In 2019 rezen er 25 nieuwe windmolens op uit de Vlaamse klei. Het opwekken van windenergie wint aan belang want windenergie heeft veel voordelen. Het is een kostenefficiënte energiebron en het is goed voor ons milieu. Daarnaast is windenergie ook onuitputtelijk want één ding is zeker: in Vlaanderen zal er altijd wind zijn.

Maar lang niet iedereen vindt de ijzeren molens, die onder de noemer van milieuvriendelijk beleid uit de grond schieten, ook daadwerkelijk een meerwaarde. Windturbines laten immers duidelijke sporen na op de omgeving, ze maken lawaai en geven schaduw op het ritme van een trage lichtschakelaar. Dat vormt een probleem want we zijn allemaal op onze rust gesteld. Dat het geen sinecure is om in het dichtbevolkte Vlaanderen windturbines op te richten, verwondert ondertussen niemand meer. Wie toch een windturbineplan opvat, stuit dan ook vaak op een aanzienlijke portie lokaal protest.

Hoge molens vangen veel wind: laat gemeenten mee beslissen.

Specifieke afstandsregels voor windturbines bestaan er in Vlaanderen niet. Het zou dan ook een hachelijke onderneming zijn om zo'n regels vast te leggen. In ons ruimtelijk versnipperd Vlaanderen blijft er de facto immers niet veel potentieel meer over voor nieuwe windturbines als men afstanden tot pakweg de eerste bewoning zou gaan vastleggen. Dus liggen de kaarten goed voor al wie windturbines wil oprichten. Het kan nagenoeg overal. Aanvragen voor de bouw van een of meerdere windturbines volgen dan ook in ijltempo. Maar meestal lopen die plannen niet uit op een succesverhaal. Toch zeker niet zonder tegenwind.

Zo ook in het landelijke Malle, een dorp in de Noorderkempen met fraaie vergezichten en een kleinschalig industrieterrein vlakbij een residentiële woonwijk. Een dorp waar rust en bedrijvigheid samengaan. En ooit verzeild geraakt op een kaart met potentiële inplantingszones voor windturbines, het resultaat van de queeste naar het Vlaamse windeldorado. Dat het om een zeer versnipperde kaart gaat is een merkwaardige paradox. We hebben immers de mond vol van het ruimtelijk verbrokkeld Vlaanderen. Tal van geïsoleerde woningen of ver weg van de grote verkeersaders ontstane industrieterreinen zijn er een voorbeeld van. Het liefst van al zouden we dit ruimtelijk plaatje herschikken.

Paradoxaal genoeg vormt deze versnippering juist de troef voor mogelijke windturbinelocaties. Laat dat allesbehalve het uitgangspunt zijn. Wel de juiste windmolen op de juiste plaats. Niet omdat het landschap toch al om zeep is. Hoogspanningsmasten staan er toch al, klinkt het bij bepaalde voorstanders. De stempel op het landschap is al gedrukt. Enkele windturbines kunnen er nog wel bij.

Wat men er niet bij vertelt is dat die turbines minstens vier keer zo hoog zijn en met hun bewegende wieken veel meer aanwezig zijn. De mastodonten van 200 meter hoog zijn van kilometers ver zichtbaar. Zelfs 's nachts herinneren ze met de rode knipperlichten aan hun aanwezigheid.

Gemeenten staan erbij en kijken ernaar

Het staat buiten kijf dat windturbines een compleet nieuw landschapsbeeld creëren. De ruimtelijke impact is enorm. Wie via de E17 vanuit Antwerpen richting Gent rijdt, zal grif toegeven dat de verticale structuren het landschap markeren. De identiteit van het gebied verandert drastisch met deze verschijningen. En gemeenten liggen daar wakker van. In hun ruimtelijk beleid zoeken ze in projecten een evenwicht met de schaal en de opbouw van het landschap met bijzondere aandacht voor de bewoonde vergunde gebouwen in de omgeving.

Maar als het gaat over zulke ingrijpende veranderingen hebben ze geen enkele beslissingsmacht. Gemeenten staan erbij en kijken ernaar. Voor onshore windturbineparken van enige omvang geven doorgaans de hogere overheden groen of rood licht. Gemeenten mogen juist een advies schrijven. Een niet-bindend advies welteverstaan. En zo krijgen ze de windturbineprojecten voorgeschoteld als te nemen of te laten. Meer dan de scherpe kantjes kunnen ze er niet van afvijlen. Het zal niemand verbazen dat zowel de gemeenten als hun inwoners vaak ontgoocheld achterblijven.

In zo'n context maak je het jezelf niet eenvoudig. Dat is overigens niet alleen in Vlaanderen zo. Enkele maanden geleden werd in Frankrijk nog een wetswijziging aangenomen om initiatiefnemers ten minste toch al te verplichten - op straffe van nietigheid - de lokale overheden te informeren. Nederland - het land van de authentieke poldermolens - experimenteert dan weer met prototypes van windturbines met verticale as om een antwoord te bieden op het gebrek aan draagvlak. Deze alternatieve types zijn minder imposant en bevatten geen roterende delen. Zo'n alternatieven zijn hier ook nodig. Draagvlak moet je bouwen en dat begint bij voorkeur lang voordat de wieken voor het eerst draaien.

De Vlaming is principieel niet tegen windturbines, maar de huidige procedure speelt in het nadeel van al wie initiatief wil nemen. Door het gebrek aan overleg vanaf het prilste stadium, keren mensen zich tegen windturbines want ze krijgen ze gewoon door hun strot geduwd. In zo'n verhaal is iedereen verliezer. Om de toenemende onvrede over windturbineprojecten in te dammen, schrijft de Vlaamse Regering in haar regeerakkoord dat ze de bevoegdheid ervan bij de lokale besturen wil leggen. Volgens velen is dat een vergiftigd geschenk. Windenergie zou geen toekomst meer hebben als gemeenten het laatste woord krijgen, zo luidt het.

Maar de Denen hebben daar een andere ervaring mee. In Denemarken ligt de beslissingsmacht voor windturbines wel degelijk bij de gemeenten en dat heeft alleszins niet geleid tot minder windturbines want zij mochten zich in 2019 nog een kampioen van windenergie noemen. De Denen leveren zo het bewijs dat lokale betrokkenheid en windenergie niet per se elkaars tegenpolen hoeven te zijn. Dus als we de windturbines op de juiste plaats willen krijgen, geven we daar best ook de juiste overheid de beslissende stem in.

In 2019 rezen er 25 nieuwe windmolens op uit de Vlaamse klei. Het opwekken van windenergie wint aan belang want windenergie heeft veel voordelen. Het is een kostenefficiënte energiebron en het is goed voor ons milieu. Daarnaast is windenergie ook onuitputtelijk want één ding is zeker: in Vlaanderen zal er altijd wind zijn. Maar lang niet iedereen vindt de ijzeren molens, die onder de noemer van milieuvriendelijk beleid uit de grond schieten, ook daadwerkelijk een meerwaarde. Windturbines laten immers duidelijke sporen na op de omgeving, ze maken lawaai en geven schaduw op het ritme van een trage lichtschakelaar. Dat vormt een probleem want we zijn allemaal op onze rust gesteld. Dat het geen sinecure is om in het dichtbevolkte Vlaanderen windturbines op te richten, verwondert ondertussen niemand meer. Wie toch een windturbineplan opvat, stuit dan ook vaak op een aanzienlijke portie lokaal protest. Specifieke afstandsregels voor windturbines bestaan er in Vlaanderen niet. Het zou dan ook een hachelijke onderneming zijn om zo'n regels vast te leggen. In ons ruimtelijk versnipperd Vlaanderen blijft er de facto immers niet veel potentieel meer over voor nieuwe windturbines als men afstanden tot pakweg de eerste bewoning zou gaan vastleggen. Dus liggen de kaarten goed voor al wie windturbines wil oprichten. Het kan nagenoeg overal. Aanvragen voor de bouw van een of meerdere windturbines volgen dan ook in ijltempo. Maar meestal lopen die plannen niet uit op een succesverhaal. Toch zeker niet zonder tegenwind. Zo ook in het landelijke Malle, een dorp in de Noorderkempen met fraaie vergezichten en een kleinschalig industrieterrein vlakbij een residentiële woonwijk. Een dorp waar rust en bedrijvigheid samengaan. En ooit verzeild geraakt op een kaart met potentiële inplantingszones voor windturbines, het resultaat van de queeste naar het Vlaamse windeldorado. Dat het om een zeer versnipperde kaart gaat is een merkwaardige paradox. We hebben immers de mond vol van het ruimtelijk verbrokkeld Vlaanderen. Tal van geïsoleerde woningen of ver weg van de grote verkeersaders ontstane industrieterreinen zijn er een voorbeeld van. Het liefst van al zouden we dit ruimtelijk plaatje herschikken. Paradoxaal genoeg vormt deze versnippering juist de troef voor mogelijke windturbinelocaties. Laat dat allesbehalve het uitgangspunt zijn. Wel de juiste windmolen op de juiste plaats. Niet omdat het landschap toch al om zeep is. Hoogspanningsmasten staan er toch al, klinkt het bij bepaalde voorstanders. De stempel op het landschap is al gedrukt. Enkele windturbines kunnen er nog wel bij. Wat men er niet bij vertelt is dat die turbines minstens vier keer zo hoog zijn en met hun bewegende wieken veel meer aanwezig zijn. De mastodonten van 200 meter hoog zijn van kilometers ver zichtbaar. Zelfs 's nachts herinneren ze met de rode knipperlichten aan hun aanwezigheid.Gemeenten staan erbij en kijken ernaarHet staat buiten kijf dat windturbines een compleet nieuw landschapsbeeld creëren. De ruimtelijke impact is enorm. Wie via de E17 vanuit Antwerpen richting Gent rijdt, zal grif toegeven dat de verticale structuren het landschap markeren. De identiteit van het gebied verandert drastisch met deze verschijningen. En gemeenten liggen daar wakker van. In hun ruimtelijk beleid zoeken ze in projecten een evenwicht met de schaal en de opbouw van het landschap met bijzondere aandacht voor de bewoonde vergunde gebouwen in de omgeving. Maar als het gaat over zulke ingrijpende veranderingen hebben ze geen enkele beslissingsmacht. Gemeenten staan erbij en kijken ernaar. Voor onshore windturbineparken van enige omvang geven doorgaans de hogere overheden groen of rood licht. Gemeenten mogen juist een advies schrijven. Een niet-bindend advies welteverstaan. En zo krijgen ze de windturbineprojecten voorgeschoteld als te nemen of te laten. Meer dan de scherpe kantjes kunnen ze er niet van afvijlen. Het zal niemand verbazen dat zowel de gemeenten als hun inwoners vaak ontgoocheld achterblijven. In zo'n context maak je het jezelf niet eenvoudig. Dat is overigens niet alleen in Vlaanderen zo. Enkele maanden geleden werd in Frankrijk nog een wetswijziging aangenomen om initiatiefnemers ten minste toch al te verplichten - op straffe van nietigheid - de lokale overheden te informeren. Nederland - het land van de authentieke poldermolens - experimenteert dan weer met prototypes van windturbines met verticale as om een antwoord te bieden op het gebrek aan draagvlak. Deze alternatieve types zijn minder imposant en bevatten geen roterende delen. Zo'n alternatieven zijn hier ook nodig. Draagvlak moet je bouwen en dat begint bij voorkeur lang voordat de wieken voor het eerst draaien. De Vlaming is principieel niet tegen windturbines, maar de huidige procedure speelt in het nadeel van al wie initiatief wil nemen. Door het gebrek aan overleg vanaf het prilste stadium, keren mensen zich tegen windturbines want ze krijgen ze gewoon door hun strot geduwd. In zo'n verhaal is iedereen verliezer. Om de toenemende onvrede over windturbineprojecten in te dammen, schrijft de Vlaamse Regering in haar regeerakkoord dat ze de bevoegdheid ervan bij de lokale besturen wil leggen. Volgens velen is dat een vergiftigd geschenk. Windenergie zou geen toekomst meer hebben als gemeenten het laatste woord krijgen, zo luidt het. Maar de Denen hebben daar een andere ervaring mee. In Denemarken ligt de beslissingsmacht voor windturbines wel degelijk bij de gemeenten en dat heeft alleszins niet geleid tot minder windturbines want zij mochten zich in 2019 nog een kampioen van windenergie noemen. De Denen leveren zo het bewijs dat lokale betrokkenheid en windenergie niet per se elkaars tegenpolen hoeven te zijn. Dus als we de windturbines op de juiste plaats willen krijgen, geven we daar best ook de juiste overheid de beslissende stem in.