Voor traditionele Vlaams- nationalisten viel er aan de voorbije regeerperiode weinig plezier te beleven. In de door de N-VA gedomineerde federale en Vlaamse regeringen kreeg het communautaire vraagstuk, na jaren van hoogspanning in de Wetstraat, een onbeduidende bijrol. 'Het stilzwijgen van de N-VA was nog veel extremer dan verwacht', zegt politicoloog Bart Maddens (KU Leuven) daarover, 'en voor flaminganten zoals mezelf was dat een onaangename verrassing. In de federale regering heeft de N-VA zich strikt aan de afspraken gehouden, maar ook in het parlement en zelfs daarbuiten, in het publieke debat, is de partij blijven zwijgen. De Vlaamse regering, met Geert Bourgeois als eerste Vlaams-nationalistische minister-president, had nochtans een veel actiever natievormend beleid kunnen voeren, zoals Luc Van den Brande van de toenmalige CVP in de jaren negentig. De verwachtingen waren hooggespannen, maar ze zijn totaal niet ingelost.'
...

Voor traditionele Vlaams- nationalisten viel er aan de voorbije regeerperiode weinig plezier te beleven. In de door de N-VA gedomineerde federale en Vlaamse regeringen kreeg het communautaire vraagstuk, na jaren van hoogspanning in de Wetstraat, een onbeduidende bijrol. 'Het stilzwijgen van de N-VA was nog veel extremer dan verwacht', zegt politicoloog Bart Maddens (KU Leuven) daarover, 'en voor flaminganten zoals mezelf was dat een onaangename verrassing. In de federale regering heeft de N-VA zich strikt aan de afspraken gehouden, maar ook in het parlement en zelfs daarbuiten, in het publieke debat, is de partij blijven zwijgen. De Vlaamse regering, met Geert Bourgeois als eerste Vlaams-nationalistische minister-president, had nochtans een veel actiever natievormend beleid kunnen voeren, zoals Luc Van den Brande van de toenmalige CVP in de jaren negentig. De verwachtingen waren hooggespannen, maar ze zijn totaal niet ingelost.' Het hangt er natuurlijk maar van af hoe je het communautaire thema definieert. Op het gebied van staatshervorming was het de voorbije jaren inderdaad windstil. Maar communautaire spanningen waren altijd latent aanwezig en bemoeilijkten geregeld de politieke besluitvorming. 'In het Overlegcomité was er heel geregeld wrijving tussen de federale regering en de gewesten', zegt de Franstalige politicoloog Pascal Delwit (ULB). 'Denk ook aan de discussies over de klimaatdoelen, aan de weigering van de federale regering om mee te werken aan het Brusselse museum Kanal of aan heel de communicatie van Theo Francken (N-VA) over de lakse houding van de Franstaligen op het gebied van veiligheid, asiel en migratie.' Het is maar de vraag of er na de verkiezingen van 26 mei iets van de confederale dromen van de N-VA bewaarheid zal worden. De partij zegt zelf al de voorkeur te geven aan een snelle voortzetting van de Zweedse coalitie, eventueel aangevuld met het CDH. Haar 'confederalisme' schuift ze pas als tweede optie naar voren. Dat getuigt wel van realiteitszin. 'De meeste andere politieke partijen willen helemaal geen nieuwe communautaire onderhandelingen na 26 mei', zegt politicoloog Dave Sinardet (VUB). 'Zelfs de N-VA hinkt op twee gedachten, net als in 2014. En als de N-VA wordt geconfronteerd met het gebrek aan communautair animo bij de andere partijen, komt de partij met gekke scenario's waarin ze zelf niet gelooft, zoals onderhandelingen vanuit de deelstaatregeringen. Dat idee is in 2008 al eens uitgeprobeerd en werd natuurlijk een totale mislukking. In België moeten partijvoorzitters daarover onderhandelen. Bovendien zijn de voor een fundamentele staatshervorming vereiste grondwetsartikelen niet voor herziening vatbaar verklaard.' Zijn collega Bart Maddens treedt hem bij: 'De houding van de N-VA is precies dezelfde als in 2014. Plan A is de Zweedse coalitie voortzetten, met inbegrip van een communautaire stilstand. Plan B is het confederalisme. Ik verwacht wel dat een exclusieve focus op sociaal-economisch beleid ditmaal moeilijker te verkopen wordt aan de Vlaamsgezinde achterban, zeker omdat de voorbije vijf jaar ook op dat vlak geen onverdeeld succes waren.' Het zou dus kunnen dat de N-VA bij de regeringsonderhandelingen een paar kleine communautaire deals uit de brand zal proberen te slepen, of een commissie of werkgroep - iets waarmee interne critici even kunnen worden gesust. 'Snoepjes', noemt Maddens het.Het continueren van een centrumrechtse coalitie op federaal niveau kan natuurlijk ook worden gezien als een onderdeel van een uitgekiende communautaire strategie. Die bestaat er dan in de PS door een verlengd verblijf in de oppositie zo tot wanhoop te drijven dat die zelf om een staatshervorming komt smeken. Believers van die strategie wijzen op een recente uitspraak van PS-voorzitter Elio Di Rupo in verband met de nieuwe financieringswet. Di Rupo opperde dat die financieringswet, die hij nota bene zelf mee heeft uitgetekend en waardoor Wallonië vanaf 2024 jaarlijks enkele tientallen miljoenen aan federale solidariteit misloopt, bij eventuele communautaire onderhandelingen maar eens herbekeken dient te worden. Maar of die verzuchting mag gelden als de openingszet voor een grote communautaire ronde? Dat lijkt Bart Maddens wishful thinking. 'Het verlies voor Wallonië en Brussel is al bij al heel beperkt. Bovendien krijgt Brussel er dankzij die nieuwe financieringswet via andere kanalen honderden miljoenen bij. Dat zal Di Rupo niet in gevaar willen brengen. En in het verkiezingsprogramma van de PS staat ook nauwelijks iets over een staatshervorming.' Dave Sinardet denkt er net zo over. 'De PS heeft geen baat bij verder federaliseren, dat zou de financiële problemen van Brussel en Wallonië alleen maar vergroten.' Bij nieuwe communautaire onderhandelingen komt onvermijdelijk de sociale zekerheid in het vizier. Er valt immers niet zo heel veel meer te defederaliseren. 'En haar vermogen om de sociale zekerheid te beschermen, is het wezen en het kloppende hart van de PS,' zegt Pascal Delwit. 'Daar is Elio Di Rupo, maar ook Paul Magnette van doordrongen. Zo bekeken wordt het voor Bart De Wever heel lastig om de PS zo gek te krijgen dat ze zelf om een staatshervorming komt vragen.' Toch sluit Delwit ook niet helemaal uit dat het 'uitroken' van de PS op lange termijn lonend kan blijken. 'Als de PS nog een keer federaal in de oppositie belandt, zullen de interne spanningen toenemen. Waartoe dat zal leiden, valt niet te voorspellen. Maar binnen de Waalse socialistische vakbond FGTB en ook bij sommige PS-kopstukken leven sterke regionalistische overtuigingen, die aan kracht winnen omdat men vindt dat het door Vlaanderen gedomineerde federale niveau een beleid voert - denk aan de belastinghervormingen - dat alleen voor Vlaanderen gunstig uitpakt.' De enige traditionele partij in Vlaanderen die op dit moment ook de communautaire kaart trekt, is de CD&V, maar dan wel met het oog op 2024. De christendemocraten willen de volgende regeerperiode gebruiken om een staatshervorming voor te bereiden. 'Ik had liever gezien dat men er meteen na 26 mei aan zou beginnen, maar gezien het gebrek aan voorbereiding bij de meeste partijen zijn hun voorstellen niet onlogisch', vindt Bart Maddens. 'Ik ben ook aangenaam verrast door het feit dat de CD&V en Wouter Beke opnieuw duidelijk een Vlaamsgezinde koers kiezen.' Sinardet zet dan weer vraagtekens bij de strategie van de CD&V. 'Een nieuwe staatshervorming voorbereiden in het Vlaams Parlement: het doet denken aan de beruchte Vlaamse resoluties van 1999. Die hebben een mythische status gekregen, terwijl later is gebleken dat ze ook niet heel doordacht waren. Toen was daarover trouwens al geen consensus in Vlaanderen. Vandaag is de verdeeldheid nog groter, met aan de ene kant de N-VA, die een soort separatisme verdedigt dat zijn naam niet durft te noemen, en aan de andere kant partijen als Groen en de Open VLD, die sommige bevoegdheden opnieuw naar het federale niveau willen overhevelen.' Door het gebrek aan voorbereiding, de politiek onwil aan beide kanten van de taalgrens én door het feit dat de zesde staatshervorming nog niet helemaal is uitgevoerd, lijkt de kans klein dat er na 26 mei een grote communautaire ronde komt. Al mag je in de politiek onverwachte gebeurtenissen nooit uitsluiten: die sturen het politieke proces vooruit. Als de N-VA en Vlaams Belang, de zogenaamde V-partijen, straks bijvoorbeeld meer dan 40 procent van stemmen zouden halen, dan zullen de andere Vlaamse partijen dat maar heel moeilijk kunnen negeren.