Het principe van het tijdelijk werkervaringstraject (TWE) bestaat sinds 2017. De bedoeling is dat het OCMW zijn leefloon-cliënten aanmoedigt om aan de slag te gaan, vooral in de privéwereld. Ze krijgen hiervoor een loon van het OCMW, dat grotendeels door Vlaanderen wordt gefinancierd. Werkt de leefloon-cliënt in de private sector, dan kan het OCMW zelfs een deel van dat geld recupereren bij dat bedrijf.

Het uitgangspunt is dat het traject hoogstens twee jaar duurt. Aan het einde van de rit zou de leefloner genoeg werkervaring moeten hebben om door te stromen naar een job.

'Vroeger waren die mensen moeilijk activeerbaar', zegt Vlaams Parlementslid Axel Ronse (N-VA). 'Gemeenten gaven hen subsidiejobs, zoals bij de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA's). Ze deden dan bijvoorbeeld klusjes voor een school of voor de gemeente zelf. Soms voor slechts twee uur per dag.'

Steden en gemeenten zijn een zeer belangrijke partner in het wegwerken van de arbeidskrapte.

Axel Ronse (N-VA)

'In dit systeem investeren we daarentegen in de competenties van mensen om hen te versterken. Onder de chapeau van tijdelijke werkervaring kunnen ze een stage volgen of een opleiding genieten, bijvoorbeeld bij een lokale kmo. Dat is een historische stap', zegt hij.

Uit cijfers die hij opvroeg bij partijgenoot en Vlaams minister van Werk Philippe Muyters blijkt dat het systeem aanslaat. Waren er in 2017 nog 4.851 trajecten, dan klom dat aantal in 2018 tot 8.581. In dat laatste cijfer zit nog een gedeelte van de lopende trajecten uit 2017, maar volgens Ronse wijst alles erop dat het TWE-principe 'op kruissnelheid is'.

Opvallend: de provincie Antwerpen is de grote slokop van alle trajecten. In 2018 liepen er 4.131 trajecten, bijna de helft van het totale aantal in heel Vlaanderen. De provincie Oost-Vlaanderen volgt op twee, met 1.707.

Te verkokerd

Volgens Ronse is dat verschil het gevolg van politieke keuzes. 'Ik ben zelf van Kortrijk, waar mijn partij in een bestuurscoalitie zit met Open VLD en SP.A. Wij scoren goed op het activeren van mensen, net als de stad Antwerpen. Dat kan niet van elke stad of gemeente gezegd worden', zegt hij. 'Dit toont vooral aan dat lokaal beleid het verschil kan maken. Steden en gemeenten zijn een zeer belangrijke partner in het wegwerken van de arbeidskrapte.'

De N-VA'er ziet dan ook alleen maar voordelen in het TWE-principe. 'Ik wil zelfs ruimer gaan', zegt Ronse. 'Nu werken alle diensten te verkokerd. De VDAB ontfermt zich over de werklozen, het OCMW over leefloon-cliënten, het Riziv over langdurig zieken. Maar we zouden een abstractie moeten maken van hun statuut en kijken welke specifieke begeleiding die mensen specifiek nodig hebben.'