'De eerste dagen dacht ik dat het me nooit zou lukken', zegt Hanne me via Skype. Als leerkracht wiskunde in de eerste graad van een middelbare school had ze zich voorgenomen om haar leerlingen tijdens de coronaweken heel goed bij de les te houden. Met online lessen en videochats vooral.
...

'De eerste dagen dacht ik dat het me nooit zou lukken', zegt Hanne me via Skype. Als leerkracht wiskunde in de eerste graad van een middelbare school had ze zich voorgenomen om haar leerlingen tijdens de coronaweken heel goed bij de les te houden. Met online lessen en videochats vooral. 'Veel van mijn leerlingen komen uit kwetsbare gezinnen én sukkelen met mijn vak', zegt ze. 'Als ik ze nu wekenlang op hun eentje oefeningen laat maken, is meer dan de helft straks gebuisd.' Maar al haar goede voornemens bleken na een paar uur al te hoog gegrepen. Niet alleen doordat veel van haar leerlingen geen laptop hebben en de lessen vaak in een rumoerige omgeving op hun telefoon moeten volgen, maar ook omdat haar dochters, van 6 en 8 jaar, te jong zijn om zelfstandig te studeren. Na één online wiskundeles die constant werd onderbroken door een van haar eigen kinderen, gooide Hanne het over een andere boeg: ze stelde haar dochters aan haar leerlingen voor en nu zitten ze er gezellig bij wanneer ze online is. Niet ideaal, maar wel doenbaar.Zo zijn er honderden leerkrachten die al hun creativiteit dezer dagen uit de kast halen om de achterstand die hun leerlingen dreigen op te lopen zoveel mogelijk te beperken. En dat terwijl ze dus vaak hun eigen kinderen moeten onderwijzen, entertainen of verzorgen, zich zorgen maken over de gezondheid van hun naasten en af en toe ook voor de opvang op school moeten instaan. Zodra een leerkracht daar op de sociale media over durft te klagen, krijgt hij of zij onverbiddelijk tegengas van collega's. Het gros van het lerarencorps beschouwt al dat stunt- en vliegwerk immers als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. En er zijn er die daar heel ver in gaan. Door ook nog eens aparte lessen te geven aan een scholier met een autismespectrumstoornis of dyslexie, bijvoorbeeld, door ouders te helpen om hun kind met ADHD toch aan de slag te krijgen, door te bellen met leerlingen die geen internetverbinding hebben desnoods.En ja, al dat afstandsonderwijs is soms knap vervelend voor ouders die zelf stapels telewerk gedaan moeten krijgen en niet weten wanneer ze ook nog hun kinderen bij al die taken moeten begeleiden. Net zoals het best begrijpelijk is dat tieners steen en been klagen omdat ze nu veel meer opdrachten krijgen dan normaal of onverwacht voor een online les moeten opdraven. Op veel scholen verloopt het afstandsonderwijs dezer dagen weinig gecoördineerd en de ene leerkracht is al creatiever en meer digitaal onderlegd dan de andere. Maar veruit de meeste leraars nemen nu eenmaal liever het zekere voor het onzekere zolang niet duidelijk is wanneer ze weer echt voor de klas zullen staan en hoe en wanneer ze hun leerlingen zullen moeten evalueren.De voorbije jaren trokken leerkrachten en hun vertegenwoordigers geregeld aan de alarmbel. Meestal terecht. Omdat de werkdruk te hoog is, ze te veel paperassen moeten doorploegen en door het M-decreet kopje onder dreigen te gaan. Elke keer weer kregen ze begrip voor hun alarmkreten, maar veel veranderde er niet. Nooit werd er écht naar hen geluisterd. Sterker nog: al te vaak deed men alsof degenen die best weten waar de Vlaamse leerlingen baat bij hebben aan wal staan. Dat beeld moeten we dringend bijstellen. Als de schoolsluiting één ding aantoont, is het wel dat de overgrote meerderheid van de leerkrachten het belang van hun leerlingen boven alles stelt. Zelfs als dat betekent dat ze de hele paasvakantie door moeten werken zodat ze ook daarna nog digitaal door kunnen blijven gaan.'Waarom ik het doe?' vraagt Hanne. 'Omdat ik ál mijn leerlingen, zonder uitzondering, door dit schooljaar wil sleuren. Dat is toch mijn job?'