De boodschap van vrede loopt als een rode draad door de erfenis van de Vlaamse Beweging. Je vindt ze terug bij de Vlaamse vredesvereniging VOS, waar ze een actueel en actief pacifisme inspireert. Je vindt ze terug in het ADVN, het Archief en Documentatiecentrum van het Vlaams-Nationalisme te Antwerpen. Een rondgang door het ADVN overtuigt je meteen van het authentieke karakter van de Vlaamse vredeswil, hoe de Vlaamse natie altijd wegliep van oorlog en geweld.

De praktische ingesteldheid van een deel van de Vlaamse elite heeft er niettemin voor gezorgd dat we onze hoop ook hebben gesteld op vreemde mogendheden om wereldvrede én Vlaamse autonomie te verkrijgen. Het was door gebekvecht en oorlog tussen grote mogendheden dat de stem van Vlaanderen geen gehoor kreeg. Zeker in het interbellum, tussen de twee wereldoorlogen, waren er weinig pamfletten, brochures of toespraken waarin een vredeswens en de autonomie-eis niet meteen op elkaar volgden.

'Gestaag voortdoen en tegelijkertijd kritisch blijven, dan vind je vrede'

De verbinding van wereldvrede met Vlaamse autonomie was een links noch rechts monopolie. Het was heel gewoon en heel Vlaams. Noem het naïef, want het ene werd niet als façade voor het andere gebruikt. Vrede niet als argument voor zelfbestuur; zelfbestuur niet als voorwendsel voor vrede. Ze hoorden gewoon samen en Vlaanderen was hun heraut. Wie daar kanttekeningen bij durfde te plaatsen, kreeg af te rekenen met het gebod van 'godsvrede', een pluralisme avant la lettre, omdat alle krachten gebundeld moesten worden. Zeker honderd jaar geleden was zo'n pluralisme een erg idealistisch gebaar. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het romantische idealisme van de negentiende eeuw een late uitloper kende in de lyriek van Vlaamse schrijvers en de bevlogenheid van hun politici. De Vlaamse natie is een laatbloeier. Dàt wij een natie vormen, kan je eenvoudig afleiden uit ons bewustzijn dat wij effectief een nakomertje zijn van de natiestaatgedachte. We vormden niet onbevangen gemeenschap en lieten ons meedrijven, maar voelden ons opgejaagd om een inhaalbeweging te voltrekken. Om niet te laat te komen in het 'concert der naties'.

Het gevolg van een bepaald soort naïviteit en een tragische kijk op onszelf leidde tot de samenwerking van tienduizenden Vlamingen met de Duitse bezetters in de tweede wereldoorlog. De nieuwe orde zou een einde maken aan het koloniale tijdperk van rivaliserende kapitalistische oligarchieën, zo dachten velen, en dus waarmaken wat onmiddellijk na de eerste wereldbrand niet scheen te zullen lukken: duurzame wereldvrede. Nooit meer oorlog! Toen het vanaf 1943 duidelijk werd dat er verkeerd was gegokt - niet alleen omdat de oorlog voor de Duitsers verloren bleek maar ook omdat het Hitlerregime autonomie voor Vlaanderen niet zou honoreren - kwam er geen inkeer, maar verharding. Een sprong in het absurde. Iets wat bijvoorbeeld Cyriel Verschaeve niet langer gevierd maar berucht maakte.

De kritiek op een neoliberale nieuwe wereldorde - niet te verwarren met de nieuwe orde uit de jaren dertig en veertig... - maakt fundamenteel deel uit van het hedendaagse verhaal van de Vlaamse Beweging. De onlangs overleden en onvolprezen Vlaamse publicist Mark Grammens had van die kritiek zijn waarmerk gemaakt, maar hij was daarin niet alleen. Meer dan strikt nodig is de economische en culturele dominantie van de VS de kop van jut (geweest). Want er zijn China en India. En er is opnieuw Rusland. Dat zijn allemaal mondiale spelers op wie autonomiebewegingen in Europa echter niet te veel hoop moeten zetten. Samen met de VS verdelen ze de wereldmarkt van producten en diensten onder elkaar en geven ze Europa steeds meer het nakijken. Puur economisch maakt het niet uit of een Europa met onder andere Frankrijk, Italië, Spanje en België zou proberen een stuk van de koek mee te graaien. Of dat een Europa met onder meer Baskenland, Zuid-Tirol, Catalonië en Vlaanderen dat zou proberen. Aan het kortste eind trekken de inwoners van deze regio's evenzeer als de burgers van de EU-lidstaten waarvan die regio's strikt genomen nog steeds deel uitmaken.

Vrede is een (genees)middel

Voor mij is het alternatief voor een neoliberale nieuwe wereldorde een wereld waar historische gemeenschappen meer autonomie verwerven. De vraag is of je dit moet nastreven omdat je gelooft dat daar automatisch wereldvrede uit volgt. Mocht ik dat écht geloven, dan zou ik snel een illusie armer zijn. Ik geloof al evenmin dat de EU een levenslange garantie op vrede inhoudt. Indien het in slechte mensenhanden valt, kan een nobel idee uitgroeien tot een nachtmerrie op wereldschaal.

'Als natie zijn we misschien een laatbloeier, maar de mensen die hun ideeën als stukken van de puzzel bij elkaar legden in de loopgraven van het IJzerfront: zij waren een eeuw voorop in hun denken.'

Misschien is het daarom beter om vrede niet te utopisch op te vatten en het ook niet te zien als een soort van ultiem doel, waarnaar alle mensen van goede wil elk moment van de dag rusteloos moeten streven. Wellicht is vrede zelfs veeleer een middel of instrument dan een doel. En aangezien de weg veel meer wel dan niet het doel uitmaakt... Daarom is het nodig om het begrip 'vrede' een invulling te geven die het politiek en maatschappelijk tot mobiliserende factor maakt.

In de jaren tachtig van vorige eeuw stond 'vrede' gelijk aan 'geen raketten in Europa' en kreeg je met die bepaling van vrede honderdduizenden mensen op de been in betogingen. Dat werkt nu niet meer. Mensen gaan niet zo makkelijk meer in groepen de straat op voor maatschappelijke of politieke verandering. Langs de andere kant zie je de cursussen mindfulness vollopen. Kern daarvan is dat ontwikkeling, voorspoed en dagelijks geluk beginnen bij de aanvaarding van wat zich voordoet. Dat is geen fatalisme, maar openheid. Een openheid die je op termijn kan veranderen in een aantal opvattingen die je koestert, maar die je niet dadelijk vraagt uit je rol te vallen en om bijvoorbeeld van België-believer in Vlaams autonomist te veranderen (of omgekeerd). Dat zou maar al te gek zijn. Vrede is een medicijn voor al die uiterste polen waartussen je vandaag heen en weer dreigt te worden geslingerd.

Gestaag voortdoen en tegelijkertijd kritisch blijven, dan vind je vrede. Wat onthechting helpt. Het is een boodschap die de blauwdruk is van het testament van de IJzerbeweging: nooit meer oorlog, zelfbestuur, godsvrede. Naar mijn mening krijgt deze interpretatie te weinig aandacht. Want als natie zijn we misschien een laatbloeier, maar de mensen die hun ideeën als stukken van de puzzel bij elkaar legden in de loopgraven van het IJzerfront: zij waren een eeuw voorop in hun denken. Hun naïviteit was maar ogenschijnlijk. Het is voor deze avant-garde dat ooit de IJzertoren is opgericht.

Daarom is de toren van Kaaskerke voor mij inderdaad een vredesmonument, maar niet omdat ik geloof dat in elke geweerloop morgen een anjer moet prijken. De kerels voor wie de toren is gebouwd gingen gestaag door, maar bleven kritisch. Erg kritisch voor de oorlog, maar ze pleegden geen verraad aan hun eed. Ook kritisch voor elkaar, maar ze hielden woord en de godsvrede hield stand. Natuurlijk ook kritisch voor België, maar daarom toen niet meteen anti-Belgisch. Dat ik het comfort heb om vandaag wél de federale structuur in vraag te stellen, heb ik te danken aan hun rechtlijnigheid en aan hun openheid voor woord en wederwoord. Ben ik er blij om? Ik doe vooral gewoon voort, in vrede met mezelf. Dat is het beste eerbetoon.

Bart De Valck is de voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging.

De boodschap van vrede loopt als een rode draad door de erfenis van de Vlaamse Beweging. Je vindt ze terug bij de Vlaamse vredesvereniging VOS, waar ze een actueel en actief pacifisme inspireert. Je vindt ze terug in het ADVN, het Archief en Documentatiecentrum van het Vlaams-Nationalisme te Antwerpen. Een rondgang door het ADVN overtuigt je meteen van het authentieke karakter van de Vlaamse vredeswil, hoe de Vlaamse natie altijd wegliep van oorlog en geweld.De praktische ingesteldheid van een deel van de Vlaamse elite heeft er niettemin voor gezorgd dat we onze hoop ook hebben gesteld op vreemde mogendheden om wereldvrede én Vlaamse autonomie te verkrijgen. Het was door gebekvecht en oorlog tussen grote mogendheden dat de stem van Vlaanderen geen gehoor kreeg. Zeker in het interbellum, tussen de twee wereldoorlogen, waren er weinig pamfletten, brochures of toespraken waarin een vredeswens en de autonomie-eis niet meteen op elkaar volgden.De verbinding van wereldvrede met Vlaamse autonomie was een links noch rechts monopolie. Het was heel gewoon en heel Vlaams. Noem het naïef, want het ene werd niet als façade voor het andere gebruikt. Vrede niet als argument voor zelfbestuur; zelfbestuur niet als voorwendsel voor vrede. Ze hoorden gewoon samen en Vlaanderen was hun heraut. Wie daar kanttekeningen bij durfde te plaatsen, kreeg af te rekenen met het gebod van 'godsvrede', een pluralisme avant la lettre, omdat alle krachten gebundeld moesten worden. Zeker honderd jaar geleden was zo'n pluralisme een erg idealistisch gebaar. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het romantische idealisme van de negentiende eeuw een late uitloper kende in de lyriek van Vlaamse schrijvers en de bevlogenheid van hun politici. De Vlaamse natie is een laatbloeier. Dàt wij een natie vormen, kan je eenvoudig afleiden uit ons bewustzijn dat wij effectief een nakomertje zijn van de natiestaatgedachte. We vormden niet onbevangen gemeenschap en lieten ons meedrijven, maar voelden ons opgejaagd om een inhaalbeweging te voltrekken. Om niet te laat te komen in het 'concert der naties'.Het gevolg van een bepaald soort naïviteit en een tragische kijk op onszelf leidde tot de samenwerking van tienduizenden Vlamingen met de Duitse bezetters in de tweede wereldoorlog. De nieuwe orde zou een einde maken aan het koloniale tijdperk van rivaliserende kapitalistische oligarchieën, zo dachten velen, en dus waarmaken wat onmiddellijk na de eerste wereldbrand niet scheen te zullen lukken: duurzame wereldvrede. Nooit meer oorlog! Toen het vanaf 1943 duidelijk werd dat er verkeerd was gegokt - niet alleen omdat de oorlog voor de Duitsers verloren bleek maar ook omdat het Hitlerregime autonomie voor Vlaanderen niet zou honoreren - kwam er geen inkeer, maar verharding. Een sprong in het absurde. Iets wat bijvoorbeeld Cyriel Verschaeve niet langer gevierd maar berucht maakte.De kritiek op een neoliberale nieuwe wereldorde - niet te verwarren met de nieuwe orde uit de jaren dertig en veertig... - maakt fundamenteel deel uit van het hedendaagse verhaal van de Vlaamse Beweging. De onlangs overleden en onvolprezen Vlaamse publicist Mark Grammens had van die kritiek zijn waarmerk gemaakt, maar hij was daarin niet alleen. Meer dan strikt nodig is de economische en culturele dominantie van de VS de kop van jut (geweest). Want er zijn China en India. En er is opnieuw Rusland. Dat zijn allemaal mondiale spelers op wie autonomiebewegingen in Europa echter niet te veel hoop moeten zetten. Samen met de VS verdelen ze de wereldmarkt van producten en diensten onder elkaar en geven ze Europa steeds meer het nakijken. Puur economisch maakt het niet uit of een Europa met onder andere Frankrijk, Italië, Spanje en België zou proberen een stuk van de koek mee te graaien. Of dat een Europa met onder meer Baskenland, Zuid-Tirol, Catalonië en Vlaanderen dat zou proberen. Aan het kortste eind trekken de inwoners van deze regio's evenzeer als de burgers van de EU-lidstaten waarvan die regio's strikt genomen nog steeds deel uitmaken.Voor mij is het alternatief voor een neoliberale nieuwe wereldorde een wereld waar historische gemeenschappen meer autonomie verwerven. De vraag is of je dit moet nastreven omdat je gelooft dat daar automatisch wereldvrede uit volgt. Mocht ik dat écht geloven, dan zou ik snel een illusie armer zijn. Ik geloof al evenmin dat de EU een levenslange garantie op vrede inhoudt. Indien het in slechte mensenhanden valt, kan een nobel idee uitgroeien tot een nachtmerrie op wereldschaal. Misschien is het daarom beter om vrede niet te utopisch op te vatten en het ook niet te zien als een soort van ultiem doel, waarnaar alle mensen van goede wil elk moment van de dag rusteloos moeten streven. Wellicht is vrede zelfs veeleer een middel of instrument dan een doel. En aangezien de weg veel meer wel dan niet het doel uitmaakt... Daarom is het nodig om het begrip 'vrede' een invulling te geven die het politiek en maatschappelijk tot mobiliserende factor maakt. In de jaren tachtig van vorige eeuw stond 'vrede' gelijk aan 'geen raketten in Europa' en kreeg je met die bepaling van vrede honderdduizenden mensen op de been in betogingen. Dat werkt nu niet meer. Mensen gaan niet zo makkelijk meer in groepen de straat op voor maatschappelijke of politieke verandering. Langs de andere kant zie je de cursussen mindfulness vollopen. Kern daarvan is dat ontwikkeling, voorspoed en dagelijks geluk beginnen bij de aanvaarding van wat zich voordoet. Dat is geen fatalisme, maar openheid. Een openheid die je op termijn kan veranderen in een aantal opvattingen die je koestert, maar die je niet dadelijk vraagt uit je rol te vallen en om bijvoorbeeld van België-believer in Vlaams autonomist te veranderen (of omgekeerd). Dat zou maar al te gek zijn. Vrede is een medicijn voor al die uiterste polen waartussen je vandaag heen en weer dreigt te worden geslingerd.Gestaag voortdoen en tegelijkertijd kritisch blijven, dan vind je vrede. Wat onthechting helpt. Het is een boodschap die de blauwdruk is van het testament van de IJzerbeweging: nooit meer oorlog, zelfbestuur, godsvrede. Naar mijn mening krijgt deze interpretatie te weinig aandacht. Want als natie zijn we misschien een laatbloeier, maar de mensen die hun ideeën als stukken van de puzzel bij elkaar legden in de loopgraven van het IJzerfront: zij waren een eeuw voorop in hun denken. Hun naïviteit was maar ogenschijnlijk. Het is voor deze avant-garde dat ooit de IJzertoren is opgericht. Daarom is de toren van Kaaskerke voor mij inderdaad een vredesmonument, maar niet omdat ik geloof dat in elke geweerloop morgen een anjer moet prijken. De kerels voor wie de toren is gebouwd gingen gestaag door, maar bleven kritisch. Erg kritisch voor de oorlog, maar ze pleegden geen verraad aan hun eed. Ook kritisch voor elkaar, maar ze hielden woord en de godsvrede hield stand. Natuurlijk ook kritisch voor België, maar daarom toen niet meteen anti-Belgisch. Dat ik het comfort heb om vandaag wél de federale structuur in vraag te stellen, heb ik te danken aan hun rechtlijnigheid en aan hun openheid voor woord en wederwoord. Ben ik er blij om? Ik doe vooral gewoon voort, in vrede met mezelf. Dat is het beste eerbetoon.