De Kamer keurde op 20 juli 2017 een wet goed met verschillende bepalingen op vlak van volksgezondheid, waaronder een hoofdstuk over bloeddonatie. Met die nieuwe tekst konden mannelijke homoseksuelen, die het sinds 1985 verboden is bloed te geven, dit wel doen op voorwaarde dat ze zich 12 maanden lang onthouden van geslachtsgemeenschap. Voor de Franstalige en Luikse LGTBI+-verenigingen garandeerde de wet een "minimale dienstverlening, zonder doorbraak voor de rechten van homoseksuelen". Daarom dienden ze in februari 2018 een geding tot nietigverklaring in bij het Grondwettelijk Hof. Nog afgezien van de niet-naleving van de artikelen 10 (gelijkheid van allen voor de wet) en 11 (niet-discriminatie) van de Grondwet, voerden de verzoekers aan dat het verschil in behandeling tussen mannen die seksueel contact hebben gehad met een andere man en de rest van de bevolking "zonder rechtvaardiging is". Het Grondwettelijk Hof heeft gisteren beslist artikel 8 van de wet van augustus 2017 nietig te verklaren. Het hof behoudt echter de gevolgen van de geannuleerde bepaling tot de inwerkingtreding van een wet die plasmadonatie toestaat voor de twee bovengenoemde categorieën kandidaatdonoren. Het Hof verwerpt verder de rest van de vordering tot nietigverklaring door de regenboogverenigingen. (Belga)