Iedere week zoekt Knack naar misleidende informatie op het internet.
...

Hoe vaak hebt u het al zien gebeuren, tijdens online discussies over een maatschappelijk thema, dat iemand zijn punt probeert te bewijzen door je te verwijzen naar 'een wetenschappelijk artikel'? Sinds de coronacrisis nog vaker dan anders. Dat valt op zich aan te moedigen, maar het probleem is: niet alle 'wetenschappelijke' artikels zijn even kwalitatief. Sommige zijn ronduit slecht, onzinnig of zelfs gewoon frauduleus, maar worden niettemin gebruikt om argumenten te ondersteunen. Drie fenomenen verergeren het probleem: preprintservers, neppe 'rooftijdschriften' en twijfelachtig onderzoek dat toch door de controlemechanismen van legitieme tijdschriften glipt. Hoe maak je als niet-wetenschapper het onderscheid tussen oprecht interessante wetenschappelijke bijdragen en bad science? Wetenschappelijke publicaties worden vaak gerecupereerd op sociale media wanneer ze over prangende actuele thema's gaan: behandelingen voor covid-19, het nut van lockdowns, mondmaskers en andere maatregelen, of de werkzaamheid en bijwerkingen van coronavaccins. Er bestaat een enorme dorst naar wetenschappelijke informatie. Dat is best normaal: het gaat om kwesties met een brede maatschappelijke impact waarbij zowel beleidsmakers als hun critici zich graag scharen achter 'de wetenschap'. Maar die gretigheid botst met de inherente aard van wetenschap: een traag proces, gebouwd op voortschrijdend inzicht. Wetenschappers die hun onderzoeks- resultaten willen publiceren, sturen ze doorgaans op naar een academisch tijdschrift. Dat tijdschrift overweegt vervolgens de publicatie op basis van peerreview, een grondige evaluatie van het onderzoek door een wetenschapper uit hetzelfde vakgebied - een 'peer'. Maar niet elk tijdschrift is even prestigieus. Ze worden gerangschikt volgens hun impactfactor en andere ingewikkelde ratingmechanismes. Bovendien wordt niet elk artikel opgestuurd naar een tijdschrift. Op 'preprintservers' zoals medRxiv en bioRxiv kunnen onderzoekers resultaten die nog nergens gepubliceerd of gepeerreviewd zijn toch meteen delen met hun collega's. De voordelen zijn duidelijk, zeker in een pandemie: veelzeggende of cruciale onderzoeksresultaten kunnen meteen een impact hebben. Maar nadelen zijn er ook. De toevloed aan laagkwalitatieve papers was zó groot dat preprintservers al vroeg in de pandemie hun criteria voor opname moesten verstrengen. Vaak doorstaan artikels op preprintservers in een later stadium nooit de peerreview, of worden de conclusies ervan niet bevestigd door opvolgend onderzoek. Het is dus gevaarlijk om de resultaten ervan meteen te veel gewicht te geven. Daarbij komt nog dat niet elke publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift een echte onderzoekspaper is. Er staan ook opiniestukken, commentaren en zelfs lezersbrieven in. Een lezersbrief heeft natuurlijk maar een beperkte wetenschappelijke waarde, zelfs als hij afgedrukt werd in The Lancet of een andere prestigieus tijdschrift. Het gebeurt ook geregeld dat slechte of frauduleuze artikels door alle controlemechanismes glippen. Deze zomer gebeurde het met twee papers van de Duitse coronasceptische psycholoog Harald Walach. Eén artikel concludeerde, op basis van CO2-metingen, dat mondmaskers schadelijk zouden zijn voor kinderen. Het werd gepubliceerd in een hoog aangeschreven pediatrisch tijdschrift, volop geciteerd door tegenstanders van mondmaskers op sociale media, maar weer ingetrokken nadat de metingen onzin bleken te zijn. In een ander artikel richtte Walach zich tegen coronavaccinaties op basis van meldingen van bijwerkingen in een Nederlandse databank. Het artikel werd aanvankelijk gepubliceerd in het tijdschrift Vaccines, maar werd ingetrokken na een storm van kritiek op de methodologie. Daarnaast bestaan er ook tijdschriften die ondanks hun wetenschappelijk klinkende namen helemaal géén peerreview uitvoeren. Ze publiceren alles wat hen opgestuurd wordt, weliswaar tegen een forse vergoeding, te betalen door de auteur. De sirenenzang van zulke predatory journals of 'rooftijdschriften' klinkt soms luid voor wetenschappers, die constant onder druk staan om vaak en veel te publiceren. Wat uiteindelijk in zo'n rooftijdschrift verschijnt, is niet noodzakelijk onzin, maar er is dus geen kwaliteitscontrole op gebeurd. Als niet-wetenschappelijke deelnemer aan het coronadebat is het vaak moeilijk in te schatten of een publicatie uit een gerenommeerd vaktijdschrift of uit zo'n rooftijdschrift komt. Het British Journal of Biomedical Science is bijvoorbeeld een toptijdschrift uit de sector, het American Journal of Biomedical Science & Research is dan weer oplichterij. Ter illustratie: in dat laatste tijdschrift publiceerde onderzoeker Matan Shelomi in maart 2020 een artikel over een corona-uitbraak in 'Cyllage City' die te wijten was aan de consumptie van 'Zubat'. Een grap, want het gaat om verwijzingen naar de Japanse animeserie Pokémon, waarin 'Zubat' een vleermuisachtig wezentje is. Toch werd het artikel vier dagen na insturen al aanvaard en gepubliceerd. Met zijn stunt wilde Shelomi aanklagen hoe eenvoudig het is om neppe onderzoeksresultaten in een ogenschijnlijk 'wetenschappelijk' tijdschrift te smokkelen. Verschillende coronaclaims die de voorbije twee jaar uitgebreid besproken werden op sociale media of zelfs in de pers aan bod kwamen, waren afkomstig uit zulke rooftijdschriften, werden later teruggetrokken door de uitgever, of bleken preprints die later alleen in afgezwakte vorm of zelfs helemaal nooit werden aanvaard voor publicatie. De blog Retraction Watch houdt sinds begin 2020 een lijst bij van coronagerelateerde artikels die wegens wetenschappelijke fouten werden ingetrokken. Het zijn er ondertussen al meer dan 180. De intrekking volgt soms pas weken of maanden na publicatie, maar de schade is aangericht omdat de (foutieve) conclusies meteen opduiken als munitie in online coronadebatten. De hele problematiek treft ook wetenschapsredacteuren en factcheckers. Zodra een paper met een opvallende claim over, pakweg, coronavaccins migreert naar sociale media en daar viraal gaat, krijgen zij van lezers vaak de vraag 'of het klopt wat in die studie staat' of - nog vaker - 'waarom deze baanbrekende studie nog niet in Knack staat'. Maar journalisten zijn zelden experts in de virologie of vaccinologie en vallen noodgedwongen terug op het oordeel van experts - en die zijn het ook lang niet altijd met elkaar eens. Als niet-wetenschapper kun je wetenschappelijke artikels zelden correct naar waarde schatten. Het kan een beetje helpen om de status van het artikel te achterhalen: is het een onderzoekspaper of een opiniestuk, is het gepubliceerd in een rooftijdschrift, of staat het enkel op een preprintserver? Maar zelfs die indicaties helpen niet altijd om de daadwerkelijke inhoud te beoordelen. Dus hoe lovenswaardig het ook is om 'je eigen onderzoek' te doen, het is vooral nog beter om je eigen beperkingen te kennen.