'Er is geen beter witwasmechanisme ter wereld dan goud', zegt David Soud, hoofd onderzoek en analyse bij I.R. Consilium, een consultancy gespecialiseerd in misdaadanalyse. 'Goud is geconcentreerde, draagbare rijkdom, heeft zowat overal ter wereld dezelfde waarde, en kan buiten het wereldwijde financiële systeem worden verplaatst.'

Het is dan ook niet verwonderlijk dat banken extra waakzaam moeten zijn wanneer het gaat om financiële transacties met goudhandelaars. In liefst een op de vier gelekte Amerikaanse witwasmeldingen uit de FinCEN Files duiken dan ook goudbedrijven op. Zoals bekend deelde BuzzFeed ruim 2100 gelekte Amerikaanse witwasmeldingen ('suspicious activity reports' of SAR's in het jargon) met het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) en zijn partnermedia. In totaal is daarin sprake van ruim 500 miljard dollar aan verdachte transacties met betrekking tot goud.

Veroordeeld voor witwassen

Eén gelekte SAR, in maart 2013 ingediend door een Amerikaanse bank, gaat over de Antwerpse goudhandelaar Tony Goetz. Dat achterhaalden Knack, De Tijd en Le Soir.

Volgens het document was het bedrijf tussen november 2012 en februari 2013 betrokken bij 218 financiële transacties, samen goed voor 138 miljoen dollar. Het gros van die overschrijvingen verliep via een correspondentrekening van Belfius bij die Amerikaanse bank. In een ander gelekt document gaat het dan weer om betalingen door de Belgische goudhandelaar uit 2016, voor bedragen tussen de 50.000 en de 2 miljoen euro aan een bedrijf in Curaçao. Voor alle duidelijkheid: witwasmeldingen zijn géén bewijs van een misdrijf. De gelekte documenten zeggen dus helemaal niets over de vraag of Tony Goetz al dan niet betrokken was bij witwassen.

Voor feiten uit de periode 2010-2011 is goudhandelaar Tony Goetz later wél veroordeeld, zowel voor valsheid in geschrifte als voor witwaspraktijken. Volgens de Antwerpse rechtbank van eerste aanleg had het bedrijf in die periode meer dan één miljard euro aan contante aankopen van edele metalen gedaan. Het had, zo staat te lezen in het vonnis van 30 januari 2020, daarbij zijn boekhouding vervalst, door transacties met (andere) professionele goudhandelaren te registreren als transacties met 'particulieren', waarbij aankopen boven de toenmalige 'witwasgrens' van 15.000 euro werden opgesplitst in verschillende deelaankopen. In sommige gevallen bleek het aangekochte goud afkomstig van gestolen juwelen of een overval.

Tony Goetz werd veroordeeld tot een geldboete met uitstel. Verder werd lastens het bedrijf ruim een miljoen euro 'illegaal vermogensvoordeel' verbeurd verklaard.

Vaststelling: Tony Goetz ging niet in beroep tegen zijn veroordeling. De advocaat van het bedrijf reageert dat het 'deze oude kwestie definitief achter zich wenste te laten en zich wenst te concentreren op de toekomst van de onderneming'. Hij stipt aan dat de goudhandelaar sinds 2011 alles wat verband houdt met compliance voortdurend verder verfijnd heeft en aangepast aan de gewijzigde antiwitwaswetgeving. Het bedrijf hanteert een 'doorgedreven klanten- en goederenidentificatie'. Sinds 2011 heeft geen enkele bevoegde autoriteit 'enige aantijging geuit omtrent een beweerde schending van de antiwitwasregelgeving' en maakt het bedrijf volgens de advocaat - voor zover bekend - geen voorwerp uit van enig gerechtelijk onderzoek.

FinCEN Files
© FinCEN Files

Verder wijst de raadsheer van Tony Goetz erop dat de feiten dateren van meer dan acht jaar geleden, en stelt hij dat het in de periode tot 2013 'in de sector wijdverspreid was dat aankopen van goud cash werden betaald (...) Er werd toen ook in de sector aanvaard dat zulks binnen het op dat ogenblik toepasselijke kader toegelaten was.'

Op de vermelding in de Amerikaanse SAR kan de advocaat inhoudelijk niet antwoorden aangezien hij 'geen kennis heeft van de documenten'.

50 euro commissie per kilo goud

De bank waaraan de Belgische goudhandelaar minstens in de periode 2010-2011 (en volgens onze informatie ook jaren daarvoor al) het goud onmiddellijk doorverkocht, maakte geen voorwerp uit van het witwasonderzoek. Maar ze staat wel vermeld in het vonnis van januari 2020. Het gaat om Dexia.

Had Dexia niet meer vragen moeten stellen over de herkomst van al het goud? En deden de grote hoeveelheden cash geen alarmbellen afgaan?

De bank verwerkte dus niet enkel financiële transacties voor de goudhandelaar, maar deed ook zaken met het bedrijf, vastgelegd in een kaderovereenkomst in 2010. Per kilo aangekocht goud rekende Dexia 50 euro commissie aan, zo staat te lezen in het vonnis van de Antwerpse rechtbank.

Met andere woorden: Dexia heeft geld verdiend door goudstaven aan te kopen van een goudhandelaar die later werd veroordeeld voor de manier waarop hij in de periode 2010-2011 zelf goud aankocht. Bovendien betaalde Dexia hiervoor door grote transporten van cash naar het Antwerpse adres van Tony Goetz te organiseren - aangezien die over veel cash wilde beschikken om aanbieders van goud te kunnen betalen.

Dat alles roept uiteraard vragen op over de zorgvuldigheidsplicht van Dexia. Kende de bank haar zakenpartner - de goudhandelaar - wel voldoende? Had Dexia niet meer vragen moeten stellen over de herkomst van al het goud? En deden de grote hoeveelheden cash geen alarmbellen afgaan?

Belfius reageert dat het de relatie met Tony Goetz 'steeds correct gemonitord' heeft en in 2013 de relatie op eigen initiatief verbrak. Woordvoerster Ulrike Pommee: 'Belfius wenst te benadrukken dat Tony Goetz zich onder de vroegere relatie tegenover Belfius verbonden had een deugdelijk monitoringbeleid te voeren om witwassen te vermijden. Dit waren engagementen gevraagd door Belfius die veel verder gingen dan door de toen geldende antiwitwaswetgeving werden vereist, maar die Belfius zelf oplegde als risicobeperkende maatregel. Achteraf blijkt dat Tony Goetz Belfius op grote schaal heeft voorgelogen, en het toezicht van Belfius daarop heeft trachten te omzeilen.'

Klopt niet, reageert de advocaat van de goudhandelaar: 'Belfius heeft in het gerechtelijk onderzoek steeds meegedeeld dat zij een erg grondig onderzoek heeft gedaan en dat zij tot het inzicht is gekomen dat cliënte geen inbreuken heeft begaan op de witwaswetgeving. Zij heeft zelfs bij cliënte ter plaatse verificaties gedaan ter staving van haar onderzoek en haar inzichten. Ik begrijp dat Belfius in het licht van jullie artikel geschiedenis wenst te herschrijven maar dit gedeelte van haar verklaring stemt niet overeen met de realiteit. Belfius is steeds integraal en volledig geïnformeerd door cliënte en is nooit "voorgelogen". Dit laatste is overigens weinig geloofwaardig gelet op de omvang van de verrichtingen en zou afbreuk doen aan de kwaliteit van de toenmalige Belfius-verantwoordelijken die dit onderzoek hebben gevoerd.'

Opmerkelijke vaststelling: ondanks al het bovenstaande is Belfius voor zover bekend nooit door de Nationale Bank van België (NBB) - de toezichthouder van banken inzake hun antiwitwasverplichtingen - op de vingers getikt over zijn relatie met de goudhandelaar.

'Belfius heeft over dit dossier steeds transparant en constructief gecommuniceerd met de betrokken toezichthouders', zegt woordvoerster Ulrike Pommee. 'Belfius heeft geen kennis van het feit dat er door haar toezichthouder een formeel onderzoek werd geopend naar de samenwerking tussen Belfius en Tony Goetz. Er werd op geen enkel ogenblik een schikking getroffen over dit dossier.'

Bankgeheim

Flashback naar de gelekte Amerikaanse witwasmelding uit maart 2013. De Amerikaanse bank die het suspicious activity report indiende bij de antiwitwascel FinCEN schrijft in het document dat het in het kader van een voorgaand onderzoek een vraag had overgemaakt aan Dexia Bank in België. De Amerikaanse bank verzocht Dexia om aan haar klant - Tony Goetz - bijkomende informatie te vragen over een Surinaams bedrijf dat opdook in financiële transacties.

'Dexia Bank België moet de Belgische bankwetgeving respecteren', zo antwoordde Dexia volgens het gelekte document destijds op het verzoek van de Amerikaanse bank. 'Daarom is het niet toegestaan om informatie over onze klanten te geven.'

Dexia (in oktober 2011 gered met miljarden belastinggeld) suggereerde om aan te kloppen bij de bank van het Surinaamse bedrijf, en daar de ontbrekende informatie te sprokkelen.

Knack, Le Soir en De Tijd legden het antwoord van Dexia voor aan antiwitwasexperts. Die begrijpen niet goed waarom Dexia zich beroept op het bankgeheim. Volgens hen had de bank in het kader van een antiwitwasonderzoek door een andere bank de informatie gerust kunnen overmaken.

Waarom deed Dexia dat dan niet? Speelde daarin mee dat de goudhandelaar niet enkel een klant van Dexia was, maar ook een zakenpartner die geld in het laatje bracht?

Belfius-woordvoerster Ulrike Pommee ontkent: 'Het antwoord van de toenmalige Dexia Bank aan haar Amerikaanse correspondentbank moet je situeren binnen het reglementaire kader van dat moment - en de interpretatie die de meeste banken daar toen aan gaven.'

Goudhandelaar Tony Goetz verstuurde in maart 2020 brieven naar meer dan 20 banken. Maar niemand was bereid een bankrelatie met het bedrijf aan te gaan. Ook Belfius niet.

Ze verwijst naar het zogenaamde 'tipping off'-verbod, dat stelt dat banken niet aan hun klanten of aan derden mogen meedelen dat er een analyse naar witwassen aan de gang is. 'Uitzondering was informatie-uitwisseling tussen Europese banken, dat mocht wél. Maar er is nooit een Koninklijk Besluit gepubliceerd dat tipping off mogelijk maakte met Amerikaanse banken.'

Volgens Belfius zijn ondertussen de 'gebruiken tussen banken onderling, en tussen banken en hun correspondentbank geëvolueerd'. De bank voegt eraan toe dat ze erop aandringt dat de regelgever 'initiatieven zou nemen om de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen alle stakeholders in de strijd tegen witwas te faciliteren en beter te omkaderen'.

Niemand wil nog voor de goudhandelaar bankieren

Het verhaal is nog niet ten einde. Nadat Tony Goetz in april 2013 de deur werd gewezen, wil het bedrijf nu opnieuw klant worden bij Belfius. Het stapte daarvoor in mei 2020 zelfs naar de Antwerpse ondernemingsrechtbank.

Want wat bleek? Na Dexia hadden ook een Nederlandse bank in 2015 en een andere Belgische bank in 2016 de samenwerking met de goudhandelaar beëindigd - zo staat te lezen in een beschikking van de Antwerpse ondernemingsrechtbank. In 2017 knipte nog eens een andere Belgische bank de banden met de goudhandelaar door. En minstens drie andere banken lieten daarna aan de goudhandelaar weten niet met het bedrijf in zee te willen gaan. In de loop van 2018 kon het wel nog een rekening openen bij een Britse én een Belgische bank. Maar de Britse bank blokkeerde de rekening al snel, en de Belgische bank liet ook weten de relatie te willen beëindigen.

Tony Goetz verstuurde in maart 2020 brieven naar meer dan 20 banken. Maar niemand was bereid een bankrelatie met het bedrijf aan te gaan. Ook Belfius niet. De goudhandelaar meende dat zijn recht op de vrijheid van ondernemen op onrechtmatige wijze werd beperkt, omdat niemand bereid bleek een rekening voor het bedrijf te openen. Het bedrijf drong nog eens aan bij Belfius, opnieuw tevergeefs.

In mei 2020 dagvaardde Tony Goetz zijn oude bank. Het bedrijf verzocht de ondernemingsrechtbank om Belfius 'bij wijze van voorlopige maatregel te verplichten een bankrekening te openen' voor het bedrijf. Belfius betwistte echter de territoriale bevoegdheid van de Antwerpse ondernemingsrechtbank.

Daarop spande de goudhandelaar op 27 mei 2020 een kort geding aan tegen Belfius. 'Ondernemen is alleen maar mogelijk mits er een bankrekening is', zo verklaart de advocaat van de goudhandelaar de juridische stappen. Verder geeft het bedrijf geen commentaar op de lopende procedure.

In het kort geding vraagt de goudhandelaar dat Belfius verplicht wordt een bankrekening te openen 'op straffe van een dwangsom van 50.000 euro per dag vertraging'.

'Goede contacten met het kabinet van minister Kris Peeters'

Op 26 juni 2020 verklaarde de rechtbank de vorderingen uit het kort geding van Tony Goetz ongegrond (ten gronde moet de zaak nog worden gepleit).

'Het is zonneklaar dat de urgentie vereist voor een procedure in kort geding ontbreekt', zo staat te lezen in de beschikking van de rechtbank. 'De bancaire problemen van het bedrijf begonnen reeds in het najaar van 2015.'

Volgens de beschikking heeft de goudhandelaar alleen nog een doorlopende bankrelatie met één betalingsinstelling, maar heeft het bedrijf géén rekening meer bij een Belgische kredietinstelling 'wat haar het ondernemen nagenoeg onmogelijk maakt'.

In de beschikking staat nog een interessante passage: 'TG stelt dat zij geprobeerd heeft om via politieke weg te komen tot een oplossing voor haar bancaire problemen. Er waren goede contacten met het kabinet van minister Kris Peeters, en er werd ook (op 27 maart 2019) een wetsvoorstel ingediend - doch de politieke weg heeft tot op heden niet geleid tot een doorbraak.'

We vroegen een reactie aan Kris Peeters (CD&V), sinds 2019 niet langer federaal minister van Economie, Consumenten en Werk maar Europarlementslid. Peeters: 'Naar mijn beste weten heeft er geen ontmoeting plaatsgevonden met Goetz, ook niet met mijn medewerkers. Op 18 oktober 2018 hebben we een brief gekregen van een advocaat die Goetz vertegenwoordigde. Van een goede relatie is evenwel geen sprake en dat het wetsvoorstel beïnvloed is door het bedrijf, ontken ik ten stelligste.'

Het wetsvoorstel van 27 maart 2019, aanvankelijk ingediend door twee CD&V-Kamerleden, gaat over een 'basisbankdienst voor ondernemingen'. Het is in oktober 2019 opnieuw ingediend en werd in tweede lezing goedgekeurd in de Kamercommissie Economie op 16 september 2020. Normaal gezien zal het donderdag 8 oktober in de plenaire vergadering over gestemd worden.

Bankenfederatie Febelfin waarschuwt: 'Banken moeten te allen tijde een uitgebreide risico-gebaseerde benadering kunnen toepassen, uiteraard in de eerste plaats bij de aanvaarding van klanten. Indien er vermoedens van witwassen zijn, moet een bank altijd de mogelijkheid hebben om klanten te weigeren of rekeningen af te sluiten. Wetgeving die dit doel verhindert en banken verplicht om alle bedrijven diensten te leveren valt hiermee moeilijk te rijmen. Dat is waarom de Belgische banksector sterk gekant is tegen een minimale basisbankdienst die zonder onderscheid wordt toegekend aan alle bedrijven.'

'Belfius kon failliet gaan'

Nog een opmerkelijke passage uit de beschikking van de rechtbank van 26 juni 2020 is het pleidooi van de Belfius-advocaat waarnaar verwezen wordt. Dat pleidooi werd afgesloten met 'een reeks doembeelden, indien de voorzitter het zou aandurven om de vordering van Tony Goetz gegrond te verklaren: Belfius kon failliet gaan - Belfius kon niet meer naar de beurs gaan - Belfius zou voor de Belgische Staat onverkoopbaar worden - Belfius én haar bestuurders zouden strafrechtelijk vervolgd kunnen worden' enzovoort.

Maar dat noemde de rechter dan weer 'paniekzaaierij', verwijzend naar een recent arrest van het Gerechtshof in Amsterdam dat ING oplegde om een rekening te openen voor een bedrijf dat in opspraak was gekomen. 'De aandelenkoers van ING is niet ingestort na dat arrest (...), ING is niet failliet gegaan.'

Tony Goetz voerde tijdens de procedure nog aan dat het weliswaar strafrechtelijk veroordeeld is, maar niet ontbonden werd door de strafrechter. 'Tony Goetz mocht als onderneming-vennootschap dus blijven bestaan, ondanks de door haar gepleegde strafrechtelijke feiten', zo staat in de beschikking. 'De correctionele rechtbank heeft ook een verbeurdverklaring uitgesproken, zodat het "criminele vermogen" afkomstig uit een witwasdossier is afgeroomd.' Bijgevolg zou het volledige vermogen waarover de goudhandelaar beschikt 'legaal' zijn.

Over de goudhandelaar stelt de rechter dat het bedrijf 'tot op heden onoprecht (is) en niet het minste berouw of schuldinzicht (toont)'. 'Zij houdt nog steeds voor dat zij onschuldig is, en dat zij ten onrechte is veroordeeld. Toch heeft Tony Goetz weloverwogen geen hoger beroep ingesteld... hetgeen onbegrijpelijk is, indien zij oprecht meent onschuldig te zijn geweest. Na de veroordeling kan Tony Goetz niet meer voorhouden dat haar niets te verwijten valt.'

In juli 2020 veranderde het bedrijf Tony Goetz van naam.

Nultolerantie

Anno 2020 koopt Belfius nog steeds goud aan.

'Belfius koopt en verkoopt goud van en aan haar klanten', bevestigt woordvoerster Ulrike Pommee. 'Deze worden steeds correct geïdentificeerd en gemonitord. Meerdere keren per jaar importeert Belfius ook goud van één unieke leverancier. Iedere goudstaaf is vergezeld van een certificaat van de London Bullion Market Association. De hoogste standaarden voor wat betreft traceerbaarheid worden gerespecteerd, zodat geen conflictgoud wordt aangekocht.'

Inzake het gebruik van cash geld signaleert Belfius dat het een paar jaar geleden als een van de eerste banken een 'zeer strikte cash policy'geïmplementeerd heeft 'die per klant beperkingen oplegt van het maximale bedrag aan cash dat kan worden gestort'. Belfius is volgens Pommee ook 'voorstander en pleitbezorger van de afbouw van het gebruik van cash in de maatschappij ten voordele van digitale alternatieven. Aan cash zijn veel risico's verbonden, cash is moeilijk traceerbaar en daardoor een belangrijk instrument gebruikt voor de instandhouding van de grijze en zwarte economie. Het afbouwen van cash is daarom een belangrijke hefboom voor het preventief bestrijden van fraude en witwas.'

Tot slot stelt Pommee dat Belfius 'zeer veel belang (hecht) aan het voorkomen en detecteren van fraude, witwasoperaties en financiering van terrorisme. De bank doet dat in het belang van de Belgische samenleving en om alle stakeholders van de instelling te beschermen. Belfius hanteert daarbij een nultolerantiebeleid.'

'De bank investeert heel wat middelen om een goede kennis op te bouwen en te onderhouden van al zijn klanten (Know Your Customer) en een adequate waakzaamheid toe te passen voor verrichtingen die transiteren via de bank (Understand The Transactions). Het gaat om investeringen in zowel mensen, opleiding en begeleiding (inclusief waarden en ethiek) als in ondersteunende IT-systemen. Er worden in dat verband belangrijke inspanningen geleverd om atypische verrichtingen op te sporen, grondig te onderzoeken en er het nodige gevolg aan te geven. Stelt Belfius atypische verrichtingen vast, dan wordt dat gemeld aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI), vaak met een verbreking van de klantenrelatie tot gevolg.'

'Er is geen beter witwasmechanisme ter wereld dan goud', zegt David Soud, hoofd onderzoek en analyse bij I.R. Consilium, een consultancy gespecialiseerd in misdaadanalyse. 'Goud is geconcentreerde, draagbare rijkdom, heeft zowat overal ter wereld dezelfde waarde, en kan buiten het wereldwijde financiële systeem worden verplaatst.' Het is dan ook niet verwonderlijk dat banken extra waakzaam moeten zijn wanneer het gaat om financiële transacties met goudhandelaars. In liefst een op de vier gelekte Amerikaanse witwasmeldingen uit de FinCEN Files duiken dan ook goudbedrijven op. Zoals bekend deelde BuzzFeed ruim 2100 gelekte Amerikaanse witwasmeldingen ('suspicious activity reports' of SAR's in het jargon) met het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) en zijn partnermedia. In totaal is daarin sprake van ruim 500 miljard dollar aan verdachte transacties met betrekking tot goud. Eén gelekte SAR, in maart 2013 ingediend door een Amerikaanse bank, gaat over de Antwerpse goudhandelaar Tony Goetz. Dat achterhaalden Knack, De Tijd en Le Soir.Volgens het document was het bedrijf tussen november 2012 en februari 2013 betrokken bij 218 financiële transacties, samen goed voor 138 miljoen dollar. Het gros van die overschrijvingen verliep via een correspondentrekening van Belfius bij die Amerikaanse bank. In een ander gelekt document gaat het dan weer om betalingen door de Belgische goudhandelaar uit 2016, voor bedragen tussen de 50.000 en de 2 miljoen euro aan een bedrijf in Curaçao. Voor alle duidelijkheid: witwasmeldingen zijn géén bewijs van een misdrijf. De gelekte documenten zeggen dus helemaal niets over de vraag of Tony Goetz al dan niet betrokken was bij witwassen. Voor feiten uit de periode 2010-2011 is goudhandelaar Tony Goetz later wél veroordeeld, zowel voor valsheid in geschrifte als voor witwaspraktijken. Volgens de Antwerpse rechtbank van eerste aanleg had het bedrijf in die periode meer dan één miljard euro aan contante aankopen van edele metalen gedaan. Het had, zo staat te lezen in het vonnis van 30 januari 2020, daarbij zijn boekhouding vervalst, door transacties met (andere) professionele goudhandelaren te registreren als transacties met 'particulieren', waarbij aankopen boven de toenmalige 'witwasgrens' van 15.000 euro werden opgesplitst in verschillende deelaankopen. In sommige gevallen bleek het aangekochte goud afkomstig van gestolen juwelen of een overval. Tony Goetz werd veroordeeld tot een geldboete met uitstel. Verder werd lastens het bedrijf ruim een miljoen euro 'illegaal vermogensvoordeel' verbeurd verklaard. Vaststelling: Tony Goetz ging niet in beroep tegen zijn veroordeling. De advocaat van het bedrijf reageert dat het 'deze oude kwestie definitief achter zich wenste te laten en zich wenst te concentreren op de toekomst van de onderneming'. Hij stipt aan dat de goudhandelaar sinds 2011 alles wat verband houdt met compliance voortdurend verder verfijnd heeft en aangepast aan de gewijzigde antiwitwaswetgeving. Het bedrijf hanteert een 'doorgedreven klanten- en goederenidentificatie'. Sinds 2011 heeft geen enkele bevoegde autoriteit 'enige aantijging geuit omtrent een beweerde schending van de antiwitwasregelgeving' en maakt het bedrijf volgens de advocaat - voor zover bekend - geen voorwerp uit van enig gerechtelijk onderzoek.Verder wijst de raadsheer van Tony Goetz erop dat de feiten dateren van meer dan acht jaar geleden, en stelt hij dat het in de periode tot 2013 'in de sector wijdverspreid was dat aankopen van goud cash werden betaald (...) Er werd toen ook in de sector aanvaard dat zulks binnen het op dat ogenblik toepasselijke kader toegelaten was.' Op de vermelding in de Amerikaanse SAR kan de advocaat inhoudelijk niet antwoorden aangezien hij 'geen kennis heeft van de documenten'. De bank waaraan de Belgische goudhandelaar minstens in de periode 2010-2011 (en volgens onze informatie ook jaren daarvoor al) het goud onmiddellijk doorverkocht, maakte geen voorwerp uit van het witwasonderzoek. Maar ze staat wel vermeld in het vonnis van januari 2020. Het gaat om Dexia. De bank verwerkte dus niet enkel financiële transacties voor de goudhandelaar, maar deed ook zaken met het bedrijf, vastgelegd in een kaderovereenkomst in 2010. Per kilo aangekocht goud rekende Dexia 50 euro commissie aan, zo staat te lezen in het vonnis van de Antwerpse rechtbank. Met andere woorden: Dexia heeft geld verdiend door goudstaven aan te kopen van een goudhandelaar die later werd veroordeeld voor de manier waarop hij in de periode 2010-2011 zelf goud aankocht. Bovendien betaalde Dexia hiervoor door grote transporten van cash naar het Antwerpse adres van Tony Goetz te organiseren - aangezien die over veel cash wilde beschikken om aanbieders van goud te kunnen betalen. Dat alles roept uiteraard vragen op over de zorgvuldigheidsplicht van Dexia. Kende de bank haar zakenpartner - de goudhandelaar - wel voldoende? Had Dexia niet meer vragen moeten stellen over de herkomst van al het goud? En deden de grote hoeveelheden cash geen alarmbellen afgaan? Belfius reageert dat het de relatie met Tony Goetz 'steeds correct gemonitord' heeft en in 2013 de relatie op eigen initiatief verbrak. Woordvoerster Ulrike Pommee: 'Belfius wenst te benadrukken dat Tony Goetz zich onder de vroegere relatie tegenover Belfius verbonden had een deugdelijk monitoringbeleid te voeren om witwassen te vermijden. Dit waren engagementen gevraagd door Belfius die veel verder gingen dan door de toen geldende antiwitwaswetgeving werden vereist, maar die Belfius zelf oplegde als risicobeperkende maatregel. Achteraf blijkt dat Tony Goetz Belfius op grote schaal heeft voorgelogen, en het toezicht van Belfius daarop heeft trachten te omzeilen.' Klopt niet, reageert de advocaat van de goudhandelaar: 'Belfius heeft in het gerechtelijk onderzoek steeds meegedeeld dat zij een erg grondig onderzoek heeft gedaan en dat zij tot het inzicht is gekomen dat cliënte geen inbreuken heeft begaan op de witwaswetgeving. Zij heeft zelfs bij cliënte ter plaatse verificaties gedaan ter staving van haar onderzoek en haar inzichten. Ik begrijp dat Belfius in het licht van jullie artikel geschiedenis wenst te herschrijven maar dit gedeelte van haar verklaring stemt niet overeen met de realiteit. Belfius is steeds integraal en volledig geïnformeerd door cliënte en is nooit "voorgelogen". Dit laatste is overigens weinig geloofwaardig gelet op de omvang van de verrichtingen en zou afbreuk doen aan de kwaliteit van de toenmalige Belfius-verantwoordelijken die dit onderzoek hebben gevoerd.'Opmerkelijke vaststelling: ondanks al het bovenstaande is Belfius voor zover bekend nooit door de Nationale Bank van België (NBB) - de toezichthouder van banken inzake hun antiwitwasverplichtingen - op de vingers getikt over zijn relatie met de goudhandelaar. 'Belfius heeft over dit dossier steeds transparant en constructief gecommuniceerd met de betrokken toezichthouders', zegt woordvoerster Ulrike Pommee. 'Belfius heeft geen kennis van het feit dat er door haar toezichthouder een formeel onderzoek werd geopend naar de samenwerking tussen Belfius en Tony Goetz. Er werd op geen enkel ogenblik een schikking getroffen over dit dossier.'Flashback naar de gelekte Amerikaanse witwasmelding uit maart 2013. De Amerikaanse bank die het suspicious activity report indiende bij de antiwitwascel FinCEN schrijft in het document dat het in het kader van een voorgaand onderzoek een vraag had overgemaakt aan Dexia Bank in België. De Amerikaanse bank verzocht Dexia om aan haar klant - Tony Goetz - bijkomende informatie te vragen over een Surinaams bedrijf dat opdook in financiële transacties. 'Dexia Bank België moet de Belgische bankwetgeving respecteren', zo antwoordde Dexia volgens het gelekte document destijds op het verzoek van de Amerikaanse bank. 'Daarom is het niet toegestaan om informatie over onze klanten te geven.' Dexia (in oktober 2011 gered met miljarden belastinggeld) suggereerde om aan te kloppen bij de bank van het Surinaamse bedrijf, en daar de ontbrekende informatie te sprokkelen. Knack, Le Soir en De Tijd legden het antwoord van Dexia voor aan antiwitwasexperts. Die begrijpen niet goed waarom Dexia zich beroept op het bankgeheim. Volgens hen had de bank in het kader van een antiwitwasonderzoek door een andere bank de informatie gerust kunnen overmaken. Waarom deed Dexia dat dan niet? Speelde daarin mee dat de goudhandelaar niet enkel een klant van Dexia was, maar ook een zakenpartner die geld in het laatje bracht? Belfius-woordvoerster Ulrike Pommee ontkent: 'Het antwoord van de toenmalige Dexia Bank aan haar Amerikaanse correspondentbank moet je situeren binnen het reglementaire kader van dat moment - en de interpretatie die de meeste banken daar toen aan gaven.' Ze verwijst naar het zogenaamde 'tipping off'-verbod, dat stelt dat banken niet aan hun klanten of aan derden mogen meedelen dat er een analyse naar witwassen aan de gang is. 'Uitzondering was informatie-uitwisseling tussen Europese banken, dat mocht wél. Maar er is nooit een Koninklijk Besluit gepubliceerd dat tipping off mogelijk maakte met Amerikaanse banken.' Volgens Belfius zijn ondertussen de 'gebruiken tussen banken onderling, en tussen banken en hun correspondentbank geëvolueerd'. De bank voegt eraan toe dat ze erop aandringt dat de regelgever 'initiatieven zou nemen om de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen alle stakeholders in de strijd tegen witwas te faciliteren en beter te omkaderen'.Het verhaal is nog niet ten einde. Nadat Tony Goetz in april 2013 de deur werd gewezen, wil het bedrijf nu opnieuw klant worden bij Belfius. Het stapte daarvoor in mei 2020 zelfs naar de Antwerpse ondernemingsrechtbank. Want wat bleek? Na Dexia hadden ook een Nederlandse bank in 2015 en een andere Belgische bank in 2016 de samenwerking met de goudhandelaar beëindigd - zo staat te lezen in een beschikking van de Antwerpse ondernemingsrechtbank. In 2017 knipte nog eens een andere Belgische bank de banden met de goudhandelaar door. En minstens drie andere banken lieten daarna aan de goudhandelaar weten niet met het bedrijf in zee te willen gaan. In de loop van 2018 kon het wel nog een rekening openen bij een Britse én een Belgische bank. Maar de Britse bank blokkeerde de rekening al snel, en de Belgische bank liet ook weten de relatie te willen beëindigen. Tony Goetz verstuurde in maart 2020 brieven naar meer dan 20 banken. Maar niemand was bereid een bankrelatie met het bedrijf aan te gaan. Ook Belfius niet. De goudhandelaar meende dat zijn recht op de vrijheid van ondernemen op onrechtmatige wijze werd beperkt, omdat niemand bereid bleek een rekening voor het bedrijf te openen. Het bedrijf drong nog eens aan bij Belfius, opnieuw tevergeefs. In mei 2020 dagvaardde Tony Goetz zijn oude bank. Het bedrijf verzocht de ondernemingsrechtbank om Belfius 'bij wijze van voorlopige maatregel te verplichten een bankrekening te openen' voor het bedrijf. Belfius betwistte echter de territoriale bevoegdheid van de Antwerpse ondernemingsrechtbank. Daarop spande de goudhandelaar op 27 mei 2020 een kort geding aan tegen Belfius. 'Ondernemen is alleen maar mogelijk mits er een bankrekening is', zo verklaart de advocaat van de goudhandelaar de juridische stappen. Verder geeft het bedrijf geen commentaar op de lopende procedure. In het kort geding vraagt de goudhandelaar dat Belfius verplicht wordt een bankrekening te openen 'op straffe van een dwangsom van 50.000 euro per dag vertraging'. Op 26 juni 2020 verklaarde de rechtbank de vorderingen uit het kort geding van Tony Goetz ongegrond (ten gronde moet de zaak nog worden gepleit). 'Het is zonneklaar dat de urgentie vereist voor een procedure in kort geding ontbreekt', zo staat te lezen in de beschikking van de rechtbank. 'De bancaire problemen van het bedrijf begonnen reeds in het najaar van 2015.'Volgens de beschikking heeft de goudhandelaar alleen nog een doorlopende bankrelatie met één betalingsinstelling, maar heeft het bedrijf géén rekening meer bij een Belgische kredietinstelling 'wat haar het ondernemen nagenoeg onmogelijk maakt'.In de beschikking staat nog een interessante passage: 'TG stelt dat zij geprobeerd heeft om via politieke weg te komen tot een oplossing voor haar bancaire problemen. Er waren goede contacten met het kabinet van minister Kris Peeters, en er werd ook (op 27 maart 2019) een wetsvoorstel ingediend - doch de politieke weg heeft tot op heden niet geleid tot een doorbraak.' We vroegen een reactie aan Kris Peeters (CD&V), sinds 2019 niet langer federaal minister van Economie, Consumenten en Werk maar Europarlementslid. Peeters: 'Naar mijn beste weten heeft er geen ontmoeting plaatsgevonden met Goetz, ook niet met mijn medewerkers. Op 18 oktober 2018 hebben we een brief gekregen van een advocaat die Goetz vertegenwoordigde. Van een goede relatie is evenwel geen sprake en dat het wetsvoorstel beïnvloed is door het bedrijf, ontken ik ten stelligste.'Het wetsvoorstel van 27 maart 2019, aanvankelijk ingediend door twee CD&V-Kamerleden, gaat over een 'basisbankdienst voor ondernemingen'. Het is in oktober 2019 opnieuw ingediend en werd in tweede lezing goedgekeurd in de Kamercommissie Economie op 16 september 2020. Normaal gezien zal het donderdag 8 oktober in de plenaire vergadering over gestemd worden. Bankenfederatie Febelfin waarschuwt: 'Banken moeten te allen tijde een uitgebreide risico-gebaseerde benadering kunnen toepassen, uiteraard in de eerste plaats bij de aanvaarding van klanten. Indien er vermoedens van witwassen zijn, moet een bank altijd de mogelijkheid hebben om klanten te weigeren of rekeningen af te sluiten. Wetgeving die dit doel verhindert en banken verplicht om alle bedrijven diensten te leveren valt hiermee moeilijk te rijmen. Dat is waarom de Belgische banksector sterk gekant is tegen een minimale basisbankdienst die zonder onderscheid wordt toegekend aan alle bedrijven.'Nog een opmerkelijke passage uit de beschikking van de rechtbank van 26 juni 2020 is het pleidooi van de Belfius-advocaat waarnaar verwezen wordt. Dat pleidooi werd afgesloten met 'een reeks doembeelden, indien de voorzitter het zou aandurven om de vordering van Tony Goetz gegrond te verklaren: Belfius kon failliet gaan - Belfius kon niet meer naar de beurs gaan - Belfius zou voor de Belgische Staat onverkoopbaar worden - Belfius én haar bestuurders zouden strafrechtelijk vervolgd kunnen worden' enzovoort. Maar dat noemde de rechter dan weer 'paniekzaaierij', verwijzend naar een recent arrest van het Gerechtshof in Amsterdam dat ING oplegde om een rekening te openen voor een bedrijf dat in opspraak was gekomen. 'De aandelenkoers van ING is niet ingestort na dat arrest (...), ING is niet failliet gegaan.'Tony Goetz voerde tijdens de procedure nog aan dat het weliswaar strafrechtelijk veroordeeld is, maar niet ontbonden werd door de strafrechter. 'Tony Goetz mocht als onderneming-vennootschap dus blijven bestaan, ondanks de door haar gepleegde strafrechtelijke feiten', zo staat in de beschikking. 'De correctionele rechtbank heeft ook een verbeurdverklaring uitgesproken, zodat het "criminele vermogen" afkomstig uit een witwasdossier is afgeroomd.' Bijgevolg zou het volledige vermogen waarover de goudhandelaar beschikt 'legaal' zijn. Over de goudhandelaar stelt de rechter dat het bedrijf 'tot op heden onoprecht (is) en niet het minste berouw of schuldinzicht (toont)'. 'Zij houdt nog steeds voor dat zij onschuldig is, en dat zij ten onrechte is veroordeeld. Toch heeft Tony Goetz weloverwogen geen hoger beroep ingesteld... hetgeen onbegrijpelijk is, indien zij oprecht meent onschuldig te zijn geweest. Na de veroordeling kan Tony Goetz niet meer voorhouden dat haar niets te verwijten valt.'In juli 2020 veranderde het bedrijf Tony Goetz van naam. Anno 2020 koopt Belfius nog steeds goud aan. 'Belfius koopt en verkoopt goud van en aan haar klanten', bevestigt woordvoerster Ulrike Pommee. 'Deze worden steeds correct geïdentificeerd en gemonitord. Meerdere keren per jaar importeert Belfius ook goud van één unieke leverancier. Iedere goudstaaf is vergezeld van een certificaat van de London Bullion Market Association. De hoogste standaarden voor wat betreft traceerbaarheid worden gerespecteerd, zodat geen conflictgoud wordt aangekocht.'Inzake het gebruik van cash geld signaleert Belfius dat het een paar jaar geleden als een van de eerste banken een 'zeer strikte cash policy'geïmplementeerd heeft 'die per klant beperkingen oplegt van het maximale bedrag aan cash dat kan worden gestort'. Belfius is volgens Pommee ook 'voorstander en pleitbezorger van de afbouw van het gebruik van cash in de maatschappij ten voordele van digitale alternatieven. Aan cash zijn veel risico's verbonden, cash is moeilijk traceerbaar en daardoor een belangrijk instrument gebruikt voor de instandhouding van de grijze en zwarte economie. Het afbouwen van cash is daarom een belangrijke hefboom voor het preventief bestrijden van fraude en witwas.'Tot slot stelt Pommee dat Belfius 'zeer veel belang (hecht) aan het voorkomen en detecteren van fraude, witwasoperaties en financiering van terrorisme. De bank doet dat in het belang van de Belgische samenleving en om alle stakeholders van de instelling te beschermen. Belfius hanteert daarbij een nultolerantiebeleid.''De bank investeert heel wat middelen om een goede kennis op te bouwen en te onderhouden van al zijn klanten (Know Your Customer) en een adequate waakzaamheid toe te passen voor verrichtingen die transiteren via de bank (Understand The Transactions). Het gaat om investeringen in zowel mensen, opleiding en begeleiding (inclusief waarden en ethiek) als in ondersteunende IT-systemen. Er worden in dat verband belangrijke inspanningen geleverd om atypische verrichtingen op te sporen, grondig te onderzoeken en er het nodige gevolg aan te geven. Stelt Belfius atypische verrichtingen vast, dan wordt dat gemeld aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI), vaak met een verbreking van de klantenrelatie tot gevolg.'