Onvermijdelijk hebben de onzekere Corona-tijden een impact op de planning van leerkrachten en scholen. Examens maken onlosmakelijk deel uit van de schoolkalender van heel wat Vlaamse scholen, hoewel scholen vrij zijn om ze wel of niet te organiseren.

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts pleit voor het organiseren van examens op het einde van het schooljaar, waarbij hij, opvallend, de klemtoon legt op leren, eerder dan op evalueren. Dit houdt echter een tegenstelling in.

Examineren om te selecteren of evalueren om te excelleren?

Examens op het einde van het schooljaar hebben in de traditie van ons onderwijs de functie om te informeren in het kader van beslissingen over de schoolloopbaan van leerlingen: beheerst deze leerling in voldoende mate de leerplandoelen om over te gaan naar het volgende jaar? In dit opzicht hebben examens op het einde van een schooljaar nog maar weinig te bieden voor het leerproces van de leerling. Examens zoals we ze kennen op het einde van het schooljaar vormen eigenlijk het eindpunt van een onderwijsperiode. Op basis van de resultaten op die examens wordt een beslissing genomen over het vervolg van de schoolloopbaan, er volgen twee maanden vakantie en het daaropvolgende schooljaar wordt gestart volgens de eerder genomen beslissing.

Examens zoals we ze kennen, los van deze Corona-tijden, brengen stress en onzekerheid met zich mee voor veel jongeren (én hun ouders). Voor leerlingen die bijvoorbeeld mindere resultaten behaalden in het eerste semester hangt er veel af van de eindexamens. Stress is een slechte voedingsbodem voor het leren. Niet alleen voor leerlingen brengt dit onzekerheid met zich mee, ook leerkrachten ervaren elk jaar opnieuw onrust door de aankomende examenperiode. Alle leerstof moet gezien zijn tegen dan.

Sommige scholen ervoeren vóór Corona al dat de examentijd te veel onderwijstijd opslokte: het derde trimester is een race tegen de tijd om alle leerstof te kunnen zien. Het zette deze scholen aan om te evolueren naar vormen van gespreide en permanente evaluatie. Dit met het oog op het behouden van meer 'onderwijstijd' en het stimuleren van het leerproces van leerlingen. Frequente, permanente, evaluatie zorgt er namelijk voor dat je sneller op de bal kan spelen, waardoor evaluatie véél meer kan renderen voor het leerproces.

Evalueren heeft dus zéker een functie als het over leren gaat, een noodzakelijke functie zelfs. Zonder evalueren worden het onderwijsproces van de leerkracht en het leerproces van de leerling namelijk niet langer gevoed. Aan de hand van frequente evaluaties via opdrachten, oefeningen, gesprekken met leerlingen etc. krijgen leerkrachten zicht op waar leerlingen staan in hun leerproces. Op basis van deze informatie kunnen we nieuwe leerinhouden laten aansluiten bij waar de leerlingen staan. Bovendien biedt het dé ingang om heel gericht te differentiëren en te remediëren.

Tegelijkertijd voedt deze informatie ook het leerproces van de leerling van zodra hij/zij feedback krijgt op deze opdrachten en oefeningen. Feedback vormt een cruciale factor om het leren van leerlingen te bevorderen. In zekere zin worden leerlingen op deze manier ook gemotiveerd om zich verder te ontwikkelen: feedback biedt namelijk handvatten om verder te kúnnen gaan als leerling. Examens zoals we ze kennen, daarentegen, rukken leren en evalueren uit elkaar, waardoor leerlingen nog minder uit zichzelf gemotiveerd worden om te leren. De test moet hen motiveren, waardoor intrinsieke motivatie niet langer gestimuleerd wordt. Nochtans hebben meer intrinsiek dan extrinsiek gemotiveerde leerlingen een hoger welbevinden, wat het leren dan weer kan bevorderen.

Evaluatie speelt een cruciale rol binnen onderwijs. Laten we hopen dat scholen hun onderwijsvrijheid aanwenden om evaluatie ook in Corona-tijden adequaat in te vullen. De rol van evaluatie is heel cruciaal, net omdat de impact ervan zo groot kan zijn.

De vraag is echter: welke impact willen we hebben? Kiezen we voor het begeleiden en ondersteunen van leerlingen in hun leerproces door evaluatie te integreren in onze onderwijspraktijk? Of kiezen we voor het afremmen van het leren door examens aan te kondigen waardoor leerlingen enerzijds op nóg minder onderwijstijd kunnen rekenen dit schooljaar en anderzijds minder leerbaar worden door de stress die ze hieromtrent ervaren?

Joke Ysenbaert is onderzoeker bij het Steunpunt Diversiteit & Leren, verbonden aan de vakgroep taalkunde van de Universiteit Gent.

Mieke Van Houtte is professor sociologie aan de UGent.

Piet Van Avermaet is directeur van het Steunpunt Diversiteit & Leren.

Onvermijdelijk hebben de onzekere Corona-tijden een impact op de planning van leerkrachten en scholen. Examens maken onlosmakelijk deel uit van de schoolkalender van heel wat Vlaamse scholen, hoewel scholen vrij zijn om ze wel of niet te organiseren. Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts pleit voor het organiseren van examens op het einde van het schooljaar, waarbij hij, opvallend, de klemtoon legt op leren, eerder dan op evalueren. Dit houdt echter een tegenstelling in.Examens op het einde van het schooljaar hebben in de traditie van ons onderwijs de functie om te informeren in het kader van beslissingen over de schoolloopbaan van leerlingen: beheerst deze leerling in voldoende mate de leerplandoelen om over te gaan naar het volgende jaar? In dit opzicht hebben examens op het einde van een schooljaar nog maar weinig te bieden voor het leerproces van de leerling. Examens zoals we ze kennen op het einde van het schooljaar vormen eigenlijk het eindpunt van een onderwijsperiode. Op basis van de resultaten op die examens wordt een beslissing genomen over het vervolg van de schoolloopbaan, er volgen twee maanden vakantie en het daaropvolgende schooljaar wordt gestart volgens de eerder genomen beslissing.Examens zoals we ze kennen, los van deze Corona-tijden, brengen stress en onzekerheid met zich mee voor veel jongeren (én hun ouders). Voor leerlingen die bijvoorbeeld mindere resultaten behaalden in het eerste semester hangt er veel af van de eindexamens. Stress is een slechte voedingsbodem voor het leren. Niet alleen voor leerlingen brengt dit onzekerheid met zich mee, ook leerkrachten ervaren elk jaar opnieuw onrust door de aankomende examenperiode. Alle leerstof moet gezien zijn tegen dan. Sommige scholen ervoeren vóór Corona al dat de examentijd te veel onderwijstijd opslokte: het derde trimester is een race tegen de tijd om alle leerstof te kunnen zien. Het zette deze scholen aan om te evolueren naar vormen van gespreide en permanente evaluatie. Dit met het oog op het behouden van meer 'onderwijstijd' en het stimuleren van het leerproces van leerlingen. Frequente, permanente, evaluatie zorgt er namelijk voor dat je sneller op de bal kan spelen, waardoor evaluatie véél meer kan renderen voor het leerproces. Evalueren heeft dus zéker een functie als het over leren gaat, een noodzakelijke functie zelfs. Zonder evalueren worden het onderwijsproces van de leerkracht en het leerproces van de leerling namelijk niet langer gevoed. Aan de hand van frequente evaluaties via opdrachten, oefeningen, gesprekken met leerlingen etc. krijgen leerkrachten zicht op waar leerlingen staan in hun leerproces. Op basis van deze informatie kunnen we nieuwe leerinhouden laten aansluiten bij waar de leerlingen staan. Bovendien biedt het dé ingang om heel gericht te differentiëren en te remediëren. Tegelijkertijd voedt deze informatie ook het leerproces van de leerling van zodra hij/zij feedback krijgt op deze opdrachten en oefeningen. Feedback vormt een cruciale factor om het leren van leerlingen te bevorderen. In zekere zin worden leerlingen op deze manier ook gemotiveerd om zich verder te ontwikkelen: feedback biedt namelijk handvatten om verder te kúnnen gaan als leerling. Examens zoals we ze kennen, daarentegen, rukken leren en evalueren uit elkaar, waardoor leerlingen nog minder uit zichzelf gemotiveerd worden om te leren. De test moet hen motiveren, waardoor intrinsieke motivatie niet langer gestimuleerd wordt. Nochtans hebben meer intrinsiek dan extrinsiek gemotiveerde leerlingen een hoger welbevinden, wat het leren dan weer kan bevorderen.Evaluatie speelt een cruciale rol binnen onderwijs. Laten we hopen dat scholen hun onderwijsvrijheid aanwenden om evaluatie ook in Corona-tijden adequaat in te vullen. De rol van evaluatie is heel cruciaal, net omdat de impact ervan zo groot kan zijn. De vraag is echter: welke impact willen we hebben? Kiezen we voor het begeleiden en ondersteunen van leerlingen in hun leerproces door evaluatie te integreren in onze onderwijspraktijk? Of kiezen we voor het afremmen van het leren door examens aan te kondigen waardoor leerlingen enerzijds op nóg minder onderwijstijd kunnen rekenen dit schooljaar en anderzijds minder leerbaar worden door de stress die ze hieromtrent ervaren? Joke Ysenbaert is onderzoeker bij het Steunpunt Diversiteit & Leren, verbonden aan de vakgroep taalkunde van de Universiteit Gent.Mieke Van Houtte is professor sociologie aan de UGent.Piet Van Avermaet is directeur van het Steunpunt Diversiteit & Leren.