De (s)preekstoel van Knack.be

‘Hoe het komt dat onze feestdagen van jaar tot jaar anders zijn op een niet-joodse kalender’

De (s)preekstoel van Knack.be Knack.be maakt ruimte voor religie en levensbeschouwing

Rabbijn Aaron Malinsky legt in deze bijdrage aan ‘De (s)preekstoel van Knack.be uit hoe de joodse kalender in elkaar zit, en hoe die tot stand kwam. ‘Het Joodse jaar heeft niet dezelfde lengte als een zonnejaar op de burgerlijke kalender zoals gebruikt door de westerse wereld.’

Abraham probeert iets van de aard van God te begrijpen en vraagt: God, hoe lang is een miljoen jaar voor U?

God antwoordt: een miljoen jaar is als een minuut.

Abraham: een een miljoen euro, hoeveel is dat voor U?

God: als een eurocent.

Dan vraagt Abraham: God, zou U mij een eurocent kunnen geven?

God antwoordt: over een minuut…

Alles is relatief in de tijd, en ik kan het als jood weten want een geloofsgenoot heeft het ons allen gezegd. E=Mc², zoals u weet.

Als eerste van een reeks informatieve artikels over het jodendom had ik het dus graag gehad over de joodse kalender.

‘Hoe het komt dat onze feestdagen van jaar tot jaar anders zijn op een niet-joodse kalender’

Een tijd terug vroeg een man in de synagoge mij wanneer Pessach (het joodse Paasfeest, nvdr.) dit jaar precies viel. Ik had mijn joods kalenderboekje niet bij de hand en dus hoorde ik het in Jeruzalem donderen, waarop ik geniepig glimlachte en antwoordde, “dezelfde datum als altijd: 15 Nissan.”

Deze humoristische opmerking maakt een belangrijk punt: de datum van de Joodse feestdagen verandert niet van jaar tot jaar. Feestdagen worden gevierd op dezelfde dag van de Joodse kalender, en dat al ruim twintig eeuwen, maar het Joodse jaar heeft niet dezelfde lengte als een zonnejaar op de burgerlijke kalender zoals gebruikt door de westerse wereld, zodat er steeds verschuivingen zijn m.b.t. de datum op de niet-joodse kalender.

Achtergrond en geschiedenis, en een beetje astronomische wetenschappen

Heel lang geleden concludeerden de makers van de Gregoriaanse kalender dat er een fout geslopen was in hun berekening. De schrikkeldag van de 29ste februari duurt geen 24 uur, er is een speling van een paar seconden en soms zelfs minuten. Begin 18de eeuw besloten de kalendermakers om de bevolking 10 dagen te laten slapen. 15 oktober kreeg 25 oktober als opvolger maar de fout blijft zelfs vandaag nog duren. De zonnekalender is dus per definitie nooit exact. De maankalender daarentegen is exacter en klokt af op 29 dagen en een half voor elke periode.

Dat is ook de kalender van de moslims, die duurt dus iets korter want een jaar duurt dan 291/2 dagen keer 12, dus 254 dagen rond. Dat is de reden waarom de Ramadan bijvoorbeeld dit jaar in de zomer valt en een tiental jaren geleden in december. Voor mij belangrijk want ik stuur geregeld wenskaartjes aan mijn islamitische collegas in Antwerpen.

Dat benijd ik trouwens al grappend mijn moslimvrienden, aangezien ze door hun kortere jaren wat langer leven.

Gebonden aan de landbouw

Voor ons kan deze interessante berekening echter niet en wel om devolgende reden: vele joodse feesten hebben te maken met landbouwkundige gebonden zaken en agrarische wetten vertellen ons dat men op Pessach, genaamd Chag Ha-assif, feest van de oogst dus, niet kan zaaien bijvoorbeeld. Daarom komt er een hele schrikkelmaand om de drie jaar.

De Joodse kalender is gebaseerd op drie astronomische verschijnselen: de draaiing van de aarde rondde as (per dag), de revolutie van de maan rond de aarde (per maand), en de revolutie van de aarde rond de zon (per jaar). Deze drie verschijnselen zijn onafhankelijk van elkaar, zodat er geen direct verband tussen hen bestaat.

Gemiddeld draait de maan rond de aarde in 291/2 dagen. De aarde draait rond de zon in ongeveer 3651/4 dagen, dat is ongeveer 12.4 lunaire maanden. De burgerlijke kalender gebruikt door de meeste beschavingen van de wereld heeft geen correlatie tussen de cycli van de maan en de maand, en willekeurig kan het instellen van de lengte van maanden tot 28, 30 of 31 dagen bedragen.

‘Wanneer mensen de nieuwe maan hadden waargenomen, moesten zij naar Jeruzalem om die kennis over te maken aan de joodse rechtbank van het Sanhedrin.’

De Joodse kalender, coördineert echter alle drie van deze astronomische verschijnselen. Maanden zijn 29 of 30 dagen, wat overeenkomt met de maancyclus van 291/2-dag. Het Jaar duurt 12 of 13 maanden, overeenkomstig met die 12.4 maand van de zonnecyclus. De maanmaand op de Joodse kalender begint net na het eerste splintertje van de maan zichtbaar is, nadat het donker wordt.

'Hoe het komt dat onze feestdagen van jaar tot jaar anders zijn op een niet-joodse kalender'
© .

In de oudheid gebruikte men het begin van de nieuwe maanden voor het vastleggen van data, en dat was slechts door waarneming vast te stellen. Wanneer mensen de nieuwe maan hadden waargenomen, moesten zij naar Jeruzalem om die kennis over te maken aan de joodse rechtbank van het Sanhedrin. Toen het Sanhedrin de getuigenissen van twee onafhankelijke, betrouwbare ooggetuigen hoorde,die de nieuwe maan op een bepaalde datum hebben gezien, zou zij de ‘rosh chodesj’ (eerste van de maand) publiekelijk verklaren en boodschappers sturen om mensen te vertellen wanneer de maand begon. Dat werd gezien als een zeer belangrijk evenement.

Verschuivende seizoenen

Het probleem met strikte maandkalenders is dat er ongeveer 12.4 lunaire maanden zijn in elk zonnejaar, dus een 12 maanden durende maankalender is ongeveer 11 dagen korter dan een zonnejaar, en een 13 maanden durende lunaire jaarperiode ongeveer 19 dagen langer dan een zonnejaar. Deze verschuiving is problematisch en moet worden opgevangen. De maanden en hun invloed op de seizoenen zijn als volgt op het agenda: op een maankalender van 12 maand valt de belangrijke maand van Nissan, die geacht wordt in het voorjaar op te treden, 11 dagen eerder in het seizoen. Dit gebeurt elk jaar, uiteindelijk verschuiven de Winter, de Lente, de Zomer en dan de Herfst en het voorjaar telkens opnieuw. Op een 13 maanden durende maankalender, gebeurt hetzelfde in de andere richting, en sneller.

Om deze verschuiving te compenseren maakt de Joodse kalender gebruik van een 12 maanden durende maankalender met een extra maand die af en toe wordt toegevoegd. De maand van Nissan begint 11 dagen eerder elk jaar gedurende twee of drie jaar en vervolgens is er een sprong vooruit van 30 dagen, zo balanceert men uit de verschuiving. In de oudheid, is deze maand toegevoegd door observatie: door de getuigen van het Sanhedrin waargenomen maar ook onder invloed van andere voorwaarden. Ook voorwaarden zoals het weer, de gewassen en het vee, en als deze niet voldoende gevorderd zijn wordt het nog niet beschouwd als de “Lente”.

Belang van menselijke observatie

Toch is het merkwaardig dat iets zo belangrijk als het kalenderjaar aan een menselijke factor, de getuigen dus, werd toevertrouwd. Het antwoord is de oorsprong van de Heiliging van de Maand. In het tweede boek van de Pentateuch staat: “En De Heere sprak tot Mozes en Aäron in het land van Egypte, zeggende: Deze ‘chodesh’ staat aan het hoofd van de maanden VOOR U” (Exodus 12: 1-2)

Uit de tekst op het einde van deze vers, “het hoofd de maanden zal voor u,” wordt door de wijzen afgeleid dat de verantwoordelijkheid van het opsporen en toewijding de ‘chodesh’, de halve maan nieuwe maan, toevertrouwd werd aan de leiders van de joodse natie, de Oude wijzen en later het Sanhedrin, de rabbijnse hooggerechtshoven van ieder generatie ten tijde van de Babyloniers, de Perzen, de oude Grieken en zelfs de Romeinen.

De hele zaak met getuigen is ook interessant omdat het als basis dient voor de joodse jurisprudentie ter zake, en deze werd deels overgenomen door de moderne wetboeken van het Westen. Deze manier van werken duurde zeven eeuwen.

In de vierde eeuw richtte de Talmudische geleerde Hillel II een vaste agenda op basis van wiskundige en astronomische berekeningen. Deze kalender, nog steeds in gebruik, meet een gestandaardiseerde lengte van de maanden en de toevoeging van maanden (te vergelijken met een schrikkeljaar) in de loop van een 19-jarige cyclus, zodat de maankalender op zeker momenten gerealigneerd zal worden met de solaire jaren.

Evolutie tot de huidige telling

We keren terug naar de 4e eeuw CE. De Romeinen regeerden over het land en de leiders van het volk werden gedecimeerd, soms ook geholpen door afvallige joodse overlopers, zelfs bij de priesters. (een en ander verklaart de dood van Jezus onder andere).

Een hele generatie van toprabbijnen werden door de Romeinen op gruwelijke wijze vermoord en hun leerlingen vervolgd. De wijze Hillel II voorzag dus de ontbinding van het Sanhedrin, en begreep dat we niet meer in staat zouden zijn om een Sanhedrin-gebaseerde kalender te volgen. Het Rabbijnse establishment riep het hooggerechtshof nog een laatste keer bijeen. Hillel en zijn Rabbijnse Hof vestigden de eeuwigdurende kalender die vandaag de dag nog steeds wordt gevolg, en voor eeuwig gevolgd kan worden.

‘Waar is de maan?’

De Joodse kalender is dus gebaseerd op de cyclus van de maan. Bij het begin van de cyclus lijkt de maan als een dunne sikkel. Dat is het signaal voor een nieuwe Joodse maand. De maan groeit totdat deze vol is, het is dan het midden van de maand, en dan begint hij af te nemen totdat hij niet kan worden gezien. Hij blijft onzichtbaar voor ongeveer twee dagen totdat vervolgens de dunne halve maan verschijnt, en de cyclus begint opnieuw.

De getuigen van de Joodse rechtbank speurden dus letterlijk de hemel af en vroegen in het Aramees aan elkaar: ‘Waar is de maan?’ Die volledige cyclus duurt zoals reeds beschreven 29,5 dagen. Van daaruit concludeerde de Talmud wat we boven reeds hebben vermeld, aangezien een maand moet bestaan uit volledige dagen is een maand soms negenentwintig dagen lang (een dergelijke maand is bekend als chaser “ontbrekende”), en soms dertig (een dergelijke maand is bekend als Malei, “vol “).

De eerste dag van de gewone maand, evenals de dertigste dag van een ‘Malei’ maand, wordt genoemd Rosj Chodesj, het “Hoofd van de Maand,” en heeft een semi-feest-status. Er wordt extra gebeden, speciale Psalmen worden gezegd en er hoort soms een feestmaaltijd bij.

Vullen van dagen op een zinvolle manier

Om af te sluiten: tijd tellen is belangrijk maar het vullen van dagen op zinvolle manier is het nog meer. De dagen vliegen voorbij, de kinderen worden ouder en zo ook een wit haartje hier en daar, maar is dat niet het mooie dat de Eeuwige Barmhartige ons geeft als boodschap?

Het boek Kohellet, Prediker, helpt ons op die weg. Zo staat er in Prediker 3:1-15 :

Voor alles wat gebeurt is er een uur,

een tijd voor alles wat er is onder de hemel.

Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven,

een tijd om te planten en een tijd om te rooien.

Er is een tijd om te doden en een tijd om te helen,

een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen.

Er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen,

een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.

Er is een tijd om te ontvlammen en een tijd om te verkillen,

een tijd om te omhelzen en een tijd om af te weren”.

Er is een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen,

een tijd om te bewaren en een tijd om weg te gooien.

Er is een tijd om te scheuren en een tijd om te herstellen,

een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken.

Er is een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten.

Er is een tijd voor oorlog en er is een tijd voor vrede.

Partner Content