop moest het zijn voorraden isopropanol vernietigen’, zegt Zanders. Volgens het OPCW liquideerde Syrië daarop een stock van 133 ton isopropanol. Zanders: ‘Probleem is dat isopropanol een commercieel product is dat in grote hoeveelheden verhandeld wordt.’ Frankrijk waarschuwde in een officieel rapport dat het ‘sinds 2014 vaststelde dat Syrië pogingen ondernam om tientallen tonnen isopropanol te verwerven’.

Persrechter Cassiers van de Antwerpse rechtbank preciseert dat volgens de dagvaarding de 168 ton isopropanol tussen 22 mei 2014 en 29 december 2016 in acht transporten naar Syrië en Libanon is uitgevoerd: drie zendingen van telkens 23,68 ton naar Libanon, de overige zendingen (in totaal 96 ton) naar Syrië. A.A.E. Chemie zelf bevestigt (zie kader) dat het isopropanol in een concentratie van 95% of meer exporteerde naar Syrië, met name naar gekende private handelspartners waar het al twintig jaar handel mee drijft. ‘Geen van die bedrijven blijkt op enige verdachte lijst te staan’, reageert A.A.E. Chemie.

Ook de douane wil niet gezegd hebben dat de geëxporteerde isopropanol mogelijk is gebruikt bij de aanmaak van chemische wapens. Francis Adyns: ‘Isopropanol wordt onder andere gebruikt als oplosmiddel in de verf- en vernisindustrie, als ontsmettingsmiddel in de gezondheidszorg en als koelmiddel. De douane beschikt over geen enkele inlichting van ander gebruik dan voor de verfindustrie. De uitvoer vond reeds een decennium lang plaats naar eenzelfde vast klantenbestand.’ Persrechter Cassiers van zijn kant benadrukt het vermoeden van onschuld en dat ‘de feiten zijn nog niet bewezen zijn verklaard’.

Knack kwam het douaneonderzoek op het spoor omdat we begin februari vragen stelden over de export van isopropanol. Het Britse onderzoeksbureau Bellingcat en de Duitse non-profit Syrian Archive hadden immers in de Comtrade- databank van de Verenigde Naties ontdekt dat België na 2013 als enige EU-lidstaat nog isopropanol en/of propanol (beide stoffen vallen onder dezelfde goederencode) naar Syrië had geëxporteerd.

REACTIES VAN DE BETROKKEN BEDRDIJVEN


A.A.E. Chemie

‘A.A.E. Chemie Trading is gespecialiseerd in groothandel in chemische producten voor industrieel gebruik, onder meer voor de verwerking in verven, drukinkten en lijmen’, zegt een vertegenwoordiger van het bedrijf. ‘Al meer dan tien jaar verhandelt A.A.E. Chemie Trading chemicaliën – waaronder aceton, isopropanol en methanol – met internationale private handelspartners, waaronder ook partners in het Midden-Oosten, met inbegrip van Syrië. Mij is niet bekend dat een van deze handelspartners op enige wijze betrokken zou zijn bij de lokale regimes.


Betreffende de exporten naar Syrië tussen 2014 en 2016 was ik niet op de hoogte van een vergunningsplicht voor onder andere isopropanol in een concentratie van 95% of meer. Ook mijn douanevertegenwoordiger, die de elektronische exportaangiften verzorgde (Anex Customs en Danmar Logistics, nvdr), was hiervan niet op de hoogte.


A.A.E. Chemie Trading heeft inderdaad isopropanol in een concentratie van 95% of meer naar Syrië uitgevoerd. De bestemmelingen waren bekende private handelspartners waarmee A.A.E. Chemie al twintig jaar handel drijft. Geen van die bedrijven blijkt op enige verdachte lijst te staan. Isopropanol wordt gebruikt in de productie van drukinkten. Voorts heeft het product vele toepassingen in de cosmetica. Een bekende vorm is de toepassing in ruitensproeiers.

Isopropanol-schandaal: hoe een grondstof voor gifgas door de handen van de Belgische douane glipte
© .


Alle tankcontainers van A.A.E. Chemie met bestemming Syrië worden sedert jaren automatisch geselecteerd voor scanning, analyse en documentaire controle door de douane. Pas na grondige fysieke en documentaire controle door de douane worden de tankcontainers vrijgegeven voor export. Daarover hebben wij met de Antwerpse directie van de douane meermaals overlegd, zodat deze perfect van onze exporten op de hoogte was/is. Dit was de standaardprocedure voor A.A.E. Chemie. In dit kader werden ook alle bewuste exporten naar Syrië tussen 2014 en 2016 door de douaneverificateurs steeds op kade geselecteerd voor scanning en/of verificatie, alle vereiste documenten opgevraagd, stalen genomen, en werden alle tankcontainers ten slotte altijd zonder voorbehoud of opmerking vrijgegeven voor export. De douaneverificateurs, die zich baseren op dezelfde douanesoftware als private douanevertegenwoordigers, waren duidelijk ook niet op de hoogte van enige vergunningsplicht voor export naar Syrië van onder andere isopropanol in een concentratie van 95% of meer.


Tijdens een routineonderzoek op 19 januari 2017 door de Nederlandse douane werd ik geïnformeerd dat de Europese Syriëverordening voor exporten van onder andere isopropanol naar Syrië exportvergunningen vereist. Omdat ik wist dat A.A.E. Chemie dergelijke exporten verricht, gaf ik zélf op 20 januari 2017 spontaan al deze exporten en de namen van de kopers door aan de Nederlandse douane, te weten alle afnemers van A.A.E. Chemie in Syrië, én een lijst met producten en hoeveelheden die zijn geleverd. Op basis van die informatie ben ik vervolgens gecontacteerd door de Belgische douane, die zelf van mening was dat ik en A.A.E. Chemie te goeder trouw gehandeld hebben. De douane bood me eind 2017 een minnelijke schikking aan. Eind februari 2018 (nadat Knack de douane had gecontacteerd met vragen over de export van isopropanol naar Syrië, nvdr) werd dit voorstel plots ingetrokken en kondigde men een strafrechtelijke vervolging aan.


Als ik had geweten dat de exporten aan een vergunningsplicht waren onderworpen, had A.A.E. Chemie deze vergunningen vanzelfsprekend aangevraagd alvorens te exporteren. Het onderzoek heeft overigens uitgewezen dat niet een van de bestemmelingen op de lijst van verdachte kopers staat, zodat normalerwijs deze exporten vergund waren geweest.’


Francis Adyns, woordvoerder van de FOD Financiën, bevestigt dat de douane aan A.A.E. Chemie een minnelijke schikking voorstelde. ‘Dat voorstel ging over een eerste, afgesloten luik, van het onderzoek. A.A.E. Chemie ging daar toen niet op in. Toen de douane in het dossier aanvullende onderzoeksdaden stelde, waarbij de betrokkenheid van A.A.E. Chemie opnieuw naar boven kwam, verwees A.A.E. Chemie naar dat voorstel tot minnelijke schikking. Maar aangezien het bedrijf die schikking niet had aanvaard, heeft de douane het bedrijf uiteindelijk toch vervolgd.’


Anex Customs en Danmar Logistics

‘Ik werk al meer dan vijftien jaar voor mijn klant A.A.E. Chemie, lang voor de oorlog in Syrië uitbrak’, zegt een vertegenwoordiger van de administratieve bedrijven Anex Customs en Danmar Logistics. ‘Mijn klant voert al 15 tot 20 jaar chemicaliën uit naar diverse verffabrieken en lederverwerkende fabrieken in Syrië, Libanon, Jordanië… In het hele verhaal ben ik slechts de douaneagent die in opdracht van A.A.E. Chemie de douanedocumenten verzorgt. Die maken we aan met het elektronische systeem PLDA.


Al onze aangiften moeten we naar de centrale computer van de douane in Brussel sturen. Op basis van een risicoanalyse voert de douane vervolgens een selectie uit: ofwel vrijgave van de goederen, ofwel controle van de documenten, ofwel fysieke controle, ofwel scanning. Sinds de oorlog in Syrië staat de risicoanalyse van de douane voor export naar dat land ingesteld op scanning, fysieke controle en controle van de documenten. Alle uitvoeren naar Syrië worden dus door de douane voor de volle 100 procent gescand én gecontroleerd.


Nooit of te nimmer werd er ook maar één export geweigerd. Na de scanning en de controles van de documenten mochten alle containers probleemloos naar Syrië geëxporteerd worden.

Wij waren er niet van op de hoogte dat voor die producten een uitvoervergunning nodig was


Dat gaf aan ons en onze klant het volste vertrouwen dat alles in orde was, en dat er geen belemmeringen waren voor de exporten. Het is dus niet zo dat wij ons verstopt hebben en/of illegale acties hebben ondernomen. Ook in contacten tussen A.A.E. Chemie en hoge douane-officieren wees niemand erop dat er iets fout was. Dat schepte vertrouwen dat al onze aangiftes correct waren.


Wat is er dan fout gegaan? In principe moet elke burger de Belgische en Europese wetten en regelgevingen kennen én toepassen. Maar omdat dat nagenoeg onmogelijk is, werkte de douane een tool uit (TARBEL/TARWEB). Die tool wordt door de industrie, door de douane zelf en door ons als douaneagenten geconsulteerd om alle douanedocumenten op te stellen. Het hallucinante is dat die leidraad niet up to date was. Nergens werd vermeld dat een vergunning nodig was voor de producten waarvoor we vervolgd worden. Dat zo’n website een achterstand heeft van enkele weken kan ik nog begrijpen. Maar het tart elke verbeelding dat men voor de export van chemicaliën naar oorlogsgebied er na twee jaar nog steeds niet in geslaagd is om de wetteksten op te nemen in hun systeem.


Wij waren er dus niet van op de hoogte dat voor die producten een uitvoervergunning nodig was. Met “wij” bedoel ik niet enkel onze firma, maar ook de douaneambtenaren zelf die de controles dienden uit te voeren. Stel dat de douane wel op de hoogte was van de vergunningsplicht, dan is het toch logisch dat er geen enkele container kon worden uitgevoerd.’

Partner Content