Ongehoord populisme is een academisch boek met een bewust dubbelzinnige titel. Thierry Kochuyt en Koen Abts maken het punt dat populisten vaak rauwe en dus 'ongehoorde' meningen hebben, maar dat de meeste klassieke partijen (en de gevestigde media) al te lang niet luisterden naar wat ooit 'het signaal van de burger' heette. Daardoor staan veel populistische partijen in Europa sterker dan ooit. Dat intrigeert de auteurs - geen politicologen maar sociologen. Thierry Kochuyt: 'Ons interesseert niet zozeer de politique politicienne, maar wel de interactie tussen politieke partijen en de bevolking, dus de wijze waarop het politieke bestel omgaat met zijn burgers, én hoe verongelijkte kiezers greep kregen op de politieke agenda.' Vandaar dat de auteurs nu een boek presenteren op basis van uitgebreide gesprekken met Vlaams Belangkiezers.
...

Ongehoord populisme is een academisch boek met een bewust dubbelzinnige titel. Thierry Kochuyt en Koen Abts maken het punt dat populisten vaak rauwe en dus 'ongehoorde' meningen hebben, maar dat de meeste klassieke partijen (en de gevestigde media) al te lang niet luisterden naar wat ooit 'het signaal van de burger' heette. Daardoor staan veel populistische partijen in Europa sterker dan ooit. Dat intrigeert de auteurs - geen politicologen maar sociologen. Thierry Kochuyt: 'Ons interesseert niet zozeer de politique politicienne, maar wel de interactie tussen politieke partijen en de bevolking, dus de wijze waarop het politieke bestel omgaat met zijn burgers, én hoe verongelijkte kiezers greep kregen op de politieke agenda.' Vandaar dat de auteurs nu een boek presenteren op basis van uitgebreide gesprekken met Vlaams Belangkiezers. Hun oorspronkelijke onderzoek dateert al van 2004. 'Het zijn dus oude data, ' geeft Kochuyt toe, 'maar ze zijn nog altijd een uitstekend prisma om naar de politiek te kijken'. Dat jaar was het Vlaams Blok veroordeeld voor racisme en had het zijn naam veranderd in Vlaams Belang, waarna de partij met 24,15 procent en bijna een miljoen Vlaamse stemmen haar beste verkiezingsresultaat ooit behaalde. In het kanton Antwerpen piekte het VB tot 34,88 procent. Kochuyt: 'Het succes van het Vlaams Belang vormde een uitdaging voor sociale wetenschappers. Er was geen partij zo vaak onderzocht als het VB. Alle mogelijke cijfers waren beschikbaar, en toch volstond dat niet om die partij echt te begrijpen. We hadden het gevoel dat we aan de oppervlakte bleven krabben. We besloten toen om diepte-interviews af te nemen van Antwerpse VB-kiezers, en hen uitgebreid zelf aan het woord te laten. Het was aan ons om aandachtig te luisteren.' Koen Abts: 'Omdat het VB al vanaf het midden van de jaren tachtig verkiezing na verkiezing won, gingen veel politieke commentatoren ervan uit dat het VB erg trouwe kiezers had. Daarbij dacht men - ten onrechte - dat het dus om een homogeen electoraat moest gaan. Maar waarom waren die kiezers zo trouw? En waarom werden het er steeds meer? Wij hadden het vermoeden dat een partij die zo hoog scoorde, die stemmen wel uit de meest diverse hoeken moest halen.' Daarom namen de auteurs interviews af in zes totaal verschillende buurten: twee villawijken in Brasschaat en Schoten, een middenklassebuurt in Deurne-Oost, de klassieke arbeidersbuurt Moretusburg in Hoboken en de Seefhoek, de historische bakermat van het VB. Hoewel het onderzoek een schat aan unieke informatie opleverde, gebeurde er vele jaren weinig mee. Abts pendelt vandaag tussen de Universiteit van Leuven en die van Tilburg, Kochuyt heeft gedoceerd in Libanon, de Verenigde Arabische Emiraten en Bulgarije, en is nu actief in de cultuursector. De publieke interesse voor het VB nam in de loop der jaren af, terwijl de golf waarop het VB destijds heeft gesurft - angst en afkeer voor vreemdelingen, wantrouwen tegenover de traditionele politieke partijen en de rechtsstaat - natuurlijk niet in omvang is afgenomen. Vandaar dat Abts en Kochuyt besloten om hun oude Antwerpse data als vertrekpunt te nemen voor een bredere studie. Want dat had hen al in 2004 getroffen: 'Bijna alle VB-kiezers die wij ondervroegen, begonnen spontaan over 'integratie'. Dat woord stond niet eens in onze vragenlijst: het hoorde toen niet tot het politieke jargon. Blijkbaar zijn die VB-kiezers erin geslaagd hun besognes hoog op de politieke agenda te krijgen.' Uit een analyse van de antwoorden van de Antwerpse VB-kiezers vielen een paar duidelijke lijnen te trekken. Wat zowel de arbeider in Hoboken, de steuntrekker in de Seefhoek als de villabewoner in Brasschaat bond, was de gedeelde woede om de verloederde stad. Voor de blanke middenklasse in de Antwerpse binnenstad ging het om reële overlast: criminaliteit, vuile buurten, het wegvallen van de oude sociale cohesie. Voor de bewoners van de villawijken ging het om de angst: de dreiging die uitgaat van de stad - vandaar het verzet tegen het doortrekken van de Antwerpse tramlijnen tot in Brasschaat. Abts: 'In suburbia wil men rust. De bewoners daar vinden dat ook een legitieme eis, want ze hebben veel betaald voor hun huis, hun tuin, hun verbouwing. Ze willen zich afsluiten voor stedelijke inwijking. Als dat economisch niet meer lukt - de hoge prijzen voor vastgoed zijn een stevige barrière - eisen ze politieke maatregelen. Populisme is ook de taal van de bange villabewoner die zijn rust bedreigd ziet.' Nog een opvallend kenmerk: alle ondervraagden brachten spontaan het cordon sanitaire te berde - de afspraak die na 'Zwarte Zondag', de eerste grote doorbraak van het VB bij de parlementsverkiezingen van 24 november 1991, werd gemaakt om op geen enkel niveau bestuursakkoorden af te sluiten met het VB of er zelfs maar politieke deals mee te maken. Kochuyt: 'De politieke configuratie in die tijd (met 'alternatieve politici' als de Groenen of de Spirit-groep rond Bert Anciaux mee in de regering, en de Volksunie die zo goed als verdwenen leek, nvdr) zorgde ervoor dat iedereen die een proteststem wilde uitbrengen, automatisch naar de rechterzijde werd gedreven. Het VB trok een allegaartje van kiezers aan, van mensen met traditioneel linkse roots tot klassieke Vlaams-nationalisten. We ontmoetten een Franstalige die op het VB stemde, een geboren Nederlander en een oud- verzetsman.' De kern van het VB-electoraat bestond uit een kleine aanhang die een harde stijl apprecieerde. Abts: 'Een heel donkerbruin publiek. Zeg maar: de Dewinter-aanhangers. Maar alleen met die overtuigden zou het VB nooit zijn grote verkiezingsoverwinningen hebben kunnen behalen. Het gros van de VB-stemmen bestond uit een uiterst divers publiek van sceptische kiezers.' Kochuyt: 'Die nieuwe VB-kiezers zijn échte sceptici: ze kijken neer op 'de politiek', maar ze staan ook kritisch tegenover het VB. Ze vinden het programma van het VB eigenlijk te verregaand en de stijl van Dewinter te hard.' Abts: 'Ze zeiden ons: "Dat hoeft allemaal niet zo radicaal, maar..." En om die 'maar' gaat het. Die groep kiezers wilde twee punten hoog op de agenda: de strijd tegen de criminaliteit en de verdediging van de welvaartsstaat. En wie bedreigt die? De vreemdelingen.' Het VB was destijds de enige partij die daarover sprak. Linkse partijen deden - en doen - het bij voorkeur niet. SP.A-voorzitter Steve Stevaert noemde het vreemdelingendebat 'het gat in de haag': wie er iets aan wil doen, maakt het probleem groter in plaats van kleiner, terwijl het op termijn vanzelf zou verdwijnen. Kochuyt: 'Het is hemeltergend dat de beschermheren van de verzorgingsstaat afwezig zijn gebleven in dit debat. Ze hebben verzuimd de logica van de sociale zekerheid te blijven uitleggen en verdedigen, ook in de context van de multiculturele samenleving. Ze bestrijden armoederisico's - tot die verkleuren: dan gaat het plots over criminaliteit. Vandaar dat de klassieke partijen en vakbonden niet meer gezien worden als de legitieme verdedigers van de welvaartsstaat. Vandaag bepaalt de N-VA dat debat. De partij is er zelfs in geslaagd om de vakbonden in het hoekje te dringen van krachten die door hun conservatisme onze welvaart bedreigen. Die evolutie heeft zich toen ingezet.' Omdat geen enkele andere partij hun klachten ernstig nam, gokte in 2004 een op de vier kiezers op het VB. Zij werden 'sceptische kiezers' genoemd omdat ze het VB een kans wilden geven, maar eigenlijk niet verwachtten dat die partij erin zou slagen om haar programma uit te voeren. Kochuyt: 'Als ze vervolgens merken dat ook de laatste partij waarop ze rekenen, wordt buitengesloten, worden ze boos. En ze volharden in die boosheid. Ze zien namelijk een herhaling van wat ze zelf hebben meegemaakt. Eerst keerden deze mensen zich af van 'de politiek' omdat de politici niet naar hen luisterden, en vervolgens weigeren diezelfde politici te luisteren naar de enige partij waarop zij nog willen stemmen. Vandaar dat de VB-kiezers de migranten niet alleen zien als een bedreiging van de welvaartsstaat, maar ook als handlangers van de gevestigde partijen. Als dit boek één politieke boodschap heeft, dan betreft het de onbedoelde effecten van het cordon sanitaire. Dat kan een legitieme strategie zijn tegen ondemocratische partijen, maar je mag hun kiezers er niet bij betrekken. Je sluit geen bevolkingsgroepen uit, ook niet als je er niet mee akkoord gaat.' Auteur David van Reybrouck zei onlangs in een interview in De Morgen dat veel AfD-kiezers in Duitsland geen fascisten zijn, 'maar het kunnen worden als ze er maar lang genoeg voor worden uitgemaakt'. Kochuyt: 'Ik weet niet of die kiezers potentiële nieuwe fascisten zijn, maar de kans is bijzonder groot dat ze zich zullen verbinden met partijen met fascistoïde trekken. En als die partijen op hun beurt uitgesloten worden, worden zij wapenbroeders in het verzet. Samen vechten zij tegen wat hen beiden ergert: de vermeende alliantie tussen 'de politiek' en 'de vreemdelingen'. Die kiezers hadden nochtans geen bloedband met het VB - al was dat toen wel de perceptie. Het was een alliance de circonstance, een tijdelijke coalitie ingegeven door omstandigheden.' Al beek achteraf dat die tijdelijke alliantie de politieke agenda lange tijd heeft bepaald. Abts: 'Die VB-kiezers hebben het spel uitstekend gespeeld. Ze zijn meester-driebanders: ongelofelijk wat een effect ze hebben veroorzaakt met hun politieke biljartspel. Ik ken geen andere groep met zo'n efficiënt stemgedrag als dat van de VB-kiezers. Als al die kiezers niet op het VB hadden gestemd maar op de gevestigde, klassieke partijen, hadden ze nóóit hun zin gekregen. Dan waren veiligheid en migratie nooit zo hoog op de politieke agenda geraakt.' Eén voorbehoud toch: het VB bleef een reus op lemen voeten. Het cement was immers het cordon sanitaire: het gebrek aan politiek alternatief voor een partij die 'het systeem' uitdaagt. Eenmaal zo'n alternatief er wel kwam - vanaf 2007 met Lijst Dedecker en het kartel CD&V/N-VA, bij de verkiezingen van 2010 heel duidelijk met de N-VA die op volle kracht vooruit stoomt - werd het voor het VB onmogelijk om zich te handhaven. Zoals zo vaak luidt het hoogtepunt ook het begin van de val in. Abts: 'Ook in gidsland Nederland is de cultuuromslag er gekomen met Pim Fortuyn: een libertaire homo met een rechtspopulistische boodschap.' Maar anders dan het VB had Fortuyn wel toegang tot de media. Hij maakte naam door in februari 2002 in de Volkskrant boudweg te stellen: 'De islam is een achterlijke cultuur' en 'Nederland is vol'. In maart 2002 won zijn lijst Leefbaar Rotterdam met grote overmacht (35 procent) de gemeenteraadsverkiezingen in die stad. Op 6 april werd Fortuyn vermoord door een linkse activist. Op 2 november 2004 werd zijn land- en geestgenoot Theo Van Gogh vermoord in Amsterdam: de dader was een radicale moslim. Kochuyt: 'Zo werden de war on terror en de negatieve gevoelens jegens de 'kutmarokkaantjes' onderdeel van dezelfde, nobele strijd.' Fortuyn heeft nog een ander kenmerk wat hem met veel populisten verbindt. Abts: 'Hij is een koekoeksjong. Ooit behoorde hij tot de elite, en toen hij daarmee in conflict kwam, hielp de massale media-aandacht hem een vliegende start te nemen in de politiek als anti-establishmentfiguur. Zo ging het later ook met Geert Wilders. In eigen land begon ook de ster van Bart De Wever te rijzen ná zijn conflicten en uiteindelijke breuk met de CD&V in 2008. ' Plots beschikte de VB-kiezer met De Wever over een politiek alternatief. Abts: 'Ook De Wever en de N-VA spreken bij voorkeur over de anderen als 'de traditionele partijen' en 'de klassieke media'. Dat koppelen ze aan een sterk moraliserend betoog: 'het volk' is goed, 'het establishment' is slecht. Zo krijg je ook in eigen land de constructie van een 'as van het kwade' tegenover een 'as van het goede'. Vlaams-nationalistische partijen als het VB en de N-VA komen daar gemakkelijk mee weg. Ze kapitaliseren op een zelfbeeld dat ingeslepen is in het Vlaamse discours over identiteit. Dat steunt op historisch gestold revanchisme: 'goede' Vlamingen hebben zich toch de hele geschiedenis lang verzet, eerst tegen de 'slechte' Fransen, later tegen de franskiljons, tegen de Belgische staat, en vandaag... tegen de socialisten. Ons collectief historisch bewustzijn stoelt op een frustratie die van generatie tot generatie is overgedragen. Het is de eeuwige opstand van de immer onderdrukte Vlaming.' Maar wat is dat dan, een volk? Kochuyt: 'Het is een lege betekenaar, een grote zak zonder inhoud, die naar believen gevuld kan worden. En dat collectieve zelfbeeld van 'de Vlaming tegen de rest' zorgt ervoor dat de N-VA niet eens hoeft uit te spreken wat men werkelijk bedoelt - iedereen wéét het al. Een N-VA-politicus hoeft maar over 'de PS' te beginnen, en zijn publiek weet automatisch dat hij Wallonië viseert, en dus België, en in één moeite door ook de SP.A, de vakbonden, de werklozen, en zelfs de ambtenaren: ambtenaren lijken namelijk niet zo productief als arbeiders, ondernemers of kleine zelfstandigen, en dus staan zij per definitie verder af van het kernbeeld van de hardwerkende Vlaming.' Abts: 'In die zin is de N-VA een getransformeerd Vlaams Belang: de partij teert op een andere manier op hetzelfde discours, ze hanteert dezelfde mechanismen.' Maar anders dan het VB huldigt de N-VA toch een open nationalisme, waarin nieuwe landgenoten een volwaardige plaats krijgen? Abts: 'Dat was een van de meest verrassende conclusies uit ons onderzoek: de meeste VB-kiezers waren veel genuanceerder dan wij dachten. Zij aanvaardden de multiculturele samenleving as such: ze beseften goed dat zich afsluiten van 'de vreemdelingen' onmogelijk en zelfs ongewenst was. Al is die acceptatie niet onvoorwaardelijk: niet bij de VB- kiezers in onze enquête van 2004, en niet in het N-VA-programma nu: nieuwe landgenoten zijn welkom, op voorwaarde dat ze zich aanpassen aan onze normen en waarden. Kochuyt: 'Van vreemdelingen wordt verwacht dat ze werken. Hárd werken. En ze moeten zich liefst nederig en gedienstig opstellen. Dat is nog het belangrijkste punt: een vreemdeling wordt pas aanvaard als hij geen meningen ventileert die ons tegen de haren in strijken.' Abts: 'Vandaar de belangrijke rol van Zuhal Demir. Zij verwoordt nog feller dan veel Vlamingen wat het eigen Vlaamse volk graag hoort.' Centraal daarbij staat het begrip controle. Abts: 'Dat kwam in 2004 voortdurend terug in onze interviews: "We zijn niet meer baas in de eigen straat." Het VB en later de N-VA vertrekken van een gastheerlogica: wij, autochtone Belgen, moeten als gastheer kunnen blijven bepalen wat goed en fout is. N-VA'ers omarmen 'goede migranten': migranten die werken, Nederlands spreken en geïntegreerd zijn. Maar de écht goede migrant is toch vooreerst een brave migrant: de migrant die de bestaande orde niet op zijn kop zet. Vandaar ook het grote respect bij VB en N-VA voor de Joodse gemeenschap. Maar toen het stemrecht voor vreemdelingen werd ingevoerd, hoe beperkt ook, was het kot te klein. Stemrecht gaat immers over machtsdeling.' Vandaag focust het politieke debat op de islam. Kochuyt: 'Het is voor veel Vlamingen de ultieme noodrem: "We hebben niets tegen de vreemdelingen, zo lang ze maar niet afkomen met hun islam. Dan is het voor ons gedaan.'" Abts: 'De islam zorgt voor een 'categorisch verschil': het is een drempel waarover veel Vlamingen niet willen of kunnen stappen. De zichtbare islam wekt ergernis op. Met hun hoofddoeken, hun Grote Moskee in Brussel of hun moskee in Beringen etaleren moslims hun anders-zijn, zij pronken er zelfs mee. Achter de sluier zien we vrouwen die koppig vasthouden aan hun eigen waarden, ook al wensen wij dat niet. Dat doet een aantal Vlamingen flippen.' Misschien is dat ook een van de redenen waarom politieke partijen die het vreemdelingendebat voluit aangaan vandaag zo sterk staan. Abts: 'Ze brengen coalities op de been die onmogelijk waren in het oude politieke landschap, met zijn klassieke links-rechtsbreuken. Het feit dat van 'vreemdelingen' een bedreiging uitgaat voor de verzorgingsstaat, bracht al eerder traditioneel links en nieuw rechts samen. Links omdat het vreest dat door de aanwezigheid van arme vreemdelingen ook 'onze' uitkeringen onder druk komen, rechts omdat het weigert meer (belastingen) te betalen voor nieuwkomers die 'op onze kosten komen leven'. Zeker na '9/11' en de moord op Theo Van Gogh werd de afkeer voor de islam een common ground voor bange laaggeschoolden én voor vrijzinnige intellectuelen. VB-kiezers van het eerste uur hangen ineens aan de lippen van Etienne Vermeersch.' Maar hoelang kan de N-VA zichzelf blijven profileren als anti-establishmentpartij, terwijl ze de koers bepaalt van de federale regering, de minister-president van Vlaanderen levert en de burgemeester van Antwerpen? Kochuyt: 'Nu al heeft de N-VA haar klassieke antibelgicistische discours aangepast. Ze mikt haar pijlen niet meer op België, maar op Brussel. Voor de N-VA is Brussel het nieuwe België, de plaats waar het establishment van la Belgique à papa zich nog altijd verschanst. De Volksunie huldigde nog de slogan 'Vlaanderen laat Brussel niet los', maar die tijd is voorbij. Voor de N-VA is het huidige Brussel haast een godsgeschenk, met zijn Samusocial, zijn instortende tunnels en zijn Molenbeek, waardoor Jan Jambon zich kan profileren als de man die de gemeente van Philippe Moureaux eens zal opkuisen.' Abts: 'Nadien is de kans groot dat de N-VA zal doen wat in andere landen al lang gedaan wordt: voor alles wat fout loopt, de schuld aan 'Europa' geven. Dat zie je trouwens al aan het discours bij de vluchtelingencrisis: de N-VA stelde internationale conventies ter discussie, contesteerde Europese beslissingen en pakte Europese leiders aan. Het is de permanente 'externalisatie' van de politieke verantwoordelijkheid.' De vraag blijft: hoelang kan een partij op die manier geloofwaardig blijven? Abts is voorzichtig: 'In hoeverre valt het N-VA-electoraat samen met het oude VB-kiespubliek? We kennen de cijfers: veel VB-kiezers zijn overgestapt naar de N-VA. Maar dat verklaart niet alles. Het VB haalde maximaal 24 procent van de stemmen, de N-VA spreekt 35 procent van de Vlamingen aan, dat is één derde meer. Dat gaat dus om een ander electoraat. Vandaar dat ik het VB zonder meer een rechts-populistische partij durf te noemen, maar ik aarzel om dat etiket ook op de N-VA te kleven. Dat neemt niet weg dat ik bij het schrijven van dit boek vaak de indruk had: die sceptische VB-kiezer van destijds, dat is toch de 'Vlaamse onderstroom' waarover Bart De Wever altijd spreekt. Maar dat had ik zeker beter niet gezegd?'