Het feit dat een deel van de bevolking de coronamaatregelen opzettelijk tart en velen er de kantjes van afrijden, toont de kwetsbaarheid van onze democratie. In een democratie moet niet alleen de overheid te vertrouwen zijn maar ook de burger. De democratie is immers gebouwd op een stilzwijgend contract van vertrouwen tussen burgers en staat.

Nog een paar keer La Boum in Ter Kamerenbos en een volgelopen Flageyplein, nog enkele keren dichte drommen op de Gentse Graslei en in publieke parken, nog vaker voor de pret de tafeltjes op de terrassen tegen elkaar aanschuiven en in privétuinen familiaal uit de bol gaan... en we hollen regelrecht naar een nieuwe coronagolf annex overvolle intensive care units en sterfhuizen.

Dan is het gedaan met de versoepelingen en dus ook met de economische relance. Wanneer het opstandige volksdeel ook die nieuwe lockdown compleet zou negeren, wat niet ondenkbaar is gezien de woede bij sommigen en de coronamoeheid bij velen, ligt de hele samenleving voor eeuwig aan het infuus. Maar dan ligt ook de democratie op intensieve.

In een democratie moet ook de burger te vertrouwen zijn.

Dat we de overheid moeten kunnen vertrouwen, vinden we vanzelfsprekend. Daarom zijn we terecht boos als onze politici onduidelijke richtlijnen uitvaardigen, niet doen wat ze beloven, het geweer al te vaak van schouder veranderen, aan zelfbediening en nepotisme doen...

De media slaan alarm wanneer de overheid het vertrouwen van het volk beschaamt. Ook wanneer burgers de coronamaatregelen aan hun laars lappen, registreren en belichten de media dat uitvoerig. Ze staan er evenwel onvoldoende bij stil dat in een democratie niet alleen de overheid te vertrouwen moet zijn maar ook in grote mate het volk. Als een groot deel van onze landgenoten zich onttrekt aan de regelgeving, is dat zelfs een grotere bedreiging voor de democratie.

Als de burger vaststelt dat de politieke bestuurders van land, regio of gemeente niet te vertrouwen zijn, kan hij nog altijd in het stemhokje andere bestuurders kiezen. Als daarentegen de overheid constateert dat een niet onbelangrijk deel van de bevolking voorschriften van volksgezondheid flagrant en opzettelijk negeert, kan ze geen ander volk kiezen. De verantwoordelijkheid van de burger is dus doorslaggevend om de democratie draaiende te houden.

De democratie steunt op een stilzwijgende overeenkomst tussen overheid en burgers, het zogenaamd sociaal contract. Opdat onze persoonlijke vrijheid verzekerd zou zijn en ons aller algemeen belang gediend, hebben wij belangrijke bevoegdheden waar we niet zelf kunnen voor instaan, overgedragen aan de staat: rechtspraak, politie, veiligheid, infrastructuur, volksgezondheid enz. Om dat contract dat zorgt voor een goed evenwicht van vrijheid en welzijn, in stand te houden is wederzijds vertrouwen nodig.

Dat vandaag een niet onbelangrijk deel van de bevolking het vertrouwen dat de staat van zijn burgers hoopt te krijgen, niet inlost, heeft uiteraard te maken met het tanende vertrouwen van de bevolking in de overheid.

Dat is deels te verklaren door de strapatsen van politici, maar er is meer aan de hand. Ook de fraudeobsessie van bepaalde overheidsdienstenheeft het foert-gevoel van veel mensen versterkt. Mensen met sociale vragen of in financiële nood die een beroep willen doen op de overheid, krijgen door de vele controles bij hun aanvraag het gevoel dat ze veeleer worden verdacht dan geholpen.

Dramatischer nog is dat het neoliberalisme de voorbije decennia de staat verdacht heeft gemaakt. De staat moest zo klein mogelijk worden, de overheidsdiensten afgebouwd en hun taken overdragen aan de markt.

Guy Verhofstadt bestond het zelfs om in een van zijn Burgermanifesten te stellen dat elke burger individueel en apart een contract afsluit met de staat en dan ook uit de staat kan stappen. Vandaag, zoveel jaren later, doen die duizenden die de coronamaatregelen negeren, wat Verhofstadt voorstelde: ze stappen uit de staat. En de staat is machteloos.

Wij sluiten niet individueel een contract af met de staat. Dat doen we gezamenlijk door aan onze vrijheid ook burgerzin te koppelen. Vrijheid heeft in een democratie een meervoudige betekenis. Naast de individuele vrijheid, de bescherming tegenover de overheid, hebben we als burgers ook een gezamenlijke vrijheid, het zelfbestuur door middel van de overheid.

Alleen als we die beide in evenwicht houden, kunnen we waarlijk vrij zijn: vrij om onszelf te zijn en vrij in een veilige samenleving. Geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid.

Mark van de Voorde is onafhankelijk publicist.

Het feit dat een deel van de bevolking de coronamaatregelen opzettelijk tart en velen er de kantjes van afrijden, toont de kwetsbaarheid van onze democratie. In een democratie moet niet alleen de overheid te vertrouwen zijn maar ook de burger. De democratie is immers gebouwd op een stilzwijgend contract van vertrouwen tussen burgers en staat. Nog een paar keer La Boum in Ter Kamerenbos en een volgelopen Flageyplein, nog enkele keren dichte drommen op de Gentse Graslei en in publieke parken, nog vaker voor de pret de tafeltjes op de terrassen tegen elkaar aanschuiven en in privétuinen familiaal uit de bol gaan... en we hollen regelrecht naar een nieuwe coronagolf annex overvolle intensive care units en sterfhuizen. Dan is het gedaan met de versoepelingen en dus ook met de economische relance. Wanneer het opstandige volksdeel ook die nieuwe lockdown compleet zou negeren, wat niet ondenkbaar is gezien de woede bij sommigen en de coronamoeheid bij velen, ligt de hele samenleving voor eeuwig aan het infuus. Maar dan ligt ook de democratie op intensieve.Dat we de overheid moeten kunnen vertrouwen, vinden we vanzelfsprekend. Daarom zijn we terecht boos als onze politici onduidelijke richtlijnen uitvaardigen, niet doen wat ze beloven, het geweer al te vaak van schouder veranderen, aan zelfbediening en nepotisme doen... De media slaan alarm wanneer de overheid het vertrouwen van het volk beschaamt. Ook wanneer burgers de coronamaatregelen aan hun laars lappen, registreren en belichten de media dat uitvoerig. Ze staan er evenwel onvoldoende bij stil dat in een democratie niet alleen de overheid te vertrouwen moet zijn maar ook in grote mate het volk. Als een groot deel van onze landgenoten zich onttrekt aan de regelgeving, is dat zelfs een grotere bedreiging voor de democratie.Als de burger vaststelt dat de politieke bestuurders van land, regio of gemeente niet te vertrouwen zijn, kan hij nog altijd in het stemhokje andere bestuurders kiezen. Als daarentegen de overheid constateert dat een niet onbelangrijk deel van de bevolking voorschriften van volksgezondheid flagrant en opzettelijk negeert, kan ze geen ander volk kiezen. De verantwoordelijkheid van de burger is dus doorslaggevend om de democratie draaiende te houden.De democratie steunt op een stilzwijgende overeenkomst tussen overheid en burgers, het zogenaamd sociaal contract. Opdat onze persoonlijke vrijheid verzekerd zou zijn en ons aller algemeen belang gediend, hebben wij belangrijke bevoegdheden waar we niet zelf kunnen voor instaan, overgedragen aan de staat: rechtspraak, politie, veiligheid, infrastructuur, volksgezondheid enz. Om dat contract dat zorgt voor een goed evenwicht van vrijheid en welzijn, in stand te houden is wederzijds vertrouwen nodig.Dat vandaag een niet onbelangrijk deel van de bevolking het vertrouwen dat de staat van zijn burgers hoopt te krijgen, niet inlost, heeft uiteraard te maken met het tanende vertrouwen van de bevolking in de overheid. Dat is deels te verklaren door de strapatsen van politici, maar er is meer aan de hand. Ook de fraudeobsessie van bepaalde overheidsdienstenheeft het foert-gevoel van veel mensen versterkt. Mensen met sociale vragen of in financiële nood die een beroep willen doen op de overheid, krijgen door de vele controles bij hun aanvraag het gevoel dat ze veeleer worden verdacht dan geholpen.Dramatischer nog is dat het neoliberalisme de voorbije decennia de staat verdacht heeft gemaakt. De staat moest zo klein mogelijk worden, de overheidsdiensten afgebouwd en hun taken overdragen aan de markt. Guy Verhofstadt bestond het zelfs om in een van zijn Burgermanifesten te stellen dat elke burger individueel en apart een contract afsluit met de staat en dan ook uit de staat kan stappen. Vandaag, zoveel jaren later, doen die duizenden die de coronamaatregelen negeren, wat Verhofstadt voorstelde: ze stappen uit de staat. En de staat is machteloos.Wij sluiten niet individueel een contract af met de staat. Dat doen we gezamenlijk door aan onze vrijheid ook burgerzin te koppelen. Vrijheid heeft in een democratie een meervoudige betekenis. Naast de individuele vrijheid, de bescherming tegenover de overheid, hebben we als burgers ook een gezamenlijke vrijheid, het zelfbestuur door middel van de overheid.Alleen als we die beide in evenwicht houden, kunnen we waarlijk vrij zijn: vrij om onszelf te zijn en vrij in een veilige samenleving. Geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid. Mark van de Voorde is onafhankelijk publicist.