Het bloed van jongeren zou moeten koken. Je kunt kritisch zijn over stuntelige uitspraken en komieke slogans. Maar liever een stuntelige uitspraak van een tiener dan weer zo'n zielloze speech van een volwassene met woorden die niet eens de zijne zijn. Het is tijd voor een omwenteling. Meer dan over de redding van het klimaat zou die moeten gaan over het redden van de menselijke waardigheid. En vooral: het mag niet bij verontwaardiging blijven.
...

Het bloed van jongeren zou moeten koken. Je kunt kritisch zijn over stuntelige uitspraken en komieke slogans. Maar liever een stuntelige uitspraak van een tiener dan weer zo'n zielloze speech van een volwassene met woorden die niet eens de zijne zijn. Het is tijd voor een omwenteling. Meer dan over de redding van het klimaat zou die moeten gaan over het redden van de menselijke waardigheid. En vooral: het mag niet bij verontwaardiging blijven. Respect voor de natuur is van groot belang. Een varken in een hok lijkt soms eerlijker met zijn omgeving om te gaan dan wij. Want hoewel we onze vervuiling grotendeels uitbesteden aan arme landen, komt de rotzooi toch wel terug via de oceanen en de lucht, of in de vorm van klimaatopwarming en klimaatvluchtelingen. En nadat we de vuilste productie aan anderen hebben overgelaten, doen we onszelf een chronisch transportinfarct aan en blijven we de schaarse open ruimte volstorten met beton, waarop we hier en daar een groendak zetten. Vervuiling is een symptoom van een volk dat zichzelf niet respecteert en het lot van zijn kinderen niet ernstig neemt. Toch mag de verontwaardiging niet beperkt blijven tot de natuur. Ons vermogen om een waardige samenleving te bouwen, hangt af van onze economische wendbaarheid en het behoud van onze soevereiniteit. Met andere woorden: dat we zelf keuzes kunnen maken. Maar deze samenleving wordt met handen en voeten vastgeketend aan spelers die vaak een andere kant op willen. Het autoritaire China doet het om op korte termijn onze koopkracht overeind te houden, andere dictaturen voor het gas. Of wat te denken van de overheidsschuld die met 13 miljard per jaar groeit en waarvan de helft nu gefinancierd wordt door het buitenland? Sommige economen zeggen dat dat niet erg is. Nochtans zal die schuld, als we de productiviteit van de economie niet verbeteren, als een molensteen om de nek van de volgende generatie hangen. Terwijl in bepaalde politieke kringen nog steeds wordt geweeklaagd over de zogenoemde bevoogding door de Belgische bourgeoisie, lijkt het geen enkel probleem dat we ons opnieuw laten bevoogden door het buitenlandse grootkapitaal. En dan gaat het niet alleen om autoritaire landen. Wat te denken van bedrijven als Meta, zoals het moederbedrijf achter Facebook, WhatsApp en Instagram zich nu noemt? Bedrijven die nu al zo'n machtspositie hebben verworven dat zij onze democratie en vrijheid in gevaar brengen en parasiteren op het virtuele contact tussen mensen. Dat neigt naar een samenleving van rijke slaven, en binnenkort misschien virtuele, arme slaven. Het ergste van al is dat we ons van die dreiging bewust zijn, maar dat velen al zodanig vermoeid of vermurwd zijn dat hun verontwaardiging zich beperkt tot een sporadische oprisping van cynisme. Erger nog is het soort leiderschap dat een waas van activisme optrekt, maar dat activisme niet hardmaakt. Het is leeg activisme, en vaak het soort schouderklophongerige kosmopolitisme dat over alles en iedereen gaat, maar uiteindelijk over niets. Dat is wellicht het ergste verraad van de menselijke waardigheid: doen alsof. Schimmig surrogaatactivisme. Doen alsof we de komende generatie weerbaarder en kritischer maken, maar ze ongewapend deze roerige eeuw van oprukkend autoritarisme insturen. Het kanonnenvlees van de progressieven. Ik hoop vooral dat jongeren dat doorprikken. Soms loont het meer om scherper met elkaar te debatteren, te lezen en te demonstreren dan in een stampvol auditorium te zitten. Maar laat de verontwaardiging eerst en vooral leiden tot een nieuwe grote synthese, een eerherstel van de menselijke waardigheid en deugdzaamheid, waarin domeinen als natuur, economie, cultuur en politiek samenkomen. Verontwaardiging alleen volstaat niet. Deze omwenteling heeft een nieuwe jonge, intellectuele avant-garde nodig, die zelfkritisch maar steeds luisterbereid reflecteert en debatteert, die naar de toekomst kijkt maar ook de geschiedenis voldoende kent om er lessen uit te trekken. Zo'n omwenteling vereist sterke organisatoren, leiders die weten hoe je de macht verwerft om idealen waar te maken, architecten die steden helpen transformeren, ingenieurs die duurzame fabrieken bouwen, landbouwers, vakmensen, leerkrachten, verzorgers. Jongeren die de strijd aangaan en een kans maken om die strijd te winnen. Laat de verontwaardiging schroeien, nieuwe ideeën bloeien, maar laat ook de verantwoordelijkheid, kundigheid en discipline rijpen om ze in de praktijk waar te maken.