De regels rond toegankelijkheid bestaan al meer dan 10 jaar, maar worden in Vlaanderen niet nageleefd. Mensen in een rolstoel, maar ook met pakweg een kinderwagen of slechter zicht, ondervinden elke dag hoe ze niet vrij kunnen gaan en staan waar ze willen.

In 2020 kunnen mensen met een beperking niet eens zelfstandig de trein op. Mensen met een beperking betalen in ons land daarmee een hevige prijs van een falend toegankelijkheidsbeleid. Zij gaan niet met tienduizenden op straat komen. Het is echter hoog tijd om ook over dit onrecht te spreken. Laten we toegankelijkheid opnemen in de non-discriminatiewetgeving.

Als je wil nagaan hoe erg het gesteld is met de toegankelijkheid in Vlaanderen, kleine tip: trek met een divers groepje mensen de straten van je stad of dorp in. Personen met hakken, ouders met een kinderwagen, mensen in een rolstoel, met rollator, krukken, minder zicht. Je ziet meteen hoe onze dagelijkse omgeving op enkel op maat is gemaakt voor wat als "de standaard" aanzien wordt. Iedereen die daar een beetje buiten valt, gauw 20% van de bevolking, wordt elke dag beperkt in zijn vrijheid. Er wordt daar amper over gesproken. Dat moet veranderen.

Het wordt tijd om toegankelijkheid op te nemen in de non-discriminatiewetgeving.

Overal in Vlaanderen kom je als persoon met een beperking het resultaat tegen van het ontbreken van een visie op toegankelijkheid. Dat leidt ertoe dat naast straten en stoepen ook stations, openbare gebouwen, bushaltes en musea niet bereikbaar zijn voor een grote groep mensen.

Er zijn nochtans regels, waaronder de stedenbouwkundige verordening. Dat is wetgeving die elk openbaar bouwproject aan een op papier strenge toegankelijkheidstest onderwerpt. Probleem: niemand leeft ze na. Uit een grootschalige studie van Inter Vlaanderen die afgelopen week aan Vlaamse volksvertegenwoordigers werd vrijgegeven, blijkt dat bij 150 onderzochte openbare gebouwen geen enkele (!) de regels naleeft. 'Waarom er kosten aan verspillen als toch niemand ze controleert?' is de redenering. Dit gaat dan over openbare bouwprojecten. Niet eens privé-woningen. Dat is het equivalent van mensen buitensluiten op basis van huidskleur of religie. Flagrante discriminatie.

Andere landen bewijzen dat het makkelijk anders kan. In Noorwegen en de Verenigde Staten is 'Universeel Ontwerp', het rekening houden met toegankelijkheid van iedereen vanaf de ontwerpfase, een mensenrecht. Juridisch afdwingbaar. Er wordt bij elk openbaar bouwwerk of dienst nagedacht hoe het toegankelijk is voor iedereen. Dat bespaart de torenhoge miserie en kosten voor halfslachtige aanpassingen die we in Vlaanderen kennen. Denk maar aan de eeuwig defecte liftsystemen die je naast gigantische trappen vindt in onze openbare gebouwen. Waanzin is dat.

Waarom kan het simpele feit dat iedereen gebruik moet kunnen maken van onze openbare ruimte niet op dezelfde wijze behandeld worden als het niet aanvaarden van discriminatie op basis van andere gronden, zoals afkomst of huidskleur?

Er zijn twee dingen nodig. Eerst en vooral een visie. Een integrale aanpak naar het voorbeeld van Noorwegen's Universeel Ontwerp-plan is dringend nodig in Vlaanderen. Elke overheid en overheidsbedrijf heeft nu zijn eigen doelstellingen. Dat staat mooi in de Powerpoint-presentatie van het jaarverslag, maar heeft zonder algemene, overkoepelende visie geen enkel nut.

Daarnaast moet je toegankelijkheid ook juridisch afdwingbaar maken. In landen waar toegankelijkheid al decennia een prioriteit is, staat het ook ingeschreven in de non-discriminatiewet als grond voor gelijke behandeling. De logica zelve. Tijd om dat ook in ons land te doen.

Toegankelijkheid gaat over vrijheid en gelijkwaardige kansen. Het is hoog tijd dat we ook mensen met een beperking gelijke rechten geven.

De regels rond toegankelijkheid bestaan al meer dan 10 jaar, maar worden in Vlaanderen niet nageleefd. Mensen in een rolstoel, maar ook met pakweg een kinderwagen of slechter zicht, ondervinden elke dag hoe ze niet vrij kunnen gaan en staan waar ze willen.In 2020 kunnen mensen met een beperking niet eens zelfstandig de trein op. Mensen met een beperking betalen in ons land daarmee een hevige prijs van een falend toegankelijkheidsbeleid. Zij gaan niet met tienduizenden op straat komen. Het is echter hoog tijd om ook over dit onrecht te spreken. Laten we toegankelijkheid opnemen in de non-discriminatiewetgeving.Als je wil nagaan hoe erg het gesteld is met de toegankelijkheid in Vlaanderen, kleine tip: trek met een divers groepje mensen de straten van je stad of dorp in. Personen met hakken, ouders met een kinderwagen, mensen in een rolstoel, met rollator, krukken, minder zicht. Je ziet meteen hoe onze dagelijkse omgeving op enkel op maat is gemaakt voor wat als "de standaard" aanzien wordt. Iedereen die daar een beetje buiten valt, gauw 20% van de bevolking, wordt elke dag beperkt in zijn vrijheid. Er wordt daar amper over gesproken. Dat moet veranderen.Overal in Vlaanderen kom je als persoon met een beperking het resultaat tegen van het ontbreken van een visie op toegankelijkheid. Dat leidt ertoe dat naast straten en stoepen ook stations, openbare gebouwen, bushaltes en musea niet bereikbaar zijn voor een grote groep mensen.Er zijn nochtans regels, waaronder de stedenbouwkundige verordening. Dat is wetgeving die elk openbaar bouwproject aan een op papier strenge toegankelijkheidstest onderwerpt. Probleem: niemand leeft ze na. Uit een grootschalige studie van Inter Vlaanderen die afgelopen week aan Vlaamse volksvertegenwoordigers werd vrijgegeven, blijkt dat bij 150 onderzochte openbare gebouwen geen enkele (!) de regels naleeft. 'Waarom er kosten aan verspillen als toch niemand ze controleert?' is de redenering. Dit gaat dan over openbare bouwprojecten. Niet eens privé-woningen. Dat is het equivalent van mensen buitensluiten op basis van huidskleur of religie. Flagrante discriminatie. Andere landen bewijzen dat het makkelijk anders kan. In Noorwegen en de Verenigde Staten is 'Universeel Ontwerp', het rekening houden met toegankelijkheid van iedereen vanaf de ontwerpfase, een mensenrecht. Juridisch afdwingbaar. Er wordt bij elk openbaar bouwwerk of dienst nagedacht hoe het toegankelijk is voor iedereen. Dat bespaart de torenhoge miserie en kosten voor halfslachtige aanpassingen die we in Vlaanderen kennen. Denk maar aan de eeuwig defecte liftsystemen die je naast gigantische trappen vindt in onze openbare gebouwen. Waanzin is dat. Waarom kan het simpele feit dat iedereen gebruik moet kunnen maken van onze openbare ruimte niet op dezelfde wijze behandeld worden als het niet aanvaarden van discriminatie op basis van andere gronden, zoals afkomst of huidskleur? Er zijn twee dingen nodig. Eerst en vooral een visie. Een integrale aanpak naar het voorbeeld van Noorwegen's Universeel Ontwerp-plan is dringend nodig in Vlaanderen. Elke overheid en overheidsbedrijf heeft nu zijn eigen doelstellingen. Dat staat mooi in de Powerpoint-presentatie van het jaarverslag, maar heeft zonder algemene, overkoepelende visie geen enkel nut.Daarnaast moet je toegankelijkheid ook juridisch afdwingbaar maken. In landen waar toegankelijkheid al decennia een prioriteit is, staat het ook ingeschreven in de non-discriminatiewet als grond voor gelijke behandeling. De logica zelve. Tijd om dat ook in ons land te doen.Toegankelijkheid gaat over vrijheid en gelijkwaardige kansen. Het is hoog tijd dat we ook mensen met een beperking gelijke rechten geven.