Standbeelden: plots zijn ze een onmisbaar instrument in het publieke debat. Op Independence Day hield de Amerikaanse president Donald Trump een toespraak bij Mount Rushmore, met de gebeeldhouwde hoofden van vier iconische voorgangers - George Washington, Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt en Abraham Lincoln. Trump gebruikte die all-American-achtergrond om zijn linkse landgenoten weg te zetten als on-Amerikaans. Een aantal van hen had diezelfde dag elders in de VS beelden van Columbus onthoofd of omvergetrokken. Voor hen is de man die de geschiedenis inging als de ontdekker van Amerika een racist.
...

Standbeelden: plots zijn ze een onmisbaar instrument in het publieke debat. Op Independence Day hield de Amerikaanse president Donald Trump een toespraak bij Mount Rushmore, met de gebeeldhouwde hoofden van vier iconische voorgangers - George Washington, Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt en Abraham Lincoln. Trump gebruikte die all-American-achtergrond om zijn linkse landgenoten weg te zetten als on-Amerikaans. Een aantal van hen had diezelfde dag elders in de VS beelden van Columbus onthoofd of omvergetrokken. Voor hen is de man die de geschiedenis inging als de ontdekker van Amerika een racist. Ook in eigen land leiden standbeelden tot controverse. De rode verf die borstbeelden van Leopold II over zich heen krijgen, symboliseert het bloedvergieten in Belgisch-Congo. Zelfs in de Leuvense Universiteitsbibliotheek werd een buste van Leopold II weggehaald. Lectuur van de verzamelde boekenwijsheid in diezelfde bibliotheek had het rectoraat al vele jaren geleden duidelijk kunnen maken wat er in Congo werkelijk is gebeurd, welke rol Leopold II daarbij heeft gespeeld en wat andere Belgen later in diezelfde kolonie hebben gedaan. Misschien kan de KU Leuven ook aan het Leuvense stadsbestuur vragen om de 'Monseigneur Van Waeyenberghlaan' een andere naam te geven: onder die rector werd in 1954 in Congo de universiteit van 'Lovanium' gesticht. Alleen al de Latijnse naam (de vertaling van 'Leuven') geeft aan dat zijn project paste in het koloniale denken van toen. Zaterdag houdt N-VA-voorzitter Bart De Wever zijn 11 julitoespraak bij het grafmonument van Herman Van den Reeck, een Vlaamsgezinde militant die honderd jaar geleden is gestorven - hij was amper 19 jaar oud. Van den Reeck liep in 1920 in Antwerpen mee in een verboden Vlaamsgezinde betoging: een politiekogel werd de jonge radicaal fataal. Over die bijfiguur van de Vlaamse Beweging verschijnt dezer dagen een dikke biografie. Auteur Jan Huijbrechts is de Vlaams Belanger die onlangs de media haalde nadat hij bij de VRT-leiding was gaan klagen over een Hitlergroet-grap van Geert Hoste. Hij omschrijft zichzelf als iemand die in zijn jonge jaren behoorde 'tot wat ik eufemistisch de militante tak van de Vlaamse Beweging' noem: vandaar zijn belangstelling voor het heftige engagement van Van den Reeck. Van den Reeck was niet alleen flamingant, maar ook marxist. Hij haatte de franskiljonse bourgeoisie die het Vlaamse volk arm hield. De socialist Camiel Huysmans sprak op zijn begrafenis en de extreemrechtse Vlaams-nationalist Wiens Moens schreef vanuit de gevangenis een huldegedicht. De vraag is welke betekenis de N-VA-voorzitter nu zal geven aan die symbolische figuur. Staat Van den Reeck voor de samenwerking tussen links en rechts? Dat zou kunnen worden gezien als een uitgestoken hand naar de PS/SP.A. Staat hij voor de radicale Vlaamse strijd, die best wat meer sociale accenten mag krijgen? Dat zou meer aansluiten bij de nieuwe marsrichting van het Vlaams Belang. Of wil De Wever zich als burgemeester na honderd jaar excuseren voor het Antwerpse politieoptreden tegen betogers? Ook dat is best actueel. Het perspectief maakt het verhaal. Twee van de Mount Rushmore-presidenten, George Washington en Thomas Jefferson, hadden slaven in dienst. Tegelijk was 'slavenhandelaar' Jefferson ook de voornaamste auteur van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, met daarin de fameuze zin: 'All men are created equal.' Dat is het punt dat Black Lives Matter onder de aandacht brengt van Donald Trump, die daarvan steeds minder overtuigd lijkt. Of neem het voorbeeld van Honoré Van Waeyenbergh, die twaalf jaar voor de opening van Lovanium door de nazi's werd gearresteerd omdat hij koppig weigerde mee te werken aan de tewerkstelling van zijn studenten in Duitsland - er zijn er die voor minder een straat naar zich vernoemd krijgen. Slechts zelden wordt nog de volledige context gezien en het hele verhaal verteld: het 'nu' is allesbepalend geworden. Geschiedenis dient voor velen niet meer om kennis, inzicht en wijsheid over te brengen. Geschiedenis wordt steeds openlijker en onbeschaamder gebruikt om het eigen gelijk te onderstrepen. En dat het liefst door acties die 'de tegenpartij' kwetsen of op zijn minst tegen de borst stuiten: men eist een absoluut respect voor de eigen gevoeligheden, en tegelijk miskent men brutaal de emoties van anderen. Die houding, of het nu gaat om voor- en tegenstanders van Zwarte Piet of om de nieuwe beeldenstormers, leidt haast altijd tot een dovemansgesprek en tot conflict.