Op Knack.be/Auschwitzcamp vindt u exclusieve beelden uit de expo.
...

Hans Citroen en Christophe Busch zijn, behalve elkaar, nog geen ziel toevallig tegen het lijf gelopen in de ruïnes van de Krupp-fabrieken in Auschwitz. 'Daar komt, op wat Poolse drugsverslaafden na, nooit iemand', zegt Busch, algemeen directeur van Kazerne Dossin en cocurator van de nieuwe tentoonstelling Auschwitz.camp in het Mechelse Museum, Memoriaal en Onderzoekscentrum over Holocaust en Mensenrechten. Kunstenaar Hans Citroen is de tweede curator. 'Noem ons gerust bezeten door Auschwitz', zegt Busch. Hij vanuit zijn opleiding als criminoloog en genocidedeskundige, Citroen door zijn familiegeschiedenis. Citroens grootvader heeft in het kamp gezeten. Dat hing als een schaduw over zijn familie. 'Auschwitz heeft me de helft van de kampioenswedstrijd van mijn club ADO Den Haag gekost, om maar een stom voorbeeld te noemen. Bij de rust vertrokken we. Opa had iemand zien zitten uit het kamp.' In dat onvermogen om Auschwitz te verwerken wortelt zijn fascinatie, zegt Citroen terwijl we door de tentoonstelling lopen. 'Echt geobsedeerd werd ik nadat ik mijn Poolse vrouw had leren kennen, Barbara Starzynska. Toen zij me vertelde dat ze uit Oswiecim kwam, moest ik eerst vragen wat dat was. Nadat ze met tegenzin de Duitse naam van die plek had gemompeld, riep ik uit: "Wonen er mensen in Auschwitz!?" Twintig jaar lang ben ik drie keer per jaar met vakantie gegaan naar de plek waar mijn opa had vastgezeten. Dat heeft me een boel ongepaste grappen opgeleverd in de familie: "Hans gaat op vakantie naar Auschwitz!"' In 2011, een jaar nadat Starzynska was overleden aan een hersentumor, werd Auschwitz-Oswiecim gepubliceerd: een indringend fotoboek dat vertrekt vanuit de totaal verschillende manier waaruit zij en haar man keken naar het concentratiekamp. Citroen: 'Er was Barbara's achtergrond, de moeilijke Poolse omgang met het oorlogsverleden. Bovendien was ze stedenbouwkundige. Haar architectonische blik heeft me geholpen om het industrieel-koloniale proces te begrijpen dat de drijfveer achter Auschwitz was. Dat leggen we nu bloot in deze tentoonstelling.' Auschwitz.camp toont hoe ze elkaar hebben gevonden, zeggen Busch en Citroen. 'Christophe is een academicus, ik ben een practicus. Hij leest, ik kijk. Tegelijk denken we: dit klopt niet. En zo is het gebeurd dat wij in de verlaten Krupp-fabriek op elkaar botsten.' De rode draad van Auschwitz.camp is dat Auschwitz behalve een raciaal ook een industrieel en koloniaal project was. Is dat een nieuwe visie? Christophe Busch: Dat inzicht leeft al langer in academische kringen, maar is zelden op deze manier vertaald voor een breder publiek. Twee academische evoluties zijn van belang. Om te beginnen heb je de inzichten van koloniale genocide-experts, die parallellen zagen met de Holocaust. Veel van de 80.000 leden van de Herero-stam die het leven lieten tijdens de Namibische genocide, tussen 1904 en 1908, deden dat bijvoorbeeld in Duitse concentratiekampen. De koloniale logica die in Namibië - en ook in Congo tijdens de Belgische kolonisatie - van 'de minderwaardige zwarte' een dwangarbeider maakte, heeft ook de dwangarbeid onder het naziregime mogelijk gemaakt. Minderwaardige mensen waren niet meer dan een grondstof. Daarnaast is er deels een consensus ontstaan uit een oude discussie binnen het holocaust- en genocideonderzoek: die tussen de intentionalisten en de functionalisten. De eerste groep meende dat de Holocaust werd gestuurd vanuit de nazitop. De tweede benadrukte de vele initiatieven van onderuit. De gezaghebbende auteur Ian Kershaw heeft daarvan een fusie gemaakt. Hij noemt dat het proces van ' working towards the Führer': natuurlijk was er het genocidaire beleid, maar tegelijk had je initiatieven van mensen die deden wat ze dáchten dat de Führer zou willen. Kunt u uitleggen hoe die dynamiek is uitgemond in de Holocaust?Busch: Wij willen het beeld ontkrachten van het grote demonische plan dat Adolf Hitler al in 1924 uit de doeken zou hebben gedaan in Mein Kampf. Zo is het niet gegaan. De Holocaust heeft zich stapje voor stapje voltrokken. Het begon met sterilisatieprogramma's voor mensen met een handicap, midden 1933, een halfjaar nadat de nazi's in Duitsland de macht hadden gegrepen. In 1939 volgde het beruchte T4-programma om die mensen te 'euthanaseren', natuurlijk een eufemisme voor moord. Hitler had daarmee gewacht tot hij Polen was binnengevallen. Sommige nazi's wilden T4 al veel vroeger in gang zetten. Hitler had, volledig terecht, ingeschat dat er in een oorlogscontext veel minder weerstand zou zijn. Zonder die context was er waarschijnlijk geen Holocaust geweest. Hans Citroen: Auschwitz was een culminatiepunt in dat proces. Oorspronkelijk was het een Poolse kazerne, in 1940 werd ze door de nazi's omgebouwd om Poolse verzetslui op te sluiten. De SS moest hen bewaken. Toen is chemiereus IG Farben op de proppen gekomen. Dat was de echte motor achter ' Interessengebiet Auschwitz', zoals de nazi's het enorme gebied noemden. IG Farben had honderdduizenden slavenarbeiders nodig voor zijn plannen. Wat waren die plannen?Busch: IG Farben was op dat moment het op één na grootste chemiebedrijf ter wereld. Het rook een enorme buitenkans omdat het synthetisch rubber kon maken. Duitsland was door het Verdrag van Versailles van 1919 zijn Afrikaanse kolonies kwijtgeraakt, en dus ook de toevoer van natuurlijk rubber. Die was erg belangrijk voor zijn industrie en werd cruciaal voor de latere oorlogsindustrie. Al begin jaren 1920 werd de koloniale blik naar het oosten verlegd. In boekjes met titels als Het koloniale vraagstuk en rassengedachten werd over het oosten geschreven 'dat niemand in het koloniale tijdperk op het idee van gelijkheid zou komen, als je zou zien wat er daar rondloopt'. De koloniale visie op de minderwaardige mens sloot naadloos aan bij de rassentheorieën die de nazi's later zouden ontwikkelen en op hun narratief van het ' Volk ohne Raum' dat op zoek moest naar Lebensraum. IG Farben speelde daarop in. In het oosten was er kalk en water en waren er kolen, alles om kunstrubber te maken. De chemiereus gooide het op een akkoordje met de SS. 'Wij hebben het geld en de knowhow, jullie de slavenarbeiders'. Interessegebied Auschwitz was geboren. De soms banale oorsprong van grote gruwel blijkt op de expo uit het reclamefilmpje voor Zyklon B, het gas waarmee de nazi's vanaf 1942 hun slachtoffers vermoordden. Dat filmpje is nog nooit aan het hedendaagse publiek getoond.Citroen: Het kan choquerend klinken, maar Zyklon B was een weldaad. Het werd onder meer gebruikt om grote partijen graan van insecten en ongedierte te ontdoen. In het filmpje zie je hoe werklui een graanfabriek luchtdicht maken, Zyklon B-korrels uitstrooien en alles afsluiten. Na een paar uur verluchten zijn alle beestjes dood. Prachtig product! Het wordt nog altijd gebruikt, trouwens. Wel onder een andere naam. Hoe werd dat prachtige product het beruchtste moordwapen uit de twintigste eeuw?Busch: Zyklon B was als desinfectiemiddel aanwezig in alle nazikampen. SS-Lagerführer Karl Fritzsch, een kampbewaker die als binnenschipper had gewerkt en het had gebruikt om schepen te desinfecteren, bedacht een experiment op 600 Russische krijgsgevangenen. Toen dat in 1941 'slaagde', was het moordwapen geboren. Daarna gingen ze oude lijkenkamers inrichten als gaskamers, vanaf 1942 werden de grote gaskamers gebouwd. Zyklon B was een cleanere methode, met minder impact op de moordenaars. Het was een loepzuivere illustratie van de practical problem solving die de Holocaust was voor zijn uitvoerders. Nu ze efficiënt grote aantallen mensen konden vermoorden, werd het verwerken van de lijken het probleem. Zeker vanaf mei 1944, toen er 437.402 Hongaarse Joden aankwamen, van wie er zo'n 320.000 bij aankomst werden vergast - u moet zich dat eens proberen voor te stellen. De crematoria konden niet meer volgen. Daarom werden de lijken verbrand in grote putten met roosters op. Voor ons gruwel, voor hen pure practical problem solving. Citroen: Tijdens een van mijn bezoeken aan Auschwitz vroeg ik me plots af: hoeveel rest er van een mens wanneer je hem verbrandt? Ik belde een kennis die in een crematorium werkt. Gemiddeld drieënhalve kilo, zei hij. Ik keek rond en dacht: 1,1 miljoen keer 3,5 kilo as, wat doe je daarmee? Hoe voer je dat af? Met Mann-diesels, eentonners, blijkbaar. Die strooiden de as op de weg wanneer het had gesneeuwd of stortten ze als fundering van gebouwen. Nog altijd komt ze bloot te liggen wanneer ze in Oswiecim een gebouw slopen. Daar komen telkens weer mensen op af. Waarom doen ze dat?Citroen: Dat vroeg ik ook aan mijn vrouw toen ik voor het eerst zag dat mensen zaten te wroeten in de as. 'Och, ze zoeken koper', zei ze ontwijkend. Ja, da-hág, dacht ik. Toen ik zelf met mijn voeten in de as woelde, vond ik gelijk een broche en een muntstuk. Kostbaarheden die gevangenen hadden ingeslikt of in hun kont hadden gestopt, net voor ze de gaskamer werden ingedreven. Ze verdwenen samen met hun as, die per tonnen en in grote haast werd weggegooid. Hoe direct was de betrokkenheid van bedrijven als IG Farben bij Auschwitz?Citroen:De bouwplannen waren van hen! Industriëlen en wetenschappers zaten samen met de nazi's te brainstormen over de massale vernietiging van mensen in Auschwitz. De Holocaust is met het volle medeweten en de volle medewerking van de grootindustrie en de wetenschap gepleegd. Busch: Er waren drie denkpatronen: het koloniale, het raciale en het industriële. Ze waren verweven en kregen beurtelings de overhand, naargelang de maatschappelijke context wijzigde. Al erg vroeg besefte de SS, een staat binnen de nazistaat, dat ze haar macht kon uitbreiden door samen te werken met de industrie. Ze organiseerden samen al slavenarbeid in de eerste concentratiekampen in 1933. De arbeiders waren toen politieke tegenstanders, omdat hun verwijdering en de uitbouw van de nationaalsocialistische staat op dat moment de focus was. Het raciale aspect begon meer te spelen nadat in 1935 de rassenwetten van Neurenberg waren aangenomen en na de Kristallnacht in 1938, waarop de eerste grootschalige opsluiting van Joden in de kampen volgde. De politieke tegenstand was toen grotendeels weggewerkt. En vanaf 1939 verruwde de context door de oorlog en kreeg de oorlogseconomie een grotere rol.Dat de industrie de voor Auschwitz bepalende drijfveer was, blijkt onmiskenbaar uit de plannen die na de eindzege uitvoering zouden hebben gekregen. We hebben ze opgenomen in de tentoonstelling omdat ze zo goed duidelijk maken wat Auschwitz moest worden. Interessegebied Auschwitz was een oostelijk nazi-imperium, een megacomplex waar industrie en macht gecentraliseerd werden. De koloniaal-industriële dynamiek die is geculmineerd in de Holocaust toont zich nergens scherper dan in de Judenrampe, het Jodenperron. Hans heeft daar baanbrekend onderzoek naar verricht. Wat is de Judenrampe, meneer Citroen?Citroen: De meeste mensen denken bij Auschwitz aan beelden uit films als Schindler's List: het binnenrijden van de treinen langs de iconische toegangspoort van Auschwitz-Birkenau. Maar dat kampperon werd pas in mei 1944 gebouwd en is maar kort in gebruik geweest. Lang ervoor al kwamen de gedeporteerden aan op de Judenrampe. Al in 1942 werden daar de selecties uitgevoerd. Wie kon werken, ging naar de fabrieken. Wie te zwak was, naar de gaskamers. Lopend. Zo verging het bijvoorbeeld de Dossin-gedeporteerden. De Judenrampe speelde een cruciale rol. Waarom is het zo belangrijk om dat aan te tonen? Het lijkt niet meer dan een praktisch aspect van een gruwelijke, massale moordpartij.Citroen:Dat is het niet. De Judenrampe is, zoals Christophe zegt, wezenlijk om Auschwitz te begrijpen als koloniaal-industrieel project. Het perron was onderdeel van een gigantisch rangeerstation met 18 sporen. De beestenwagons vol mensen stonden er samen met wagons vol militaire en industriële goederen en levensmiddelen. Omdat die laatste voorrang hadden, moesten honderdduizenden mensen daar uren, soms dagen wachten. Bij temperaturen tot min 30 graden, zonder eten of drinken. Busch: Hans hamert er terecht op dat het inferno ook dáár plaatsvond en niet alleen een kilometer verderop, in Birkenau, waar vanaf 1942 de moorden werden gepleegd. Citroen: De Judenrampe doorprikt mythes. Zoals de mythe dat het reguliere treinverkeer uit de streek gescheiden was van de nazitransporten: het passeerde gewoon langs die Judenrampe! Gewone treinreizigers stonden te kijken naar de gedeporteerden op de Judenrampe zoals u in Brussel-Noord vanaf perron 7 naar de reizigers op perron 8 staat te kijken. Hoe zeg je 'Wir haben es nicht gewußt' in het Pools?Citroen: Precies. Vele duizenden mensen wisten wat daar gaande was. Zoals de vele personeelsleden van de Duitse Reichsbahn die er moeten hebben rondgelopen voor die logistieke krachttoer. Zij hoorden toch wat er zich in die wagons afspeelde? Zij zagen toch dat dezelfde wagons die afgeladen vol met mensen waren aangekomen daarna weer vertrokken, volgeladen met de in Auschwitz geproduceerde goederen en voedingswaren? En konden ze naast de vrachtwagens vol lijken kijken? Auschwitz draaide op veel meer mensen dan de 7000 SS-bewakers. Het was the place to be tijdens de oorlog. Werkgelegenheid, gunstige belastingentarieven voor de bedrijven, je kon er ontsnappen aan het oostfront... Van Krupp tot Siemens: alle grote Duitse bedrijven zaten er. Het hele stadje stroomde vol met Duitsers en groeide van 2500 tot 12.000 inwoners in 1944 - met de gevangenen erbij tot 100.000. De Duitsers hadden het er best naar hun zin, tonen foto's op de tentoonstelling. Dollende SS'ers, picknickjes, kleuters die, slechts gescheiden door prikkeldraad, in totaal andere werelden leefden. De ene werd vergast, de ander vertroeteld.Busch: We maken het contrast tussen kamp en woonwijken duidelijk met twee fotoalbums. Het eerste, het Lily Jacob- album, bevat foto's van Wilhelm Brasse, een gevangene die voor de SS andere gevangenen moest fotograferen en onder meer de Hongaarse konvooien vastlegde. Het Höcker-album laat het normale leventje zien na de shifts in de absurd gruwelijke wereld van het kamp. Dat maakte integraal deel uit van het systeem. De picknickjes maakten de moordpartijen mogelijk. Die balans had je niet aan het oostfront. De Einsatzgruppen, de paramilitaire doodseskaders die er de grootste wreedheden begingen, kregen te maken met uitval door posttraumatisch stresssyndroom. De afwisseling in Auschwitz maakte een lange en efficiënte uitvoering van de Endlösung mogelijk. Meneer Citroen, hoe kijken de huidige bewoners van Oswiecim tegen hun geschiedenis aan?Citroen:Je moet weten dat daar nu niemand meer leeft die er ook voor de oorlog woonde. Auschwitz is ontvolkt. De Joodse bevolking van 8000 zielen is in 1941 gedeporteerd en uitgemoord, van de 4000 anderen werden er 1500 verhuisd. Het was klassieke koloniale social engineering. Na de oorlog zag je de omgekeerde beweging. Uit alle hoeken van Polen moesten mensen naar Oswiecim komen. Er moest weer gewerkt worden. In dezelfde fabrieken waarin ook de dwangarbeiders van de nazi's hadden moeten werken?Citroen:Precies. Maar dat wisten die mensen dus niet. Mijn schoonvader heeft nooit geweten dat hij in fabrieken heeft gewerkt die door de nazi's zijn gebouwd. De Sovjets maakten hun wijs dat de Volksrepubliek Polen die fabrieken had gezet. Dat zij op de vreselijkste plek van Europa waren, werd hun niet verteld. Vanaf 1947 begonnen de fabrieken weer te draaien. Al snel werd Oswiecim de grootste chemische producent in het Oostblok. De donkere geschiedenis moest dus onder de pet gehouden worden. 'Schei alsjeblieft uit met dit gedoe, Hans', zei mijn schoonmoeder toen ik erover vertelde. Het was te pijnlijk en onder het communistische regime ook te gevaarlijk om dat verleden op te rakelen. Ook nu nog blijft het moeilijk. Pas sinds kort kunnen de Polen de twee entiteiten van Auschwitz, kamp én stad, accepteren. Een beetje zoals wij Nederlanders met Indonesië of jullie Belgen met Congo. Busch: Jonge Polen lopen nu in Auschwitz rond met Hans' boek, vol verbazing over de ware geschiedenis achter de stad. Het is intrigerend hoe Auschwitz weer een gewone stad wordt, zoals ze voor de oorlog was, terwijl je er tegelijk nog altijd struikelt over kamppalen en prikkeldraad. Wanneer heeft de wereld echt beseft wat er in Auschwitz is gebeurd?Citroen: Pas twintig jaar na de oorlog is dat beginnen in te dalen, met eerst het Eichmann-proces in 1961 en eind 1963 het Auschwitz-proces in Frankfurt. Auschwitz heeft pas echt een gezicht gekregen toen het Lily Jacob-album uitkwam, tussen 1964 en 1965. Die enorme stoet Hongaarse vrouwen en kinderen op weg naar de gaskamers: dat sloeg in als een bom. Pas toen was de wereld er rijp voor. Meteen na de oorlog zaten we al in de Koude Oorlog-logica; de Amerikanen moesten met de Duitsers verder. Wat hopen jullie met deze tentoonstelling te bereiken?Citroen:Het zal wel moralistisch en hoogdravend klinken, maar ik zou het heel prettig vinden mochten mensen zich op de tentoonstelling afvragen: 'Wat zou ík gedaan hebben?' Busch: Ik wil nog iets verder gaan. Ik hoop dat ze ook de vraag stellen wat wij vandaag nog doen, welke koloniale bril wij nog ophebben. Kijk naar de Belgische wapenfabriek FN Herstal. Wanneer ik hoor zeggen dat wij alleen de wapens maken en niet de trekkers overhalen, denk ik aan de uitleg van de Auschwitz-industriëlen. (gespeeld onschuldig) Topf und Söhne wilde ook maar de beste gasovens bouwen, hoor. En dus bleven zij er tot het einde van de oorlog 'verbeteringen' aan aanbrengen. Terwijl ze heel goed wisten waarvoor die ovens werden gebruikt. Het klinkt fout, maar in dat opzicht heeft Auschwitz iets comfortabels. In tegenstelling tot Jemen, de Oeigoeren in China en de Rohingya in Myanmar is Auschwitz tenminste voorbij.Citroen:Mijn huidige vrouw, Eveline, vraagt me wel eens: 'Wanneer houdt dat Auschwitz nou op?' 'Bij de volgende oorlog', zeg ik dan. Wij memoreren Auschwitz omdat wij erna, althans in West-Europa, geen oorlog meer hebben gekend. Daarom gaan we zo graag naar Auschwitz. Het was onze laatste oorlog. We mogen ons daarvoor in de handen knijpen. Busch: Andere mensen hebben het gedaan in een andere tijd, en toch voel je dat Auschwitz níét voorbij is. De gruwelijke verhalen van de overlevers kunnen ook hun kinderen en kleinkinderen traumatiseren. Zes miljoen doden, dat gaat meerdere generaties mee, hoor. Auschwitz leeft nog altijd.