Vandaag wordt in Israël een nieuwe regering ingezworen. Een nood-eenheidsregering die tot stand kwam om de coronacrisis aan te pakken. Maar het regeerakkoord vermeldt nog een tweede doelstelling: de annexatie van delen van de Westelijke Jordaanoever. Nu is hét moment voor Europa om Israël mee te delen dat het deze zelfdestructieve koers op geen enkele wijze nog langer zal steunen. Als Israël er voor kiest om de mensenrechten van de Palestijnen en het internationaal humanitair recht aanhoudend te schenden, dan moeten de geprivilegieerde relaties met de Europese Unie worden opgeschort.

Na anderhalf jaar politieke crisis en drie verkiezingen is er vandaag een nieuwe regering in Israël. Die staat opnieuw onder leiding van Benjamin Netanyahu. Om het land efficiënt door de coronacrisis te loodsen kwam zijn rivaal, Benny Gantz, terug op zijn verkiezingsbelofte om nooit in een regering te stappen met de van corruptie beschuldigde Netanyahu. De eerste zes maanden zal de noodregering enkel beslissingen nemen om de crisis te bezweren. Er is echter één uitzondering: vanaf één juli kan de regering ook werk maken van de annexatie van delen van de Westelijke Jordaanoever.

Europa mag de zelfdestructieve koers van Israël niet langer steunen.

Tussen de Jordaan en de Middellandse zee wonen vandaag zeven miljoen Joodse Israëli's en zeven miljoen Palestijnen. De Israëli's leven op ruwweg 80 procent van het grondgebied, de Palestijnen op een 20 procent. Die laatsten, met uitzondering van Palestijnse inwoners van Israël, leven sinds 1967 onder een militaire bezetting. Nu wil Israël dus ook delen van die 20 procent officieel inlijven. Vooral de grote nederzettingen en de vruchtbare Jordaanvallei. Ze hebben daartoe groen licht gekregen in het zogenaamde vredesplan van de Amerikaanse president Donald Trump. Nochtans besloot de internationale gemeenschap toen ze in 1945 het charter van de Verenigde Naties aannam, dat annexatie illegaal is. Het verbieden van het innemen van land met geweld, was één van de belangrijke lessen uit de twee wereldoorlogen. De tijd dat de Verenigde Staten een centrale rol speelden in het uitbouwen en garanderen van de internationale rechtsorde ligt duidelijk achter ons. Met de steun en zelfs de druk vanuit de VS voor annexatie, is het weinig waarschijnlijk dat iemand de Israëlische overheid nog zal tegenhouden.

Daarmee komt dan weldra een einde aan meer dan 50 jaar voorzichtig maar doelgericht Stratego spelen. Israëlisch historicus Ilan Pappé doet in zijn boek The Biggest prison on earth (2017) uit de doeken hoe de Israëlische overheid al in juni 1967 besloot dat de teruggave van Gaza en de Westelijke Jordaanoever nooit deel zou uitmaken van een vredesakkoord. Wetende dat dit onaanvaardbaar zou zijn voor de internationale bondgenoten, werd toen ook besloten om altijd het ene te zeggen (we zijn bereid bezet land terug te geven in ruil voor vrede maar helaas is er geen partner voor vrede) en het andere te doen: nederzettingen uitbouwen en zoveel mogelijk Palestijns land innemen, met zo min mogelijk Palestijnse bewoners. Het grote dilemma waar men al die tijd mee worstelde was immers het demografische vraagstuk: wat te doen met die miljoenen Palestijnen? Volwaardige burgerrechten waren en zijn geen optie als men het Joodse karakter van de staat Israël wil behouden. Ongelijke rechten toekennen, bedreigt dan weer het democratische karakter en de internationale standing van Israël. Als Israël na één juli stappen zet tot annexatie vallen alle maskers af. Israël wordt dan, 30 jaar na Zuid-Afrika, een apartheidsstaat. Zelfs al kent Israël volwaardige burgerrechten toe aan de Palestijnse bewoners van de gebieden die het annexeert, de Palestijnen die achterblijven in de niet-geannexeerde enclaves staan evenzeer onder volledige Israëlische controle, zonder rechten.

Europa heeft sinds de Oslo-akkoorden van 1993 veel belastinggeld gepompt in het tot stand brengen van de tweestatenoplossing. Zonder succes, wel integendeel. De tijd is gekomen voor de Europese Unie en haar lidstaten om Israël de boodschap te brengen dat het hier stopt. Het thuisland voor het Joodse volk is een feit en wordt beschermd door een van de grootste militaire machten van de wereld, inclusief kernwapens. Als Israël niet bereid is de oprichting van een levensvatbare, autonome Palestijnse staat te aanvaarden en er voor kiest de mensenrechten van de Palestijnen permanent te schenden en het internationaal humanitair recht flagrant met de voeten te treden, dan zijn geprivilegieerde relaties met de Europese Unie niet langer aan de orde. Ter bescherming van haar eigen juridische orde en de internationale rechtsorde. Maar vooral vanuit de morele verplichting aan de Palestijnen, die al meer dan 70 jaar het slachtoffer zijn van een internationale gemeenschap die hen keer op keer in de kou laat staan.

Katelijne Suetens is beleidsmedewerker Israël-Palestina bij Broederlijk Delen.

Vandaag wordt in Israël een nieuwe regering ingezworen. Een nood-eenheidsregering die tot stand kwam om de coronacrisis aan te pakken. Maar het regeerakkoord vermeldt nog een tweede doelstelling: de annexatie van delen van de Westelijke Jordaanoever. Nu is hét moment voor Europa om Israël mee te delen dat het deze zelfdestructieve koers op geen enkele wijze nog langer zal steunen. Als Israël er voor kiest om de mensenrechten van de Palestijnen en het internationaal humanitair recht aanhoudend te schenden, dan moeten de geprivilegieerde relaties met de Europese Unie worden opgeschort. Na anderhalf jaar politieke crisis en drie verkiezingen is er vandaag een nieuwe regering in Israël. Die staat opnieuw onder leiding van Benjamin Netanyahu. Om het land efficiënt door de coronacrisis te loodsen kwam zijn rivaal, Benny Gantz, terug op zijn verkiezingsbelofte om nooit in een regering te stappen met de van corruptie beschuldigde Netanyahu. De eerste zes maanden zal de noodregering enkel beslissingen nemen om de crisis te bezweren. Er is echter één uitzondering: vanaf één juli kan de regering ook werk maken van de annexatie van delen van de Westelijke Jordaanoever. Tussen de Jordaan en de Middellandse zee wonen vandaag zeven miljoen Joodse Israëli's en zeven miljoen Palestijnen. De Israëli's leven op ruwweg 80 procent van het grondgebied, de Palestijnen op een 20 procent. Die laatsten, met uitzondering van Palestijnse inwoners van Israël, leven sinds 1967 onder een militaire bezetting. Nu wil Israël dus ook delen van die 20 procent officieel inlijven. Vooral de grote nederzettingen en de vruchtbare Jordaanvallei. Ze hebben daartoe groen licht gekregen in het zogenaamde vredesplan van de Amerikaanse president Donald Trump. Nochtans besloot de internationale gemeenschap toen ze in 1945 het charter van de Verenigde Naties aannam, dat annexatie illegaal is. Het verbieden van het innemen van land met geweld, was één van de belangrijke lessen uit de twee wereldoorlogen. De tijd dat de Verenigde Staten een centrale rol speelden in het uitbouwen en garanderen van de internationale rechtsorde ligt duidelijk achter ons. Met de steun en zelfs de druk vanuit de VS voor annexatie, is het weinig waarschijnlijk dat iemand de Israëlische overheid nog zal tegenhouden. Daarmee komt dan weldra een einde aan meer dan 50 jaar voorzichtig maar doelgericht Stratego spelen. Israëlisch historicus Ilan Pappé doet in zijn boek The Biggest prison on earth (2017) uit de doeken hoe de Israëlische overheid al in juni 1967 besloot dat de teruggave van Gaza en de Westelijke Jordaanoever nooit deel zou uitmaken van een vredesakkoord. Wetende dat dit onaanvaardbaar zou zijn voor de internationale bondgenoten, werd toen ook besloten om altijd het ene te zeggen (we zijn bereid bezet land terug te geven in ruil voor vrede maar helaas is er geen partner voor vrede) en het andere te doen: nederzettingen uitbouwen en zoveel mogelijk Palestijns land innemen, met zo min mogelijk Palestijnse bewoners. Het grote dilemma waar men al die tijd mee worstelde was immers het demografische vraagstuk: wat te doen met die miljoenen Palestijnen? Volwaardige burgerrechten waren en zijn geen optie als men het Joodse karakter van de staat Israël wil behouden. Ongelijke rechten toekennen, bedreigt dan weer het democratische karakter en de internationale standing van Israël. Als Israël na één juli stappen zet tot annexatie vallen alle maskers af. Israël wordt dan, 30 jaar na Zuid-Afrika, een apartheidsstaat. Zelfs al kent Israël volwaardige burgerrechten toe aan de Palestijnse bewoners van de gebieden die het annexeert, de Palestijnen die achterblijven in de niet-geannexeerde enclaves staan evenzeer onder volledige Israëlische controle, zonder rechten. Europa heeft sinds de Oslo-akkoorden van 1993 veel belastinggeld gepompt in het tot stand brengen van de tweestatenoplossing. Zonder succes, wel integendeel. De tijd is gekomen voor de Europese Unie en haar lidstaten om Israël de boodschap te brengen dat het hier stopt. Het thuisland voor het Joodse volk is een feit en wordt beschermd door een van de grootste militaire machten van de wereld, inclusief kernwapens. Als Israël niet bereid is de oprichting van een levensvatbare, autonome Palestijnse staat te aanvaarden en er voor kiest de mensenrechten van de Palestijnen permanent te schenden en het internationaal humanitair recht flagrant met de voeten te treden, dan zijn geprivilegieerde relaties met de Europese Unie niet langer aan de orde. Ter bescherming van haar eigen juridische orde en de internationale rechtsorde. Maar vooral vanuit de morele verplichting aan de Palestijnen, die al meer dan 70 jaar het slachtoffer zijn van een internationale gemeenschap die hen keer op keer in de kou laat staan. Katelijne Suetens is beleidsmedewerker Israël-Palestina bij Broederlijk Delen.