Sinds enkele jaren refereert men te pas en te onpas naar confederalisme als hét middel voor een efficiënter, bestuurbaarder en slagkrachtiger Vlaanderen. Op het eerste gezicht lijkt me dat prima, want principieel ga ik akkoord met de inschatting dat beter bestuur en verdere decentralisatie hand in hand gaan. Daar zijn vele politici en academici het trouwens over eens. Vraag is echter welke vorm van decentralisatie met confederalisme nu precies wordt bedoeld.

Die vraag is van belang, aangezien het woord al jaren niet meer weg te denken valt uit programma's en narratieven langs het volledige politiek spectrum en het dus best noodzakelijk lijkt te weten wat er mee wordt bedoeld. Maar net daar knelt het schoentje. De meeste politieke partijen in Vlaanderen hanteren dan wel hetzelfde begrip, de betekenis ervan vullen ze anders in. Duidelijkheid vind je ook niet meteen in het woordenboek zo blijkt, want bijvoorbeeld Van Dale blijkt nog steeds in twijfel over wat confederalisme nu precies is. In de rest van de wereld lijkt dit trouwens wel gewoon duidelijk: confederalisme is een vorm van vrijwillige vereniging van soevereine staten met het oog op samenwerking. Best eenvoudig en helder, zou je geneigd zijn te denken. Toch strookt dit niet met hoe in Vlaanderen wordt gedacht over gesproken over confederalisme.

Het is tijd om het woord confederalisme op te bergen.

Op de website van N-VA bijvoorbeeld lees ik dat confederalisme betekent dat 'de deelstaten Vlaanderen en Wallonië eigenaar zijn van alle bevoegdheden. Ze kunnen die zelf uitoefenen, of beslissen om bepaalde bevoegdheden samen uit te oefenen op het confederale niveau.' Met het woord deelstaten geeft N-VA in feite aan dat onafhankelijkheid niet noodzakelijk is, terwijl onafhankelijkheid toch sinds jaar en dag het eerste punt van de partijstatuten is: '(...) kiest de Nieuw-Vlaamse Alliantie logischerwijs voor de onafhankelijke republiek Vlaanderen (...)'. CD&V pleit dan weer voor een 'constructief confederalisme en geen verdoken con-separatisme'. In plaats van dit gepolitiseerde woord te blijven recycleren, waardoor zowel de inhoud in mist opgaat als de scherpte van de boodschap afstompt, zou het een stuk duidelijker en doeltreffender zijn een verdiept of doorgedreven federalisme actief te benoemen en verdedigen.

Uit een bevraging van politieke partijen door het Aktiekomitee (sic) Vlaamse Sociale Zekerheid al in 2010 blijkt dat N-VA toen pleitte voor een "onafhankelijk Vlaanderen als lidstaat van de Europese Unie", het Vlaams Belang 'volledige soevereine Vlaamse Republiek (Brussel inbegrepen)' wou, CD&V voorstander was van een 'confederaal model met zwaartepunt bij de deelstaten', Open VLD 'meer autonomie voor Vlaanderen maar ook een sterkere federale overheid' wenste en Groen! (jawel, toen nog mét uitroepteken) een grondige hervorming naar modern en constructief federalisme bepleitte.

Ook in 2010 publiceerde VRT NWS, toen nog deredactie.be, een artikel over de heersende verwarring over het begrip confederalisme. Men zegge en schrijve dus bijna een decennium geleden. Eerder recent kwam dan weer het woord herfederalisering in gebruik, iets wat haaks staat tegenover confederalisme. Per definitie sluit ene immers het andere uit, al lijken beide concepten door verschillende partijen als compatibel te worden beschouwd. Maar goed, als consensus blijft ontbreken over een duidelijke definitie en interpretatie van het begrip confederalisme in het politiek discours in Vlaanderen, dan zijn dergelijke bokkensprongen blijkbaar mogelijk.

Semantisch spagaat

Wat mij gezien dit semantisch spagaat praktischer lijkt, is te kijken welke begrippen we dan wel kunnen gebruiken om bepaalde decentralisatieprocessen te duiden, promoten of verdedigen. Decentralisatie kun je in algemene termen omschrijven als het proces waarbij politieke, administratieve en/of fiscale aangelegenheden en beleidsverantwoordelijkheden worden overgeheveld het federaal niveau naar het niveau van de deelstaat. Hier zijn meerdere varianten bekend. Relevant in dit kader zijn de concepten deconcentratie, devolutie en delegatie. Wanneer er sprake is over deconcentratie, dan bedoelt men in feite het regionaliseren van de aanwezigheid van de federale overheid - en dus niet van haar bevoegdheden. Finaliteit is een dichtere aanwezigheid bij de regionale overheid en burger voor wat betreft die bepaalde federale bevoegdheden of dat bepaald federaal beleid, bijvoorbeeld omwille van praktische, administratieve of financiële redenen. Van een toename in de bestuurskracht van die deelstaat of regio is evenwel geen sprake. Het begrip devolutie omvat dit laatste wel.

Devolutie is een vorm van decentralisatie waarbij de beslissingsmacht over en de uitvoering van specifieke overheidsverantwoordelijkheden van het ene bestuursniveau wordt overgedragen naar het ander. Hier behoudt het federaal niveau wel nog finaal controle over de bevoegdheid, waarover op deelstaatniveau moet worden gerapporteerd. Delegatie betekent dan weer de formele en integrale overdracht van bevoegdheden en verantwoordelijkheden, die de deelstaat vervolgens volledig autonoom kunnen opnemen.

Waas van onduidelijkheid

Het lijkt dus dat devolutie en delegatie twee begrippen zijn die beter dan confederalisme kunnen duiden welke mate van verantwoordelijkheid, bevoegdheid en dus autonomie politieke partijen willen voor Vlaanderen. Deze geven immers bestuurlijke processen aan, in tegenstelling tot een bestuurlijke of institutionele finaliteit. Als er dan toch nog steeds geen algemene consensus blijkt te bestaan in Vlaanderen over wat confederalisme nu precies betekent, dan mag er meer aandacht worden geschonken aan het analyseren van bestuurlijke hervormingen op basis van deze processen. Het probleem hierbij ligt echter in het feit dat net omdát er een waas van onduidelijkheid hangt over het begrip confederalisme, politieke partijen des te meer geneigd zijn het te pas en onpas gebruiken: zo kun je altijd wel er mee wegkomen als je uiteindelijk deze of gene bestuurlijke richting verder bewandelt. Of hoe een alomtegenwoordig kneedbaar en rekbaar concept politiek eerder handig gebruikt dan wel bestreden wordt.

Door een amalgaan aan definities en interpretaties valt in Vlaanderen niet alleen het bos door de semantische bomen niet meer te zien wanneer men het nog maar eens heeft over confederalisme, van politiek-maatschappelijke relevantie is om die reden eenvoudigweg ook geen sprake meer. Ik nodig allen die lijden aan de chronische aandoening confederalitis uit om vanaf vandaag een helder discours te brengen, bestaande bestuurlijke processen te benoemen en inhoudelijk-programmatorisch duidelijk te zijn: pleit ofwel voor een federale staat met voortschrijdende autonomie voor Vlaanderen, ofwel voor een onafhankelijk Vlaanderen waarbij ruimte wordt gelaten voor vrijwillige samenwerking. Een theoretisch en feitelijk onbestaande bestuursvorm tussen die twee pogen te zien en te willen benoemen als confederaal is misschien een eerbetoon zijn aan ons Verkavelingsvlaams, maar niet aan de grenzen van de redelijkheid: daar is conceptueel immers gewoon geen ruimte voor.

Tegen beter weten in hoop ik dat dit stuk mag bijdragen tot de zwanenzang van het woord confederalisme in Vlaanderen. De politiek heeft deze legislatuur opnieuw veel werk voor de boeg (laten we beginnen met het vormen van regeringen en, waarom ook niet, eens wat begrotingen in evenwicht) en er is inderdaad veel voer voor discussie over de vorm en inhoud van de bestuurlijke toekomst van Vlaanderen. Dat is een belangrijk debat dat moet blijven gevoerd en dat tot verdere politieke actie zal nopen. Maar willen we ons niet institutioneel laten misleiden of verblinden, dan is het inderdaad tijd om het woord confederalisme op te bergen.

Kunnen we het daar autonoom of onafhankelijk eens over zijn?

Bert Segier is politiek adviseur en voormalig internationaal secretaris van JONG CD&V. Hij schrijft in eigen naam.