Het jaarverslag van UNIA, het centrum voor gelijke kansen en racismebestrijding, werd eerder deze maand voorgesteld in het federaal parlement. Daarin roept de organisatie onder andere op tot meer aandacht voor islamofobie. Ze schaart zich achter een herziening van artikel 150 van de Grondwet om vervolging van islamofobe (en ook homofobe) uitingen mogelijk te maken. Zo lezen we in het rapport:

In de strijd tegen haatboodschappen richt Unia zich op (...) de herziening van artikel 150 van de Grondwet, zodat haatboodschappen (homofobe, islamofobe of op basis van alle andere criteria naast de 'raciale' criteria) effectief vervolgd kunnen worden zoals dat al het geval is voor racistische boodschappen.

Momenteel is dat enkel mogelijk op basis van 'raciale' criteria. Welke vragen men ook bij hun aanpak kan hebben, het valt niet te ontkennen dat islamofobie een enorm probleem is. Hoog tijd om het als samenleving aan te pakken.

'Kritiek'

Laat me bij wijze van prolegomenon zeggen dat ik persoonlijk nooit van de term 'islamofobie' heb gehouden. Het is te vaag en insinueert dat agressie tegen moslims voortkomt uit angst, in plaats van haat. Hetzelfde geldt voor homofobie of antisemitisme: ik geef de voorkeur aan de begrippen moslim-, homo- en jodenhaat. Desalniettemin is het vocabularium vandaag wat het is, en het lijkt zinvoller om over inhoud te spreken dan nomenclatuur.

Het is hoog tijd om het probleem van islamofobie als samenleving aan te pakken.

In lijn met de wereldwijde trend onder radicale identitaire partijen lijkt het erop dat de N-VA besloten heeft om zich vast te bijten op het woord 'islamofobie', in plaats van de reëele gevolgen ervan in ogenschouw te nemen. In een interventie in de bevoegde commissie liet Kamerlid Darya Safai weten dat de voornemens van UNIA haar vrije meningsuiting zouden beknotten.

De islam is een ideologie, en ideologieën mag je bekritiseren, aldus het kamerlid. Ze noemde islamofobie ook een 'begrijpelijke reactie'. 'Hoe zou een Jezidi die gevlucht is en hier een nieuw leven wil starten geen angst kunnen hebben van de islam na alle gruweldaden die ze door IS hebben moeten doorstaan?'

Het is dan toch bijzonder merkwaardig dat de N-VA een pak minder begrip heeft voor wie het nationalisme waartoe ze zich bekent op basis van zijn uitwassen 'bekritiseert'. Wie het fascisme aanhaalt waarin ultranationalisme is uitgemond, of de collaboratie van Vlaams-nationalisten met het nazi-regime, wordt beschuldigd van oneerlijke debattactieken, reductio ad Hitlerum en zelfs haat voor Vlaanderen. Is anti-nationalisme echter ook geen 'begrijpelijke' reactie? Immers, is het niet voor te stellen dat wie Jood, homoseksueel of socialist is, mogelijk ook een angst zou kunnen voelen voor de Vlaamse strijdvlag, na alle gruweldaden die in naam ervan gepleegd zijn?

Vrije meningsuiting?

Niemand heeft de bedoeling om in de strijd tegen islamofobie billijke en legitieme kritiek te viseren. Dat zou bijvoorbeeld immers ook betekenen dat alle atheïsten een probleem vormden, gezien ze vinden dat God niet bestaat, een standpunt dat in strijd is met de islam. Het is absurd te beweren dat dat het doel van UNIA is. Het gaat hier duidelijk over gratuite beweringen die harde taal bevatten en veralgemenen over de islam met het doel om moslims aan te vallen. Wie wil beweren dat de Koran een sprookjesboek is, zal ik hoogstens aanklagen voor een gebrek aan originaliteit.

Moeten dergelijke uitdrukkingen daarvoor verboden worden? Liever niet. Vrije landen verbieden geen enkele handeling tenzij deze directe objectieve schade berokkent aan derden, hoe verwerpelijk hij ook mag zijn. Bovendien bestaat er weinig bewijs dat juridische vervolging van haat leidt tot meer tolerantie. De meest vrije en tolerante landen ter wereld, het Verenigd Koninkrijk, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten, hebben ook de meest verregaande vorm van vrije meningsuiting.

Het zou een goed begin zijn om een wetenschappelijke verantwoorde definitie van islamofobie op te stellen, zodat kritiek van haat gescheiden kan worden.

Dat betekent echter niet dat er geen andere maatregelen genomen kunnen worden. Het zou een goed begin zijn om een wetenschappelijke verantwoorde definitie van islamofobie op te stellen, zodat kritiek van haat gescheiden kan worden. In Groot-Brittannië heeft een parlementaire werkgroep daar reeds een rapport over opgesteld.

Belangrijke aandachtspunten van zo'n definitie zouden moeten zijn: (1) gebrek aan veralgemening of nodeloos harde taal, (2) luisterbereidheid tonen voor tegenargumenten, in plaats van steeds dezelfde punten te herhalen en (3) altijd vertrekken vanuit de fundamentele persoonlijke vrijheid van iedereen, ongeacht of men het eens is met de manier waarop die gebruikt wordt.

Maatregelen

Op basis van zo'n definitie kan dan gekeken worden naar concrete maatregelen in de strijd tegen haat. Men kan bijvoorbeeld op vrijwillige basis samenwerken met technologiereuzen om ze aan te moedigen hun platformen te modereren. In het algemeen zouden bedrijven bij bewezen haatuitdrukkingen veel sneller mogen overgaan tot ontslag.

Ook zouden partijen veel strenger moeten optreden tegen hatelijke uitdrukkingen in hun eigen rangen en een veto zetten op politieke samenwerking met andere partijen waarin dit probleem ernstige proporties bereikt. Dat dat in Vlaanderen, in tegenstelling tot de Angelsaksische landen, geen vanzelfsprekendheid is, zegt veel over onze achterstand op vlak van tolerantie.

Vandaag zijn er politici en publieke figuren die zonder repercussies zomaar de meest afschuwelijke zaken kunnen zeggen over moslims. Als de geschiedenis ons iets heeft geleerd, dan is het wel dat zo'n situatie zelden goed afloopt. De retoriek die je vandaag soms hoort aan het adres van moslims doet mij denken aan het soort taalgebruik dat men de vorige eeuw tegen Joden hanteerde. Daarom is het hoog tijd dat we als samenleving het probleem van islamofobie ernstig nemen.