Begin dit jaar bedroeg de inflatie slechts 0,26 procent, in oktober was dat al 4,86 procent en voor deze maand wordt zelfs op 5 procent gerekend. Dat wil zeggen dat het leven in vergelijking met november 2020 5 procent duurder is geworden. Nog anders geformuleerd: u moet 5 procent meer betalen voor dezelfde gevulde winkelkar in vergelijking met een jaar geleden. Het is jaren geleden dat de inflatie zó sterk opliep. Het hoe en waarom doen we deze week uit de doeken in Knack.

Die inflatie heeft ook grote gevolgen voor uw spaargeld. Een eenvoudig rekensommetje maakt dat duidelijk. Stel: u hebt 10.000 euro op uw spaarboekje staan. U krijgt op dat spaarboekje een rente van 0,11 procent. Dat de rente zo laag staat, is het gevolg van de politiek van de Europese Centrale Bank (ECB), die net als andere centrale banken na het uitbreken van de financiële crisis besliste om de rente naar bijna 0 procent te brengen om erger onheil te voorkomen en de economie weer tot leven te brengen. Banken zouden vandaag zelfs veel liever nog minder rente geven dan die 0,11 procent, maar kunnen dat niet, want in België is 0,11 procent is het wettelijke minimum.

Die 10.000 euro levert u met 0,11 procent rente na één jaar 11 euro extra op. Na één jaar hebt u dus 10.011 euro op uw spaarboekje staan. Alleen: dat is niet helemaal waar. Want gedurende dat jaar is het leven duurder geworden, er was inflatie. Stel dat de inflatie, zoals begin dit jaar, 0,26 procent bedroeg, dan nam de waarde van uw spaargeld met 0,26 procent af. Verrekend met de rente betekent dat de waarde 0,15 procent (0,26 procent inflatie min 0,11 procent rente) afnam. Met andere woorden, er mag dan wel 10.011 euro op uw spaarboekje staan, maar eigenlijk is die als gevolg van de inflatie nog maar 9985 euro waard.

Stel dat de inflatie 5 procent is, dan is de waardevermindering natuurlijk veel groter, want dan vermindert de waarde met 4,89 procent (5 procent inflatie min 0,11 procent). Dus die 10.011 euro is dan in werkelijkheid slechts 9511 euro waard.

Banken zouden vandaag zelfs veel liever nog minder rente geven dan die 0,11 procent, maar kunnen dat niet, want in België is 0,11 procent is het wettelijke minimum.

Voor heel het jaar 2021 rekent het Planbureau in België op een inflatie van 2,3 procent. Dan wordt de rekensom als volgt: de waarde van uw spaargeld neemt af met 2,19 procent (2,3 procent inflatie min 0,11 procent), dus heeft u eigenlijk 9781 euro, in plaats van die 10.011 euro die op uw spaarboekje prijkt.

Economen spreken in dit verband over de geldillusie: u denkt dat u dankzij de rente rijker bent geworden, maar als de inflatie hoger ligt, gaat u er in werkelijkheid op achteruit. Want door de inflatie verdampt uw spaargeld haast ongemerkt. We hebben het ooit samen met Michaël Van Droogenbroeck uitgerekend voor het boek Investeren in de tweede helft van je leven: in de periode 2003-2020 lag de inflatie meestal hoger dan de rente. Als u eind 2002 10.000 euro op uw spaarboekje had staan, dan was die in 2020, ondanks de ontvangen rente, nog slechts 8500 euro waard.

'Geldillusie' is dus lang niet alleen iets van vandaag. Maar als de inflatie stijgt, zoals nu het geval is, verdampt het spaargeld vlugger. En dan wordt de vraag algauw gesteld: wat zijn de alternatieven? Hoe bescherm ik mijn spaargeld het best tegen inflatie, die geniepige vijand.

Goud en grondstoffen

Traditioneel wordt goud naar voren geschoven als een goede belegging in tijden van inflatie. Goud kan niet roesten, niet verdwijnen, het overleeft al eeuwen alles en iedereen. En de voorraad goud is beperkt. Maar goud speelt geen rol meer in het betalingsverkeer en wordt in tegenstelling tot andere metalen ook nauwelijks gebruikt in de industrie. Goud wordt hoogstens gebruikt om een valse tand of juwelen mee te maken. De waarde van goud is dan ook vooral emotioneel. 'Goud is zoveel waard als de zot ervoor wil betalen', heet het. En in onzekere tijden, wanneer de inflatie sterk toeneemt, is dat blijkbaar veel.

Op lange termijn gezien was goud meestal een goede investering tegen inflatie. Het klassieke verhaaltje gaat zo. Honderd jaar geleden kon u met één ounce (28,3 gram) goud een kostuum laten maken. En vandaag kunt u dat nog steeds, ook al is de prijs van het maatpak in een eeuw exponentieel gestegen. De prijs van het goud is immers ook gestegen, van 20 dollar een eeuw geleden naar 1500 dollar begin 2020.

Honderd jaar geleden kon u met één ounce (28,3 gram) goud een kostuum laten maken. En vandaag kunt u dat nog steeds.

U kunt in goud investeren door gouden munten zoals de krugerrand of goudstaven aan te schaffen. Maar ondertussen noteert de goudprijs al meer dan 1800 dollar. Met andere woorden: de goudprijs is al fel gestegen, het beste instapmoment ligt misschien al achter de rug. En let op, we hebben in het verleden gezien dat de goudprijs ook plots flink kan zakken, en dat u decennia moet wachten voordat u het verlies goed kunt maken. In goud beleggen is dus niet zonder risico.

U zou ook kunnen beleggen in grondstoffen zoals zilver, palladium, platina, aluminium, koper, zink, kobalt, olie enzoverder. Want de vraag naar grondstoffen is groot, de prijs van de grondstoffen stijgt, dus dat zou een goede investering zijn in tijden van inflatie. Alleen zijn die prijzen ook al fel gestegen, en bovendien ligt het voor een gewone belegger niet voor de hand om rechtstreeks in zulke grondstoffen te beleggen.

Cryptomunten

Heel sterk in trek, zeker bij het jonge volkje, zijn cryptomunten zoals bitcoins. Ze hebben veel gemeen met goud: er is maar een beperkte voorraad, ze spelen geen rol in het betalingsverkeer, ze worden nergens voor gebruikt. Terwijl goud nog wordt gebruikt in juwelen, is zoiets voor cryptomunten niet eens het geval. Hun waarde is nergens op gebaseerd. De koers is dan ook een rollercoaster: hoge pieken, diepe dalen.

Geld stoppen in cryptomunten heeft niets te maken met beleggen, maar alles met gokken.

Daarom heeft geld stoppen in cryptomunten niets te maken met beleggen, maar alles met gokken. Dat wil niet zeggen dat u er niet veel geld mee kunt verdienen (dat kunt u in het casino ook), maar u kunt er ook al uw geld mee kwijtspelen. Zolang er steeds meer mensen zijn die geloven in cryptomunten, zal het verhaaltje blijven duren. Maar volgens de meeste economen is het een zeepbel. En vroeg of laat barst die. U bent gewaarschuwd.

Vastgoed

Over het algemeen wordt vastgoed gezien als een goede investering in tijden van inflatie. Maar ook hier is er een belangrijke kanttekening: de vastgoedprijzen zijn de voorbije decennia sterk gestegen in ons land. Volgens de Nationale Bank zijn de vastgoedprijzen zo'n 15 procent overgewaardeerd.

Die stijging heeft heel veel te maken met de lage rente: het spaarboekje was al langer voor veel mensen niet echt interessant, ze stopten hun geld liever in bakstenen. Bovendien waren hypothecaire leningen door de lage rente uiterst goedkoop, wat ook de vraag naar en dus de kostprijs van vastgoed opdreef. En zoals bekend heeft de Belg een baksteen in de maag: we willen o zo graag een eigen stek.

Of vastgoed vandaag nog een goede belegging is, ter wille van het rendement, is zeer de vraag. Vastgoed verhuren is niet altijd zo lucratief als het er op het eerste gezicht uitziet. U kunt het rendement zelf berekenen door de jaarlijkse huuropbrengsten te delen door de aankoopprijs. Maar voorzichtig, dan hebt u het brutorendement. Er zijn ook heel wat kosten die het rendement drukken. Denk aan roerende voorheffing, verzekeringen, algemene kosten voor het onderhoud - en zal het pand wel constant verhuurd zijn?

Als u alle kosten van vastgoedverhuur in rekening brengt, komt u aan een nettorendement van 2,3 procent. Evenveel als de inflatie.

Vaak wordt gezegd dat het verhuren van een huis of appartement 4 procent of meer rendement per jaar oplevert. Dat is dus meer dan de huidige inflatie op jaarbasis. Maar samen met Van Droogenbroeck hebben wij het uitgerekend: als u alle kosten in rekening brengt, komt u aan een nettorendement van 2,3 procent. Dat is toevallig net de inflatie waar het Planbureau op rekent voor dit jaar. Zo schitterend is dat dus ook weer niet.

Er is nog een andere mogelijkheid om in vastgoed te beleggen, namelijk in papieren bakstenen. Op de beurs noteren heel wat vastgoedvennootschappen. Dat zijn bedrijven die vastgoed verhuren, vaak in een bepaalde tak van het vastgoed. Zo is Befimmo gespecialiseerd in commerciële handelspanden, terwijl Care Property zorgvastgoed heeft, Home Invest residentieel vastgoed, Xior studentenkamers enzoverder. U kunt van die vastgoedbedrijven aandelen kopen op de beurs. Dan hebt u alvast niet de kopzorgen van een huisbaas.

Los van de mogelijke prijsstijgingen van de aandelen van deze vastgoedvennootschappen keren ze meestal ook een mooi dividend uit, een deel van de winst. Gemiddeld gaat het om een nettodividendrendement van 3 procent. Dat is dus veel meer dan het spaarboekje en ook (gemiddeld) meer dan de inflatie.

Maar maak wel goed uw huiswerk. Informeer u goed over verleden, heden en toekomst van de vastgoedvennootschap voor u er eventueel aandelen van zou kopen. En weet dat aandelen, ook van vastgoedvennootschappen, altijd kunnen dalen, dus het is niet zonder risico.

Aandelen

En zo zijn we bij aandelen aanbeland. Kort door de bocht kun je stellen dat aandelen goed bestand zijn tegen inflatie, omdat de bedrijfswinsten mee stijgen met de inflatie. En als de winst stijgt, zal het dividend, de winst die aan de aandeelhouder wordt uitgekeerd, allicht ook mee stijgen.

Daar horen wel belangrijke bedenkingen bij. Heel belangrijk is natuurlijk de aankoopprijs. Is de koers al erg hoog, dan is het niet altijd vanzelfsprekend om nog veel winst te boeken. En - u raadt het al - de koersen van aandelen staan al vrij hoog. Net om dezelfde reden waarom vastgoed nu zeer duur is: mensen zoeken al jaren een alternatief voor de lage opbrengsten op een spaarboekje en kochten daarom aandelen, zodat die prijzen stegen. Bovendien geldt hier ook nog eens net hetzelfde als voor vastgoedaandelen: aandelen kunnen (fel) zakken, het is dus zeker niet zonder risico.

Het komt er dus op aan om goed uw huiswerk te maken. Van welke bedrijven, uit welke sectoren, uit welke regio's wilt u aandelen kopen? Ongetwijfeld zullen financiële instellingen u fondsen aanraden, een korf met meerdere aandelen, soms nog aangevuld met obligaties, vastgoed en grondstoffen. Dat lijkt aantrekkelijk want zo is uw investering in één klap gespreid en dus het risico wat beperkter. Maar let op: de bank rekent u daarvoor allerlei kosten aan, en ook die knabbelen aan het rendement. Dus voor u in een fonds stapt, moet u nagaan wat de totale kosten zijn.

Let op: de bank rekent allerlei kosten aan, en ook die knabbelen aan het rendement.

Er is een andere mogelijkheid om gespreid te beleggen: u koopt aandelen van een of meerdere holdings. Een holding produceert niets, ze heeft alleen maar aandelen van andere ondernemingen in portefeuille. Meestal zijn holdings gelinkt aan gefortuneerde families.

Zo kunt u op de beurs bijvoorbeeld aandelen kopen van de holding GBL, verbonden aan de familie Frère. In GBL zitten onder andere aandelen van sportmerk Adidas, luierfabrikant Ontex, materialentechnoligiegroep Umicore, drank- en wijnproducent Pernod-Ricard... U merkt het: een zeer gediversifieerde groep van bedrijven. Bij GBL zijn er specialisten aan het werk die niets anders doen dan bedrijven in het oog houden, om er de juiste investeringsopportuniteiten uit te pikken voor de familie Frère. En u kunt dus meesurfen op hun kennis en ervaring als u aandelen koopt van GBL. Andere bekende holdings zijn Ackermans & Van Haaren, Compagnie du Bois Sauvage en Sofina. Op hun websites leest u waarin ze allemaal investeren.

Er is nog een andere mogelijkheid om gediversifieerd te beleggen: trackers kopen. Een tracker volgt bijvoorbeeld een beursindex of sector als zijn schaduw, en de kosten liggen vele lager dan bij fondsen. Maar ook hier geldt: informeer u goed, want ook de koers van een tracker kan dalen.

Slotsom

Het is niet eenvoudig om uw spaargeld te beschermen tegen inflatie. Met een spaarboekje maakt u gegarandeerd verlies, maar het voordeel is dat u weet hoeveel verlies dat zal zijn: de inflatie min de rente. Het grote voordeel van het spaarboekje is dat u onmiddellijk aan uw spaargeld kunt. En het is ook beschermd tot 100.000 euro per bank en per persoon tegen een mogelijk faillissement van uw bank.

Met alle alternatieven voor het spaarboekje loopt u meer risico. U moet er rekening mee houden dat uw verlies hoog kan oplopen. Zeker als u geld stopt in cryptomunten, maar ook als u investeert in goud, grondstoffen, vastgoed of aandelen. Bovendien kunt u niet zo vlug aan uw geld. Het is niet altijd evident om bijvoorbeeld een pand snel tegen een goede prijs te verkopen. En als de koersen van uw aandelen zijn gezakt en u heeft uw geld dringend nodig, zal de verkoop zuur smaken.

Daarom moet u zich in deze tijden extra goed informeren, meer dan ooit uw huiswerk maken en er ook rekening mee houden dat u met uw alternatieve belegging nog meer kun kwijtspelen dan met een spaarboekje dat gebukt gaat onder inflatie. Maar u kunt natuurlijk ook meer rendement halen. Want er bestaat geen risicoloze strategie om uw spaargeld te behoeden tegen inflatie, die geniepige vijand van uw zuur verdiende centjes.

Begin dit jaar bedroeg de inflatie slechts 0,26 procent, in oktober was dat al 4,86 procent en voor deze maand wordt zelfs op 5 procent gerekend. Dat wil zeggen dat het leven in vergelijking met november 2020 5 procent duurder is geworden. Nog anders geformuleerd: u moet 5 procent meer betalen voor dezelfde gevulde winkelkar in vergelijking met een jaar geleden. Het is jaren geleden dat de inflatie zó sterk opliep. Het hoe en waarom doen we deze week uit de doeken in Knack.Die inflatie heeft ook grote gevolgen voor uw spaargeld. Een eenvoudig rekensommetje maakt dat duidelijk. Stel: u hebt 10.000 euro op uw spaarboekje staan. U krijgt op dat spaarboekje een rente van 0,11 procent. Dat de rente zo laag staat, is het gevolg van de politiek van de Europese Centrale Bank (ECB), die net als andere centrale banken na het uitbreken van de financiële crisis besliste om de rente naar bijna 0 procent te brengen om erger onheil te voorkomen en de economie weer tot leven te brengen. Banken zouden vandaag zelfs veel liever nog minder rente geven dan die 0,11 procent, maar kunnen dat niet, want in België is 0,11 procent is het wettelijke minimum.Die 10.000 euro levert u met 0,11 procent rente na één jaar 11 euro extra op. Na één jaar hebt u dus 10.011 euro op uw spaarboekje staan. Alleen: dat is niet helemaal waar. Want gedurende dat jaar is het leven duurder geworden, er was inflatie. Stel dat de inflatie, zoals begin dit jaar, 0,26 procent bedroeg, dan nam de waarde van uw spaargeld met 0,26 procent af. Verrekend met de rente betekent dat de waarde 0,15 procent (0,26 procent inflatie min 0,11 procent rente) afnam. Met andere woorden, er mag dan wel 10.011 euro op uw spaarboekje staan, maar eigenlijk is die als gevolg van de inflatie nog maar 9985 euro waard.Stel dat de inflatie 5 procent is, dan is de waardevermindering natuurlijk veel groter, want dan vermindert de waarde met 4,89 procent (5 procent inflatie min 0,11 procent). Dus die 10.011 euro is dan in werkelijkheid slechts 9511 euro waard.Voor heel het jaar 2021 rekent het Planbureau in België op een inflatie van 2,3 procent. Dan wordt de rekensom als volgt: de waarde van uw spaargeld neemt af met 2,19 procent (2,3 procent inflatie min 0,11 procent), dus heeft u eigenlijk 9781 euro, in plaats van die 10.011 euro die op uw spaarboekje prijkt.Economen spreken in dit verband over de geldillusie: u denkt dat u dankzij de rente rijker bent geworden, maar als de inflatie hoger ligt, gaat u er in werkelijkheid op achteruit. Want door de inflatie verdampt uw spaargeld haast ongemerkt. We hebben het ooit samen met Michaël Van Droogenbroeck uitgerekend voor het boek Investeren in de tweede helft van je leven: in de periode 2003-2020 lag de inflatie meestal hoger dan de rente. Als u eind 2002 10.000 euro op uw spaarboekje had staan, dan was die in 2020, ondanks de ontvangen rente, nog slechts 8500 euro waard.'Geldillusie' is dus lang niet alleen iets van vandaag. Maar als de inflatie stijgt, zoals nu het geval is, verdampt het spaargeld vlugger. En dan wordt de vraag algauw gesteld: wat zijn de alternatieven? Hoe bescherm ik mijn spaargeld het best tegen inflatie, die geniepige vijand.Traditioneel wordt goud naar voren geschoven als een goede belegging in tijden van inflatie. Goud kan niet roesten, niet verdwijnen, het overleeft al eeuwen alles en iedereen. En de voorraad goud is beperkt. Maar goud speelt geen rol meer in het betalingsverkeer en wordt in tegenstelling tot andere metalen ook nauwelijks gebruikt in de industrie. Goud wordt hoogstens gebruikt om een valse tand of juwelen mee te maken. De waarde van goud is dan ook vooral emotioneel. 'Goud is zoveel waard als de zot ervoor wil betalen', heet het. En in onzekere tijden, wanneer de inflatie sterk toeneemt, is dat blijkbaar veel.Op lange termijn gezien was goud meestal een goede investering tegen inflatie. Het klassieke verhaaltje gaat zo. Honderd jaar geleden kon u met één ounce (28,3 gram) goud een kostuum laten maken. En vandaag kunt u dat nog steeds, ook al is de prijs van het maatpak in een eeuw exponentieel gestegen. De prijs van het goud is immers ook gestegen, van 20 dollar een eeuw geleden naar 1500 dollar begin 2020.U kunt in goud investeren door gouden munten zoals de krugerrand of goudstaven aan te schaffen. Maar ondertussen noteert de goudprijs al meer dan 1800 dollar. Met andere woorden: de goudprijs is al fel gestegen, het beste instapmoment ligt misschien al achter de rug. En let op, we hebben in het verleden gezien dat de goudprijs ook plots flink kan zakken, en dat u decennia moet wachten voordat u het verlies goed kunt maken. In goud beleggen is dus niet zonder risico.U zou ook kunnen beleggen in grondstoffen zoals zilver, palladium, platina, aluminium, koper, zink, kobalt, olie enzoverder. Want de vraag naar grondstoffen is groot, de prijs van de grondstoffen stijgt, dus dat zou een goede investering zijn in tijden van inflatie. Alleen zijn die prijzen ook al fel gestegen, en bovendien ligt het voor een gewone belegger niet voor de hand om rechtstreeks in zulke grondstoffen te beleggen.Heel sterk in trek, zeker bij het jonge volkje, zijn cryptomunten zoals bitcoins. Ze hebben veel gemeen met goud: er is maar een beperkte voorraad, ze spelen geen rol in het betalingsverkeer, ze worden nergens voor gebruikt. Terwijl goud nog wordt gebruikt in juwelen, is zoiets voor cryptomunten niet eens het geval. Hun waarde is nergens op gebaseerd. De koers is dan ook een rollercoaster: hoge pieken, diepe dalen.Daarom heeft geld stoppen in cryptomunten niets te maken met beleggen, maar alles met gokken. Dat wil niet zeggen dat u er niet veel geld mee kunt verdienen (dat kunt u in het casino ook), maar u kunt er ook al uw geld mee kwijtspelen. Zolang er steeds meer mensen zijn die geloven in cryptomunten, zal het verhaaltje blijven duren. Maar volgens de meeste economen is het een zeepbel. En vroeg of laat barst die. U bent gewaarschuwd.Over het algemeen wordt vastgoed gezien als een goede investering in tijden van inflatie. Maar ook hier is er een belangrijke kanttekening: de vastgoedprijzen zijn de voorbije decennia sterk gestegen in ons land. Volgens de Nationale Bank zijn de vastgoedprijzen zo'n 15 procent overgewaardeerd.Die stijging heeft heel veel te maken met de lage rente: het spaarboekje was al langer voor veel mensen niet echt interessant, ze stopten hun geld liever in bakstenen. Bovendien waren hypothecaire leningen door de lage rente uiterst goedkoop, wat ook de vraag naar en dus de kostprijs van vastgoed opdreef. En zoals bekend heeft de Belg een baksteen in de maag: we willen o zo graag een eigen stek.Of vastgoed vandaag nog een goede belegging is, ter wille van het rendement, is zeer de vraag. Vastgoed verhuren is niet altijd zo lucratief als het er op het eerste gezicht uitziet. U kunt het rendement zelf berekenen door de jaarlijkse huuropbrengsten te delen door de aankoopprijs. Maar voorzichtig, dan hebt u het brutorendement. Er zijn ook heel wat kosten die het rendement drukken. Denk aan roerende voorheffing, verzekeringen, algemene kosten voor het onderhoud - en zal het pand wel constant verhuurd zijn?Vaak wordt gezegd dat het verhuren van een huis of appartement 4 procent of meer rendement per jaar oplevert. Dat is dus meer dan de huidige inflatie op jaarbasis. Maar samen met Van Droogenbroeck hebben wij het uitgerekend: als u alle kosten in rekening brengt, komt u aan een nettorendement van 2,3 procent. Dat is toevallig net de inflatie waar het Planbureau op rekent voor dit jaar. Zo schitterend is dat dus ook weer niet.Er is nog een andere mogelijkheid om in vastgoed te beleggen, namelijk in papieren bakstenen. Op de beurs noteren heel wat vastgoedvennootschappen. Dat zijn bedrijven die vastgoed verhuren, vaak in een bepaalde tak van het vastgoed. Zo is Befimmo gespecialiseerd in commerciële handelspanden, terwijl Care Property zorgvastgoed heeft, Home Invest residentieel vastgoed, Xior studentenkamers enzoverder. U kunt van die vastgoedbedrijven aandelen kopen op de beurs. Dan hebt u alvast niet de kopzorgen van een huisbaas.Los van de mogelijke prijsstijgingen van de aandelen van deze vastgoedvennootschappen keren ze meestal ook een mooi dividend uit, een deel van de winst. Gemiddeld gaat het om een nettodividendrendement van 3 procent. Dat is dus veel meer dan het spaarboekje en ook (gemiddeld) meer dan de inflatie.Maar maak wel goed uw huiswerk. Informeer u goed over verleden, heden en toekomst van de vastgoedvennootschap voor u er eventueel aandelen van zou kopen. En weet dat aandelen, ook van vastgoedvennootschappen, altijd kunnen dalen, dus het is niet zonder risico.En zo zijn we bij aandelen aanbeland. Kort door de bocht kun je stellen dat aandelen goed bestand zijn tegen inflatie, omdat de bedrijfswinsten mee stijgen met de inflatie. En als de winst stijgt, zal het dividend, de winst die aan de aandeelhouder wordt uitgekeerd, allicht ook mee stijgen. Daar horen wel belangrijke bedenkingen bij. Heel belangrijk is natuurlijk de aankoopprijs. Is de koers al erg hoog, dan is het niet altijd vanzelfsprekend om nog veel winst te boeken. En - u raadt het al - de koersen van aandelen staan al vrij hoog. Net om dezelfde reden waarom vastgoed nu zeer duur is: mensen zoeken al jaren een alternatief voor de lage opbrengsten op een spaarboekje en kochten daarom aandelen, zodat die prijzen stegen. Bovendien geldt hier ook nog eens net hetzelfde als voor vastgoedaandelen: aandelen kunnen (fel) zakken, het is dus zeker niet zonder risico.Het komt er dus op aan om goed uw huiswerk te maken. Van welke bedrijven, uit welke sectoren, uit welke regio's wilt u aandelen kopen? Ongetwijfeld zullen financiële instellingen u fondsen aanraden, een korf met meerdere aandelen, soms nog aangevuld met obligaties, vastgoed en grondstoffen. Dat lijkt aantrekkelijk want zo is uw investering in één klap gespreid en dus het risico wat beperkter. Maar let op: de bank rekent u daarvoor allerlei kosten aan, en ook die knabbelen aan het rendement. Dus voor u in een fonds stapt, moet u nagaan wat de totale kosten zijn.Er is een andere mogelijkheid om gespreid te beleggen: u koopt aandelen van een of meerdere holdings. Een holding produceert niets, ze heeft alleen maar aandelen van andere ondernemingen in portefeuille. Meestal zijn holdings gelinkt aan gefortuneerde families.Zo kunt u op de beurs bijvoorbeeld aandelen kopen van de holding GBL, verbonden aan de familie Frère. In GBL zitten onder andere aandelen van sportmerk Adidas, luierfabrikant Ontex, materialentechnoligiegroep Umicore, drank- en wijnproducent Pernod-Ricard... U merkt het: een zeer gediversifieerde groep van bedrijven. Bij GBL zijn er specialisten aan het werk die niets anders doen dan bedrijven in het oog houden, om er de juiste investeringsopportuniteiten uit te pikken voor de familie Frère. En u kunt dus meesurfen op hun kennis en ervaring als u aandelen koopt van GBL. Andere bekende holdings zijn Ackermans & Van Haaren, Compagnie du Bois Sauvage en Sofina. Op hun websites leest u waarin ze allemaal investeren.Er is nog een andere mogelijkheid om gediversifieerd te beleggen: trackers kopen. Een tracker volgt bijvoorbeeld een beursindex of sector als zijn schaduw, en de kosten liggen vele lager dan bij fondsen. Maar ook hier geldt: informeer u goed, want ook de koers van een tracker kan dalen.Het is niet eenvoudig om uw spaargeld te beschermen tegen inflatie. Met een spaarboekje maakt u gegarandeerd verlies, maar het voordeel is dat u weet hoeveel verlies dat zal zijn: de inflatie min de rente. Het grote voordeel van het spaarboekje is dat u onmiddellijk aan uw spaargeld kunt. En het is ook beschermd tot 100.000 euro per bank en per persoon tegen een mogelijk faillissement van uw bank.Met alle alternatieven voor het spaarboekje loopt u meer risico. U moet er rekening mee houden dat uw verlies hoog kan oplopen. Zeker als u geld stopt in cryptomunten, maar ook als u investeert in goud, grondstoffen, vastgoed of aandelen. Bovendien kunt u niet zo vlug aan uw geld. Het is niet altijd evident om bijvoorbeeld een pand snel tegen een goede prijs te verkopen. En als de koersen van uw aandelen zijn gezakt en u heeft uw geld dringend nodig, zal de verkoop zuur smaken.Daarom moet u zich in deze tijden extra goed informeren, meer dan ooit uw huiswerk maken en er ook rekening mee houden dat u met uw alternatieve belegging nog meer kun kwijtspelen dan met een spaarboekje dat gebukt gaat onder inflatie. Maar u kunt natuurlijk ook meer rendement halen. Want er bestaat geen risicoloze strategie om uw spaargeld te behoeden tegen inflatie, die geniepige vijand van uw zuur verdiende centjes.