Aan lobbyen kleeft een hardnekkig negatief beeld. We associëren lobbyen met Big Oil, Big Pharma, de bankenlobby, of de autolobby. We denken aan schandalen zoals Dieselgate die het nieuws haalden en waarbij naar boven komt dat de politiek jarenlang weinig kritisch stond tegenover bepaalde belangen of zelfs ronduit werd bedrogen. De betrokkenheid van lobbyisten en allerhande belangenorganisaties zien we vaak als een vloek voor de democratische besluitvorming.

Toch heeft politiek-wetenschappelijk onderzoek al meermaals aangetoond dat lobbyen vaak een onterecht negatief imago heeft. Ten eerste , stellen we als onderzoekers vast dat vele belangenorganisaties de belangen van burgers verdedigen, en niet die van economische sectoren. Denk aan organisaties zoals de Vrouwenraad, TestAankoop of de vakbonden. Vaak zorgen zij ervoor dat de stem van het brede publiek wordt versterkt. Ze spreken vanuit een grotere achterban, een breed collectief en op die manier kunnen ze druk uitoefenen op beleidsmakers.

Is lobbyen een vloek of een zegen voor democratische besluitvorming?

Ten tweede is het niet zo dat de degene met het meeste geld automatisch het meest invloedrijk zijn. Hier heeft onderzoek aangetoond dat op verschillende dossiers vaak een veelheid aan belangenorganisaties actief zijn en zien we dat ook burgergroepen belangrijke successen kunnen boeken. De kanttekening die we hierbij moeten maken is dat burgergroepen veelal aan het langste eind trekken als beleidskwesties veel media-aandacht krijgen, er veel organisaties lobbyen en politiek conflict hoog oploopt. De maatschappelijke reflex van politici wordt bij uitstek onder deze omstandigheden aangesproken en politici zullen gevoeliger zijn voor de voorkeuren van het bredere publiek. Dit is minder het geval wanneer het politieke debat grotendeels buiten de publieke schijnwerpers wordt gevoerd . Onder deze omstandigheden hebben bedrijfslobbyisten veel meer kansen om het beleid naar hun hand te zetten.

Ten derde, heeft recent Europees onderzoek aangetoond dat in tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, de standpunten van organisaties die bedrijfsbelangen vertegenwoordigen gemiddeld genomen in lijn zijn met bijna 50% van de publieke opinie en ook kunnen fungeren als een doorgeefluik voor burgervoorkeuren naar politici. Hoewel deze organisaties dus een veel beperktere economische achterban vertegenwoordigen dan vakbonden of ngo's, is hun lobbywerk dus niet noodzakelijk een vloek voor de democratische besluitvorming.

Lobbyen heeft dus zeker wel zijn plaats in een democratisch politiek systeem. Het is voor politici en ambtenaren dan ook essentieel om te kunnen overleggen met organisaties die de verschillende standpunten die leven in de maatschappij vertegenwoordigen. Hierdoor kan er beter beleid tot stand komen want politici en ambtenaren zelf hebben ook niet alle kennis, expertise en ervaring in handen.

Transparantie en lobbyregulering

Toch moeten we als burgers en beleidsmakers waakzaam blijven voor het verstorende effect van lobbyen. Helaas vraagt dit vaak een aanzienlijke inspanning. Vandaag hebben we nog steeds een beperkt zicht op wie er allemaal lobbywerk verricht in ons land en is er een nog altijd sprake van een behoorlijke vertekening in de toegang tot beleidsprocessen ten voordele van de traditionele belangenorganisaties zoals werkgevers en vakbonden . Dit ondanks herhaaldelijke oproepen tot het verschaffen van meer transparantie en de creatie van een meer gelijk speelveld tussen de verschillende belangen die worden gehoord.

De meest opvallende maatregel om hieraan tegemoet te komen is ongetwijfeld het in 2018 ingevoerde lobbyregister door de Kamer van Volksvertegenwoordigers waaraan ook een beknopte gedragscode werd gekoppeld. In dit register moet elke organisatie en lobbyist die de Kamer wil betreden zich verplicht inschrijven. Toch zien we dat slechts een fractie van de lobbyisten en belangengroepen actief in België hier gebruik van maken. 154 organisaties en bedrijven registreerden zich tot op heden. Dit op een totaal van meer dan 1600 belangengroepen die we identificeerden in het kader van een grootschalige oefening om het Belgische lobbylandschap in kaart te brengen . Bij de start van de Corona-crisis zien we ook dat deze registraties aanzienlijk afnemen, hoewel het lobbyen zeker doorging.

Evelien Willems
© Evelien Willems

Momenteel zijn er dan ook nog veel mogelijkheden om te lobbyen zonder te registeren. Iedere organisatie kan perfect buiten de Kamer om werken. Bedrijven en de sociale partners ontsnappen aan de registratieverplichting. De verplichting geldt ook niet voor contacten die lobbyisten aangaan met regeringsleden en hun kabinetten of de ambtenaren in departementen en agentschappen. Toch zijn het net die kabinetten en administraties die hét lobbytarget bij uitstek vormen. Bovendien weten we niet met wie lobbyisten een afspraak hebben en waarover er dan wordt gesproken. Eenzelfde verplichting bestaat zelfs geheel niet op Vlaams niveau.

Het kan dus beter! De registratie van belangengroepen en lobbyisten zou verplicht moeten zijn op alle overheidsniveaus, de rapportage uitgebreider, en moeten gelden voor zowel parlement, kabinetten als administraties en agentschappen. En naar voorbeeld van de praktijken bij de Europese instellingen, zouden politici en ambtenaren een logboek kunnen bijhouden van de lobbyisten en organisaties waarmee ze spreken en wat de onderwerpen zijn die aan bod komen.

Hoewel er de afgelopen jaren door de politiek al een aantal voorzichtige stappen werden gezet, is er nog werk aan de winkel om tot een betere lobbyregulering te komen in ons land. Een lobbyregister is ook geen wondermiddel om tot meer eerlijke en transparante lobbypraktijken te komen. Denk bijvoorbeeld aan het gedrag van enkele rotte appels in de lobbysector, de draaideur tussen de politiek en de privésector, of de ongelijke toegang van lobbyisten en belangengroepen tot het beleidsvormingsproces ten nadele van financieel minder gegoede organisaties en minderheidsbelangen. Voor deze problemen zijn weer andere maatregelen nodig.

Hoog tijd voor actie dus. Het vertrouwen van de burger in de politiek kan er immers enkel op vooruitgaan wanneer we duidelijk zicht krijgen op welke belangen het beleid beïnvloeden.

Evelien Willems is onderzoeker aan de UAntwerpen. Het doel van haar doctoraat is om te verklaren in hoeverre belangenorganisaties de beleidsvoorkeuren van het publiek vertegenwoordigen.

Aan lobbyen kleeft een hardnekkig negatief beeld. We associëren lobbyen met Big Oil, Big Pharma, de bankenlobby, of de autolobby. We denken aan schandalen zoals Dieselgate die het nieuws haalden en waarbij naar boven komt dat de politiek jarenlang weinig kritisch stond tegenover bepaalde belangen of zelfs ronduit werd bedrogen. De betrokkenheid van lobbyisten en allerhande belangenorganisaties zien we vaak als een vloek voor de democratische besluitvorming. Toch heeft politiek-wetenschappelijk onderzoek al meermaals aangetoond dat lobbyen vaak een onterecht negatief imago heeft. Ten eerste , stellen we als onderzoekers vast dat vele belangenorganisaties de belangen van burgers verdedigen, en niet die van economische sectoren. Denk aan organisaties zoals de Vrouwenraad, TestAankoop of de vakbonden. Vaak zorgen zij ervoor dat de stem van het brede publiek wordt versterkt. Ze spreken vanuit een grotere achterban, een breed collectief en op die manier kunnen ze druk uitoefenen op beleidsmakers.Ten tweede is het niet zo dat de degene met het meeste geld automatisch het meest invloedrijk zijn. Hier heeft onderzoek aangetoond dat op verschillende dossiers vaak een veelheid aan belangenorganisaties actief zijn en zien we dat ook burgergroepen belangrijke successen kunnen boeken. De kanttekening die we hierbij moeten maken is dat burgergroepen veelal aan het langste eind trekken als beleidskwesties veel media-aandacht krijgen, er veel organisaties lobbyen en politiek conflict hoog oploopt. De maatschappelijke reflex van politici wordt bij uitstek onder deze omstandigheden aangesproken en politici zullen gevoeliger zijn voor de voorkeuren van het bredere publiek. Dit is minder het geval wanneer het politieke debat grotendeels buiten de publieke schijnwerpers wordt gevoerd . Onder deze omstandigheden hebben bedrijfslobbyisten veel meer kansen om het beleid naar hun hand te zetten. Ten derde, heeft recent Europees onderzoek aangetoond dat in tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, de standpunten van organisaties die bedrijfsbelangen vertegenwoordigen gemiddeld genomen in lijn zijn met bijna 50% van de publieke opinie en ook kunnen fungeren als een doorgeefluik voor burgervoorkeuren naar politici. Hoewel deze organisaties dus een veel beperktere economische achterban vertegenwoordigen dan vakbonden of ngo's, is hun lobbywerk dus niet noodzakelijk een vloek voor de democratische besluitvorming. Lobbyen heeft dus zeker wel zijn plaats in een democratisch politiek systeem. Het is voor politici en ambtenaren dan ook essentieel om te kunnen overleggen met organisaties die de verschillende standpunten die leven in de maatschappij vertegenwoordigen. Hierdoor kan er beter beleid tot stand komen want politici en ambtenaren zelf hebben ook niet alle kennis, expertise en ervaring in handen.Transparantie en lobbyreguleringToch moeten we als burgers en beleidsmakers waakzaam blijven voor het verstorende effect van lobbyen. Helaas vraagt dit vaak een aanzienlijke inspanning. Vandaag hebben we nog steeds een beperkt zicht op wie er allemaal lobbywerk verricht in ons land en is er een nog altijd sprake van een behoorlijke vertekening in de toegang tot beleidsprocessen ten voordele van de traditionele belangenorganisaties zoals werkgevers en vakbonden . Dit ondanks herhaaldelijke oproepen tot het verschaffen van meer transparantie en de creatie van een meer gelijk speelveld tussen de verschillende belangen die worden gehoord.De meest opvallende maatregel om hieraan tegemoet te komen is ongetwijfeld het in 2018 ingevoerde lobbyregister door de Kamer van Volksvertegenwoordigers waaraan ook een beknopte gedragscode werd gekoppeld. In dit register moet elke organisatie en lobbyist die de Kamer wil betreden zich verplicht inschrijven. Toch zien we dat slechts een fractie van de lobbyisten en belangengroepen actief in België hier gebruik van maken. 154 organisaties en bedrijven registreerden zich tot op heden. Dit op een totaal van meer dan 1600 belangengroepen die we identificeerden in het kader van een grootschalige oefening om het Belgische lobbylandschap in kaart te brengen . Bij de start van de Corona-crisis zien we ook dat deze registraties aanzienlijk afnemen, hoewel het lobbyen zeker doorging. Momenteel zijn er dan ook nog veel mogelijkheden om te lobbyen zonder te registeren. Iedere organisatie kan perfect buiten de Kamer om werken. Bedrijven en de sociale partners ontsnappen aan de registratieverplichting. De verplichting geldt ook niet voor contacten die lobbyisten aangaan met regeringsleden en hun kabinetten of de ambtenaren in departementen en agentschappen. Toch zijn het net die kabinetten en administraties die hét lobbytarget bij uitstek vormen. Bovendien weten we niet met wie lobbyisten een afspraak hebben en waarover er dan wordt gesproken. Eenzelfde verplichting bestaat zelfs geheel niet op Vlaams niveau. Het kan dus beter! De registratie van belangengroepen en lobbyisten zou verplicht moeten zijn op alle overheidsniveaus, de rapportage uitgebreider, en moeten gelden voor zowel parlement, kabinetten als administraties en agentschappen. En naar voorbeeld van de praktijken bij de Europese instellingen, zouden politici en ambtenaren een logboek kunnen bijhouden van de lobbyisten en organisaties waarmee ze spreken en wat de onderwerpen zijn die aan bod komen. Hoewel er de afgelopen jaren door de politiek al een aantal voorzichtige stappen werden gezet, is er nog werk aan de winkel om tot een betere lobbyregulering te komen in ons land. Een lobbyregister is ook geen wondermiddel om tot meer eerlijke en transparante lobbypraktijken te komen. Denk bijvoorbeeld aan het gedrag van enkele rotte appels in de lobbysector, de draaideur tussen de politiek en de privésector, of de ongelijke toegang van lobbyisten en belangengroepen tot het beleidsvormingsproces ten nadele van financieel minder gegoede organisaties en minderheidsbelangen. Voor deze problemen zijn weer andere maatregelen nodig.Hoog tijd voor actie dus. Het vertrouwen van de burger in de politiek kan er immers enkel op vooruitgaan wanneer we duidelijk zicht krijgen op welke belangen het beleid beïnvloeden. Evelien Willems is onderzoeker aan de UAntwerpen. Het doel van haar doctoraat is om te verklaren in hoeverre belangenorganisaties de beleidsvoorkeuren van het publiek vertegenwoordigen.